DeWALT DXAEPS14 - Handleiding Power Station

Definities: Veiligheidsrichtlijnen

  1. Lees alle instructies voordat u het product gebruikt. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
  2. Dit product of het netsnoer ervan bevat lood, een chemische stof waarvan de staat Californië weet dat deze kanker en geboorteafwijkingen of andere reproductieve schade kan veroorzaken. Was uw handen na gebruik. Ga voor meer informatie naar www.P65Warnings.ca.gov

De onderstaande definities beschrijven het niveau van ernst voor elk signaalwoord. Lees de handleiding en let op deze symbolen.


Geeft een direct gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, zal leiden tot de dood of ernstig letsel.


Geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, zou kunnen leiden tot de dood of ernstig letsel.


Geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan leiden tot licht of matig letsel.

waarschuwing LET OP: Geeft een handeling aan die geen verband houdt met persoonlijk letsel en die, indien niet vermeden, kan leiden tot materiële schade.

ALS U VRAGEN OF OPMERKINGEN HEEFT OVER DIT DEWALT-GEREEDSCHAP, BEL ONS DAN GRATIS OP: 1-888-394-3392.

Power Station
De DXAEPS14 Power Station is een DEWALT power station met een jumpstarter, digitale compressor, dubbele 120V AC-stopcontacten, vier USB-poorten en LED-gebiedsverlichting.

Belangrijke veiligheidsinstructies

Waarschuwing
WANNEER U ELEKTRISCHE APPARATEN GEBRUIKT, DIENT U ALTIJD DE BASISVOORZORGSMAATREGELEN TE VOLGEN, WAARONDER DE VOLGENDE:

  1. Bewaar deze instructies.
  2. Neem alle waarschuwingen in acht.
  3. Volg alle instructies.
  4. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik dit apparaat niet op vochtige of natte locaties, of in de regen of sneeuw.
  5. Reinig uitsluitend met een droge doek.
  6. De jumpstarter en de meegeleverde oplaadadapter zijn geen speelgoed en mogen niet als speelgoed worden gebruikt. Om het risico op letsel te verminderen, is nauwlettend toezicht noodzakelijk wanneer deze apparaten in de buurt van kinderen worden gebruikt.
  7. Binnen opslaan. Wanneer het apparaat niet in gebruik is, dient het binnenshuis te worden opgeslagen op een droge en hoge of afgesloten plaats – buiten het bereik van kinderen.
  8. Blijf alert. Gebruik uw gezond verstand. Gebruik deze apparatuur niet als u moe of verminderd bent.
  9. Gebruik uitsluitend hulpstukken/accessoires die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Het gebruik van accessoires of hulpstukken die niet worden aanbevolen voor gebruik met dit apparaat, kan leiden tot brand, elektrische schokken of letsel aan personen.
  10. Gebruik alleen op een vlakke, horizontale ondergrond. Als er een kar wordt gebruikt, wees dan voorzichtig bij het verplaatsen van de combinatie van kar en apparaat om letsel door omvallen te voorkomen.
  11. Om het risico op elektrische schokken te verminderen, dient u het apparaat los te koppelen van elke stroombron voordat u onderhoud pleegt of het reinigt. Het uitschakelen van de bedieningselementen zonder los te koppelen, vermindert dit risico niet.
  12. C controleer op beschadigde onderdelen. Elk onderdeel dat beschadigd is, dient naar behoren te worden gerepareerd of vervangen door de fabrikant, tenzij anders aangegeven in deze handleiding, voordat het verder wordt gebruikt. Onderhoud is vereist wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, zoals een beschadigd netsnoer of stekker, er vloeistof is gemorst of er voorwerpen in het apparaat zijn gevallen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet normaal werkt of is gevallen. Gebruik de lader niet als deze een harde klap heeft gekregen, is gevallen of anderszins is beschadigd. Neem contact op met de fabrikant op 1-888-394-3392 voor meer informatie.
  13. Gebruik geen apparaat dat beschadigd of aangepast is. Beschadigde of aangepaste batterijen kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosie of risico op letsel.
  14. Demonteer het apparaat niet, er bevinden zich geen onderdelen in die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Een onjuiste herassemblage kan leiden tot brand of elektrische schokken.
  15. Dit apparaat is bedoeld om in een rechtopstaande positie te worden gebruikt. Het apparaat MOET tijdens gebruik rechtop worden gehouden.
  16. H et apparaat mag niet worden blootgesteld aan druppels of spatten en er mogen geen met vloeistoffen gevulde voorwerpen op het apparaat worden geplaatst.
  17. G ebruik dit apparaat niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of in gasvormige of explosieve omgevingen. Motoren in deze gereedschappen produceren normaal gesproken vonken, en de vonken kunnen dampen ontsteken.
  18. D it apparaat bevat onderdelen (schakelaars, relais, enz.) die vonken of lichtbogen produceren. Daarom MOET het apparaat, indien gebruikt in een garage of afgesloten ruimte, op minimaal 45 cm boven de vloer worden geplaatst.
  19. Laad de batterij niet te veel op – raadpleeg het betreffende hoofdstuk van deze handleiding.

LEES ALLE INSTRUCTIES
Specifieke veiligheidsinstructies voor het opladen van dit apparaat

  • Misbruik het snoer niet. Bescherm het verlengsnoer tegen betreden of beknelling, vooral bij stekkers, stopcontacten en het punt waar het op het apparaat is aangesloten. Draag het apparaat nooit aan het snoer en trek er niet aan om het los te koppelen van het stopcontact. Trek aan de stekker en niet aan het snoer wanneer u het apparaat loskoppelt.
  • Aardlekschakelaar (GFCI) bescherming dient te worden geboden op de te gebruiken circuits of stopcontacten. Er zijn stopcontacten beschikbaar met ingebouwde GFCI-bescherming die voor deze veiligheidsmaatregel kunnen worden gebruikt.
  • Belangrijke informatie
    Dit apparaat wordt geleverd in een gedeeltelijk opgeladen toestand. Laad het apparaat volledig op met een verlengsnoer voor huishoudelijk gebruik gedurende 40 uur of totdat het batterijstatuspictogram 4 volle balken weergeeft voordat u het voor de eerste keer gebruikt. U kunt het apparaat niet te veel opladen met de AC-oplaadmethode.
  • Gebruik voor het opladen van dit apparaat uitsluitend de meegeleverde AC-oplaadadapter. Sluit eerst de oplaadadapter aan op het apparaat en steek de stekker vervolgens in de oplaadbron.
  • Alle functies moeten worden uitgeschakeld wanneer het apparaat wordt opgeladen of niet in gebruik is. Zorg ervoor dat alle functies zijn uitgeschakeld voordat u het op een stroombron of belasting aansluit.
  • Plaats het snoer van de oplaadadapter zo dat het niet verstrikt raakt of een veiligheidsrisico vormt. Houd het snoer van de oplaadadapter uit de buurt van scherpe randen.
  • Plet, snij, trek of stel de snoeren van de oplaadadapter niet bloot aan extreme hitte.
  • Uitsluitend gebruiken op een droge locatie.
  • Probeer het apparaat niet op te laden als de oplaadadapter beschadigd is – stuur de oplaadadapter terug naar de fabrikant voor reparatie of vervanging.
  • Koppel na het opladen/herladen de oplaadadapter los en wacht 5 minuten voor gebruik.
  • Laad het apparaat alleen op in een goed geventileerde ruimte.

Let op
Om het risico op letsel of schade aan eigendommen te verminderen:
Trek aan de stekker en niet aan het snoer wanneer u de oplaadadapter loskoppelt.

Verlengsnoeren

Waarschuwing
Het gebruik van een onjuist verlengsnoer kan leiden tot brand en elektrische schokken en maakt de garantie ongeldig. Zorg ervoor dat uw verlengsnoer in goede staat is. Wanneer u een verlengsnoer gebruikt, zorg er dan voor dat u er een gebruikt die zwaar genoeg is om de stroom te transporteren die uw product zal verbruiken. Een te klein snoer veroorzaakt een spanningsval in de leiding, wat resulteert in vermogensverlies en oververhitting. De volgende tabel toont de juiste maat die u moet gebruiken, afhankelijk van de snoerlengte en de ampèrewaarde op het typeplaatje. Gebruik bij twijfel de volgende zwaardere maat. Hoe kleiner het maatnummer, hoe zwaarder het snoer.
Verlengsnoeren

Wanneer een verlengsnoer wordt gebruikt, zorg er dan voor dat:

  • de pinnen van het verlengsnoer hetzelfde aantal, dezelfde grootte en vorm hebben als die in de oplader,
  • het verlengsnoer correct is aangesloten en in goede elektrische staat verkeert, en
  • de draaddikte groot genoeg is voor de AC-waarde van de oplader.

Verlengsnoeren voor gebruik buitenshuis: Wanneer het apparaat buitenshuis wordt opgeladen, gebruik dan alleen verlengsnoeren die bedoeld zijn voor gebruik buitenshuis en als zodanig zijn gemarkeerd.

Specifieke veiligheidsinstructies voor jumpstarters

Brandgevaar
Gebruik de unit niet voor het opladen van droge celbatterijen die vaak worden gebruikt in huishoudelijke apparaten. Deze batterijen kunnen barsten en letsel aan personen en schade aan eigendommen veroorzaken. Gebruik de unit alleen voor het opladen/boosten van een loodzuurbatterij. Het is niet bedoeld om stroom te leveren aan een laagspannings elektrisch systeem anders dan in een startmotor toepassing.

Waarschuwing
Om het risico op elektrische schokken te verminderen, dompel deze unit nooit onder in water of een andere vloeistof, en gebruik hem niet wanneer hij nat is.

Waarschuwing
Risico op explosieve gassen:

  • Werken in de buurt van een loodzuuraccu is gevaarlijk. Batterijen produceren explosieve gassen tijdens normaal batterijgebruik. Daarom is het van het grootste belang dat u, telkens voordat u de jumpstarter gebruikt, deze handleiding leest en de instructies exact opvolgt.
  • Om het risico op een batterij-explosie te verminderen, volgt u deze instructies en de instructies die zijn gepubliceerd door de batterijfabrikant en de fabrikant van alle apparatuur die u in de buurt van de batterij wilt gebruiken. Neem de waarschuwingsmarkeringen op deze producten en op de motor door.

Waarschuwing
Risico op ernstig letsel of schade aan eigendommen:

  • Laat rode en zwarte klemmen nooit elkaar of een andere gemeenschappelijke metalen geleider raken - dit kan schade aan de unit veroorzaken en/of een vonk-/explosiegevaar creëren.

Waarschuwing
Om het risico op brand te verminderen:

  • Niet gebruiken in de buurt van ontvlambare materialen, dampen, stof of gassen.
  • Niet blootstellen aan extreme hitte of vlammen.

Let op
Om het risico op letsel of schade aan eigendommen te verminderen:

  • PROBEER NOOIT EEN BEVROREN BATTERIJ TE STARTEN OF OP TE LADEN.
  • Voertuigen met ingebouwde computersystemen kunnen beschadigd raken als de voertuigbatterij wordt gestart. Lees vóór het starten de handleiding van het voertuig om te controleren of externe starthulp geschikt is.
  • Startprocedures mogen alleen worden uitgevoerd in een veilige, droge, goed geventileerde ruimte.
  • Berg de batterijklemmen altijd goed op wanneer ze niet in gebruik zijn.
  • Wanneer u deze unit in de buurt van de batterij en motor van het voertuig gebruikt, zet de unit dan op een vlakke, stabiele ondergrond en zorg ervoor dat u alle klemmen, snoeren, kleding en lichaamsdelen uit de buurt van bewegende voertuigonderdelen houdt.
  • Zorg ervoor dat u de klemmen met de juiste polariteit aansluit. Schade veroorzaakt door onjuiste aansluiting valt niet onder de garantie.
  • Stel de batterij niet bloot aan vuur of intense hitte, aangezien deze kan exploderen. Voordat u de batterij weggooit, beschermt u de blootliggende aansluitingen met heavy-duty isolatietape om kortsluiting te voorkomen (kortsluiting kan leiden tot letsel of brand).
  • Plaats deze unit zo ver mogelijk van de batterij als de kabels toelaten.
  • Laat nooit batterijzuur in contact komen met deze unit.
  • Gebruik deze unit niet in een afgesloten ruimte en beperk de ventilatie op geen enkele manier.
  • Dit systeem is ontworpen om alleen te worden gebruikt op voertuigen met een 12 volt DC-batterijsysteem. Sluit niet aan op een 6 volt of 24 volt batterijsysteem.
  • Dit systeem is niet ontworpen om te worden gebruikt als vervanging voor een voertuigbatterij. Probeer geen voertuig te bedienen zonder dat er een batterij is geïnstalleerd.
  • Overmatig starten van de motor kan de startmotor van een voertuig beschadigen. Als de motor na het aanbevolen aantal pogingen niet start, stop dan met de startprocedure en zoek naar andere problemen die mogelijk moeten worden verholpen.
  • Gebruik deze jumpstarter niet op een vaartuig. Het is niet gekwalificeerd voor maritieme toepassingen.
  • Hoewel deze unit een niet-morsbestendige batterij bevat, wordt aanbevolen om de unit rechtop te houden tijdens opslag en opladen. Om mogelijke schade te voorkomen die de levensduur van de unit kan verkorten, beschermt u deze tegen direct zonlicht, directe hitte en/of vocht.

Specifieke veiligheidsinstructies voor compressoren

Waarschuwing
Burstgevaar: Barstende artikelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.

  • Volg zorgvuldig de instructies op de op te blazen artikelen.
  • Overschrijd nooit de aanbevolen druk die wordt vermeld in de instructies op de op te blazen artikelen. Als er geen druk wordt gegeven, neem dan contact op met de fabrikant van het artikel voordat u het opblaast.
  • Controleer altijd de druk op het LCD-scherm.

Let op
Om het risico op schade aan eigendommen te verminderen:

  • Laat de compressor nooit onbeheerd achter tijdens gebruik.
  • Gebruik de compressor niet langer dan 10 minuten continu. Dit kan de compressor beschadigen. Volg de instructies in het gedeelte "Draagbare compressor".

Specifieke veiligheidsinstructies voor omvormers

Waarschuwing
Om het risico op elektrische schokken te verminderen:

  • Sluit niet aan op AC-distributiebedrading.
  • Maak geen elektrische verbindingen of ontkoppelingen in gebieden die zijn aangewezen als ONTSTEKINGSBESCHERMD. Deze omvormer is NIET goedgekeurd voor ontstekingsbeschermde gebieden.
  • Dompel de unit nooit onder in water of een andere vloeistof, en gebruik hem niet wanneer hij nat is.

Waarschuwing
Om het risico op brand te verminderen:

  • Niet gebruiken in de buurt van ontvlambare materialen, dampen, stof of gassen.
  • Niet blootstellen aan extreme hitte of vlammen.

Let op
Om het risico op letsel of schade aan eigendommen te verminderen:

  • Steek geen vreemde voorwerpen in de stopcontacten van de omvormer.
  • Bevestig geen AC-stopcontacten of verlengsnoeren met meerdere stopcontacten, en sluit niet meer dan één elektrisch apparaat aan op elk stopcontact van de omvormer.
  • Koppel alle stekkers van apparaten los van de stopcontacten van de omvormer voordat u reparaties aan het apparaat uitvoert.
  • Neem alle veiligheidsinstructies in acht in het gedeelte "Specifieke veiligheidsinstructies voor stroomkabels" van deze handleiding bij het gebruik van de stopcontacten van de omvormer. Wanneer een apparaat dat op deze unit is aangesloten buitenshuis wordt gebruikt, gebruik dan alleen verlengsnoeren die bedoeld zijn voor gebruik buitenshuis en zijn gemarkeerd.
  • Probeer de omvormer niet aan te sluiten terwijl u uw voertuig bestuurt. Niet opletten op de weg kan leiden tot een ernstig ongeluk.
  • Gebruik de omvormer altijd in een ruimte met voldoende ventilatie.
  • Schakel de omvormer altijd uit wanneer deze niet in gebruik is.
  • Houd er rekening mee dat deze omvormer geen apparaten met een hoog wattage of apparatuur die warmte produceert, zoals haardrogers, magnetrons en broodroosters, zal laten werken.
  • Gebruik deze omvormer niet met medische apparaten. Het is niet getest voor medische toepassingen.
  • Gebruik deze omvormer alleen zoals beschreven in deze handleiding.

Let op
Oplaadbare apparaten

  • Sommige oplaadbare apparaten zijn ontworpen om te worden opgeladen door ze rechtstreeks in een AC-stopcontact te steken. Deze apparaten kunnen de omvormer of het oplaadcircuit beschadigen.
  • Wanneer u een oplaadbaar apparaat gebruikt, controleer dan de temperatuur gedurende de eerste tien minuten van gebruik om te bepalen of het overmatige hitte produceert.
  • Als er overmatige hitte wordt geproduceerd, geeft dit aan dat het apparaat niet met deze omvormer mag worden gebruikt.
  • Dit probleem doet zich niet voor bij de meeste batterijgevoede apparatuur. De meeste van deze apparaten gebruiken een aparte oplader of transformator die in een AC-stopcontact wordt gestoken.
  • De omvormer kan de meeste opladers en transformatoren laten werken.
  • Belangrijke informatie
    Sommige laptopcomputers werken mogelijk niet met deze omvormer.

Specifieke veiligheidsinstructies voor USB-poorten

  • Steek geen vreemde voorwerpen in de USB Ports.
  • Sluit geen USB-hubs of meer dan één persoonlijk elektronisch apparaat aan op elke USB Port.
  • Gebruik deze unit niet om apparaten te bedienen die in totaal meer dan 6,2 ampère nodig hebben om te werken vanaf de USB Ports.

Eerste hulp

PERSOONLIJKE VEILIGHEID:

  • Zorg er bij het werken met loodzuuraccu's altijd voor dat er onmiddellijk hulp beschikbaar is in geval van een ongeluk of noodgeval.
  • Zorg dat er voldoende vers water en zeep in de buurt is voor het geval dat accuzuur in contact komt met de huid.
  • Rook nooit en laat geen vonken of vlammen in de buurt van de voertuigaccu, motor of het energieverdeelstation komen.
  • Blijf uit de buurt van ventilatorbladen, riemen, katrollen en andere onderdelen die letsel kunnen veroorzaken.
  • Verwijder persoonlijke metalen voorwerpen, zoals ringen, armbanden, halskettingen en horloges, wanneer u met een loodzuuraccu werkt. Een loodzuuraccu kan een kortsluitstroom produceren die hoog genoeg is om een ring of een soortgelijk metalen voorwerp aan de huid te lassen, wat een ernstige brandwond kan veroorzaken.
  • Draag geen vinyl kleding bij het starten met startkabels. Wrijving kan gevaarlijke statisch-elektrische vonken veroorzaken.
  • Draag geen losse kleding of sieraden. Deze kunnen vast komen te zitten in bewegende onderdelen. Rubberen handschoenen en stevig, slipvast schoeisel worden aanbevolen bij het werken in de open lucht. Draag een beschermende haarnet om lang haar in bedwang te houden.
  • waarschuwing Wees extra voorzichtig om te voorkomen dat u een metalen gereedschap op de accu laat vallen. Dit kan vonken veroorzaken of de accu of een ander elektrisch onderdeel kortsluiten, waardoor een explosie kan ontstaan.

  • Accuvloeistof is een verdund zwavelzuur en kan persoonlijk letsel of schade aan eigendommen veroorzaken. Volg de onderstaande instructies in geval van contact met de huid of ogen.
  • Huid: Als accuzuur in contact komt met de huid, onmiddellijk spoelen met water en vervolgens grondig wassen met water en zeep. Raadpleeg onmiddellijk een arts als er roodheid, pijn of irritatie optreedt.
  • Ogen: Als accuzuur in contact komt met de ogen, de ogen onmiddellijk spoelen, gedurende minimaal 15 minuten, en onmiddellijk medische hulp inroepen. Vermijd het aanraken van de ogen tijdens het werken met een accu. Er kunnen zuur, zuurdeeltjes of corrosie in de ogen komen.
  • Draag altijd een veiligheidsbril wanneer u dit product gebruikt: contact met accuzuur kan blindheid en/of ernstige brandwonden veroorzaken. Wees op de hoogte van de eerstehulpmaatregelen in geval van onbedoeld contact met accuzuur.
  • LCD Liquid Crystal Display: Als vloeibaar kristal in contact komt met uw huid: Was het gebied volledig af met veel water. Verwijder vervuilde kleding. Als er vloeibaar kristal in uw oog komt: Spoel het betreffende oog met schoon water en zoek vervolgens medische hulp. Als vloeibaar kristal wordt ingeslikt: Spoel uw mond grondig met water. Drink grote hoeveelheden water en wek braken op. Zoek vervolgens medische hulp.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES VOOR TOEKUNSTIG GEBRUIK

Bedieningspaneel

Bedieningspaneel
Afb. 1

  1. LCD-scherm met achtergrondverlichting
  2. Aan/uit-knop compressor
  3. Knop voor het verlagen van de compressordruk ( )
  4. Knop voor het verhogen van de compressordruk ( )
  5. Aan/uit-knop gebiedsverlichting
  6. Aan/uit-knop USB
  7. Alternator-controleknop
  8. Aan/uit-knop AC

Componenten

Componenten - Deel 1
Afb. 2

  1. Luchtslang en Sure Fit ® mondstuk op slanghouder
  2. Kabelhouder startkabels
  3. Handgreep
  4. Bedieningspaneel (zie afb. 1)
  5. Lipjes accuklemmen en accuklemmen
  6. USB-poorten (met USB stroom-/storingsindicatoren)
  7. Dubbele 120 volt AC-stopcontacten

Componenten - Deel 2

  1. 120V AC-oplaadpoort (onder beschermkap)
  2. LED-gebiedsverlichting (twee rijen van twee LED's)
  3. 12 volt AC-oplaadadapter

Accuklemmen opgeslagen op/verwijderd van lipjes accuklemmen

Accuklemmen opgeslagen op
Afb. 3
waarschuwing OPMERKING: Klemmen kunnen omlaag worden gedraaid voor eenvoudig opbergen.

LCD-schermdetails

LCD-schermdetails
Afb. 4

Overzicht

GEBRUIKELIJKE HANDELINGEN EN UNITREACTIES De volgende handelingen schakelen de unit in en activeren het LCD-scherm:

Druk op de aan/uit-knop voor de LED-gebiedsverlichting . (Raadpleeg de sectie "LED-gebiedsverlichting".) Er klinkt een pieptoon en de gebiedsverlichting wordt ingeschakeld. De achtergrondverlichting wordt 10 seconden ingeschakeld (alleen). Het LCD-scherm blijft het batterijstatuspictogram en de batterijspanningsindicator weergeven. De unit blijft ingeschakeld totdat de aan/uit-knop voor de LED-gebiedsverlichting opnieuw wordt ingedrukt om deze uit te schakelen.
Druk op de alternator-controleknop . (Raadpleeg de sectie "Alternatorcontrole".) Er klinkt een pieptoon en het LCD-scherm met achtergrondverlichting geeft het batterijstatuspictogram weer en het alternatorpictogram knippert. De unit blijft ingeschakeld totdat de alternator-controleknop opnieuw wordt ingedrukt om deze uit te schakelen.
Druk op de aan/uit-knop AC. (Raadpleeg de sectie "120V AC-stopcontacten".) Er klinkt een pieptoon en het LCD-scherm met achtergrondverlichting geeft het batterijstatuspictogram weer; en het digitale display toont "AC", wat aangeeft dat de dubbele AC-stopcontacten klaar zijn voor gebruik. De unit blijft ingeschakeld totdat de aan/uit-knop AC opnieuw wordt ingedrukt om deze uit te schakelen.
Druk op de aan/uit-knop USB . (Raadpleeg de sectie "USB-poorten".) Er klinkt een pieptoon en de achtergrondverlichting wordt 10 seconden ingeschakeld (alleen). Het LCD-scherm geeft het batterijstatuspictogram, de batterijspanningsindicator en het USB-pictogram weer; en de USB-stroom-/storingsindicatoren lichten continu blauw op, wat aangeeft dat de vier USB-poorten actief zijn. De unit blijft ingeschakeld totdat de aan/uit-knop USB opnieuw wordt ingedrukt om deze uit te schakelen.
Druk op de aan/uit-knop compressor . (Raadpleeg de sectie "Draagbare compressor".) Er klinkt een pieptoon en het LCD-scherm met achtergrondverlichting geeft het batterijstatuspictogram, "XXX" PSI en het compressor-pictogram weer. Als er na 1 minuut geen verdere acties worden ondernomen, geeft de unit het batterijstatuspictogram en de batterijspanningsindicator 10 seconden weer voordat deze automatisch wordt uitgeschakeld.
Wanneer de klemmen correct zijn aangesloten op een accu (raadpleeg de sectie "Startbooster")... ... klinkt er een pieptoon en geeft het LCD-scherm met achtergrondverlichting het batterijstatuspictogram, de batterijspanningsindicator, de klempictogrammen en de "+" en "–"-tekens weer, evenals het knipperende startbooster-pictogram. De unit blijft ingeschakeld totdat de klemmen zijn losgekoppeld van de accu.
Als de rode en zwarte klemmen elkaar raken (raadpleeg de sectie "Startbooster")... ... geeft het LCD-scherm met achtergrondverlichting het batterijstatuspictogram en de batterijspanningsindicator weer. De klempictogrammen, de "+" en "–"-tekens en het alarmpictogram knipperen. De unit geeft elke tien seconden continu een waarschuwing van twee seconden totdat de klemmen zijn gescheiden.
Als de klemaansluitingen op de positieve en negatieve polen van de accu omgekeerd zijn (raadpleeg de sectie "Startbooster")... ... geeft het LCD-scherm met achtergrondverlichting het batterijstatuspictogram, de batterijspanningsindicator en de klempictogrammen weer. Het alarmpictogram, de "+" en "–"-tekens en de pictogrammen voor omgekeerde polariteit knipperen en de unit geeft continu een waarschuwing totdat de klemmen zijn losgekoppeld van de accu.
Wanneer de unit wordt opgeladen of herladen met behulp van de meegeleverde oplaadadapter (raadpleeg de sectie "Opladen/herladen")... ... wordt de achtergrondverlichting 10 seconden ingeschakeld (alleen). Het LCD-scherm blijft het batterijstatuspictogram en de batterijspanningsindicator weergeven. De balken op het batterijstatuspictogram veranderen herhaaldelijk van leeg naar vol (van onder naar boven).

waarschuwing OPMERKING: de unit wordt automatisch uitgeschakeld zodra ALLE functies en het oplaadproces zijn uitgeschakeld.

Batterijstatus bekijken

Het batterijstatuspictogram en de batterijspanningsindicator geven het laadniveau van de batterij als volgt aan.

  • Als het laadniveau van de batterij op volle capaciteit is, worden er vier volle balken weergegeven.
  • Als de batterij gedeeltelijk is opgeladen, worden er twee of drie volle balken weergegeven.
  • Als de batterij bijna leeg is, wordt er één volle balk weergegeven. De unit moet op dit moment worden opgeladen.
  • Als de batterij volledig leeg is, worden er vier lege balken weergegeven. De unit MOET op dit moment worden opgeladen, anders wordt de ingebouwde lage spanningsbeveiliging van de unit geactiveerd. Het lege batterijstatuspictogram knippert korte tijd voordat de unit automatisch wordt uitgeschakeld. De unit werkt niet totdat de batterij is opgeladen.

Opladen/herladen

Loodzuuraccu's vereisen routineonderhoud om een ​​volledige lading en een lange levensduur van de batterij te garanderen. Alle batterijen verliezen in de loop van de tijd energie door zelfontlading, en sneller bij hogere temperaturen. Daarom moeten batterijen periodiek worden opgeladen om de energie te vervangen die verloren is gegaan door zelfontlading. Wanneer de unit niet frequent wordt gebruikt, raadt de fabrikant aan de batterij minstens elke 30 dagen en na elk gebruik op te laden.

waarschuwing Belangrijke opmerkingen over het opladen

  1. Deze unit wordt geleverd in een gedeeltelijk opgeladen toestand - u moet deze volledig opladen voordat u hem voor de eerste keer gebruikt. De eerste AC-lading moet 40 uur duren of totdat het batterijstatuspictogram 4 volle balken toont.
  2. Het opladen van de batterij na elk gebruik verlengt de levensduur van de batterij; frequente zware ontladingen tussen het opladen en/of overlading verkorten de levensduur van de batterij.
  3. Zorg ervoor dat alle andere unitfuncties zijn uitgeschakeld tijdens het opladen, omdat dit het oplaadproces kan vertragen.


Risico op materiële schade: Als de batterij niet opgeladen blijft, veroorzaakt dit blijvende schade en leidt dit tot slechte startprestaties.


Als u weet dat de unit is ontladen, maar het batterijpictogram vier volle balken weergeeft alsof de unit volledig is opgeladen wanneer deze is aangesloten op een oplaadbron, kan dit te wijten zijn aan het feit dat de interne batterij een hoge impedantie heeft. De fabrikant raadt aan om de unit voor gebruik gedurende 40 uur op te laden met behulp van de meegeleverde AC-oplader.

Opladen/herladen met behulp van de meegeleverde oplaadadapter

  1. Til de beschermkap van de 12V DC-oplaadpoort aan de achterkant van de unit op (raadpleeg afb. 2 om deze te vinden). Steek de cilindrische connector van de AC-oplaadadapter in de DC-oplaadpoort. Steek het stekkeruiteinde in een (van stroom voorzien) standaard Noord-Amerikaans 120 volt 60Hz-stopcontact.
    Wanneer de unit correct is aangesloten op een AC-stroombron, geeft het LCD-scherm het volgende weer:

    De balken op het batterijstatuspictogram vertegenwoordigen het laadniveau van de interne batterij van de unit. De balken op het batterijstatuspictogram veranderen herhaaldelijk van leeg naar vol (van onder naar boven) om aan te geven dat de unit wordt opgeladen. De achtergrondverlichting wordt 10 seconden ingeschakeld (alleen).
  2. Laad ongeveer 40 uur op of totdat het batterijstatuspictogram 4 volle balken toont.
  3. Wanneer het opladen is voltooid, koppelt u de AC-oplaadadapter los - haal eerst de adapter uit de AC-stroombron en koppel vervolgens de cilindrische connector los van de unit.

Jumpstarter

  1. Voor systemen met negatieve aarding (meest voorkomend): sluit de positieve (rode) klem aan op de positieve niet-geaarde accupool en de negatieve (zwarte) klem op het chassis of motorblok van het voertuig, uit de buurt van de accu. Sluit de klem niet aan op de carburateur, brandstofleidingen of plaatwerkonderdelen. Sluit aan op een zwaar metalen onderdeel van het frame of motorblok.
  2. Voor systemen met positieve aarding: sluit de negatieve (zwarte) klem aan op de negatieve niet-geaarde accupool en de positieve (rode) klem op het chassis of motorblok van het voertuig, uit de buurt van de accu. Sluit de klem niet aan op de carburateur, brandstofleidingen of plaatwerkonderdelen. Sluit aan op een zwaar metalen onderdeel van het frame of motorblok.

Belangrijke informatie
Alle functies moeten uitgeschakeld zijn, met uitzondering van de gebiedsverlichting, bij het starten met jumpkabels. Het apparaat is alleen bedoeld voor gebruik in de rechtopstaande positie. Het apparaat moet tijdens gebruik rechtop worden gehouden. Zie de afbeelding rechts voor de juiste oriëntatie.

Waarschuwing
Om het risico op ernstig letsel of materiële schade te verminderen:

  • Volg alle veiligheidsinstructies in het gedeelte "Specifieke veiligheidsinstructies voor jumpstarters" van deze handleiding.
  • Als de klemmen onjuist zijn aangesloten met betrekking tot de polariteit, geeft het apparaat een continu alarm totdat de klemmen zijn losgekoppeld. Het LCD-scherm met achtergrondverlichting toont het batterijstatuspictogram, de batterijspanningsindicator en de klemmenpictogrammen. De "+" en "-" tekens boven de klemmenpictogrammen, de pijlpictogrammen en het alarmpictogram knipperen. Het LCD-scherm met achtergrondverlichting toont het volgende:

    Koppel de klemmen los en sluit ze opnieuw aan op de batterij met de juiste polariteit.
  • Raak de rode en zwarte klemmen nooit aan elkaar aan. Dit kan gevaarlijke vonken, vlambogen en/of een explosie veroorzaken.
    Als de rode en zwarte klemmen elkaar raken, geeft het apparaat elke tien seconden een continu alarm van twee seconden totdat de klemmen zijn gescheiden. Het LCD-scherm met achtergrondverlichting toont het volgende:

    Het batterijstatuspictogram en de batterijspanningsindicator branden continu. Het alarmpictogram, de klemmenpictogrammen en de "+" en "-" tekens knipperen.
    Scheid de klemmen onmiddellijk en zorg ervoor dat ze elkaar niet meer raken.
  • Als het apparaat oververhit raakt tijdens het starten met jumpkabels, wordt de thermische beveiliging geactiveerd en toont het LCD-scherm met achtergrondverlichting het volgende:

    Het batterijstatuspictogram en de batterijspanningsindicator branden continu. Het alarmpictogram en het jumpstarterpictogram knipperen. Laat het apparaat 10-30 minuten afkoelen voor gebruik.
  • Koppel altijd eerst de negatieve (zwarte) jumpkabel los, gevolgd door de positieve (rode) jumpkabel, behalve bij systemen met positieve aarding.

PROCEDURE

Neem de volgende stappen en neem alle voorzorgsmaatregelen en waarschuwingen in acht in het gedeelte "Belangrijke veiligheidsinstructies" aan het begin van deze handleiding.

  1. Schakel de ontsteking van het voertuig en alle accessoires uit (radio, airconditioning, verlichting, aangesloten opladers voor mobiele telefoons, enz.). Zet het voertuig in de "parkeerstand" en trek de handrem aan.
  2. Verwijder de jumpklemmen van de klemmenlipjes. Sluit eerst de rode klem aan en vervolgens de zwarte klem.
  3. Procedure voor het starten met jumpkabels van een NEGATIEF GEAARD SYSTEEM (negatieve accupool is aangesloten op het chassis) (MEEST VOORKOMEND)
    1. Sluit de positieve (+) rode klem aan op de positieve pool van de voertuigaccu.
    2. Sluit de negatieve (-) zwarte klem aan op het chassis of een stevig, niet-bewegend, metalen onderdeel van het voertuig of carrosserie. Klem nooit rechtstreeks op de negatieve accupool of een bewegend onderdeel. Raadpleeg de handleiding van de auto.
  4. Procedure voor het starten met jumpkabels van POSITIEVE GEAARDE SYSTEMEN
    waarschuwing OPMERKING: In het zeldzame geval dat het te starten voertuig een positief geaard systeem heeft (positieve accupool is aangesloten op het chassis), vervangt u de stappen 3a en 3b hierboven door de stappen 4a en 4b en gaat u vervolgens verder met stap 5.
    1. Sluit de negatieve (-) zwarte klem aan op de negatieve pool van de voertuigaccu.
    2. Sluit de positieve (+) rode klem aan op het chassis van het voertuig of een stevig, niet-bewegend, metalen onderdeel van het voertuig of de carrosserie. Klem nooit rechtstreeks op de positieve accupool of een bewegend onderdeel. Raadpleeg de handleiding van de auto.
  5. Wanneer de klemmen correct zijn aangesloten, toont het LCD-scherm met achtergrondverlichting het volgende om aan te geven dat het apparaat klaar is om te starten met jumpkabels:

    Het batterijstatuspictogram, de batterijspanningsindicator, de klemmenpictogrammen en de "+" en "-" tekens branden continu. Het jumpstarterpictogram knippert om aan te geven dat de klemmen correct zijn aangesloten.
  6. Draai de contactsleutel om en start de motor in stoten van 5-6 seconden totdat de motor start. Het LCD-scherm met achtergrondverlichting toont het volgende:

    Het batterijstatuspictogram, de batterijspanningsindicator, de klemmenpictogrammen en de "+" en "-" tekens branden continu om aan te geven dat het apparaat de auto start met jumpkabels. Het jumpstarterpictogram knippert. Het jumpstarterpictogram brandt continu als het voertuig is gestart.
  7. Koppel eerst de negatieve (-) motor- of chassis-klem los en koppel vervolgens de positieve (+) accuklem los.

waarschuwing OPMERKING: Als het apparaat niet goed functioneert na het starten met jumpkabels, laadt u het apparaat op met de meegeleverde AC-oplader om het apparaat te resetten.

Belangrijke informatie
Schakel het apparaat altijd uit wanneer het niet in gebruik is. Laad dit apparaat na elk gebruik volledig op.

Let op
Om het risico op materiële schade te verminderen:

  • Voertuigen met ingebouwde geautomatiseerde systemen kunnen beschadigd raken als de voertuigaccu wordt gestart met jumpkabels. Lees, voordat u dit type voertuig start met jumpkabels, de voertuighandleiding om te controleren of externe starthulp wordt aangeraden.
  • Overmatig starten van de motor kan de startmotor van het voertuig beschadigen. Als de motor na het aanbevolen aantal pogingen niet start, stop dan met de procedure voor het starten met jumpkabels en zoek naar andere problemen die moeten worden verholpen.
  • Als het voertuig niet start, schakel dan de ontsteking uit, koppel de kabels van het jumpstartsysteem los en neem contact op met een gekwalificeerde technicus om te onderzoeken waarom de motor niet startte.

Alternatorcontrole

Stel het apparaat in, sluit de accuklemmen aan en sluit aan op de accu volgens de stappen 1 tot en met 5 onder "Procedure" in het gedeelte "Jumpstarter".

waarschuwing Belangrijke opmerkingen over de alternatorcontrolefunctie

  1. Het apparaat kan detecteren dat de alternator buiten het normale spanningsbereik ligt, omdat iemand een aantal accessoirebelastingen aan het laadsysteem heeft toegevoegd, waardoor de stroomvraag van de alternator is toegenomen. ZORG ERVOOR DAT DE ALTERNATOR IS BEREKEND OP DE TOEPASSING.
  2. Deze controle is mogelijk niet nauwkeurig voor elk merk, fabrikant en model voertuig. Controleer alleen 12 volt-systemen.

DEEL 1

Geen belasting (schakel alle accessoires van het voertuig UIT): De voertuigaccu moet volledig zijn opgeladen voordat de alternator wordt getest. Laat de motor lang genoeg draaien om een normaal stationair toerental te bereiken en controleer of er een nullastspanning is.

  1. Druk op de Alternator Check Button (Alternatorcontroleknop) om de controle te starten. Het LCD-scherm met achtergrondverlichting toont het volgende om aan te geven dat het apparaat de alternator analyseert:

    Het batterijstatuspictogram brandt continu en het alternatorpictogram knippert.
  2. Als het apparaat detecteert dat de alternator goed is, toont het LCD-scherm met achtergrondverlichting het volgende:

    Het batterijstatuspictogram, het alternatorpictogram en "ALT GOOD" branden continu.
  3. Als het apparaat detecteert dat de alternator buiten het normale spanningsbereik ligt, toont het LCD-scherm met achtergrondverlichting het volgende:

    Het batterijstatuspictogram, het alternatorpictogram en "ALT" branden continu. Het foutpictogram knippert.
  4. Druk nogmaals op de Alternator Check Button (Alternatorcontroleknop) om de test te stoppen en het apparaat uit te schakelen.

DEEL 2

Onder belasting (accessoires AAN): Belast vervolgens de alternator door zoveel mogelijk accessoires in te schakelen (behalve airconditioning en ontdooier).

  1. Druk op de Alternator Check Button (Alternatorcontroleknop) om de controle te starten. Het LCD-scherm met achtergrondverlichting toont het volgende om aan te geven dat het apparaat de alternator analyseert:

    Het batterijstatuspictogram brandt continu en het alternatorpictogram knippert.
  2. Als het apparaat detecteert dat de alternator goed is, toont het LCD-scherm met achtergrondverlichting het volgende:

    Het batterijstatuspictogram, het alternatorpictogram en "ALT GOOD" branden continu.
  3. Als het apparaat detecteert dat de alternator buiten het normale spanningsbereik ligt, toont het LCD-scherm met achtergrondverlichting het volgende:

    Het batterijstatuspictogram, het alternatorpictogram en "ALT" branden continu. Het foutpictogram knippert.
  4. Druk nogmaals op de Alternator Check Button (Alternatorcontroleknop) om de test te stoppen en het apparaat uit te schakelen.

Belangrijke informatie
Schakel het apparaat altijd uit wanneer het niet in gebruik is. Laad dit apparaat na elk gebruik volledig op.

Draagbare compressor

De ingebouwde 12 volt DC-compressor is de ultieme compressor voor alle voertuigbanden, aanhangwagenbanden en recreatieve opblaasartikelen. Er wordt een mondstukadapter meegeleverd die op het uiteinde van het Sure Fit®-mondstuk aan het vrije uiteinde van de compressorslang kan worden geschroefd. De compressorslang met bandenfitting wordt op de compressorslangbeugel aan de rechterkant van het apparaat opgeborgen. Raadpleeg de afbeelding "Kenmerken" voor de locaties van de compressorslang. De Compressor Power Button (compressor-aan/uitknop) en Increase () (verhogen) en Decrease () (verlagen) Compressor Pressure Control Buttons (compressordrukregelknoppen) bevinden zich op het bedieningspaneel aan de voorkant van het apparaat.
Controleer voordat u verdergaat de batterijstatus van het apparaat op het LCD-scherm. Vier volle balken in het batterijpictogram geven een volle batterij aan. Wanneer het batterijniveau bijna leeg is met slechts één volle balk, MOET het apparaat worden opgeladen voordat het wordt gebruikt, anders wordt de ingebouwde laagspanningsbeveiliging van het apparaat geactiveerd. Het lege Battery Status Icon (batterijstatuspictogram) knippert korte tijd voordat het automatisch wordt uitgeschakeld.
De compressor kan tot 120 pond per vierkante inch (psi) druk oppompen. Plaats de slang na gebruik terug in de opbergbeugel.

Waarschuwing
Om het risico op ernstig letsel of materiële schade te verminderen: volg alle veiligheidsinstructies in het gedeelte "Specifieke veiligheidsinstructies voor compressoren" van deze handleiding.

Let op
Om het risico op ernstig letsel of materiële schade te verminderen: wanneer de compressor op een lage PSI wordt gebruikt, kan het apparaat laag starten en geleidelijk op toeren komen. Wanneer de compressor op hogere PSI's wordt gebruikt, kan het apparaat enkele minuten normaal werken, waarna het enkele minuten langzamer gaat draaien voordat het weer normaal gaat werken. Deze functie beschermt het apparaat tegen oververhitting tijdens normaal gebruik. Gebruik de compressor in ieder geval niet langer dan 10 minuten continu, omdat deze dan kan oververhitten. Dit kan de compressor beschadigen. Als de compressor langere tijd moet worden gebruikt: druk elke 10 minuten op de Compressor Power Button (compressor-aan/uitknop) om de compressor uit te schakelen en start deze na een afkoelperiode van ongeveer 30 minuten opnieuw. De compressor wordt in ieder geval automatisch uitgeschakeld na 10 minuten continu gebruik.

BANDEN OF PRODUCTEN MET VENTIEL OPPOMPEN

  1. Schroef het Sure Fit®-mondstuk op het ventiel. Draai het niet te vast.
  2. Druk op de Compressor Power Button (compressor-aan/uitknop). Er klinkt een pieptoon en het LCD-scherm met achtergrondverlichting toont het volgende:

    Het Compressor Icon (compressorpictogram) licht op en het digitale display toont afwisselend de knipperende vooraf ingestelde psi-waarde (die het laatst is ingesteld met de compressordrukregelknoppen) en de huidige druk van het op te pompen item (dat continu oplicht).
  3. Druk op de " " en " " Pressure Control Buttons (drukregelknoppen) om de gewenste druk in te stellen uit een reeks vooraf ingestelde waarden (tussen 3 en 120), die op het LCD-scherm met achtergrondverlichting worden weergegeven. Het apparaat geeft een pieptoon bij elke druk op de knoppen (het vasthouden van de knop versnelt de selectie van de opwaartse of neerwaartse waarde). Zodra de gewenste druk is ingevoerd, laat u de knop los en het knipperende digitale display toont de nieuw geselecteerde druk, als volgt:

    De nieuwe geselecteerde waarde wordt nu opgeslagen in het geheugen van het apparaat totdat deze handmatig wordt gereset.
  4. Druk nogmaals op de Compressor Power Button (compressor-aan/uitknop) om te beginnen met oppompen. Het Compressor Icon (compressorpictogram) knippert en het digitale display toont alleen de huidige drukwaarde (die continu oplicht) om aan te geven dat de compressor is geactiveerd. Bewaak de druk op het LCD-scherm.
    Belangrijke informatie
    Om het oppompen te onderbreken, drukt u nogmaals op de Compressor Power Button (compressor-aan/uitknop).
  5. Wanneer de gewenste vooraf ingestelde druk is bereikt, stopt de compressor automatisch.
  6. Druk nogmaals op de Compressor Power Button (compressor-aan/uitknop) om het apparaat uit te schakelen.
  7. Schroef het Sure Fit®-mondstuk los en verwijder het van het ventiel.
  8. Laat het apparaat afkoelen en laad het vervolgens op voordat u het opbergt.
  9. Berg de compressorslang en het Sure Fit®-mondstuk op in de opbergbeugel.

ANDERE OPBLAASARTIKELEN ZONDER VENTIEL OPPOMPEN

Voor het oppompen van andere items is het gebruik van de mondstukadapter vereist.

  1. Schroef de mondstukadapter in het Sure Fit®-mondstuk. Draai het niet te vast.
  2. Steek de mondstukadapter in het op te pompen item.
  3. Volg stappen 2 tot en met 4 van het gedeelte "Banden of producten met ventiel oppompen".
    Belangrijke informatie
    Kleine items zoals volleyballen, voetballen, enz. worden zeer snel opgepompt. Houd hier rekening mee bij het instellen van de druk. Wees extra voorzichtig om niet te veel op te pompen.
  4. Wanneer de gewenste druk is bereikt, stopt de compressor automatisch. Druk nogmaals op de Compressor Power Button (compressor-aan/uitknop) om het apparaat uit te schakelen.
  5. Koppel de adapter los van het opgepompte item.
  6. Schroef de mondstukadapter los en verwijder deze van het Sure Fit®-mondstuk.
  7. Laat het apparaat afkoelen en laad het vervolgens op voordat u het opbergt.
  8. Berg de compressorslang, het Sure Fit®-mondstuk en de mondstukadapter op in de opbergbeugel.

120 Volt AC-stopcontacten

NOMINALE VERSUS ACTUELE STROOMAFNAME VAN APPARATUUR

De meeste elektrische gereedschappen, apparaten, elektronische apparaten en audiovisuele apparatuur hebben labels die het stroomverbruik in ampère of watt aangeven. Zorg ervoor dat het stroomverbruik van het te gebruiken item lager is dan 500 watt. Als het stroomverbruik in ampère AC wordt aangegeven, vermenigvuldigt u dit eenvoudigweg met de AC-spanning (120) om het wattage te bepalen.
Resistieve belastingen zijn het gemakkelijkst voor dit apparaat om te draaien; het zal echter geen grotere resistieve belastingen (zoals elektrische fornuizen en kachels) draaien, die veel meer wattage vereisen dan het apparaat continu kan leveren. Inductieve belastingen (zoals tv's en stereo's) hebben meer stroom nodig om te werken dan resistieve belastingen met hetzelfde wattage.

GOLFVORM VAN DE OMZETTERUITGANG

De AC-uitgangsgolfvorm van dit apparaat staat bekend als een gemodificeerde sinusgolf. Het is een getrapte golfvorm die kenmerken heeft die vergelijkbaar zijn met de sinusgolfvorm van netstroom. Dit type golfvorm is geschikt voor de meeste AC-belastingen, inclusief lineaire en schakelende voedingen die worden gebruikt in elektronische apparatuur, transformatoren en kleine motoren.

BESCHERMENDE FUNCTIES

Het apparaat bewaakt de volgende omstandigheden:

Lage interne batterijspanning: het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de batterijspanning te laag wordt, omdat dit de batterij kan beschadigen.

Hoge interne batterijspanning: het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de batterijspanning te hoog is, omdat dit het apparaat kan beschadigen.

Thermische uitschakelbeveiliging: het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het apparaat oververhit raakt.

Beveiliging tegen overbelasting/kortsluiting: het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld wanneer er een overbelasting of kortsluiting optreedt.

waarschuwing Belangrijke opmerkingen met betrekking tot de AC-stopcontacten
De twee AC-stopcontacten bieden een gecombineerd totaal stroomverbruik van 500 W.

Wanneer de AC-stopcontacten in gebruik zijn, bewaakt het apparaat de volgende foutomstandigheden: thermische fout, lage en hoge batterijspanningsfout, overbelasting en kortsluiting (raadpleeg het gedeelte "Beschermende functies").

  1. Als er een lage interne batterijspanningsfout optreedt, worden de AC-stopcontacten automatisch uitgeschakeld en geeft het LCD-scherm met achtergrondverlichting het volgende weer totdat de fout is verholpen:

    Het Digital Display (digitale display) toont "AC"; het EMPTY Battery Status Icon (lege batterijstatuspictogram) en het Fault Icon (foutpictogram) op het LCD-scherm knipperen.
  2. Als er een hoge interne batterijspanningsfout optreedt, worden de AC-stopcontacten automatisch uitgeschakeld en geeft het LCD-scherm met achtergrondverlichting het volgende weer totdat de fout is verholpen:

    Het Digital Display (digitale display) toont "AC"; het FULL Battery Status Icon (volle batterijstatuspictogram) en het Fault Icon (foutpictogram) op het LCD-scherm knipperen.
  3. Als er een thermische fout, overbelasting of kortsluiting optreedt, worden de AC-stopcontacten automatisch uitgeschakeld en geeft het LCD-scherm met achtergrondverlichting het volgende weer totdat de fout is verholpen:

    Het Battery Status Icon (batterijstatuspictogram) licht continu op; de "AC" op het Digital Display (digitale display) en het Fault Icon (foutpictogram) op het LCD-scherm knipperen.

Mochten een van de bovenstaande foutomstandigheden zich voordoen:

  1. Koppel het apparaat los van het apparaat.
  2. Druk op de AC Power Button (AC-aan/uitknop) om het AC-stopcontact uit te schakelen.
  3. Zorg ervoor dat het apparaat niet hoeft te worden opgeladen.
  4. Laat het apparaat enkele minuten afkoelen.
  5. Zorg ervoor dat het vermogen van het apparaat dat op het apparaat is aangesloten 500 watt of lager is en dat het snoer en de stekker van het apparaat niet beschadigd zijn.
  6. Zorg voor voldoende ventilatie rondom het apparaat voordat u verdergaat.

DE DUBBELE 120 VOLT AC-STOPCONTACTEN GEBRUIKEN

De twee 120 Volt AC-stopcontacten bevinden zich aan de voorkant van het apparaat (zie Afb. 2 om ze te vinden). De twee stopcontacten ondersteunen een gecombineerd maximaal stroomverbruik van 500 watt.

  1. Druk op de AC Power Button (AC-aan/uitknop) om beide 120V AC-stopcontacten in te schakelen. Er klinkt een pieptoon en het LCD-scherm toont het volgende:

    Het Battery Status Icon (batterijstatuspictogram) licht continu op en het Digital Display (digitale display) toont "AC", wat aangeeft dat de dubbele AC-stopcontacten klaar zijn voor gebruik.
  2. Trek en houd de beschermkap van het linker AC-stopcontact tegen de klok in of de beschermkap van het rechter AC-stopcontact met de klok mee om de stopcontacten bloot te leggen. Steek de 120 volt AC-stekker van het apparaat in een van de 120 volt AC-stopcontacten.
  3. Schakel het apparaat in en gebruik het zoals gewoonlijk.
    waarschuwing OPMERKING: Zorg ervoor dat het wattage van alle apparatuur die tegelijkertijd op beide 120V AC-stopcontacten is aangesloten niet hoger is dan 500 watt continu.
  4. Druk nogmaals op de AC Power Button (AC-aan/uitknop) om de 120V AC-stopcontacten uit te schakelen.
    Bewaak de interne batterijstatus van het apparaat op het LCD-scherm. Vier volle balken in het batterijpictogram geven een volle batterij aan. Wanneer het batterijniveau bijna leeg is met slechts één volle balk, MOET het apparaat op dit moment worden opgeladen.
    Zorg ervoor dat de AC-stopcontacten zijn uitgeschakeld wanneer het apparaat wordt opgeladen of opgeborgen.

USB-poorten

De USB-aan/uit-knop en de vier USB-poorten bevinden zich aan de voorkant van het apparaat; de USB-aan/uit/storingsindicator is een doorschijnende ring rond elke USB-poort. Zie Afb. 2 om ze te vinden.

waarschuwing Belangrijke opmerkingen over de USB-poorten

  1. De vier USB-poorten leveren samen 6,2 A. De twee linker USB-poorten leveren samen 3,1 A (elk 5 V). De twee rechter USB-poorten leveren samen 3,1 A (elk 5 V).
  2. Wanneer de USB-poorten in gebruik zijn, controleert het apparaat op de volgende USB-storingsomstandigheden op alle USB-poorten: lage accuspanning, overbelasting en kortsluiting. Als er een storing is in een van de USB-poorten, knipperen de USB-aan/uit/storingsindicatoren blauw. In al deze gevallen toont het LCD-scherm met achtergrondverlichting voortdurend het volgende:

    Het storingspictogram knippert. De USB-poorten worden automatisch uitgeschakeld. Mocht dit gebeuren:
    1. Koppel het apparaat met USB-voeding los en druk nogmaals op de USB Power Button (USB-aan/uit-knop) om de USB-poorten onmiddellijk uit te schakelen.
    2. Zorg ervoor dat het apparaat niet hoeft te worden opgeladen.
    3. Laat het apparaat enkele minuten afkoelen voordat u de USB-poorten opnieuw probeert te gebruiken.
    4. Als een afzonderlijk USB-apparaat binnen de specificaties valt en de storing optreedt, laat u het USB-apparaat controleren op een defect en gebruikt u het niet meer met deze USB-poorten.
  3. De USB-poorten van dit apparaat ondersteunen geen datacommunicatie. Ze leveren alleen stroom aan externe USB-apparaten.
  4. Sommige huishoudelijke elektronica met USB-voeding werken niet met dit apparaat.

DE USB-POORTEN GEBRUIKEN

  1. Druk op de USB Power Button (USB-aan/uit-knop) om alle USB-poorten in te schakelen. Er klinkt een pieptoon, de USB-aan/uit/storingsindicatoren rond elk van de vier USB-poorten lichten blauw op en het LCD-scherm toont voortdurend het volgende:

    Het Battery Status Icon (Batterijstatuspictogram) en de Battery Voltage Indicator (Batterijspanningsindicator) lichten continu op, evenals het USB Icon (USB-pictogram), wat aangeeft dat de USB-poorten klaar zijn voor gebruik.
  2. Sluit het apparaat met USB-voeding aan op de USB-poort(en) en gebruik het normaal.
  3. Druk nogmaals op de USB Power Button (USB-aan/uit-knop) om de USB-poorten uit te schakelen.

Controleer periodiek de batterijstatus van het apparaat op het LCD-scherm met achtergrondverlichting. Vier volle balken in het batterijpictogram geven aan dat de batterij vol is. Wanneer het batterijniveau bijna leeg is met slechts één volle balk of volledig leeg is met 4 lege balken, moet het apparaat op dit moment worden opgeladen, anders wordt de ingebouwde laagspanningsbeveiliging van het apparaat geactiveerd. Het lege Battery Status Icon (Batterijstatuspictogram) knippert korte tijd voordat het automatisch wordt uitgeschakeld.


Zorg ervoor dat de USB-poorten zijn uitgeschakeld wanneer het apparaat wordt opgeladen of opgeslagen.

LED-gebiedsverlichting

De ingebouwde LED Area Light (LED-gebiedsverlichting) bestaat uit twee rijen van twee LEDs (één aan de rechterkant, één aan de linkerkant van de achterkant van het apparaat). Deze wordt bediend door de Area Light Power Button (Aan/uit-knop voor gebiedsverlichting) op het bedieningspaneel (zie Afb. 2 om deze te vinden).

  1. Druk eenmaal op de Area Light Power Button (Aan/uit-knop voor gebiedsverlichting) om het licht in te schakelen.
  2. Druk nogmaals op de Area Light Power Button (Aan/uit-knop voor gebiedsverlichting) om de gebiedsverlichting uit te schakelen.

Wanneer op de Area Light Power Button (Aan/uit-knop voor gebiedsverlichting) wordt gedrukt om deze in te schakelen, klinkt er een pieptoon. Het LCD-scherm met achtergrondverlichting gaat (slechts) 10 seconden branden en toont vervolgens continu het Battery Status Icon (Batterijstatuspictogram) en de Battery Voltage Indicator (Batterijspanningsindicator).
Controleer periodiek de batterijstatus van het apparaat op het LCD-scherm met achtergrondverlichting. Vier volle balken in het batterijpictogram geven aan dat de batterij vol is. Wanneer het batterijniveau bijna leeg is met slechts één volle balk of volledig leeg is met 4 lege balken, moet het apparaat op dit moment worden opgeladen, anders wordt de ingebouwde laagspanningsbeveiliging van het apparaat geactiveerd. Het lege Battery Status Icon (Batterijstatuspictogram) knippert korte tijd voordat het automatisch wordt uitgeschakeld.


Zorg ervoor dat de gebiedsverlichting is uitgeschakeld wanneer het apparaat wordt opgeladen of opgeslagen.

Verzorging en onderhoud


Om het risico op letsel te verminderen, schakelt u het apparaat uit en koppelt u het los van elke stroombron voordat u accessoires installeert en verwijdert, voordat u afstellingen uitvoert of wanneer u onderhoud uitvoert. Een onbedoelde start kan letsel veroorzaken.

waarschuwing Dompel dit apparaat nooit onder in water. Vuil en vet kunnen van de buitenkant van het apparaat worden verwijderd met een doek of zachte, niet-metalen borstel. Laat nooit vloeistof in het apparaat komen; dompel nooit een deel van het apparaat onder in een vloeistof.


Gevaar voor elektrische schokken. Koppel de 12 Volt AC-oplaadadapter los voordat u het apparaat reinigt.
Er zijn geen onderdelen die door de gebruiker kunnen worden vervangen. Inspecteer periodiek de staat van adapters, connectoren en draden. Neem contact op met de fabrikant om onderdelen te vervangen die versleten of kapot zijn.

DE INTERNE BATTERIJ

Alle batterijen verliezen na verloop van tijd energie door zelfontlading en sneller bij hogere temperaturen. Wanneer het apparaat niet in gebruik is, raden we aan de batterij minstens om de 30 dagen op te laden.

BATTERIJ VERVANGEN

De batterij zou de levensduur van het apparaat mee moeten gaan. De levensduur is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder, maar niet beperkt tot, het aantal oplaadcycli en de juiste verzorging en onderhoud van de batterij door de eindgebruiker. Neem contact op met de fabrikant voor alle informatie die u nodig heeft.

VEILIGE BATTERIJAFVOER

Bevat een onderhoudsvrije, verzegelde, niet-morsbare loodzuurbatterij, die op de juiste manier moet worden afgevoerd. Recyclingvoorschriften kunnen leiden tot boetes of gevangenisstraf. is vereist. Het niet naleven van lokale, staats- en federale
Recycle alstublieft.


Om het risico op ernstig letsel of materiële schade te verminderen:

  • Gooi de batterij niet in vuur, dit kan een explosie veroorzaken.
  • Voordat u de batterij weggooit, beschermt u blootliggende terminals met zware elektrische tape om kortsluiting te voorkomen (kortsluiting kan leiden tot letsel of brand).
  • Stel de batterij niet bloot aan vuur of intense hitte, omdat deze kan exploderen.

Probleemoplossing

Probleem Mogelijke oplossing
Apparaat laadt niet op Als de batterij van het apparaat sterk ontladen is, kan het tot 96 uur duren om op te laden met behulp van de AC-methode.
Zorg ervoor dat alle functies van het apparaat zijn uitgeschakeld.
Controleer de verbinding met de AC-stroombron.
Bevestig dat er een functionerende AC-stroom is.
Apparaat start niet met jumpstart Zorg ervoor dat er een juiste polariteitskabelaansluiting tot stand is gebracht.
Het apparaat kan oververhit raken als gevolg van het overmatig starten van de motor. Zorg ervoor dat alle functies van het apparaat zijn uitgeschakeld en laat het apparaat afkoelen voordat u de werking hervat.
Zorg ervoor dat het apparaat niet in de Compressor-modus wordt gebruikt.
Controleer of het apparaat volledig is opgeladen. Laad het apparaat indien nodig op.
Draagbare compressor pompt niet op Zorg ervoor dat de Compressor Power Button (Compressor-aan/uit-knop) is ingedrukt om de compressor in te schakelen.
Zorg ervoor dat het apparaat niet in de Jump Starter-modus wordt gebruikt.
Zorg ervoor dat het Sure Fit®-mondstuk stevig op de ventielsteel is geschroefd bij het oppompen van banden; of dat de mondstukadapter stevig in het Sure Fit®-mondstuk is geschroefd en correct in het op te pompen item is geplaatst bij alle andere opblaasbare items.
Controleer of het apparaat volledig is opgeladen. Laad het apparaat indien nodig op.
Volt AC-stopcontact levert geen stroom aan apparaat Zorg ervoor dat de AC Power Button (AC-aan/uit-knop) is ingeschakeld.
Zorg ervoor dat u alle stappen in het gedeelte "120 AC-stopcontacten" zorgvuldig hebt gevolgd. Raadpleeg de belangrijke opmerkingen in dat gedeelte waarin veelvoorkomende problemen en oplossingen worden uitgelegd.
Zorg ervoor dat het gecombineerde stroomverbruik van alle apparaten die van stroom worden voorzien niet meer dan 500 watt bedraagt.
Controleer of het apparaat volledig is opgeladen. Laad het apparaat indien nodig op.
USB-poort levert geen stroom aan apparaat Zorg ervoor dat de USB Power Button (USB-aan/uit-knop) in de aan-stand staat.
Zorg ervoor dat alle USB-aan/uit/storingsindicatoren continu blauw branden. Als er een storing is in een van de USB-poorten, knipperen de USB-aan/uit/storingsindicatoren blauw. Raadpleeg de belangrijke opmerkingen in het gedeelte "USB-poorten" om eventuele storingen te verhelpen.
Zorg ervoor dat het totale stroomverbruik van alle USB-apparaten die op de twee linker USB-poorten zijn aangesloten niet hoger is dan 3,1 A en/of dat het totale stroomverbruik van alle USB-apparaten die op de twee rechter USB-poorten zijn aangesloten niet hoger is dan 3,1 A.
Sommige huishoudelijke elektronica met USB-voeding werken niet met deze USB-oplaad-/voedingspoort. Raadpleeg de handleiding van het bijbehorende elektronische apparaat om te bevestigen dat het met dit type USB-oplaad-/voedingspoort kan worden gebruikt.
Controleer of het apparaat volledig is opgeladen. Laad het apparaat indien nodig op.
LED Area Light (LED-gebiedsverlichting) gaat niet aan Zorg ervoor dat de Area Light Power Button (Aan/uit-knop voor gebiedsverlichting) in de aan-stand staat.
Controleer of het apparaat volledig is opgeladen. Laad het apparaat indien nodig op.

Accessoires


Aangezien accessoires, anders dan die worden aangeboden door DEWALT, niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit apparaat gevaarlijk zijn. Om het risico op letsel te verminderen, mogen alleen door DEWALT aanbevolen accessoires met dit product worden gebruikt.

Als u hulp nodig heeft met betrekking tot accessoires, neem dan contact op met de fabrikant op 1-888-394-3392 of CustomerService@DEWALT12volt. com.

Service-informatie

Of u nu technisch advies, reparatie of originele fabrieksonderdelen nodig heeft, neem contact op met de fabrikant op
1-888-394-3392
of CustomerService@DEWALT12volt.com.
www.DEWALT12volt.com

Specificaties

Boost Ampère 1.600 A piek, 750 A direct
Batterijtype SLA, 12 V DC
Ingang 120 V AC, 60 Hz, 14 W
Compressor 120 PSI
USB-uitgang 5 V DC elk, 6,2 A totaal (3,1 A totaal in de twee linker USB-poorten;
3,1 A totaal in de twee rechter USB-poorten)
120 V AC-stopcontacten 120 V AC, 60 Hz, 500 W

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download DeWALT DXAEPS14 - Handleiding Power Station

Beschikbare talen

Inhoudsopgave