ELSE
Als er geen fout optreedt...
1
... wordt 1 (waar) in het
stapelgeheugen achtergelaten, voor
END van de buitenste lus.
EHD
Beéindigt de error trap.
EHD:
Beéindigt de buitenste lus. Als de
error trap 9 in het stapelgeheugen
heeft achtergelaten, keert met deze
END de uitvoering van het
programma terug naar de aanroep
waarin om twee getallen wordt
gevraagd. Anders wordt het
programma beéindigd.
Door de gebruiker gedefinieerde fouten
Het kan zijn dat u een fout wilt genereren in een programma wanneer
normaal gesproken geen fout zou optreden. U wilt bijvoorbeeld een fout
laten optreden als de som van de twee getallen in het stapelgeheugen
groter is dan 10. Hiervoor gebruikt u het DOERR commando. Met
DOERR gedraagt een programma zich alsoftijdens de uitvoering een
gewone fout is opgetreden. De DOERR fout kan worden onderschept in
een IFERRstructuur; als dit niet gebeurt, wordt de uitvoering van het
programma afgebroken op de plaats van het DOERR commando.
DOERRgebruikt één argumentuit het stapelgeheugen, namelijk:
m Een string. Deze wordt gebruikt als de foutmelding. (ERRM geeft
deze string, en ERRN geeft #7aaooh.) Of:
m Een reel getal of binair geheel getal, in welk geval de bijbehorende
foutmelding wordt getoond. (ERRM en ERRN geven respectievelijk
de bijbehorende foutmelding en het bijbehorende foutnummer.) 0
DOERF werkt op dezelfde wijze als [ATTN]; dat wil zeggen dat de
uitvoering van het programma wordt afgebroken en geen melding
wordt getoond. (In dit geval zijn de waarden die ERRM en ERRN
geven dezelfde als de vorige waarden.)
Het volgende programma breekt de uitvoering af als er 3 objecten in de
lijst in niveau 1 staan.
584
30: Fouten onderscheppen