Suunto D4I-handleiding

Inhoud

Suunto D4I

Veiligheid

Soorten veiligheidsmaatregelen


wordt gebruikt in samenhang met een procedure of situatie die kan leiden tot ernstig letsel of de dood.


wordt gebruikt in samenhang met een procedure of situatie die zal leiden tot schade aan het product.

waarschuwing OPMERKING: - wordt gebruikt om belangrijke informatie te benadrukken.

informatie TIP: - wordt gebruikt voor extra tips over hoe u de functies en mogelijkheden van het apparaat kunt gebruiken.

Voor u gaat duiken

Zorg ervoor dat u het gebruik, de displays en de beperkingen van uw duikinstrumenten volledig begrijpt. Als u vragen heeft over deze handleiding of de duikcomputer, neem dan contact op met uw Suunto-dealer voordat u gaat duiken. Onthoud altijd dat U ZELF VERANTWOORDELIJK BENT VOOR UW EIGEN VEILIGHEID!
Deze duikcomputer is uitsluitend bedoeld voor gebruik met perslucht.

Veiligheidsmaatregelen


ALLEEN OPGELEIDE DUIKERS MOGEN EEN DUIKCOMPUTER GEBRUIKEN! Onvoldoende training voor elke vorm van duiken, inclusief vrijduiken, kan ertoe leiden dat een duiker fouten maakt, zoals het verkeerd gebruiken van gasmengsels of onjuiste decompressie, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.


U moet de gedrukte snelgids en online gebruikershandleiding voor uw duikcomputer lezen. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot oneigenlijk gebruik, ernstig letsel of de dood.


ER IS ALTIJD EEN RISICO OP DECOMPRESSIEZIEKTE (DCS) VOOR ELK DUIKPROFIEL, ZELFS ALS U HET DUIKPLAN VOLGT DAT IS VOORGESCHREVEN DOOR DUIKTABELLEN OF EEN

DUIKCOMPUTER. GEEN ENKELE PROCEDURE, DUIKCOMPUTER OF DUIKTABEL ZAL DE MOGELIJKHEID VAN DCS OF ZUURSTOFVERGIFTIGING VOORKOMEN! De fysiologische samenstelling van een individu kan van dag tot dag verschillen. De duikcomputer kan geen rekening houden met deze variaties. U wordt ten zeerste aangeraden om ruim binnen de blootstellingslimieten van het instrument te blijven om het risico op DCS te minimaliseren. Als extra veiligheidsmaatregel dient u een arts te raadplegen over uw conditie voordat u gaat duiken.


Als u een pacemaker heeft, raden we u aan om niet te gaan duiken. Duiken veroorzaakt fysieke stress op het lichaam die mogelijk niet geschikt is voor pacemakers.


Als u een pacemaker heeft, raadpleeg dan een arts voordat u dit apparaat gebruikt. De inductieve frequentie die door het apparaat wordt gebruikt, kan pacemakers storen.


Allergische reacties of huidirritaties kunnen optreden wanneer het product in contact komt met de huid, ook al voldoen onze producten aan de industrienormen. Stop in dat geval onmiddellijk het gebruik en raadpleeg een arts.


Niet voor professioneel gebruik! Suunto-duikcomputers zijn uitsluitend bedoeld voor recreatief gebruik. De eisen van commercieel of professioneel duiken kunnen de duiker blootstellen aan diepten en omstandigheden die het risico op decompressieziekte (DCS) verhogen. Daarom raadt Suunto ten zeerste aan om het apparaat niet te gebruiken voor commerciële of professionele duikactiviteiten.


GEBRUIK BACK-UPINSTRUMENTEN! Zorg ervoor dat u back-upinstrumenten gebruikt, waaronder een dieptemeter, een manometer, een timer of een horloge, en dat u toegang heeft tot decompressietabellen wanneer u met een duikcomputer duikt.


Om veiligheidsredenen mag u nooit alleen duiken. Duik met een aangewezen buddy. U dient ook langere tijd na een duik bij anderen te blijven, aangezien het begin van mogelijke DCS kan worden vertraagd of veroorzaakt door activiteiten aan de oppervlakte.


VOER PRE-CHECKS UIT! Controleer altijd of uw duikcomputer goed functioneert en de juiste instellingen heeft voordat u gaat duiken. Controleer of het display werkt, het batterijniveau in orde is, de tankdruk correct is, enzovoort.


Controleer uw duikcomputer regelmatig tijdens een duik. Als u denkt of concludeert dat er een probleem is met een computerfunctie, breek de duik dan onmiddellijk af en keer veilig terug naar de oppervlakte. Neem contact op met Suunto Customer Support en stuur uw computer terug naar een erkend Suunto Service Center voor inspectie.


DE DUIKCOMPUTER MAG NOOIT WORDEN VERHANDELD OF GEDEELD TUSSEN GEBRUIKERS TERWIJL DEZE IN WERKING IS! De informatie is niet van toepassing op iemand die hem niet gedurende een duik of een reeks herhalende duiken heeft gedragen. De duikprofielen moeten overeenkomen met die van de gebruiker. Als hij tijdens een duik aan de oppervlakte wordt achtergelaten, geeft de duikcomputer onnauwkeurige informatie voor volgende duiken. Geen enkele duikcomputer kan rekening houden met duiken die zonder de computer zijn gemaakt. Daarom kan elke duikactiviteit tot vier dagen voor het eerste gebruik van de computer misleidende informatie veroorzaken en moet deze worden vermeden.


STEL GEEN ENKEL ONDERDEEL VAN UW DUIKCOMPUTER BLOOT AAN EEN GASMENGSEL DAT MEER DAN 40% ZUURSTOF BEVAT! Verrijkte lucht met een hoger zuurstofgehalte vormt een risico op brand of explosie en ernstig letsel of de dood.


DUIK NIET MET EEN GAS ALS U DE INHOUD ERVAN NIET PERSOONLIJK HEEFT GECONTROLEERD EN DE GEANALYSEERDE WAARDE IN UW DUIKCOMPUTER HEEFT INGEVOERD! Als u de tankinhoud niet controleert en de juiste gaswaarden, waar van toepassing, in uw duikcomputer invoert, resulteert dit in onjuiste duikplanningsinformatie.


Het gebruik van duikplannersoftware, zoals in Suunto DM5, is geen vervanging voor een goede duiktraining. Duiken met gemengde gassen heeft gevaren die niet bekend zijn bij duikers die met lucht duiken. Om te duiken met Trimix, Triox, Heliox en Nitrox of alle, moeten duikers een gespecialiseerde training hebben voor het type duiken dat ze doen.


Gebruik de Suunto USB-kabel niet in ruimtes waar ontvlambare gassen aanwezig zijn. Dit kan een explosie veroorzaken.


Demonteer of verbouw de Suunto USB-kabel op geen enkele manier. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.


Gebruik de Suunto USB-kabel niet als de kabel of onderdelen beschadigd zijn.


Laat de connector-pinnen van de USB-kabel GEEN geleidend oppervlak raken. Dit kan kortsluiting in de kabel veroorzaken, waardoor deze onbruikbaar wordt.

Noodstijgingen

In het onwaarschijnlijke geval dat de duikcomputer tijdens een duik defect raakt, volgt u de noodprocedures van uw gecertificeerde duiktrainingsorganisatie om onmiddellijk en veilig op te stijgen.

Aan de slag

Schermtoestanden en weergaven

De Suunto D4i heeft vier hoofdmodi: TIME (TIJD), DIVE (DUIKEN), PLANNING (PLANNEN) en MEMORY (GEHEUGEN). Wijzig de modi door op [MODE] te drukken.

Tenzij de modus DIVE (DUIKEN) is uitgeschakeld, schakelt de Suunto D4i automatisch over naar de modus DIVE (DUIKEN) als u zich meer dan 1,2 m (4 ft) onder water bevindt.
Schermtoestanden en weergaven

De modi Tijd en Duiken hebben verschillende weergaven in de onderste rij waar u doorheen kunt scrollen met [DOWN] en [UP].

Instellen

Om het meeste uit uw Suunto D4i te halen, neemt u de tijd om deze handleiding te lezen en vertrouwd te raken met de modi en instellingen. Zorg er absoluut voor dat u het apparaat hebt ingesteld zoals u het wilt voordat u het water ingaat.

Om te beginnen:

  1. Activeer het apparaat door een knop ingedrukt te houden totdat het scherm oplicht.
  2. Houd [DOWN] ingedrukt om naar General Settings (Algemene instellingen) te gaan.
  3. Stel de tijd in. Zie Tijd.
  4. Stel de datum in. Zie Datum.
  5. Stel de eenheden in. Zie Eenheden.
  6. Druk op [MODE] om de instellingen te verlaten.

De standaard duikmodus is Air (Lucht). Zie Duikmodi voor meer informatie over duikmodi.

Pictogrammen

De Suunto D4i gebruikt de volgende pictogrammen:

Pictogrammen

Pictogram Beschrijving
1 Dagelijks alarm
2 Duikalarm
3 Niet vliegen
4 Veiligheidsstop
5 Tankdruk (indien beschikbaar)
6 Draadloze transmissie (indien beschikbaar)
7 Batterij bijna leeg
8 Actief watercontact
9 Symbool voor duikeraandacht
10 Stijgsnelheid

Softwareversie controleren

Houd er rekening mee dat deze gebruikershandleiding is voor de nieuwste softwareversie van de Suunto D4i. Als u een oudere versie heeft, werken sommige functies anders.

Om de softwareversie te controleren:

  1. Houd [DOWN] ingedrukt om naar de instellingen te gaan.
  2. Druk op [DOWN] om naar Version (Versie) te scrollen en ga naar binnen met [SELECT].
  3. De eerste informatieregel geeft de softwareversie aan.
  4. Als het versienummer V1.5.x of hoger is, kunt u de rest van dit gedeelte overslaan en de gebruikershandleiding normaal lezen.
  5. Als het versienummer V1.2.x is, lees dan de onderstaande paragrafen over het gebruik van specifieke functies.
  6. Druk twee keer op [MODE] om de instellingen te verlaten.

waarschuwing OPMERKING: Wanneer u uw horloge naar een erkend Suunto-servicecentrum stuurt voor een batterijwissel of ander onderhoud, wordt de software bijgewerkt naar de nieuwste versie.

Duikmodi

Telkens wanneer u de duikmodus opent, heeft u de mogelijkheid om te selecteren welke modus u wilt gebruiken.

Om de duikmodi te wijzigen:

  1. Druk in de tijdmodus op [MODE] om de duikmodus te openen.
  2. Scroll met [UP] of [DOWN] naar de duikmodus die u wilt gebruiken.
  3. Wacht tot de pre-checks zijn voltooid.

Om de instellingen voor een duikmodus te wijzigen, houdt u [DOWN] ingedrukt terwijl u zich in die modus bevindt. Raadpleeg het betreffende duikmodusgedeelte van deze gebruikershandleiding voor meer informatie over de instellingen van de duikmodus.

Stopwatch

Open de stopwatch in de tijd- of duikmodus, zoals uitgelegd in Stopwatch.

Om de stopwatch te gebruiken:

  1. Druk op [DOWN] om de stopwatch te starten.
  2. Terwijl de stopwatch loopt, drukt u op [DOWN] om tussentijden te nemen.
  3. Druk op [UP] om de stopwatch te stoppen.
  4. Houd [UP] ingedrukt om de stopwatch te resetten.

Apneu-timer

Open de apneu-timer en pas de instellingen aan zoals uitgelegd in Apneu-timer.

Om de apneu-timer te gebruiken:

  1. Druk op [DOWN] om het eerste interval te starten.
  2. Druk op [DOWN] om de apneu-cyclus te starten.
  3. Druk nogmaals op [DOWN] om de volgende ventilatiecyclus te starten.
  4. Herhaal dit tot het einde van het gedefinieerde aantal intervallen. Druk op [UP] om de timer te pauzeren.
  5. Houd [UP] ingedrukt om de timer te resetten en druk op [MODE] om af te sluiten.

Productcompatibiliteit

De Suunto D4i kan worden gebruikt in combinatie met de Suunto Wireless Tank Pressure Transmitter voor draadloze overdracht van de tankdruk naar de duikcomputer.

U kunt deze duikcomputer ook verbinden met een pc of Mac met de meegeleverde USB-kabel en Suunto DM5 gebruiken om de apparaatinstellingen te wijzigen, duiken te plannen en de duikcomputersoftware bij te werken.

Gebruik deze duikcomputer niet met ongeautoriseerde accessoires of apparatuur die niet is geautoriseerd of officieel wordt ondersteund door Suunto.

Functies

Activering en pre-checks

Tenzij de duikmodus is uitgeschakeld, wordt de duikmodus automatisch geactiveerd wanneer u dieper duikt dan 1,2 m (4 ft). U moet echter overschakelen naar de duikmodus voordat u gaat duiken om de hoogte en persoonlijke instellingen, de batterijconditie enzovoort te controleren.

Elke keer dat uw Suunto D4i de duikmodus activeert, wordt een reeks automatische controles uitgevoerd. Alle grafische weergave-elementen worden ingeschakeld en de achtergrondverlichting en de pieptoon worden geactiveerd. Hierna worden uw hoogte en persoonlijke instellingen weergegeven, samen met de maximale werkdiepte (MOD), het gasgehalte en de PO2-waarden. Vervolgens wordt het batterijniveau gecontroleerd.
Activering en pre-checks

Tussen opeenvolgende duiken tonen de automatische controles ook de huidige weefselverzadiging.

Voordat u op duikreis vertrekt, wordt het ten zeerste aanbevolen om over te schakelen naar de duikmodus om er zeker van te zijn dat alles naar behoren functioneert.

Na de automatische controles gaat Suunto D4i naar de oppervlaktemodus. Op dit punt moet u uw handmatige controles uitvoeren voordat u het water ingaat.

Zorg ervoor dat:

  1. Suunto D4i zich in de juiste modus bevindt en volledige displays biedt.
  2. De hoogte-instelling correct is.
  3. De persoonlijke instelling correct is.
  4. Diepe stops correct zijn ingesteld.
  5. Het eenheidssysteem correct is.
  6. De juiste temperatuur en diepte worden weergegeven.
  7. De alarmen afgaan.

Pre-check draadloze zender

Als de optionele draadloze tankdrukzender wordt gebruikt, controleer dan of:

  1. De tankgas- en O2-instellingen correct zijn.
  2. De zender correct is geïnstalleerd en de tankklep openstaat.
  3. De zender en Suunto D4i zijn gekoppeld.
  4. De zender gegevens verzendt (het pictogram voor draadloze transmissie knippert, de tankdruk wordt weergegeven).
  5. Er geen waarschuwing voor een bijna lege batterij van de zender is.
  6. Er voldoende gas is voor uw geplande duik. Controleer de drukmeting met uw back-up drukmeter.

Batterij-indicatoren

Temperatuur of interne oxidatie kan de batterijspanning beïnvloeden. Als u uw Suunto D4i lange tijd opslaat of in koude temperaturen gebruikt, kan de waarschuwing voor een bijna lege batterij verschijnen, ook al heeft de batterij voldoende capaciteit.

Ga in deze gevallen opnieuw naar de duikmodus en controleer de batterijspanning. Als de batterij bijna leeg is, wordt de waarschuwing Low Battery (Batterij bijna leeg) weergegeven.
Batterij-indicatoren

Als het pictogram voor een bijna lege batterij in de oppervlaktemodus verschijnt of als het display er vaag uitziet, is de batterij mogelijk te leeg. Vervanging van de batterij wordt aanbevolen.

waarschuwing OPMERKING: Om veiligheidsredenen kunnen de achtergrondverlichting en zoemer (geluid) niet worden geactiveerd wanneer de waarschuwing voor een bijna lege batterij wordt weergegeven.

Luchttijd

De luchttijd kan alleen worden weergegeven wanneer een draadloze tankdrukzender is geïnstalleerd en in gebruik is.

Luchttijd activeren:

  1. Houd in een duikmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [DOWN] om naar Air Time (Luchttijd) te scrollen.
  3. Druk op [UP] om de luchttijdmeting in te schakelen.
  4. Druk op [SELECT].
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Alarmen, waarschuwingen en meldingen

Suunto D4i heeft hoorbare en visuele alarmen die zijn ontworpen om u te laten weten wanneer belangrijke limieten of voorinstellingen worden bereikt.

De twee hoorbare alarmtypen geven een hoge of lage prioriteit aan:

Alarmtype Geluidsmotief Duur
Hoge prioriteit 2,4 s geluid + 2,4 s pauze
Lage prioriteit 0,8 s geluid + 3,2 s pauze

Daarnaast zijn er twee hoorbare begeleidingsmeldingen:

Instructiepieptoon Geluidsmotief Interpretatie
Stijgen Begin met stijgen
Afdalen Begin met afdalen

Suunto D4i geeft informatie weer tijdens de alarmpauzes om de levensduur van de batterij te sparen.

Alarmen met hoge prioriteit:

Alarm Uitleg
Alarm met hoge prioriteit, gevolgd door pieptoon 'Start ascending' (Begin met stijgen), gedurende maximaal drie minuten herhaald
PO2-waarde knippert
PO2-waarde groter dan de aangepaste waarde. De huidige diepte is te groot voor het gebruikte gas. U moet onmiddellijk stijgen of overschakelen naar een gas met een lager O2-percentage.
Alarm met hoge prioriteit, gevolgd door pieptoon 'Start descending' (Begin met afdalen), gedurende maximaal drie minuten herhaald. Er knippert en een pijl wijst omlaag. Decompressieplafonddiepte overschreden. U moet onmiddellijk afdalen naar of onder het plafond.
Alarm met hoge prioriteit, drie keer herhaald.
SLOW (LANGZAAM) knippert.
De maximale stijgsnelheid van 10 m/min (33 ft/min) is overschreden. Vertraag uw stijgsnelheid.

Alarmen met lage prioriteit:

Alarmtype Alarmreden
Alarm met lage prioriteit, gevolgd door pieptoon 'Start ascending' (Begin met stijgen), twee keer afgespeeld.
ASC TIME (STIJGTIJD) knippert en een pijl wijst omhoog.
Een duik zonder decompressie wordt een duik met decompressiestop. De diepte is lager dan het decompressievloerniveau. U moet stijgen naar of boven de vloer.
Alarm met lage prioriteit, gevolgd door pieptoon 'Start descending' (Begin met afdalen).
DEEPSTOP (DIEPE STOP) knippert en een pijl wijst omlaag.
Verplichte diepe stop geschonden. U moet afdalen om de diepe stop te voltooien.
Alarm met lage prioriteit, gevolgd door pieptoon 'Start descending' (Begin met afdalen), gedurende drie minuten herhaald.
Een pijl wijst omlaag.
Verplichte veiligheidsstop geschonden. U moet afdalen om de veiligheidsstop te voltooien.
Alarm met lage prioriteit, gevolgd door twee korte pieptonen.
DEEPSTOP (DIEPE STOP) en timer weergegeven.
Diepte van de diepe stop bereikt. Maak de verplichte diepe stop voor de duur die door de timer wordt weergegeven.
Alarm met lage prioriteit, twee keer herhaald.
Tankdrukwaarde knippert.
De tankdruk bereikt de gedefinieerde alarmdruk of de vaste alarmdruk, 50 bar (700 psi).
Bevestig het alarm door op een willekeurige knop te drukken.
Alarm met lage prioriteit, twee keer herhaald.
OLF%-waarde knippert als de PO2-waarde groter is dan 0,5 bar.
OLF-waarde op 80% of 100% (alleen de duikmodus Nitrox). Bevestig het alarm door op een willekeurige knop te drukken.
Alarm met lage prioriteit, twee keer herhaald.
De maximale dieptewaarde knippert
De gedefinieerde maximale diepte of de maximale diepte van het apparaat is overschreden. Bevestig het alarm door op een willekeurige knop te drukken.
Alarm met lage prioriteit, twee keer herhaald; de duiktijdwaarde knippert De gedefinieerde duiktijd is overschreden.
Bevestig het alarm door op een willekeurige knop te drukken.
Alarm met lage prioriteit. De maximale dieptewaarde knippert. De gedefinieerde diepte is bereikt (alleen de duikmodus Free). Bevestig het alarm door op een willekeurige knop te drukken.
Alarm met lage prioriteit,
De oppervlakte tijd waarde knippert.
Duur van de oppervlaktetijd tot de volgende duik (alleen de duikmodus Free). Bevestig het alarm door op een willekeurige knop te drukken.

Visuele alarmen

Symbool op het display Indicatie
Let op - verleng het oppervlakte-interval
ER Het decompressieplafond is geschonden of de bodemtijd is te lang
Niet vliegen

Apneutimer

U kunt de apneutimer gebruiken voor intervaltraining tijdens het vrijduiken. U kunt de volgende instellingen aanpassen:

  • Vent.: ventilatietijd; dit is de startduur van de tijd dat u ademt. De tijd wordt verhoogd met de incrementtijd voor elk interval.
  • Incr: incrementtijd; dit wordt voor elk interval toegevoegd aan de ventilatietijd. Als uw ventilatietijd bijvoorbeeld 1:00 minuut is en uw incrementtijd 0:30 seconden is, is de eerste intervalventilatie 1:00, de tweede 1:30, de derde 2:00, enzovoort.
  • Repeats: aantal intervallen

Apneutimerinstellingen aanpassen:

  1. Houd in de tijdmodus [UP] ingedrukt om de apneutimerview te openen.
    Apneutimerinstellingen aanpassen
  2. Houd [DOWN] ingedrukt om de apneutimerinstellingen te openen.
  3. Pas de ventilatietijd aan met [UP] of [DOWN] en bevestig met [SELECT].
  4. Pas de incrementtijd aan met [UP] of [DOWN] en bevestig met [SELECT].
  5. Pas het aantal intervallen aan met [UP] of [DOWN] en bevestig met [SELECT].

De apneutimer gebruiken:

  1. Druk op [SELECT] om het eerste interval te starten. De timer telt de ventilatietijd af. Het aftellen gaat door tot -0:30 seconden na de gedefinieerde ventilatietijd.
  2. Druk op [SELECT] om de apneuscyclus te starten. U kunt dit op elk moment tijdens het aftellen van de ventilatie starten. De apneutijd is niet gedefinieerd in het horloge. Het is zo lang of kort als u wilt.
  3. Druk nogmaals op [SELECT] om de volgende ventilatiecyclus te starten.
  4. Herhaal dit tot het einde van het gedefinieerde aantal intervallen.
  5. Druk op [MODE] om de apneutimer af te sluiten.

U kunt de apneutimer resetten door [SELECT] ingedrukt te houden.

De apneutimer ondersteunt maximaal 20 intervallen, maar dit is afhankelijk van de ventilatie- en incrementtijden. De laatste ventilatiecyclus mag niet korter zijn dan 0:05 seconden of langer dan 20:00 minuten.


Iedereen die zich bezighoudt met een vorm van ademhalingsduiken, loopt het gevaar van shallow-water blackout (SWB), het plotselinge verlies van bewustzijn veroorzaakt door zuurstofgebrek.

Stijgsnelheid

De stijgsnelheid wordt weergegeven als een verticale balk langs de rechterkant van het scherm.

Wanneer de maximaal toegestane stijgsnelheid wordt overschreden, begint het onderste segment van de balk te knipperen en blijft het bovenste segment ononderbroken.

Continue schendingen van de stijgsnelheid leiden tot verplichte veiligheidsstops. Zie Veiligheidsstops en diepe stops .


OVERSCHRIJD DE MAXIMALE STIJGSNELHEID NIET! Snel stijgen verhoogt het risico op letsel. U moet altijd de verplichte en aanbevolen veiligheidsstops maken als u de maximaal aanbevolen stijgsnelheid hebt overschreden. Als de verplichte veiligheidsstop niet is voltooid, straft het decompressiealgoritme uw volgende duik(en).

Achtergrondverlichting

Om de achtergrondverlichting te activeren tijdens het duiken, drukt u op [MODE].
Of houd [MODE] ingedrukt totdat de achtergrondverlichting wordt geactiveerd om de achtergrondverlichting te gebruiken.
U kunt bepalen hoe lang de achtergrondverlichting aan blijft wanneer u deze activeert of de achtergrondverlichting helemaal uitschakelen.

De duur van de achtergrondverlichting instellen:

  1. Houd in de tijdmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [DOWN] om naar BACKLIGHT te scrollen en druk op [SELECT].
  3. Stel de duur in of schakel uit met [DOWN] of [UP].
  4. Druk op [MODE] om op te slaan en terug te keren naar de instellingen.

waarschuwing OPMERKING: Wanneer de achtergrondverlichting uit is, licht deze niet op wanneer een alarm afgaat.

Bladwijzers

U kunt op elk moment tijdens een duik een bladwijzer toevoegen aan het duiklogboek door op [SELECT] te drukken.
U kunt bladwijzers bekijken wanneer u door het duikprofiel in het logboek scrolt.
Elke bladwijzer registreert de huidige diepte, tijd, watertemperatuur en tankdruk (indien beschikbaar).

Kalenderklok

De kalenderklok is de standaardmodus van de Suunto D4i.

Tijd

In de tijdinstellingen kunt u de uren, minuten, seconden en indeling (12-uurs of 24-uurs) instellen.

De tijd instellen:

  1. Houd in de tijdmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [UP] om naar Time te scrollen en druk op [SELECT].
  3. Stel de uren in met [DOWN] of [UP] en bevestig met [SELECT].
  4. Herhaal dit voor minuten en seconden. Stel de indeling in met [DOWN] of [UP] en bevestig met [SELECT].
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Datum

De datum en de dag van de week worden weergegeven in de onderste rij van de tijdmodus. Druk op [DOWN] om tussen de weergaven te schakelen.

De datum instellen:

  1. Houd in de tijdmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [UP] om naar Date te scrollen en druk op [SELECT].
  3. Stel het jaar in met [DOWN] of [UP] en accepteer met [SELECT].
  4. Herhaal dit voor maand en dag.
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Eenheden

In de instelling voor eenheden kunt u kiezen of de eenheden worden weergegeven in het metrieke of imperiale systeem.

  1. Houd in de tijdmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [UP] om naar Units te scrollen en druk op [SELECT].
  3. Druk op [DOWN] om te schakelen tussen Metric en Imperial en bevestig met [SELECT].
  4. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Dubbele tijd

Met de dubbele tijd kunt u de tijd in een tweede tijdzone bijhouden. De dubbele tijd wordt linksonder in de tijdmodusweergave weergegeven door op [DOWN] te drukken.

Dubbele tijd instellen:

  1. Houd in de tijdmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [UP] om naar Dual Time te scrollen en druk op [SELECT].
  3. Stel de uren in met [DOWN] of [UP] en bevestig met [SELECT].
  4. Herhaal dit voor minuten.
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Wekker

De Suunto D4i heeft een dagelijks alarm dat kan worden ingesteld om eenmaal, op weekdagen of elke dag te worden geactiveerd.
Wanneer het dagelijkse alarm wordt geactiveerd, knippert het scherm en klinkt het alarm 60 seconden lang. Druk op een willekeurige knop om het alarm te stoppen.

Het dagelijkse alarm instellen:

  1. Houd in de tijdmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [UP] om naar Alarm te scrollen en druk op [Select.]
  3. Selecteer de alarmactivering met [DOWN] of [UP] en bevestig met [Select]. De opties zijn OFF, ONCE, WEEKDAYS of EVERY DAY.
  4. Stel de uren in met [DOWN] of [UP] en bevestig met [SELECT].
  5. Herhaal dit voor minuten.
  6. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Decompressieduiken

Als u de nultijdlimiet tijdens een duik overschrijdt en NO DEC TIME nul bereikt, verandert uw duik in een decompressieduik. Daarom moet u een of meer decompressiestops uitvoeren op weg naar het oppervlak.

Wanneer de decompressieduik begint, wordt de NO DEC TIME op uw display vervangen door ASC TIME en verschijnt er een CEILING-indicator. Een naar boven wijzende pijl geeft ook aan dat u met uw opstijging moet beginnen.

De Suunto D4i biedt de decompressie-informatie die nodig is voor de opstijging met twee belangrijke waarden:

  • CEILING: diepte waarboven u niet mag komen
  • ASC TIME: optimale opstijgtijd in minuten naar het oppervlak met gedefinieerde gassen

Als u de nultijdlimieten tijdens een duik overschrijdt, biedt de duikcomputer de decompressie-informatie die nodig is voor de opstijging, samen met de daaropvolgende details die worden bijgewerkt naarmate u opstijgt.

Met andere woorden, in plaats van te vereisen dat u stopt op vaste diepten, kunt u met de duikcomputer decompresseren binnen een reeks diepten. Dit staat bekend als continue decompressie.

Plafond, plafondzone, bodem en decompressiebereik

Voordat u een decompressieduik maakt, moet u de betekenis van plafond, plafondzone, bodem en decompressiebereik begrijpen. U moet deze concepten begrijpen om de aanwijzingen van de duikcomputer correct te kunnen interpreteren.

  • Het plafond is de ondiepste diepte waarnaar u moet opstijgen tijdens het decompresseren.
  • De plafondzone is het optimale decompressiedieptebereik. Het is het bereik tussen de plafonddiepte en 1,2 m onder dat plafond.
  • De bodem is de diepste diepte waarop de decompressiestoptijd niet toeneemt. Decompressie begint wanneer u deze diepte passeert tijdens uw opstijging.
  • Het decompressiebereik is het dieptebereik tussen het plafond en de bodem. Binnen dit bereik vindt decompressie plaats. Het is echter belangrijk om te onthouden dat de decompressie langzamer is op of nabij de bodem in vergelijking met de plafondzone.

De diepte van het plafond en de bodem is afhankelijk van uw duikprofiel. De plafonddiepte is vrij ondiep wanneer u voor het eerst aan de decompressieduik begint. Maar als u op diepte blijft, beweegt de plafonddiepte naar beneden en neemt de opstijgtijd toe. Het omgekeerde is ook waar: de bodem- en plafonddiepte kunnen omhoog veranderen terwijl u aan het decompresseren bent.

Wanneer de omstandigheden ruw zijn, kan het moeilijk zijn om een constante diepte nabij het oppervlak te behouden. In dergelijke gevallen is het beter om een diepte iets onder het plafond te behouden, om ervoor te zorgen dat de golven u niet boven het plafond tillen. Suunto raadt aan om dieper dan 4 m te decompresseren, zelfs als het aangegeven plafond ondieper is.

Opstijgtijd

De opstijgtijd die op uw duikcomputer wordt weergegeven, is de minimale hoeveelheid tijd die nodig is om het oppervlak te bereiken tijdens een decompressieduik. Dit omvat:

  • Tijd die nodig is om diepe stops te maken
  • Opstijgtijd vanaf diepte met een opstijgsnelheid van 10 m per minuut
  • Tijd die nodig is voor decompressie
  • Tijd die nodig is voor extra veiligheidsstops als u tijdens de duik te snel opstijgt


Uw werkelijke opstijgtijd kan langer zijn dan weergegeven door de Suunto D4i. Deze kan langer zijn als uw opstijgsnelheid lager is dan 10 m per minuut of als u een decompressiestop maakt dieper dan het aanbevolen plafond. Houd hier rekening mee, aangezien dit de hoeveelheid benodigde ademgas om het oppervlak te bereiken kan vergroten.

Decompressie-aanwijzingen

Tijdens een decompressieduik kunnen er drie soorten stops zijn:

  • Veiligheidsstop
  • Diepe stop
  • Decompressiestop

Hoewel het niet wordt aanbevolen, kunt u diepe stops en veiligheidsstops breken (negeren). De Suunto D4i bestraft dergelijke acties met extra stops of andere maatregelen, hetzij tijdens de duik, hetzij bij volgende duiken. Zie Veiligheidsstops en diepe stops voor meer informatie.

De Suunto D4i toont altijd de plafondwaarde vanaf de diepste van deze stops. Diepe stops en veiligheidsstop-plafonds bevinden zich altijd op een constante diepte wanneer u bij de stop bent. De stoptijd wordt afgeteld in minuten en seconden.

Met decompressiestops neemt het plafond altijd af terwijl u zich in de buurt van de plafonddiepte bevindt, wat zorgt voor continue decompressie met een optimale opstijgtijd.

waarschuwing OPMERKING: Het wordt altijd aanbevolen om tijdens het opstijgen dicht bij het decompressieplafond te blijven.

Onder de bodem

De knipperende ASC TIME tekst en een pijl omhoog geven aan dat u zich onder de bodem bevindt. Er klinkt ook een alarm met lage prioriteit. U moet onmiddellijk met uw opstijging beginnen. De plafonddiepte wordt aan de linkerkant van het middelste veld weergegeven en de minimale totale opstijgtijd aan de rechterkant.

Hieronder ziet u een voorbeeld van een decompressieduik met een plafond van 3 m en een totale opstijgtijd van 9 minuten.

Boven de bodem

Wanneer u boven de bodem opstijgt, stopt de ASC TIME tekst met knipperen en verdwijnt de pijl omhoog, zoals hieronder weergegeven.

Dit geeft aan dat u zich in het decompressiebereik bevindt. Decompressie begint, maar langzaam. Daarom moet u uw opstijging voortzetten.

Bij het plafond

Wanneer u de plafondzone bereikt, toont het display twee pijlen die naar elkaar wijzen, zoals hieronder weergegeven.

Tijdens de decompressiestop blijft uw totale opstijgtijd aftellen naar nul. Als het plafond omhoog beweegt, kunt u naar het nieuwe plafond opstijgen.

U mag pas naar de oppervlakte gaan nadat ASC TIME en CEILING zijn verdwenen. Dit betekent dat de decompressiestop en eventuele verplichte veiligheidsstops zijn voltooid.

U wordt echter aangeraden om onder het plafond te blijven totdat ook de STOP tekst is verdwenen. Dit geeft aan dat ook de aanbevolen veiligheidsstop van drie (3) minuten is voltooid.

Boven het plafond

Als u tijdens een decompressiestop boven het plafond uitstijgt, verschijnt er een pijl omlaag voor de plafonddiepte en begint er een continu piepgeluid.

Daarnaast herinnert een foutwaarschuwing ER u eraan dat u slechts drie (3) minuten de tijd heeft om de situatie te corrigeren. U moet onmiddellijk afdalen naar, of onder, het plafond. Als u de decompressie blijft schenden, gaat de duikcomputer naar een permanente foutmodus (Foutstatus (algoritmevergrendeling)).

Dieptealarm

Standaard klinkt het dieptealarm op 30 m. U kunt de diepte aanpassen aan uw persoonlijke voorkeur of uitschakelen.

Het dieptealarm aanpassen:

  1. Houd in een duikmodus [DOWN] ingedrukt om de instellingen te openen.
  2. Druk op [UP] om naar Depth Alarm te scrollen en druk op [SELECT].
  3. Druk op [UP] om het alarm in/uit te schakelen en bevestig met [SELECT].
  4. Pas de diepte aan met [DOWN] of [UP] en accepteer met [SELECT].
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Wanneer het dieptealarm wordt geactiveerd, knippert de achtergrondverlichting en klinkt het hoorbare alarmpatroon met lage prioriteit. Bevestig het alarm door op een willekeurige knop te drukken.

Displaycontrast

U kunt het contrast van het display aanpassen aan uw voorkeur of bijvoorbeeld aan veranderende duikomstandigheden.

  1. Houd in de tijdmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [UP] om naar Contrast te scrollen en druk op [Select].
  3. Gebruik [DOWN] of [UP] om het contrast te wijzigen van 0 (laagste) tot 10 (hoogste).
  4. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Duikgeschiedenis

De Suunto D4i heeft een gedetailleerd logboek en een duikgeschiedenis die beschikbaar is in de geheugenmodus.

Het logboek bevat een geavanceerd duikprofiel voor elke geregistreerde duik. De tijd tussen elk gegevenspunt dat in het logboek is opgeslagen, is gebaseerd op de configureerbare samplefrequentie (zie Samplefrequentie).

De duikgeschiedenis is een overzicht van alle geregistreerde duiken.

Om naar de duikgeschiedenis te gaan:

  1. Druk op [MODE] totdat u MEM ziet.
  2. Schakel tussen History (Geschiedenis) en Logbook (Logboek) met [DOWN] of [UP].
  3. Als u de geschiedenis of het logboek bekijkt, kunt u op [MODE] drukken om terug te gaan en de andere te selecteren. Druk een tweede keer op [MODE] om af te sluiten.

Geschiedenis

Wanneer u de weergave van de duikgeschiedenis hebt geopend, kunt u schakelen tussen Scuba History (Scuba-geschiedenis) en FREE DIVE HISTORY (VRIJ DUIKEN GESCHIEDENIS) met [DOWN] en [UP].

De scuba-duikgeschiedenis toont u een overzicht van het volgende:

  • Duikuren
  • Totaal aantal duiken
  • Maximale diepte

De scuba-duikgeschiedenis registreert maximaal 999 duiken en 999 duikuren. Wanneer deze limieten zijn bereikt, worden de tellers teruggezet op nul.

De geschiedenis van het vrij duiken toont het volgende:

  • de diepste en de langste duiken van alle vrije duiken
  • de cumulatieve duiktijd in uren en minuten
  • het totale aantal duiken

De geschiedenis van het vrij duiken registreert maximaal 999 duiken en 99:59 duikuren. Wanneer deze limieten zijn bereikt, worden de tellers teruggezet op nul.

Logboek

Om naar het logboek te gaan:

  1. Druk driemaal op [MODE] totdat u in de MEM-modus komt.
  2. Druk op [UP] om Logbook (Logboek) te kiezen.
  3. Druk op [DOWN] of [UP] om naar het logboek te scrollen dat u wilt bekijken en druk op [SELECT].
  4. Druk op [SELECT] om door de pagina's te scrollen.
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Elk logboek heeft drie pagina's:

  1. Hoofdpagina
    Hoofdpagina van het logboek
    • maximale diepte
    • datum van duik
    • type duik (aangegeven met de eerste letter van de duikmodus, zoals A voor de Air (Lucht)-modus)
    • starttijd van duik
    • duiknummer – van oudste naar nieuwste
    • gaspercentage(s) van de eerste gebruikte gasmix
    • totale duiktijd (in minuten in alle modi)
    • Oppervlaktetijd en waarschuwingspagina
      Oppervlaktetijd en waarschuwingspagina
  • maximale diepte
  • oppervlaktetijd na vorige duik
  • gemiddelde diepte
  • verbruikte druk (indien ingeschakeld)
  • waarschuwingen
  • OLF% (indien van toepassing)
  • Grafiek van duikprofiel
    Grafiek van duikprofiel
  • watertemperatuur
  • tankdruk (indien ingeschakeld)
  • diepte/tijd-profiel van de duik

Druk op [UP] om stapsgewijs door de grafiek van het duikprofiel te gaan of houd [UP] ingedrukt om automatisch te scrollen.
De grafiek van het duikprofiel toont punt voor punt duikinformatie, zoals diepte, decompressie-info, plafond en opstijgtijd.
De tekst End of Logs (Einde van logboeken) wordt weergegeven tussen de oudste en meest recente duik.
De logboekcapaciteit is afhankelijk van de samplefrequentie.
Als het geheugen vol is, worden de oudste duiken verwijderd wanneer er nieuwe duiken worden toegevoegd.
De inhoud van het geheugen blijft behouden wanneer de batterij wordt vervangen (mits de batterij volgens de instructies is vervangen).

waarschuwing OPMERKING: Verschillende herhalingsduiken worden beschouwd als behorend tot dezelfde herhalingsduikserie als de no-fly-tijd niet is verstreken.

Duikmodi

De Suunto D4i heeft de volgende duikmodi:

  • Air: voor duiken met normale lucht
  • Nitrox: voor duiken met zuurstofverrijkte gasmengsels
  • Free: voor vrijduiken
  • Off: schakelt de duikmodus volledig uit; de duikcomputer schakelt niet automatisch naar de duikmodus wanneer hij onder water is en de duikplanningsmodus is verborgen

Standaard is de Air (Lucht)-modus geactiveerd wanneer u de duikmodus opent. U kunt wijzigen welke modus is geactiveerd of de duikmodus uitschakelen onder de algemene instellingen.

informatie TIP: De duikmodus kan worden uitgeschakeld tijdens perioden waarin u geen duikcomputer nodig hebt.

Duikmodi wijzigen:

  1. Houd in de tijdmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [SELECT] om naar Dive Mode (Duikmodus) te gaan.
  3. Wijzig naar de gewenste modus met [UP] of [DOWN] en bevestig met [SELECT].
  4. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Elke duikmodus heeft zijn eigen instellingen die u moet aanpassen terwijl u in de betreffende modus bent.

Duikmodusinstellingen wijzigen:

  1. Houd in een bepaalde duikmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [DOWN] of [UP] om door de instellingen te scrollen.
  3. Druk op [SELECT] om een instelling te openen.
  4. Pas de instelling aan met [DOWN] of [Up] en bevestig met [SELECT].
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

waarschuwing OPMERKING: Sommige instellingen kunnen pas vijf (5) minuten na de duik worden gewijzigd.

Luchtmodus

De luchtmodus is voor duiken met normale lucht en heeft de volgende instellingen:

  • Persoonlijke/hoogte-aanpassing (zie Persoonlijke en hoogte-aanpassingen)
  • Tankdruk (zie Tankdruk)
  • Tankdrukalarm (zie Tankdrukalarm)
  • Dieptealarm (zie Dieptealarm)
  • Duiktijdalarm (zie Duiktijdalarm)
  • Samplefrequentie (zie Samplefrequentie)
  • Deepstop (zie Veiligheidsstops en deepstops)
  • Luchttijd (zie Luchttijd)

Nitrox-modus

De Nitrox-modus is voor duiken met zuurstofverrijkte gasmengsels.
Duiken met Nitrox stelt u in staat om bodemtijden te verlengen of het risico op decompressieziekte te verminderen. Wanneer echter de gasmix wordt gewijzigd of de diepte wordt vergroot, wordt de zuurstofpartiaaldruk over het algemeen verhoogd. De Suunto D4i biedt u informatie om uw duik aan te passen en binnen veilige limieten te blijven.

De Nitrox-modus heeft de volgende instellingen

  • Nitrox (gasmengsel)
  • Persoonlijke/hoogte-aanpassing (zie Persoonlijke en hoogte-aanpassingen)
  • Dieptealarm (zie Dieptealarm)
  • Duiktijdalarm (zie Duiktijdalarm)
  • Samplefrequentie (zie Samplefrequentie)
  • Deepstop (zie Veiligheidsstops en deepstops)
  • Luchttijd (zie Luchttijd)

In de Nitrox-modus moeten zowel het percentage zuurstof in uw tank als de zuurstofpartiaaldrukgrens in de Suunto D4i worden ingevoerd.

Dit zorgt voor een correcte stikstof- en zuurstofberekening en de juiste maximale werkdiepte (MOD), die is gebaseerd op uw ingevoerde waarden.

De standaardinstelling voor het zuurstofpercentage (O2%) is 21% (lucht) en de instelling voor de zuurstofpartiaaldruk (PO2) is 1,4 bar (20 psi).

De gasmixinstellingen wijzigen:

  1. Houd in de Nitrox-modus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [SELECT] om de Nitrox-instellingen te openen.
  3. Druk op [SELECT] om te schakelen tussen de O2- en PO2-waarden.
  4. Pas de knipperende O2-waarde aan met [DOWN] of [UP] zodat deze overeenkomt met het zuurstofpercentage van uw tank en accepteer met [SELECT].
  5. Pas de knipperende PO2-waarde (zuurstofpartiaaldruk) aan met [DOWN] of [Up] en bevestig met [SELECT].
  6. Druk op [MODE] om af te sluiten.

waarschuwing OPMERKING: Als het zuurstofgehalte van een mix is ingesteld op 22% of hoger, blijft de instellingswaarde behouden totdat deze wordt gewijzigd. Het keert niet automatisch terug naar 21%.

Vrije modus

Met de Free (Vrije)-modus kan de Suunto D4i worden gebruikt als een instrument voor vrijduiken. De duiktijd wordt in minuten en seconden in het midden van het scherm aangegeven.

De vrije duik begint bij 1,2 m (4 ft) en eindigt wanneer uw diepte minder is dan 0,9 m (3 ft).

De Free (Vrije)-modus heeft de volgende instellingen:

  • Dieptemeldingen (zie Dieptemeldingen)
  • Dieptealarm (zie Dieptealarm)
  • Duiktijdalarm (zie Duiktijdalarm)
  • Oppervlaktetimer (zie Oppervlakte- en no-fly-tijd)
  • Samplefrequentie (zie Samplefrequentie)

Dieptemeldingen
U kunt maximaal vijf onafhankelijke dieptemeldingen definiëren voor vrijduiken, bijvoorbeeld om u te waarschuwen om te beginnen met vrij vallen of mondvullen. Elke melding heeft een gedefinieerde diepte en kan worden in- of uitgeschakeld.

Wanneer u de meldingsdiepte bereikt, knippert de achtergrondverlichting en klinkt het hoorbare alarm met lage prioriteit.

Dieptemeldingen definiëren:

  1. Houd in de Free (Vrije)-modus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [SELECT] om de Depth Notify (Dieptemelding)-instellingen te openen.
  3. Scroll door de meldingen met [DOWN] of [UP] en open een melding met [SELECT].
  4. Druk op [DOWN] of [UP] om de melding In/Uit te schakelen en bevestig met [SELECT].
  5. Pas de diepte aan met [DOWN] of [UP] en bevestig met [SELECT].
  6. Scroll naar de volgende melding om te wijzigen of druk op [MODE] om af te sluiten.

Duikplanningsmodus

De duikplanningsmodus PLAN NoDeco kan worden gebruikt om een duik te plannen waarvoor geen decompressie nodig is. U voert de diepte van uw komende duik in en Suunto D4i berekent de maximale tijd die u op die diepte kunt blijven zonder decompressiestops te hoeven maken.

Het duikplan houdt rekening met:

  • alle berekende reststikstof
  • duikgeschiedenis van de afgelopen vier dagen

Om duiken te plannen:

  1. Druk op [MODE] totdat u PLAN NODEC ziet.
  2. Het display toont kort uw resterende desaturatietijd voordat het doorgaat naar het planningsscherm.
  3. Druk op [DOWN] of [UP] om door uw komende duikdieptes te scrollen. De diepte beweegt in stappen van 3 m (10 ft) van 9 m – 45 m (30 ft – 150 ft). De nultijdlimiet voor de geselecteerde diepte wordt in het midden van het display weergegeven. Als u minstens één keer met Suunto D4i hebt gedoken, verschijnt het veld SURFTIME +. U kunt de oppervlaktetijd aanpassen met [UP].
  4. Tussen opeenvolgende duiken kunt u op [SELECT] drukken om de oppervlaktetijd aan te passen.
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

waarschuwing OPMERKING: De duikplanningsmodus is uitgeschakeld als de duikcomputer zich in een fouttoestand bevindt (zie Fouttoestand (algoritmevergrendeling)) of als de duikmodus is uitgeschakeld.

Duiktijdalarm

Het duiktijdalarm kan worden geactiveerd en gebruikt voor verschillende doeleinden om uw duikveiligheid te vergroten. Het is gewoon een countdown-timer in minuten.

Om het duiktijdalarm in te stellen:

  1. Houd in een relevante duikmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [DOWN] of [UP] om naar ALARM TIME te scrollen.
  3. Druk op [UP] om het alarm in te schakelen en druk op [SELECT] om te bevestigen.
  4. Pas de duur aan met [UP] of [DOWN] en accepteer met [SELECT].
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Fouttoestand (algoritmevergrendeling)

Suunto D4i heeft waarschuwingsindicatoren die u waarschuwen om te reageren op bepaalde situaties die het risico op DCI aanzienlijk zouden verhogen. Als u niet op deze waarschuwingen reageert, komt de Suunto D4i in een fouttoestand en toont Er op het display. Dit geeft aan dat het risico op DCI sterk is toegenomen.

Als u decompressiestops langer dan drie (3) minuten weglaat, wordt het RGBM-algoritme gedurende 48 uur vergrendeld. Wanneer het algoritme is vergrendeld, is er geen algoritme-informatie beschikbaar en wordt in plaats daarvan ER weergegeven. Het vergrendelen van het algoritme is een veiligheidsfunctie die benadrukt dat de algoritme-informatie niet langer geldig is.

In een dergelijke situatie moet u terugzakken onder het plafondniveau om de decompressie voort te zetten. Als u dit niet binnen drie (3) minuten doet, vergrendelt de Suunto D4i de algoritmeberekening en geeft in plaats daarvan ER weer, zoals hieronder weergegeven. Houd er rekening mee dat de plafondwaarde niet langer aanwezig is.

In deze toestand vergroot u uw risico op decompressieziekte (DCS) aanzienlijk. Decompressie-informatie is niet beschikbaar gedurende de volgende 48 uur na het opstijgen.

Het is mogelijk om met het apparaat te duiken wanneer het algoritme is vergrendeld, maar in plaats van de decompressie-informatie wordt ER weergegeven.
Als u opnieuw in deze fouttoestand duikt, wordt de algoritmevergrendelingstijd teruggezet op 48 uur wanneer u opstijgt.

Persoonlijke en hoogteaanpassingen

Er zijn verschillende factoren die uw gevoeligheid voor DCS kunnen beïnvloeden. Dergelijke factoren verschillen tussen duikers en van de ene op de andere dag.

De persoonlijke factoren die de kans op DCS vergroten zijn onder meer:

  • blootstelling aan koud water - minder dan 20°C (68°F)
  • een beneden gemiddeld fysiek fitnessniveau
  • vermoeidheid
  • uitdroging
  • stress
  • obesitas
  • patent foramen ovale (PFO)
  • sporten voor of na het duiken

De persoonlijke instelling in drie stappen kan worden gebruikt om het algoritme aan te passen aan uw DCS-gevoeligheid.

Persoonlijke aanpassing Uitleg
0 Ideale omstandigheden (standaardwaarde).
1 Conservatief. Er zijn enkele risicofactoren of omstandigheden aanwezig.
2 Meer conservatief. Er zijn verschillende risicofactoren of omstandigheden aanwezig.

Naast de persoonlijke instelling kan de Suunto D4i worden aangepast voor duiken op verschillende hoogtes. Dit past de decompressieberekening aan op basis van de geselecteerde hoogteaanpassing.

Hoogteaanpassing Uitleg
0 0 – 300 m (0 – 980 ft) (standaard)
1 300 – 1500 m (980 – 4900 ft)
2 1500 – 3000 m (4900 – 9800 ft)

Om de persoonlijke en hoogteaanpassingsinstellingen te wijzigen:

  1. Houd in een duikmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [SELECT] om de Personal Altitude-instellingen te openen.
  3. Druk op [UP] om de Personal-aanpassing te wijzigen en bevestig met [SELECT].
  4. Druk op [UP] om de Altitude-aanpassing te wijzigen en bevestig met [SELECT].
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.


Reizen naar een grotere hoogte kan tijdelijk veranderingen veroorzaken in het evenwicht van opgeloste stikstof in het lichaam. Het wordt aanbevolen dat u aan de nieuwe hoogte acclimatiseert door minstens drie (3) uur te wachten voordat u gaat duiken.

Veiligheidsstops en dieptestops

Veiligheidsstops worden algemeen beschouwd als een goede duikpraktijk en vormen een cruciaal onderdeel van de meeste duiktabellen. De redenen om een veiligheidsstop uit te voeren zijn onder meer: het verminderen van subklinische DCI, het verminderen van microbellen, het beheersen van de opstijging en de oriëntatie voordat u bovenkomt.

Suunto D4i geeft twee verschillende soorten veiligheidsstops weer: aanbevolen en verplicht.

Bij elke duik van meer dan 10 meter is er een countdown van drie minuten voor de aanbevolen veiligheidsstop. Deze stop wordt genomen in het bereik van 3-6 m. Suunto D4i toont een STOP-pictogram en een countdown van drie minuten.

waarschuwing OPMERKING: Wanneer dieptestops zijn ingeschakeld, wordt de lengte van verplichte veiligheidsstops in seconden aangegeven.

Wanneer de stijgsnelheid gedurende meer dan vijf opeenvolgende seconden de 10 m per minuut overschrijdt, kan de opbouw van microbellen groter zijn dan toegestaan in het decompressiemodel.

In deze situatie voegt de Suunto D4i een verplichte veiligheidsstop toe aan de duik. De tijd van deze stop is afhankelijk van de snelheidsovertreding van de stijgsnelheid.

Het STOP-pictogram wordt in het display weergegeven. Wanneer u de dieptezone tussen 6 m en 3 m bereikt, wordt het volgende weergegeven:

  1. PLAFOND en STOP
  2. Plafonddiepte
  3. Veiligheidsstoptijd

    Wacht bij het plafond totdat de waarschuwing voor de verplichte veiligheidsstop verdwijnt.


STIJG NOOIT BOVEN HET PLAFOND UIT! U mag tijdens uw decompressie niet boven het plafond uitstijgen. Om te voorkomen dat dit per ongeluk gebeurt, moet u iets onder het plafond blijven.

Dieptestops worden geactiveerd wanneer u dieper duikt dan 20 m.
Als de duiktimer op het scherm staat wanneer dieptestop wordt geactiveerd, wordt de timer vervangen door dieptestop.
Nadat dieptestop voorbij is, kan de gebruiker tussen dieptestop en de timer wisselen door lang op de MODE-knop te drukken.
Dieptestops worden op dezelfde manier gepresenteerd als veiligheidsstops. Suunto D4i waarschuwt u dat u zich in het dieptestopgebied bevindt door het volgende weer te geven:

  • PLAFOND bovenaan
  • DIEPTESTOP in de middelste rij
  • Stopdiepte
  • Countdown-timer

Dieptestop is standaard ingeschakeld in de modi Air en Nitrox. Om dieptestop uit te schakelen:

  1. Houd in een duikmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [DOWN] om naar Deepstop te scrollen en ga naar binnen met [Select].
  3. Druk op [UP] om aan/uit te schakelen.
  4. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Monsterfrequentie

De monsterfrequentie bepaalt hoe vaak informatie van de duik wordt opgeslagen in het actieve logboek. De standaard monsterfrequentie is 20 seconden in lucht- en nitroxmodi, en 2 seconden in de freedivemodus.

Om de monsterfrequentie te wijzigen:

  1. Houd in een duikmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [UP] om naar Sample Rate te scrollen en druk op [SELECT].
  3. Druk op [DOWN] of [UP] om de frequentie te wijzigen en bevestig met [SELECT].
  4. Druk op MODE om af te sluiten.

De monsterfrequentieopties in lucht- en nitroxmodi zijn: 10, 20, 30 en 60 seconden.
De monsterfrequentieopties in de freedivemodus zijn: 1, 2 en 5 seconden.

Stopwatch

De stopwatch kan worden gebruikt om verstreken tijden en tussentijden te meten.

Om de stopwatch te activeren:

  1. Scroll in de tijdmodus door de onderste rijweergave door op [UP] of [DOWN] te drukken totdat de stopwatch wordt weergegeven.
  2. Druk op [SELECT] om de stopwatch te starten/stoppen.
  3. Druk op [DOWN] om tussentijden op te nemen.
  4. Houd [SELECT] ingedrukt om de stopwatch te resetten.

Na het stoppen van de stopwatch kunt u met [DOWN] door de tussentijden scrollen. U kunt de stopwatch ook tijdens het duiken gebruiken voor verschillende timingdoeleinden. Om de stopwatch in de duikmodus te activeren, houdt u [MODE] ingedrukt.

Start en stop de stopwatch door op [SELECT] te drukken.

waarschuwing OPMERKING: Als een dieptestop wordt geactiveerd terwijl u de stopwatch gebruikt, is het timer-veld niet zichtbaar.

Oppervlakte- en vliegverbodtijd

Terug aan de oppervlakte blijft de Suunto D4i veiligheidsinformatie en alarmen na de duik verstrekken. Als u na uw duik moet wachten om te vliegen, wordt het vliegverbodsymbool in alle modi weergegeven.
Het vliegverbodsymbool wordt weergegeven op de Suunto D4i.

Ga naar de duikmodus voor meer informatie over uw oppervlakte- en vliegverbodtijden.

De Suunto D4i toont de tijd sinds u bent opgedoken in het veld Surf t.. Het vliegtuigsymbool geeft aan dat u niet mag vliegen. De countdown tot wanneer u veilig kunt vliegen, wordt weergegeven in het veld No Fly.
Oppervlaktetijd en vliegverbodtijd worden weergegeven op de Suunto D4i.

De vliegverbodtijd is altijd minimaal 12 uur en is gelijk aan de desaturatietijd wanneer die langer is dan 12 uur. Voor desaturatietijden korter dan 70 minuten wordt de vliegverbodtijd niet weergegeven.

Als decompressie tijdens een duik wordt weggelaten, waardoor de Suunto D4i in de foutstatus komt (zie Foutstatus (algoritmevergrendeling)), is de vliegverbodtijd altijd 48 uur.

Waarschuwing
U WORDT GEADVISEERD OM TE VERMIJDEN TE VLIEGEN ALS DE COMPUTER DE VLIEGVERBODTIJD AFTELT. ACTIVEER ALTIJD DE COMPUTER OM DE RESTVLIEGVERBODTIJD TE CONTROLEREN ALVORENS TE VLIEGEN! Vliegen of reizen naar een grotere hoogte binnen de vliegverbodtijd kan het risico op DCS aanzienlijk vergroten. Bekijk de aanbevelingen van Divers Alert Network (DAN). Er kan nooit een regel voor vliegen na het duiken worden gegarandeerd die decompressieziekte volledig voorkomt!

Het Divers Alert Network (DAN) beveelt het volgende aan met betrekking tot vliegverbodtijden:

  • Een minimum oppervlakte-interval van 12 uur is vereist om er redelijkerwijs zeker van te zijn dat een duiker symptoomvrij blijft bij het stijgen naar een hoogte in een commercieel vliegtuig (hoogte tot 2400 m (8000 ft)).
  • Duikers die van plan zijn dagelijks meerdere duiken te maken gedurende meerdere dagen, of duiken te maken die decompressiestops vereisen, moeten speciale voorzorgsmaatregelen nemen en langer dan 12 uur wachten voor een vlucht. Verder suggereert de Undersea and Hyperbaric Medical Society (UHMS) dat duikers die standaard luchtcilinders gebruiken en geen symptomen van decompressieziekte vertonen, 24 uur na hun laatste duik wachten om te vliegen in een vliegtuig met een cabinedruk tot 2400 m (8000 ft). De enige twee uitzonderingen op deze aanbeveling zijn:
    • Als een duiker in de afgelopen 48 uur minder dan twee (2) uur totale geaccumuleerde duiktijd heeft, wordt een oppervlakte-interval van 12 uur voor het vliegen aanbevolen.
    • Na elke duik die een decompressiestop vereiste, moet het vliegen minstens 24 uur worden uitgesteld, en indien mogelijk, 48 uur.

Suunto raadt aan om vliegen te vermijden totdat aan alle DAN- en UHMS-richtlijnen, evenals aan de vliegverbodvoorwaarden van de duikcomputer, is voldaan.

Suunto RGBM

De ontwikkeling van het decompressiemodel van Suunto is ontstaan in de jaren tachtig, toen Suunto het model van Bühlmann op basis van M-waarden implementeerde in de Suunto SME. Sindsdien is er continu onderzoek en ontwikkeling gaande met behulp van zowel externe als interne experts.

Aan het eind van de jaren negentig implementeerde Suunto het RGBM-bellenmodel (Reduced Gradient Bubble Model) van Dr. Bruce Wienke om te werken met het eerdere op M-waarden gebaseerde model. De eerste commerciële producten met de functie waren de iconische Suunto Vyper en Suunto Stinger. Met deze producten was de verbetering van de veiligheid van duikers aanzienlijk, omdat ze een aantal duikomstandigheden buiten het bereik van modellen met alleen opgelost gas aanpakten door:

  • Continue meerdaagse duiken bewaken
  • Nauw op elkaar volgende herhalingsduiken berekenen
  • Reageren op een duik die dieper is dan de vorige duik
  • Zich aanpassen aan snelle stijgingen die een hoge microbellen (stille-bellen) opbouw produceren
  • Consistentie opnemen met echte fysieke wetten voor gaskinetiek

De Suunto RGBM voorspelt zowel opgelost als vrij gas in het bloed en de weefsels van duikers. Het is een belangrijke vooruitgang ten opzichte van de klassieke Haldane-modellen, die geen vrij gas voorspellen. De Suunto RGBM biedt extra veiligheid door zijn vermogen om zich aan te passen aan verschillende situaties en duikprofielen.

Veiligheid van duikers

Omdat elk decompressiemodel puur theoretisch is en niet het daadwerkelijke lichaam van een duiker bewaakt, kan geen enkel decompressiemodel de afwezigheid van DCS garanderen. Experimenteel is aangetoond dat het lichaam zich tot op zekere hoogte aanpast aan decompressie wanneer duiken constant en frequent is. Persoonlijke aanpassingsinstellingen zijn beschikbaar voor duikers die voortdurend duiken en bereid zijn om een groter persoonlijk risico te accepteren.

Voorzichtig
Gebruik altijd dezelfde persoonlijke en hoogteaanpassingsinstellingen voor de daadwerkelijke duik en voor de planning. Het verhogen van de persoonlijke aanpassingsinstelling ten opzichte van de geplande instelling, evenals het verhogen van de hoogteaanpassingsinstelling, kan leiden tot langere decompressietijden dieper en dus tot een groter vereist gasvolume. U kunt zonder ademgas onder water komen te zitten als de persoonlijke aanpassingsinstelling na de duikplanning is gewijzigd.

Duiken op hoogte

De atmosferische druk is lager op grote hoogte dan op zeeniveau. Na een reis naar een grotere hoogte heeft u meer stikstof in uw lichaam dan in de evenwichtssituatie op de oorspronkelijke hoogte. Deze 'extra' stikstof komt geleidelijk vrij en het evenwicht wordt hersteld. Het wordt aanbevolen om te acclimatiseren aan een nieuwe hoogte door minstens drie uur te wachten voordat u gaat duiken.

Voor het duiken op grote hoogte moet u de hoogte-instellingen van uw duikcomputer aanpassen, zodat de berekeningen rekening houden met de grote hoogte. De maximale partiële stikstofdrukken die zijn toegestaan door het wiskundige model van de duikcomputer worden verlaagd in overeenstemming met de lagere omgevingsdruk.

Als gevolg hiervan worden de toegestane limieten voor stoppen zonder decompressie aanzienlijk verlaagd.

Waarschuwing
STEL DE JUISTE HOOGTE-INSTELLING IN! Bij het duiken op hoogten van meer dan 300 m (1000 ft) moet de hoogte-instelling correct worden geselecteerd om de decompressiestatus door de computer te laten berekenen. De duikcomputer is niet bedoeld voor gebruik op hoogten van meer dan 3000 m (10000 ft). Als u de juiste hoogte-instelling niet selecteert of boven de maximale hoogtelimiet duikt, resulteert dit in onjuiste duik- en planningsgegevens.

Blootstelling aan zuurstof

De berekeningen van de blootstelling aan zuurstof zijn gebaseerd op momenteel aanvaarde tabellen en principes van tijdslimieten voor blootstelling.

De duikcomputer berekent afzonderlijk de zuurstoftoxiciteit van het centrale zenuwstelsel (CZS) en de longtoxiciteit van zuurstof, de laatste gemeten door de toevoeging van Oxygen Toxicity Units (OTU).

Beide fracties zijn zo geschaald dat de maximaal getolereerde blootstelling van de duiker voor elk 100% is.

De Suunto D4i geeft geen CZS% of OTU% weer, maar geeft in plaats daarvan de grootste van de twee weer in het veld OLF%. De waarde OLF% is de Oxygen limit fraction of Oxygen Toxicity Exposure (zuurstoflimietfractie of blootstelling aan zuurstoftoxiciteit).

Als bijvoorbeeld de maximaal getolereerde blootstelling van de duiker voor CZS% 85% is en de maximaal getolereerde blootstelling voor OTU% 80% is, geeft de OLF% de grootste geschaalde waarde weer, hier 85%.

Zuurstofgerelateerde informatie die door de duikcomputer wordt weergegeven, is ook ontworpen om ervoor te zorgen dat alle waarschuwingen en weergaven plaatsvinden in de juiste fasen van een duik.

Waarschuwing
WANNEER DE ZUURSTOFLIMIETFRACTIE AANGEEFT DAT DE MAXIMALE LIMIET IS BEREIKT, MOET U ONMIDDELLIJK ACTIE ONDERNEMEN OM DE ZUURSTOFBLOOTSTELLING TE VERMINDEREN. Als u geen actie onderneemt om de zuurstofblootstelling te verminderen nadat een CZS/OTU-waarschuwing is gegeven, kan het risico op zuurstoftoxiciteit, letsel of overlijden snel toenemen.

Tankdruk

Wanneer u de optionele Suunto draadloze zender gebruikt, wordt de druk van uw tank linksonder in het scherm weergegeven.

Telkens wanneer u een duik start, begint de berekening van de resterende luchttijd. Na 30-60 seconden wordt de eerste schatting van de resterende luchttijd in het midden van het scherm aan de linkerkant weergegeven.

De berekening is altijd gebaseerd op de daadwerkelijke drukval in uw tank en past zich automatisch aan uw tankgrootte en het huidige luchtverbruik aan.

De verandering in uw luchtverbruik is gebaseerd op constante drukmetingen per seconde gedurende perioden van 30–60 seconden. Een toename van het luchtverbruik vermindert de resterende luchttijd snel, terwijl een daling van het luchtverbruik de luchttijd langzaam verhoogt. Op deze manier wordt een overdreven optimistische schatting van de luchttijd, veroorzaakt door een tijdelijke daling van het luchtverbruik, vermeden.

De berekening van de resterende luchttijd omvat een veiligheidsreserve van 35 bar (500 psi). Dit betekent dat wanneer het instrument aangeeft dat de luchttijd nul is, er nog een kleine reserve is.

waarschuwing LET OP: Het vullen van uw BCD beïnvloedt de berekening van de luchttijd als gevolg van de tijdelijke toename van het luchtverbruik.

De resterende luchttijd wordt niet weergegeven wanneer de diepe stops of het decompressieplafond zijn geactiveerd. U kunt de resterende luchttijd controleren door [DOWN] ingedrukt te houden. Temperatuurveranderingen beïnvloeden de tankdruk en dus de berekening van de luchttijd.


Waarschuwingen lage luchtdruk

De duikcomputer waarschuwt u met twee (2) hoorbare dubbele pieptonen en een knipperende drukweergave wanneer de tankdruk 50 bar (700 psi) bereikt.
Er klinken twee (2) dubbele pieptonen wanneer de tankdruk de gedefinieerde alarmdruk bereikt en wanneer de resterende tijd nul bereikt.

Draadloze overdracht

Om draadloze overdracht van tankdrukgegevens naar Suunto D4i mogelijk te maken, is het volgende vereist:

  1. Installatie van de Suunto Wireless Transmitter op uw regelaar.
  2. De zender koppelen aan uw Suunto D4i.
  3. De draadloze integratie inschakelen in uw Suunto D4i-instellingen.

De zender gaat in de energiebesparende modus met een lagere datasnelheid als de tankdruk langer dan vijf (5) minuten ongewijzigd blijft.

De optionele zender geeft een waarschuwing voor een bijna lege batterij (batt) wanneer de batterijspanning laag wordt. Dit wordt met tussenpozen weergegeven in plaats van de drukmeting. Wanneer u deze waarschuwing krijgt, moet de batterij van de tankdrukzender worden vervangen.

Zender installeren en koppelen

Bij aankoop van de Suunto Wireless Transmitter raden wij ten zeerste aan om de zender door uw Suunto-vertegenwoordiger aan de eerste trap van uw regelaar te laten bevestigen.

De unit moet na installatie een druktest ondergaan en dit vereist doorgaans een getrainde technicus.
Om draadloze gegevens te ontvangen, moeten de zender en de Suunto D4i worden gekoppeld.

De draadloze zender wordt geactiveerd wanneer de tankdruk hoger is dan 15 bar (300 psi). De zender begint dan drukgegevens samen met een codenummer te verzenden.

Wanneer uw Suunto D4i zich binnen 0,3 m (1 ft) van de zender bevindt, ontvangt en bewaart deze die code. De zender en de Suunto D4i zijn nu gekoppeld. Suunto D4i zal dan de drukgegevens weergeven die het met deze code ontvangt. Deze coderingsprocedure voorkomt dat gegevens worden verwisseld met andere duikers die ook een Suunto Wireless Transmitter gebruiken.

waarschuwing LET OP: De koppelingsprocedure hoeft normaal gesproken maar één keer te worden uitgevoerd. Mogelijk moet u de koppelingsprocedure opnieuw uitvoeren als een andere duiker in uw groep dezelfde code gebruikt.

Om een nieuwe zendercode toe te wijzen:

  1. Open de tankkraan langzaam volledig om het systeem onder druk te zetten.
  2. Sluit onmiddellijk de tankkraan.
  3. Laat de regelaar snel leeglopen zodat de druk wordt verlaagd tot minder dan 10 bar (145 psi).
  4. Wacht ongeveer 10 seconden en open de tankkraan langzaam opnieuw om opnieuw druk op te bouwen tot boven 15 bar (300 psi).

De zender wijst automatisch een nieuwe code toe. Om de zender opnieuw te koppelen met uw Suunto D4i:

  1. Houd, in een duikmodus anders dan Free, [DOWN] ingedrukt om de instellingen te openen.
  2. Druk op [DOWN] om naar Tank Press Pairing (Tankdruk koppelen) te scrollen en druk op SELECT.
  3. Zorg ervoor dat TANK PRESS PAIRING is ingesteld op ON en druk op [SELECT].
  4. Er wordt een codenummer weergegeven. Druk op [UP] om de code te wissen.
  5. Druk op [SELECT].
  6. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Met het systeem onder druk tot boven 15 bar (300 psi), houdt u uw Suunto D4i dicht bij de zender. Wanneer het koppelen is voltooid, geeft de duikcomputer het nieuwe codenummer en de verzonden tankdruk weer.

De draadloze zenderindicator wordt weergegeven telkens wanneer een geldig signaal wordt ontvangen.

Verzonden gegevens

Na het koppelen ontvangt uw Suunto D4i tankdrukgegevens van de zender.
Telkens wanneer de Suunto D4i een signaal ontvangt, wordt een van de volgende symbolen in de linkerbenedenhoek van het scherm weergegeven.

Display Aanduiding
Cd: – Er is geen code opgeslagen, de duikcomputer is klaar om te koppelen met de zender.
Cd: 10 Huidig codenummer. Het codenummer kan van 01 tot 40 zijn.
- - - Het flitssymbool knippert. De drukmeting overschrijdt de toegestane limiet (meer dan 360 bar (5220 psi)).
Laatste drukmeting gevolgd door no conn Tankdrukgegevens zijn gedurende 1 minuut niet bijgewerkt. Zie hieronder voor oplossingen.
- - - gevolgd door no conn Tankdrukgegevens zijn gedurende 5 minuten niet bijgewerkt. Zie hieronder voor oplossingen.
no conn

De tekst no conn wordt weergegeven wanneer de unit geen gegevens van de zender ontvangt.

De drukmeting is al meer dan een minuut niet bijgewerkt. De laatst ontvangen druk knippert aan en uit. Het flitssymbool wordt niet weergegeven.

Deze situatie kan worden veroorzaakt door het volgende:

  1. De zender is buiten bereik (>1,2 m (4 ft))
  2. De zender bevindt zich in de energiebesparende modus
  3. De zender gebruikt een andere code. Om dit te corrigeren:
Activeer de zender door van de regelaar te ademen. Houd de duikcomputer dichter bij de zender en controleer of het flitssymbool verschijnt. Zo niet, koppel de zender dan opnieuw om een nieuwe code te krijgen.
batt De batterijspanning van de drukzender is laag. Vervang de batterij van de zender!

Tankdrukalarm

Er zijn twee tankdrukalarmen. De eerste is vast ingesteld op 50 bar (700 psi) en kan niet worden gewijzigd.
De tweede is door de gebruiker te configureren. Deze kan worden in- of uitgeschakeld en kan worden gebruikt voor een drukbereik van 10–200 bar (200-3000 psi).

Om de alarmwaarde voor de tankdruk in te stellen:

  1. Houd in een duikmodus [DOWN] ingedrukt om de instellingen te openen.
  2. Druk op [DOWN] om naar Tank Press Alarm (Tankdrukalarm) te scrollen en druk op [SELECT].
  3. Druk op [UP] om het alarm in te schakelen en bevestig met [SELECT].
  4. Pas het drukniveau aan met [UP] of [DOWN] en bevestig met [SELECT].
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Luchttijd

Luchttijd kan alleen worden weergegeven wanneer een draadloze tankdrukzender is geïnstalleerd en in gebruik is.

Om luchttijd te activeren:

  1. Houd in een duikmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [DOWN] om naar Air Time (Luchttijd) te scrollen.
  3. Druk op [UP] om de luchttijdweergave in te schakelen.
  4. Druk op [SELECT].
  5. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Tonen

Apparaattonen kunnen worden in- of uitgeschakeld. Wanneer tonen zijn uitgeschakeld, zijn er geen hoorbare alarmen.

Om tonen in te stellen:

  1. Houd in de tijdsmodus [DOWN] ingedrukt.
  2. Druk op [DOWN] of [UP] om naar Tones (Tonen) te scrollen en druk op [SELECT].
  3. Druk op [DOWN] of [UP] om in/uit te schakelen en bevestig met [SELECT].
  4. Druk op [MODE] om af te sluiten.

Watercontact

Het watercontact bevindt zich aan de zijkant van de behuizing. Wanneer ze ondergedompeld zijn, worden de watercontactpolen verbonden door de geleidbaarheid van het water. Suunto D4i schakelt over naar de duikstatus wanneer water wordt gedetecteerd en de dieptemeter waterdruk meet op 1,2 m (4 ft).

De AC wordt weergegeven totdat het watercontact wordt gedeactiveerd. Het is belangrijk om het watercontactgebied schoon te houden. Vervuiling of vuil kan automatische activering/deactivering voorkomen.

waarschuwing LET OP: Vochtophoping rond het watercontact kan ervoor zorgen dat de duikmodus wordt geactiveerd. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij het wassen van uw handen of bij het zweten. Om batterijvermogen te besparen, deactiveert u het watercontact door het schoon te maken en/of te drogen met een zachte handdoek.

Verzorging en ondersteuning

Richtlijnen voor het gebruik

Behandel de Suunto D4i met zorg. De gevoelige interne elektronische componenten kunnen beschadigd raken als het apparaat valt of anderszins verkeerd wordt behandeld.

Wanneer u met deze duikcomputer reist, zorg er dan voor dat deze veilig is verpakt in uw ingecheckte of handbagage. Het moet in een tas of andere container worden geplaatst waar het niet kan bewegen, stoten of gemakkelijk geraakt kan worden.

Probeer de Suunto D4i niet zelf te openen of te repareren. Als u problemen ondervindt met het apparaat, neem dan contact op met uw dichtstbijzijnde erkende Suunto Service Center.


ZORG VOOR DE WATERDICHTHEID VAN HET APPARAAT! Vocht in het apparaat en/of het batterijcompartiment kan het apparaat ernstig beschadigen. Serviceactiviteiten mogen alleen worden uitgevoerd door een erkend Suunto Service Center.

Was en droog de duikcomputer na gebruik. Spoel zeer zorgvuldig na elke duik in zout water.

Besteed speciale aandacht aan het gebied van de druksensor, watercontacten, drukknoppen en USB-kabelpoort. Als u de USB-kabel gebruikt voordat u de duikcomputer wast, moet ook de kabel (apparaatzijde) worden afgespoeld.

Spoel het na gebruik af met zoet water, milde zeep en reinig de behuizing voorzichtig met een vochtige zachte doek of zeem.

waarschuwing OPMERKING: Laat uw Suunto D4i niet in een emmer water liggen (om te spoelen). Het scherm blijft onder water aan en verbruikt batterijvermogen.

Gebruik alleen originele Suunto-accessoires - schade veroorzaakt door niet-originele accessoires valt niet onder de garantie.


Gebruik geen perslucht- of hogedrukslangen om uw duikcomputer schoon te maken. Deze kunnen de druksensor in uw duikcomputer permanent beschadigen.

informatie TIP: Vergeet niet uw Suunto D4i te registreren op www.suunto.com/support om persoonlijke ondersteuning te krijgen.

Waterbestendigheid

De Suunto D4i is waterbestendig tot 100 meter in overeenstemming met de duikhorlogestandaard ISO 6425.


Waterbestendigheid is niet hetzelfde als de maximale werkdiepte. De maximale werkdiepte van deze duikcomputer is 120 meter.

Om de waterbestendigheid te behouden, wordt aanbevolen om:

  • het apparaat nooit te gebruiken voor ander dan beoogd gebruik.
  • contact op te nemen met een geautoriseerd Suunto servicecentrum, distributeur of detailhandelaar voor eventuele reparaties.
  • het apparaat schoon te houden van vuil en zand.
  • nooit te proberen de behuizing zelf te openen.
  • vermijd het apparaat bloot te stellen aan snelle temperatuurwisselingen van lucht en water.
  • reinig uw apparaat altijd met zoet water als het is blootgesteld aan zout water.
  • klop of laat het apparaat nooit vallen.

Batterij vervangen

De Suunto D4i geeft een batterijsymbool weer als waarschuwing wanneer het vermogen te laag wordt. Wanneer dit gebeurt, mag uw Suunto D4i niet worden gebruikt om te duiken totdat de batterij is vervangen.

Neem contact op met een geautoriseerd Suunto-servicecentrum voor het vervangen van de batterij. Het is absoluut noodzakelijk dat de wijziging op de juiste manier wordt uitgevoerd om lekkage van water in het batterijcompartiment of de computer te voorkomen.

Defecten veroorzaakt door onjuiste batterij-installatie vallen niet onder de garantie.

Alle historie- en logboekgegevens, evenals de hoogte-, persoonlijke en alarminstellingen, blijven in het geheugen van de duikcomputer staan na de batterijwissel. Andere instellingen keren terug naar de standaardwaarden.

Technische specificaties

Afmetingen en gewicht

  • Lengte: 50 mm
  • Breedte: 50 mm
  • Hoogte: 16,0 mm
  • Gewicht: 85 g

Bedrijfsomstandigheden

  • Waterbestendigheid: 100 m (conform ISO 6425)
  • Normaal hoogtebereik: 0 tot 3.000 m boven zeeniveau
  • Bedrijfstemperatuur: 0°C tot 40°C
  • Opslagtemperatuur: -20°C tot +50°C
  • Onderhoudscyclus: 200 duiken of twee jaar, afhankelijk van wat het eerst komt

Dieptemeter

  • Temperatuurgecompenseerde druksensor
  • Maximale statische druk: 10 bar (conform EN 13319 en ISO 6425)
  • Nauwkeurig tot 100 m conform EN 13319
  • Dieptebereik: 0 tot 300 m
  • Resolutie: 0,1 m van 0 tot 100 m

Temperatuurweergave

  • Resolutie: 1 °
  • Weergavebereik: -20°C tot +50°C
  • Nauwkeurigheid: ± 2°C binnen 20 minuten na temperatuurverandering

Nitrox-modus

  • Zuurstof: 21-50%
  • Partiële zuurstofdruk (pO2): 0,2 – 3,0
  • Zuurstoflimietfractie: 0–200% met een resolutie van 1%
  • Gasmengsels: 1

Overige weergaven

  • Duiktijd: 0 tot 999 min
  • Oppervlaktetijd: 0 tot 99 u 59 min
  • Duikteller: 0 tot 999 voor herhalingsduiken
  • Geen-decompressietijd: 0 tot 99 min (– na 99)
  • Opstijgtijd: 0 tot 999 min (– na 999)
  • Plafonddieptes: 3,0 tot 150 m

Kalenderklok

  • Nauwkeurigheid: ± 25 s/maand (bij 20°C)
  • 12/24 u weergave

Stopwatch

  • Nauwkeurigheid: 1 seconde
  • Weergavebereik: 0'00 – 99'59
  • Resolutie: 1 seconde

Logboek

  • Samplefrequentie in lucht- en nitrox-modi: standaard 20 seconden
  • Samplefrequentie in freediving-modus: standaard 2 seconden
  • Geheugencapaciteit: ongeveer 60 uur met een registratie-interval van 20 seconden en zonder zendergegevens. Met zendergegevens is de capaciteit ongeveer 40 uur. In de vrije duikmodus (registratie-interval van 2 seconden) is de maximale capaciteit 3 uur.

Weefselberekeningsmodel

  • Suunto RGBM
  • Maximale werkdiepte: 120 m

Radiotransceiver

  • Frequentieband: enkel kanaal 5,3 kHz
  • Maximaal uitgangsvermogen: 110 mW
  • Bereik: 1,5 m

Voorwaarden

Term Wat het betekent
Duik op hoogte Een duik gemaakt op een hoogte van meer dan 300 m boven zeeniveau.
Stijgsnelheid De snelheid waarmee de duiker naar de oppervlakte stijgt.
Stijgtijd De minimale hoeveelheid tijd die nodig is om de oppervlakte te bereiken tijdens een decompressiestopduik.
Plafond Tijdens een decompressiestopduik is de ondiepste diepte waarnaar een duiker kan stijgen op basis van de berekende belasting van inert gas.
CNS Toxiciteit van het centrale zenuwstelsel. Toxiciteit wordt veroorzaakt door zuurstof. Kan een verscheidenheid aan neurologische symptomen veroorzaken. De belangrijkste is een epileptische aanval die kan leiden tot verdrinking van een duiker.
CNS% Toxiciteitslimietfractie van het centrale zenuwstelsel.
Compartiment Zie "Weefselgroep".
DM5 Suunto DM5 met Movescount, software voor het beheren van uw duiken.
Decompressie Tijd doorgebracht op een decompressiestop, of -bereik, voordat u naar de oppervlakte gaat, om geabsorbeerde stikstof op natuurlijke wijze uit weefsels te laten ontsnappen.
Decompressiebereik Tijdens een decompressiestopduik is het dieptebereik tussen de bodem en het plafond waarbinnen een duiker enige tijd moet stoppen tijdens het opstijgen.
DCS Decompressieziekte/aandoening. Een van de vele aandoeningen die direct of indirect het gevolg zijn van de vorming van stikstofbellen in weefsels of lichaamsvloeistoffen, als gevolg van onvoldoende gecontroleerde decompressie.
Duikserie Een groep herhalingsduiken waartussen de duikcomputer aangeeft dat er enige stikstofbelasting aanwezig is. Wanneer de stikstofbelasting nul bereikt, deactiveert de duikcomputer.
Duiktijd Verstreken tijd tussen het verlaten van de oppervlakte om af te dalen en het terugkeren naar de oppervlakte aan het einde van een duik.
Bodem De diepste diepte tijdens een decompressiestopduik waarop decompressie plaatsvindt.
He% Heliumpercentage of heliumfractie in het ademgas.
MOD De maximale werkdiepte van een ademgas is de diepte waarop de partiële zuurstofdruk (PO2) van het gasmengsel een veilige limiet overschrijdt.
Duik op meerdere niveaus Een enkele of herhaalde duik die tijd op verschillende diepten omvat en waarvan de geen-decompressielimieten daarom niet uitsluitend worden bepaald door de maximale bereikte diepte.
Nitrox (Nx) Verwijst bij sportduiken naar elk mengsel met een hogere zuurstoffractie dan standaardlucht.
Geen deco (Geen decompressiestoptijd) Elke duik die op elk moment een directe, ononderbroken opstijging naar de oppervlakte toestaat.
Geen decompressietijd Afkorting voor decompressietijdlimiet.
OC Open circuit. Scuba die al het uitgeademde gas uitstoot.
OLF% Zuurstoflimietfractie. De huidige blootstelling van de duiker aan zuurstoftoxiciteit.
O2% Zuurstofpercentage of zuurstoffractie in het ademgas. Standaardlucht heeft 21% zuurstof.
Partiële zuurstofdruk (O2) Beperkt de maximale diepte waarop het nitroxmengsel veilig kan worden gebruikt. De maximale partiële druklimiet voor verrijkt luchtduiken is 1,4 bar. De partiële druklimiet voor noodgevallen is 1,6 bar.
Duiken voorbij deze limiet brengen een onmiddellijk risico op zuurstoftoxiciteit met zich mee.
Reduced gradient bubble model (RGBM) Modern algoritme voor het volgen van zowel opgelost als vrij gas bij duikers.
Herhalingsduik Elke duik waarvan de decompressietijdslimieten worden beïnvloed door achtergebleven stikstof die tijdens eerdere duiken is opgenomen.
Achtergebleven stikstof De hoeveelheid overtollige stikstof die na een of meer duiken in een duiker achterblijft.
Scuba Onderwaterademhalingsapparaat met eigen toevoer.
Oppervlaktetijd Verstreken tijd tussen het opduiken van een duik en het begin van een afdaling voor de volgende duik.
Weefselgroep Theoretisch concept dat wordt gebruikt om lichaamsweefsels te modelleren voor de constructie van decompressietabellen of berekeningen.
Trimix Een ademgasmengsel van helium, zuurstof en stikstof.

Toegang tot de Suunto-garantieservice

U moet een aankoopbewijs overleggen om toegang te krijgen tot de Suunto-garantieservice. U moet uw product ook online registreren op www.suunto.com/mysuunto om wereldwijd internationale garantieservices te ontvangen.

Voor instructies over het verkrijgen van garantieservice gaat u naar www.suunto.com/warranty, neemt u contact op met uw plaatselijke erkende Suunto-dealer of belt u met het Suunto Contact Center.

SUUNTO KLANTENSERVICE

www.suunto.com/support

www.suunto.com/mysuunto

  • CANADA (24/7) +1 855 624 9080
  • UK (24/7) +44 20 3608 0534
  • USA (24/7) +1 855 258 0900

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Suunto D4I-handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave