Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Veiligheidsclassificatie Van De Arrêteerfunctie; Montage; Algemene Montage-Instructies; Afmetingen - Schmersal Azm 415-11/11 14H Series Bedieningshandleiding

Veiligheidsvergrendeling
Inhoudsopgave
Bedieningshandleiding
Veiligheidsvergrendeling
2.6 Veiligheidsclassificatie van de arrêteerfunctie
Bij gebruik van de component als vergrendelvoorziening voor
de veiligheid van personen is een veiligheidsclassificatie van de
arrêteerfunctie vereist.
Bij de veiligheidsclassificatie van de arrêteerfunctie moet er
een onderscheid worden gemaakt tussen de bewaking van
de arrêteerfunctie (vergrendelfunctie) en de aansturing van de
ontgrendelfunctie.
De volgende veiligheidsclassificatie van de ontgrendelfunctie is
gebaseerd op het gebruik van het principe van de energiescheiding van
de voeding voor de magneet.
De veiligheidsclassificatie van de ontgrendelfunctie
is uitsluitend geldig voor toestellen met bewaakte
arrêteerfunctie en ruststroomprincipe (vgl. typesleutel).
Dankzij een veilige energiescheiding van buitenaf kan een uitsluiting
van fouten voor het aansturen van de blokkeervoorziening van de
veiligheidsvergrendeling aangenomen worden.
In dit geval draagt de blokkeervoorziening van de
veiligheidsvergrendeling niet bij aan de uitvalwaarschijnlijkheid van de
ontgrendelfunctie.
Het veiligheidsniveau van de ontgrendelfunctie wordt op die manier
uitsluitend bepaald door de externe veilige uitschakeling van de
energie.
Veilige energie-
uitschakeling
+24 VDC
PL ?
PFH
?
d
0 VDC
De foutuitsluitingen voor de bekabeling moeten in acht
genomen worden.
Als in een toepassing de veiligheidsvergrendeling met
ruststroomprincipe niet kan gebruikt worden, kan voor
dit uitzonderingsgeval een veiligheidsvergrendeling met
arbeidsstroomprincipe gebruikt worden, mits bijkomende
veiligheidsmaatregelen getroffen worden, die voor een
gelijkwaardig veiligheidsniveau zorgen.
Veiligheidsver-
grendeling
A1
A2
Vergrendel-
functie
NL

3. montage

3.1 Algemene montage-instructies

Voor de bevestiging heeft de veiligheidsvergrendeling vier boorgaten.
De bevestigingsopeningen zijn toegankelijk na het afnemen van het
deksel. De veiligheidsvergrendeling mag niet als aanslag gebruikt
worden. De plaats van montage is willekeurig. Het binnendringen
van vuil in de gebruikte openingen moet echter vermeden worden.
De bediensleutel moet soepel en zonder dwang in de behuizing
ingevoerd kunnen worden. Om een correcte schakelfunctie van de
schakelaar S2 te garanderen moet erop worden gelet dat de rol van de
roldraaihefboom altijd op het rechte vlak van de schakellineaal ligt.
Neem ook de opmerkingen van de normen ISO 12100,
ISO 14119 en ISO 14120.
Montage van de bediensleutel
Zie montagehandleiding van de bediensleutel.
De bediensleutels moeten via geschikte maatregelen
(gebruik van eenwegschroeven, lijmen, uitboren van de
schroefkoppen, borgen met pennen) onlosmakelijk aan
de beschermvoorziening bevestigd worden en tegen
verschuiven beveiligd worden.

3.2 Afmetingen

Alle maten in mm.
Bij het monteren moet men ervoor zorgen dat de
veiligheidsvergrendeling ook in geval van een fout niet kan
verschuiven.
130
114
M 20 x 1,5
¤ 6,5
¤ 11
88
Legende
45 mm = contact 13-14 geopend
contact 21-22 gesloten
30 mm = Aanslag
A
= Instelschroef: kogelarrêtering 80 - 400

3.3 Afstelling

In ontgrendelde positie wordt de beschermvoorziening door de
instelbare kogelarrêtering gesloten gehouden. Met behulp van een
zeskantsleutel kan de gewenste houdkracht vergroot (naar rechts
draaien) of verkleind (naar links draaien) worden. De houdkracht moet
altijd zo laag mogelijk gekozen worden.
AZM 415-11/11...14H
8
46,5
A
24,5
< 3mm
5
56
48
M 20 x 1,5
3
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave