Daikin Altherma 3 H MT ECH2O Handleiding

Inhoud

Over het systeem

Afhankelijk van de systeemlay-out kan het systeem:

  • Een ruimte verwarmen
  • Een ruimte koelen (als er een verwarmings-/koelwarmtepompmodel is geïnstalleerd)
  • Warm tapwater produceren


Koelen is alleen van toepassing in het geval van omkeerbare modellen.


Als er vloerverwarming in de hoofdzone is geïnstalleerd, dan kan de hoofdzone in de koelmodus alleen verfrissing bieden. Echte koeling is dan NIET toegestaan.

Componenten in een typische systeemlay-out

Componenten in een typische systeemlay-out

  1. Hoofdzone. Voorbeeld: Woonkamer.
  2. Extra zone. Voorbeeld: Slaapkamer.
  3. Technische ruimte. Voorbeeld: Garage.
    1. Warmtepomp buitenunit
    2. Warmtepomp binnenunit
    3. Energieopslagtank
    4. Gebruikersinterface van de binnenunit
    5. Speciale Human Comfort Interface (BRC1HHDA gebruikt als kamerthermostaat)
    6. Vloerverwarming
    7. Radiatoren, warmtepompconvectoren of ventilatorconvectoren

Snelgids

Gebruikerstoegangs niveau

De hoeveelheid informatie die u in de menustructuur kunt lezen en bewerken, is afhankelijk van uw gebruikerstoegangs niveau:

  • Gebruiker: Standaardmodus
  • Geavanceerde gebruiker: U kunt meer informatie lezen en bewerken

Het gebruikerstoegangs niveau wijzigen

1
2 Voer de van toepassing zijnde pincode in voor het gebruikerstoegangs niveau.
  • Blader door de lijst met cijfers en wijzig het geselecteerde cijfer.
  • Verplaats de cursor van links naar rechts.
  • Bevestig de pincode en ga verder.

Gebruikerspincode

De gebruikerspincode is 0000.

Pincode voor geavanceerde gebruiker

De pincode voor geavanceerde gebruikers is 1234. Extra menu-items voor de gebruiker zijn nu zichtbaar.

Ruimteverwarming/-koeling

Ruimteverwarming/-koeling in- of uitschakelen

waarschuwing LET OP
Vorstbeveiliging ruimte.
Zelfs als u de ruimteverwarming/-koeling uitschakelt ([C.2]: Bediening > Ruimteverwarming/-koeling), kan de vorstbeveiliging – indien ingeschakeld – nog steeds activeren. Voor de regeling van de uitgaande watertemperatuur en de regeling van de externe kamerthermostaat wordt de bescherming echter NIET gegarandeerd.

waarschuwing LET OP
Preventie van bevriezing van waterleidingen.
Zelfs als u
de ruimteverwarming/-koeling uitschakelt ([C.2]: Bediening > Ruimteverwarming/-koeling), blijft de preventie van bevriezing van waterleidingen – indien ingeschakeld – actief.

1 Ga naar [C.2]: Bediening > Ruimteverwarming/-koeling.
2 Stel de bediening in op Aan of Uit.

De gewenste kamertemperatuur wijzigen

Tijdens de regeling van de kamertemperatuur kunt u het scherm met de kamertemperatuur instelling gebruiken om de gewenste kamertemperatuur uit te lezen en aan te passen.

1 Ga naar [1]: Kamer.
2. De gewenste kamertemperatuur aanpassen
  1. Huidige kamertemperatuur
  2. Gewenste kamertemperatuur

De gewenste uitgaande watertemperatuur wijzigen

U kunt het scherm met de instelling van de uitgaande watertemperatuur gebruiken om de gewenste uitgaande watertemperatuur uit te lezen en aan te passen.

1 Ga naar [2]: Hoofdzone of [3]: Extra zone.
2 Pas de gewenste uitgaande watertemperatuur aan.
  1. Huidige uitgaande watertemperatuur
  2. Gewenste uitgaande watertemperatuur

De weersafhankelijke curve voor de ruimteverwarmings-/koelzones wijzigen

  1. Ga naar de van toepassing zijnde zone:
Zone Ga naar...
Hoofdzone – Verwarming [2.5] Hoofdzone > Verwarming WD-curve
Hoofdzone – Koelen [2.6] Hoofdzone > Koeling WD-curve
Extra zone – Verwarming [3.5] Extra zone > Verwarming WD-curve
Extra zone – Koeling [3.6] Extra zone > Koeling WD-curve
  1. Wijzig de weersafhankelijke curve.
    Er zijn 2 soorten WD-curves: helling-offsetcurve (standaard) en 2-puntscurve. Indien nodig kunt u het type wijzigen in [2.E] Hoofdzone > WD-curvetype. De manier om de curve aan te passen is afhankelijk van het type.

Helling-offsetcurve

  • Helling. Wanneer de helling wordt gewijzigd, is de nieuwe voorkeurstemperatuur bij X1 ongelijk hoger dan de voorkeurstemperatuur bij X2.
  • Offset. Wanneer de offset wordt gewijzigd, is de nieuwe voorkeurstemperatuur bij X1 gelijk hoger als de voorkeurstemperatuur bij X2.

X1, X2 Buitenomgevingstemperatuur
Y1~Y4 Gewenste uitgaande watertemperatuur
a WD-curve vóór wijzigingen
b WD-curve na wijzigingen
c Helling
d Offset

Mogelijke acties op dit scherm
Selecteer helling of offset.
Verhoog of verlaag de helling/offset.
Wanneer helling is geselecteerd: stel de helling in en ga naar offset.
Wanneer offset is geselecteerd: stel de offset in.
Bevestig de wijzigingen en keer terug naar het submenu.

2-puntscurve


X1, X2 Buitenomgevingstemperatuur
Y1, Y2 Gewenste uitgaande watertemperatuur

Mogelijke acties op dit scherm
Doorloop de temperaturen.
Wijzig de temperatuur.
Ga naar de volgende temperatuur.
Bevestig de wijzigingen en ga verder.

Meer informatie

Zie voor meer informatie ook:

  • "Bediening AAN of UIT zetten"
  • "Ruimteverwarming/-koeling regelen"
  • "Schemascherm: Voorbeeld"
  • "Weersafhankelijke curve"
  • Gebruikershandleiding

Warm tapwater

De tankverwarming AAN of UIT zetten

waarschuwing LET OP
Om een veilige werking van het systeem te garanderen, mag u warm tapwater NIET uitschakelen wanneer ruimteverwarming vereist is.

waarschuwing LET OP
Desinfectiemodus. Zelfs als u de tankverwarming uitschakelt ([C.3]: Bediening > Tank), blijft de desinfectiemodus actief. Als u deze echter uitschakelt terwijl de desinfectie actief is, treedt er een AH-fout op.

1 Ga naar [C.3]: Bediening > Tank.
2 Stel de bediening in op Aan of Uit.

Het temperatuurinstelpunt van de tank wijzigen

In de modus Alleen opnieuw verwarmen kunt u het scherm met het temperatuurinstelpunt van de tank gebruiken om de temperatuur van de opslagtank uit te lezen en aan te passen. De resulterende warm tapwatertemperatuur is afhankelijk van dit instelpunt en de huidige temperatuur van de opslagtank.

1 Ga naar [5]: Tank.
2 De warm tapwatertemperatuur aanpassen
.
  1. Huidige warm tapwatertemperatuur
  2. Gewenste warm tapwatertemperatuur

In andere modi kunt u alleen het instelpunt scherm bekijken, maar niet aanpassen.

Meer informatie

Zie voor meer informatie ook:

  • "Bediening AAN of UIT zetten"
  • "Warm tapwater regelen"
  • "Schemascherm: Voorbeeld"
  • Gebruikershandleiding

Bediening

Belangrijke informatie
Koelen is alleen van toepassing op omkeerbare modellen.

Gebruikersinterface: Overzicht

De gebruikersinterface heeft de volgende componenten:

  1. Statusindicator
  2. LCD-scherm
  3. Draaiknoppen en knoppen

Statusindicator

De LED's van de statusindicator lichten op of knipperen om de werkingsmodus van de unit aan te geven.

LED Modus Beschrijving
Knipperend blauw Stand-by De unit is niet in bedrijf.
Continu blauw Bedrijf De unit is in bedrijf.
Knipperend rood Storing Er is een storing opgetreden.
Zie "De helptekst weergeven in geval van een storing" voor meer informatie.

LCD-scherm

Het LCD-scherm heeft een slaapfunctie. Na 15 minuten geen interactie met de gebruikersinterface, wordt het scherm donkerder. Door op een knop te drukken of aan een draaiknop te draaien, wordt het display geactiveerd.

Draaiknoppen en knoppen

U gebruikt de draaiknoppen en knoppen:

  • Om door de schermen, menu's en instellingen van het LCD-scherm te navigeren
  • Om waarden in te stellen
Item Beschrijving
a Linker draaiknop Het LCD toont een boog aan de linkerkant van het display wanneer u de linker draaiknop kunt gebruiken.
  • : Draai en druk vervolgens op de linker draaiknop. Navigeer door de menustructuur.
  • : Draai aan de linker draaiknop. Kies een menu-item.
  • : Druk op de linker draaiknop. Bevestig uw keuze of ga naar een submenu.
b Terug-knop : Druk hierop om 1 stap terug te gaan in de menustructuur.
c Home-knop : Druk hierop om terug te gaan naar het startscherm.
d Help-knop : Druk hierop om een helptekst weer te geven die betrekking heeft op de huidige pagina (indien beschikbaar).
e Rechter draaiknop Het LCD toont een boog aan de rechterkant van het display wanneer u de rechter draaiknop kunt gebruiken.
  • : Draai en druk vervolgens op de rechter draaiknop. Wijzig een waarde of instelling, weergegeven aan de rechterkant van het scherm.
  • : Draai aan de rechter draaiknop. Navigeer door de mogelijke waarden en instellingen.
  • : Druk op de rechter draaiknop. Bevestig uw keuze en ga naar het volgende menu-item.

Menustructuur: Overzicht gebruikersinstellingen

Setpoint-scherm
(*) Alleen van toepassing op modellen waarbij koeling mogelijk is
(**) Alleen toegankelijk voor de installateur
(***) Alleen van toepassing wanneer WLAN is geïnstalleerd

Belangrijke informatie
Afhankelijk van de geselecteerde installateurinstellingen en het type unit, zijn instellingen zichtbaar/onzichtbaar.

Mogelijke schermen: Overzicht

De meest voorkomende schermen zijn als volgt:
Mogelijke schermen: Overzicht

  1. Startscherm
  2. Hoofdmenuscherm
  3. Lagere niveauschermen:
    c1: Setpoint-scherm
    c2: Gedetailleerd scherm met waarden
    c3: Scherm met weersafhankelijke curve
    c4: Scherm met schema

Startscherm

Druk op de knop om terug te gaan naar het startscherm. U ziet een overzicht van de unitconfiguratie en de kamer- en setpointtemperaturen. Alleen symbolen die van toepassing zijn op uw configuratie zijn zichtbaar op het startscherm.
Mogelijke schermen: Startscherm

Mogelijke acties op dit scherm
Doorloop de lijst van het hoofdmenu.
Ga naar het hoofdmenuscherm.
Breadcrumbs in-/uitschakelen.

Startscherm - Items/Beschrijving - Deel 1
Startscherm - Items/Beschrijving - Deel 2
Startscherm - Items/Beschrijving - Deel 3
(a) Als de overeenkomstige werking (bijvoorbeeld: ruimteverwarming) niet actief is, is de cirkel grijs.

Beginnend bij het startscherm, drukt u op ( ) of draait u () aan de linker draaiknop om het hoofdmenuscherm te openen. Vanuit het hoofdmenu kunt u de verschillende setpointschermen en submenu's openen.

  1. Geselecteerd submenu
Mogelijke acties op dit scherm
Doorloop de lijst.
Ga naar het submenu.
Breadcrumbs in-/uitschakelen.

Hoofdmenuscherm - Deel 1
Hoofdmenuscherm - Deel 2

Setpoint-scherm

Het setpoint-scherm wordt weergegeven voor schermen die systeemcomponenten beschrijven die een setpointwaarde nodig hebben.

Voorbeelden

[1] Kamertemperatuurscherm

[2] Hoofdzone-scherm

[3] Scherm extra zone

[4] Tanktemperatuurscherm

Uitleg

Mogelijke acties op dit scherm
Doorloop de lijst van het submenu.
Ga naar het submenu.
Pas de gewenste temperatuur aan en pas deze automatisch toe.
Item Beschrijving
Minimum temperatuurlimiet a1 Vastgesteld door de unit
a2 Beperkt door de installateur
Maximum temperatuurlimiet b1 Vastgesteld door de unit
b2 Beperkt door de installateur
Huidige temperatuur c Gemeten door de unit
Gewenste temperatuur d Draai aan de rechter draaiknop om te verhogen/verlagen.
Submenu e Draai of druk op de linker draaiknop om naar het submenu te gaan.

Gedetailleerd scherm met waarden

  1. Instellingen
  2. Waarden
  3. Geselecteerde instelling en waarde

Voorbeeld:

Mogelijke acties op dit scherm
Doorloop de lijst met instellingen.
Wijzig de waarde.
Ga naar de volgende instelling.
Bevestig wijzigingen en ga verder.

Werking AAN of UIT zetten

Visuele indicatie

Bepaalde functies van de unit kunnen afzonderlijk worden in- of uitgeschakeld. Als een functie is uitgeschakeld, wordt het bijbehorende temperatuurpictogram in het startscherm grijs weergegeven.

Ruimteverwarming/-koeling
Ruimteverwarming/-koeling

  1. Ruimteverwarming/-koeling AAN
  2. Ruimteverwarming/-koeling UIT

Tapwatertankverwarming
Tapwatertankverwarming

  1. Tapwatertankverwarming AAN
  2. Tapwatertankverwarming UIT

Aan of uit zetten

Ruimteverwarming/-koeling

waarschuwing LET OP
Vorstbeveiliging ruimte. Zelfs als u ruimteverwarming/-koeling UIT zet ([C.2]: Werking > Ruimteverwarming/-koeling), kan de vorstbeveiliging van de ruimte –indien ingeschakeld– nog steeds activeren. Voor de regeling van de vertrekwatertemperatuur en de externe kamerthermostaatregeling is de beveiliging ECHTER NIET gegarandeerd.

waarschuwing LET OP
Bevriezing van waterleiding voorkomen. Zelfs als u ruimteverwarming/-koeling UIT zet ([C.2]: Werking > Ruimteverwarming/-koeling), blijft het voorkomen van bevriezing van de waterleiding –indien ingeschakeld– actief.

1 Ga naar [C.2]: Werking > Ruimteverwarming/-koeling.
2 Stel de werking in op Aan of Uit.

Tapwatertankverwarming

waarschuwing LET OP
Om een veilige werking van het systeem te garanderen, mag u SWW NIET uitzetten wanneer ruimteverwarming vereist is.

waarschuwing LET OP
Desinfectiemodus. Zelfs als u de tapwatertankverwarming UIT zet ([C.3]: Werking > Tank), blijft de desinfectiemodus actief. Als u deze echter uitzet terwijl de desinfectie bezig is, treedt er een AH-fout op.

1 Ga naar [C.3]: Werking > Tank.
2 Stel de werking in op Aan of Uit.

Informatie uitlezen

Informatie uitlezen

1 Ga naar [8]: Informatie.

Mogelijke informatie om uit te lezen

In menu... U kunt uitlezen...
[8.1] Energiegegevens Geproduceerde energie, verbruikte elektriciteit en verbruikt gas, energie-stroomdiagram
[8.2] Storingenoverzicht Storingenoverzicht
[8.3] Dealerinformatie Contact-/helpdesknummer
[8.4] Sensoren Ruimte-, tank- of sanitairwarmwater-, buiten- en vertrekwatertemperatuur (indien van toepassing)
[8.5] Actuatoren Status/modus van elke actuator
Voorbeeld: Sanitairwarmwaterpomp AAN/UIT
[8.6] Werkingsmodi Huidige werkingsmodus
Voorbeeld: Ontdooi-/olieretourmodus
[8.7] Over Versie-informatie over het systeem
[8.8] Verbindingsstatus Informatie over de verbindingsstatus van de unit, de kamerthermostaat en de LAN-adapter.
[8.9] Draaiuren Draaiuren van specifieke systeemcomponenten
[8.B] Leidingdiagram Realtime sensor- en actuatorinformatie van de belangrijkste systeemcomponenten

Regeling ruimteverwarming/-koeling

De ruimte-werkingsmodus instellen

Over ruimte-werkingsmodi
Uw unit kan een verwarmings- of een verwarmings-/koelmodel zijn:

  • Als uw unit een verwarmingsmodel is, kan hij een ruimte verwarmen.
  • Als uw unit een verwarmings-/koelmodel is, kan hij zowel een ruimte verwarmen als koelen. U moet aan het systeem doorgeven welke werkingsmodus u wilt gebruiken.

Om aan het systeem door te geven welke ruimte-werking u wilt gebruiken, kunt u:

U kunt... Locatie
Controleren welke ruimte-werkingsmodus momenteel wordt gebruikt. Startscherm
De ruimte-werkingsmodus permanent instellen. Hoofdmenu
Automatische omschakeling beperken volgens een maandelijks schema.

De ruimte-werkingsmodus instellen

1 Ga naar [4.1]: Ruimteverwarming/-koeling > Werkingsmodus
2 Selecteer een van de volgende opties:
  • Verwarming: Alleen verwarmingsmodus
  • Koeling: Alleen koelmodus
  • Automatisch: De werkingsmodus verandert automatisch
    tussen verwarmen en koelen op basis van de buitentemperatuur.
    Per maand beperkt volgens het Werkingsmodus-schema [4.2].

Automatische omschakeling beperken volgens een schema Voorwaarden: U stelt de ruimte-werkingsmodus in op Automatisch.

1 Ga naar [4.2]: Ruimteverwarming/-koeling > Werkingsmodus-schema.
2 Selecteer een maand.
3 Selecteer voor elke maand een optie:
  • Omkeerbaar: Niet beperkt
  • Alleen verwarmen: Beperkt
  • Alleen koelen: Beperkt
4 Bevestig de wijzigingen.

De gewenste ruimtetemperatuur wijzigen

Tijdens de ruimtetemperatuurregeling kunt u het scherm voor de ruimtetemperatuurinstelling gebruiken om de gewenste ruimtetemperatuur uit te lezen en aan te passen.

1 Ga naar [1]: Ruimte.
2 Pas de gewenste ruimtetemperatuur aan.
  1. Huidige ruimtetemperatuur
  2. Gewenste ruimtetemperatuur

Als planning aan staat na het wijzigen van de gewenste ruimtetemperatuur

  • De temperatuur blijft hetzelfde zolang er geen geplande actie is.
  • De gewenste ruimtetemperatuur keert terug naar de geplande waarde wanneer er een geplande actie plaatsvindt.

U kunt gepland gedrag vermijden door de planning (tijdelijk) uit te schakelen.

De ruimtetemperatuurplanning uitschakelen

1 Ga naar [1.1]: Ruimte > Planning.
2 Selecteer Nee.

De gewenste vertrekwatertemperatuur wijzigen


Het vertrekwater is het water dat naar de warmteafgifte-elementen wordt gestuurd. De gewenste vertrekwatertemperatuur wordt door uw installateur ingesteld in overeenstemming met het type warmteafgifte-element. Pas de vertrekwatertemperatuur alleen aan in geval van problemen.

U kunt het scherm voor de vertrekwatertemperatuurinstelling gebruiken om de gewenste vertrekwatertemperatuur uit te lezen en aan te passen.

1 Ga naar [2]: Hoofdzone of [3]: Extra zone.
2 Pas de gewenste vertrekwatertemperatuur aan.
  1. Huidige vertrekwatertemperatuur
  2. Gewenste vertrekwatertemperatuur

Regeling van sanitair warm water

Opwarmmodus

In de opwarmmodus wordt de opslagtank continu verwarmd tot de temperatuur die wordt weergegeven op het startscherm (voorbeeld: 50 °C) wanneer de temperatuur onder een bepaalde waarde daalt.
Opwarmmodus
Tt Temperatuur van de opslagtank
t Tijd


Risico op capaciteitsgebrek voor ruimteverwarming: bij frequente werking van de tank treedt frequente en lange onderbreking van de ruimteverwarming/-koeling op wanneer het volgende wordt geselecteerd:
Tank > Warmhoudmodus > Alleen opwarmen.

Geplande opwarmmodus

In de geplande opwarmmodus varieert de ingestelde temperatuur van de opslagtank volgens het schema. Wanneer de tanktemperatuur daalt tot onder de ingestelde temperatuur minus de ON-hysteresetemperatuur van de warmtepomp [6-00], warmt de tank op tot de opwarmtemperatuur.

Voorbeeld:
Geplande opwarmmodus
Tt Temperatuur van de opslagtank
t Tijd

  • Om 14:00 uur is het SWW-schema geprogrammeerd om de tank te verwarmen tot 60 °C.
  • Om 21:00 uur is het SWW-schema geprogrammeerd om de tank te verwarmen tot 50 °C. Deze waarde is geldig tot 14:00 uur de volgende dag.
  • Met de hogere ingestelde temperatuur is er 's middags en 's avonds meer warm water beschikbaar.
  • 's Ochtends verbruikt u warm water en daalt de temperatuur van de opslagtank.
  • Wanneer de tanktemperatuur onder een vooraf ingestelde waarde daalt (=ingestelde temperatuur – hysteresiswaarde; voorbeeld 40 °C), wordt de tank verwarmd tot 50 °C.
  • 's Middags en 's avonds verbruikt u weer warm water en daalt de temperatuur van de SWW-tank weer.
  • Wanneer de tanktemperatuur onder een vooraf ingestelde waarde daalt (=ingestelde temperatuur – hysteresiswaarde; voorbeeld 50 °C), wordt de tank verwarmd tot 60 °C.

Krachtige werking SWW gebruiken

Over krachtige werking
Met de krachtige werking kan het sanitair warm water worden verwarmd door de back-upverwarming of boosterverwarming. Gebruik deze modus op dagen dat er meer warm water wordt verbruikt dan normaal.

Controleren of krachtige werking actief is
Als op het startscherm wordt weergegeven, is de krachtige werking actief.

Activeer of deactiveer de krachtige werking als volgt:

1 Ga naar [5.1]: Tank > Krachtige werking
2 Schakel krachtige werking uit of in (Off or On).

Gebruiksvoorbeeld: U hebt onmiddellijk meer warm water nodig
U bevindt zich in de volgende situatie:

  • U hebt al het meeste van uw sanitair warm water verbruikt.
  • U kunt niet wachten tot de volgende geplande actie om de sanitair-warmwaterboiler op te warmen.

Vervolgens kunt u de krachtige werking activeren. De sanitair-warmwaterboiler begint het water op te warmen tot het instelpunt van de tanktemperatuur.


Wanneer de krachtige werking actief is, is het risico op problemen met ruimteverwarming/-koeling en capaciteitsgebrek groot. In het geval van een frequente werking van sanitair warm water, zullen er frequente en lange onderbrekingen van de ruimteverwarming/-koeling optreden.

Voorbeeld scherm schema

Dit voorbeeld laat zien hoe u een kamertemperatuurschema in de verwarmingsmodus instelt voor de hoofdzone.


De procedures om andere schema's te programmeren zijn vergelijkbaar.

Het schema programmeren: overzicht
Voorbeeld:
U wilt het volgende schema programmeren:

Vereiste: Het kamertemperatuurschema is alleen beschikbaar als de kamerthermostaatregeling actief is. Als de regeling van de vertrekwatertemperatuur actief is, kunt u in plaats daarvan het schema van de hoofdzone programmeren.

  1. Ga naar het schema.
  2. (optioneel) Wis de inhoud van het hele weekschema of de inhoud van een geselecteerd dagschema.
  3. Programmeer het schema voor maandag.
  4. Kopieer het schema naar de andere weekdagen.
  5. Programmeer het schema voor zaterdag en kopieer het naar zondag.
  6. Geef het schema een naam.

Naar het schema gaan

1 Ga naar [1.1]: Kamer > Schema.
2 Zet scheduling op Yes (Ja).
3 Ga naar [1.2]: Kamer > Verwarmingsschema.

De inhoud van het weekschema wissen

1 Selecteer de naam van het huidige schema.
2 Selecteer Delete (Verwijderen).
3 Selecteer OK om te bevestigen.

De inhoud van een dagschema wissen

1 Selecteer de dag waarvan u de inhoud wilt wissen. Bijvoorbeeld Friday (Vrijdag)
2 Selecteer Delete (Verwijderen).
3 Selecteer OK om te bevestigen.

Het schema voor maandag programmeren

1 Selecteer Monday (Maandag).
2 Selecteer Edit (Bewerken).
3

Gebruik de linker draaiknop om een item te selecteren en het item te bewerken met de rechter draaiknop. U kunt maximaal 6 acties per dag programmeren. Op de balk heeft een hoge temperatuur een donkerdere kleur dan een lage temperatuur.

waarschuwing Opmerking: Om een actie te wissen, stelt u de tijd in als de tijd van de vorige actie.

4 Bevestig de wijzigingen.
Resultaat: Het schema voor maandag is gedefinieerd. De waarde van de laatste actie is geldig tot de volgende geprogrammeerde actie. In dit voorbeeld is maandag de eerste dag die u hebt geprogrammeerd. De laatst geprogrammeerde actie is dus geldig tot de eerste actie van de volgende maandag.

Het schema naar de andere weekdagen kopiëren

1 Selecteer Monday (Maandag).
2

Selecteer Copy (Kopiëren).

Resultaat: Naast de gekopieerde dag wordt "C" weergegeven.

3 Selecteer Tuesday (Dinsdag).
4 Selecteer Paste (Plakken).

Resultaat:
5 Herhaal deze actie voor alle andere weekdagen.
-

Het schema voor zaterdag programmeren en naar zondag kopiëren

Schema voor zaterdag en kopieer het naar zondag

Het schema hernoemen

1 Selecteer de naam van het huidige schema.
2 Selecteer Rename (Hernoemen).
3 (optioneel) Om de huidige schemanaam te verwijderen, bladert u door de tekenlijst totdat ← wordt weergegeven en drukt u vervolgens op om het vorige teken te verwijderen. Herhaal dit voor elk teken van de schemanaam.
4 Om het huidige schema een naam te geven, bladert u door de tekenlijst en bevestigt u het geselecteerde teken. De schemanaam kan maximaal 15 tekens bevatten.
5 Bevestig de nieuwe naam.


Niet alle schema's kunnen worden hernoemd.

Weersafhankelijke curve

Wat is een weersafhankelijke curve?

Weersafhankelijke werking
De unit werkt 'weersafhankelijk' als de gewenste temperatuur van het uitgaande water of van de tank automatisch wordt bepaald door de buitentemperatuur. Hij is dus verbonden met een temperatuursensor aan de noordkant van het gebouw. Als de buitentemperatuur daalt of stijgt, compenseert de unit onmiddellijk. De unit hoeft dus niet te wachten op feedback van de thermostaat om de temperatuur van het uitgaande water of de tank te verhogen of te verlagen. Omdat hij sneller reageert, voorkomt hij grote stijgingen en dalingen van de binnentemperatuur en de watertemperatuur op tappunten.

Voordeel
Weersafhankelijke werking vermindert het energieverbruik.

Weersafhankelijke curve
Om temperatuurverschillen te kunnen compenseren, vertrouwt de unit op zijn weersafhankelijke curve. Deze curve definieert hoeveel de temperatuur van de tank of van het uitgaande water moet zijn bij verschillende buitentemperaturen. Omdat de helling van de curve afhangt van lokale omstandigheden, zoals het klimaat en de isolatie van het gebouw, kan de curve worden aangepast door een installateur of gebruiker.

Soorten weersafhankelijke curves
Er zijn 2 soorten weersafhankelijke curves:

  • 2-puntscurve
  • Curve met helling-offset

Welke curve u gebruikt om aanpassingen te maken, hangt af van uw persoonlijke voorkeur. Zie "Weersafhankelijke curves gebruiken".

Beschikbaarheid
De weersafhankelijke curve is beschikbaar voor:

  • Hoofdzone - Verwarming
  • Hoofdzone - Koeling
  • Extra zone - Verwarming
  • Extra zone - Koeling
  • Tank (alleen beschikbaar voor installateurs)

Belangrijke informatie
Om weersafhankelijk te werken, moet u het instelpunt van de hoofdzone, extra zone of tank correct configureren. Zie "Weersafhankelijke curves gebruiken".

2-puntscurve

Definieer de weersafhankelijke curve met deze twee instelpunten:

  • Instelpunt (X1, Y2)
  • Instelpunt (X2, Y1)

Voorbeeld
2-puntscurve - Voorbeeld

a Geselecteerde weersafhankelijke zone:
  • Hoofdzone of extra zone verwarmen : Hoofdzone of extra zone verwarmen
  • Hoofdzone of extra zone koelen : Hoofdzone of extra zone koelen
  • Warm tapwater : Warm tapwater
X1, X2 Voorbeelden van de buitentemperatuur
Y1, Y2 Voorbeelden van de gewenste tanktemperatuur of temperatuur van het uitgaande water. Het pictogram komt overeen met de warmteafgifte voor die zone:
  • Vloerverwarming : Vloerverwarming
  • Ventilatorconvector : Ventilatorconvector
  • Radiator : Radiator
  • Opslagtank: Opslagtank

Mogelijke acties op dit scherm:

Door de temperaturen bladeren.
De temperatuur wijzigen.
Naar de volgende temperatuur gaan.
Wijzigingen bevestigen en doorgaan.

Helling-offsetcurve

Helling en offset
Definieer de weersafhankelijke curve via de helling en offset:

  • Wijzig de helling om de temperatuur van het uitgaande water voor verschillende omgevingstemperaturen anders te verhogen of te verlagen. Als bijvoorbeeld de temperatuur van het uitgaande water over het algemeen prima is, maar bij lage omgevingstemperaturen te koud is, verhoog dan de helling zodat de temperatuur van het uitgaande water steeds meer wordt verwarmd bij afnemende omgevingstemperaturen.
  • Wijzig de offset om de temperatuur van het uitgaande water voor verschillende omgevingstemperaturen gelijkmatig te verhogen of te verlagen. Als bijvoorbeeld de temperatuur van het uitgaande water altijd een beetje te koud is bij verschillende omgevingstemperaturen, verschuif dan de offset omhoog om de temperatuur van het uitgaande water gelijkmatig te verhogen voor alle omgevingstemperaturen.

Voorbeelden
Weersafhankelijke curve wanneer de helling is geselecteerd:
Helling-offsetcurve - Voorbeeld 1

Weersafhankelijke curve wanneer de offset is geselecteerd:
Helling-offsetcurve - Voorbeeld 2

Item Beschrijving
a WD-curve vóór wijzigingen.
b WD-curve na wijzigingen (als voorbeeld):
  • Wanneer de helling wordt gewijzigd, is de nieuwe voorkeurstemperatuur bij X1 ongelijkmatig hoger dan de voorkeurstemperatuur bij X2.
  • Wanneer de offset wordt gewijzigd, is de nieuwe voorkeurstemperatuur bij X1 gelijkmatig hoger dan de voorkeurstemperatuur bij X2.
c Helling
d Offset
e Geselecteerde weersafhankelijke zone:
  • : Hoofdzone of extra zoneverwarming
  • : Hoofdzone of extra zonekoeling
  • : Tapwater
X1, X2 Voorbeelden van buitenomgevingstemperatuur
Y1, Y2, Y3, Y4 Voorbeelden van de gewenste tanktemperatuur of temperatuur van het uitgaande water. Het pictogram komt overeen met de warmteafgifte voor die zone:
  • : Vloerverwarming
  • : Ventilatorkoeler
  • : Radiator
  • : Opslagtank

Mogelijke acties op dit scherm:

Selecteer helling of offset.
De helling/offset verhogen of verlagen.
Wanneer de helling is geselecteerd: stel de helling in en ga naar de offset.
Wanneer de offset is geselecteerd: stel de offset in.
Bevestig de wijzigingen en keer terug naar het submenu.

Weersafhankelijke curven gebruiken

Configureer weersafhankelijke curven als volgt:

Om de setpointmodus te definiëren
Om de weersafhankelijke curve te gebruiken, moet u de juiste setpointmodus definiëren:

Ga naar setpointmodus... Stel de setpointmodus in op...
Hoofdzone – Verwarming
[2.4] Hoofdzone > Setpointmodus WD-verwarming, vaste koeling
OF Weersafhankelijk
Hoofdzone – Koeling
[2.4] Hoofdzone > Setpointmodus Weersafhankelijk
Extra zone – Verwarming
[3.4] Extra zone > Setpointmodus WD-verwarming, vaste koeling
OF Weersafhankelijk
Extra zone – Koeling
[3.4] Extra zone > Setpointmodus Weersafhankelijk
Tank
[5.B] Tank > Setpointmodus Restrictie: Alleen beschikbaar voor installateurs.
Weersafhankelijk

Om het type weersafhankelijke curve te wijzigen
Om het type voor alle zones (hoofd + extra) en voor de tank te wijzigen, gaat u naar [2.E] Hoofdzone > WD-curvetype. Het is ook mogelijk om te bekijken welk type is geselecteerd via:

  • [3.C] Extra zone > WD-curvetype
  • [5.E] Tank > WD-curvetype

Restrictie: Alleen beschikbaar voor installateurs.

Om de weersafhankelijke curve te wijzigen

Zone Ga naar...
Hoofdzone – Verwarming [2.5] Hoofdzone > Verwarming WD-curve
Hoofdzone – Koeling [2.6] Hoofdzone > Koeling WD-curve
Extra zone – Verwarming [3.5] Extra zone > Verwarming WD-curve
Extra zone – Koeling [3.6] Extra zone > Koeling WD-curve
Tank Restrictie: Alleen beschikbaar voor installateurs.
[5.C] Tank > WD-curve

Belangrijke informatie
Maximale en minimale setpoints
U kunt de curve niet configureren met temperaturen die hoger of lager zijn dan de ingestelde maximale en minimale setpoints voor die zone of voor de tank. Wanneer het maximale of minimale setpoint is bereikt, vlakt de curve af.

Om de weersafhankelijke curve te finetunen: helling-offsetcurve
De volgende tabel beschrijft hoe u de weersafhankelijke curve van een zone of tank kunt finetunen:

U voelt... Finetunen met helling en offset:
Bij normale buitentemperaturen... Bij koude buitentemperaturen... Helling Offset
OK Koud
OK Warm
Koud OK
Koud Koud
Koud Warm
Warm OK
Warm Koud
Warm Warm

Om de weersafhankelijke curve te finetunen: 2-puntscurve
De volgende tabel beschrijft hoe u de weersafhankelijke curve van een zone of tank kunt finetunen:

U voelt... Finetunen met setpoints:
Bij normale buitentemperaturen... Bij koude buitentemperaturen... Y2(a) Y1(a) X1(a) X2(a)
OK Koud
OK Warm
Koud OK
Koud Koud
Koud Warm
Warm OK
Warm Koud
Warm Warm

(a) Zie "2-puntscurve".

Tips om energie te besparen

Tips over de kamertemperatuur

  • Zorg ervoor dat de gewenste kamertemperatuur NOOIT te hoog is (in verwarmingsmodus) of te laag (in koelmodus), maar ALTIJD in overeenstemming met uw werkelijke behoeften. Elke bespaarde graad kan tot 6% aan verwarmings-/koelkosten besparen.
  • Verhoog/verlaag de gewenste kamertemperatuur NIET om de ruimte sneller te verwarmen/koelen. De ruimte zal NIET sneller opwarmen/afkoelen.
  • Wanneer uw systeemindeling trage warmteafgevers bevat (voorbeeld: vloerverwarming), vermijd dan grote schommelingen in de gewenste kamertemperatuur en laat de kamertemperatuur NIET te laag zakken/te hoog stijgen. Het kost meer tijd en energie om de kamer weer op te warmen/af te koelen.
  • Gebruik een wekelijks schema voor uw normale ruimteverwarming- of koelbehoeften. Indien nodig kunt u eenvoudig afwijken van het schema:
  • Voor kortere perioden: U kunt de geplande kamertemperatuur overrulen tot de volgende geplande actie.Voorbeeld: Wanneer u een feestje geeft of wanneer u een paar uur weggaat.
  • Voor langere perioden: U kunt de vakantiemodus gebruiken.

Tips over de temperatuur van het sanitair warm water

  • Zorg ervoor dat de gewenste temperatuur van het sanitair warm water, zoals weergegeven door de temperatuur van de opslagtank, NIET te hoog is. Voorbeeld: Verlaag na de installatie de tanktemperatuur dagelijks met 1°C en controleer of u nog steeds voldoende warm water hebt.

Onderhoud en service

Overzicht: Onderhoud en service

De installateur moet jaarlijks onderhoud uitvoeren. U kunt het contact-/helpdesknummer vinden via de gebruikersinterface.

1 Ga naar [8.3]: Informatie > Dealerinformatie.

Als eindgebruiker moet u:

  • De omgeving rond de unit schoonhouden.
  • De gebruikersinterface schoonhouden met een zachte, vochtige doek. Gebruik GEEN reinigingsmiddelen.
  • Regelmatig controleren of de waterdruk hoger is dan 1 bar.
  • Een visuele controle van het waterniveau in de opslagtank uitvoeren: Controleren of de rode niveau-indicator zichtbaar is. Zo niet, voeg dan water toe aan de opslagtank (zie de referentiehandleiding voor installateurs voor meer informatie).

Koelmiddel
Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen. Laat GEEN gassen in de atmosfeer ontsnappen.
Type koelmiddel: R32
Waarde van het aardopwarmingsvermogen (GWP): 675

Periodieke inspecties op koelmiddellekken kunnen vereist zijn, afhankelijk van de toepasselijke wetgeving. Neem contact op met uw installateur voor meer informatie.


BRANDBAAR MATERIAAL
Het koelmiddel in deze unit is licht ontvlambaar.

  • Het koelmiddel in de unit is licht ontvlambaar, maar lekt normaal gesproken NIET. Als het koelmiddel in de kamer lekt en in contact komt met vuur van een brander, een verwarming of een kooktoestel, kan dit leiden tot brand of de vorming van een schadelijk gas.
  • Schakel alle brandbare verwarmingstoestellen UIT, ventileer de kamer en neem contact op met de dealer waar u de unit hebt gekocht.
  • Gebruik de unit NIET totdat een servicemonteur heeft bevestigd dat het onderdeel waaruit het koelmiddel is gelekt, is gerepareerd.

  • Doorboor of verbrand GEEN onderdelen van de koelmiddelcyclus.
  • Gebruik GEEN reinigingsmiddelen of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen dan die welke door de fabrikant worden aanbevolen.
  • Wees ervan bewust dat het koelmiddel in het systeem reukloos is.

waarschuwing OPMERKING
De toepasselijke wetgeving inzake gefluoreerde broeikasgassen vereist dat de koelmiddelvulling van de unit zowel in gewicht als in CO2-equivalent wordt aangegeven.
Formule om de hoeveelheid in CO2 -equivalente tonnen te berekenen: GWP-waarde van het koelmiddel × totale koelmiddelvulling [in kg]/1000
Neem contact op met uw installateur voor meer informatie.

Probleemoplossing

Contact

Voor de onderstaande symptomen kunt u proberen het probleem zelf op te lossen. Neem voor elk ander probleem contact op met uw installateur. U kunt het contact-/helpdesknummer vinden via de gebruikersinterface.

1 Ga naar [8.3]: Informatie > Dealerinformatie.

Om de helptekst weer te geven in geval van een storing

In geval van een storing verschijnt het volgende op het startscherm, afhankelijk van de ernst:

  • : Fout
  • : Storing

U kunt als volgt een korte en een lange beschrijving van de storing krijgen:

1 Druk op de linker draaiknop om het hoofdmenu te openen en ga naar Storing.
Resultaat: Een korte beschrijving van de fout en de foutcode worden op het scherm weergegeven.
2 Druk op in het foutscherm.
Resultaat: Een lange beschrijving van de fout wordt op het scherm weergegeven.

Om de storingsgeschiedenis te controleren

Voorwaarden: Het gebruikersrechtniveau is ingesteld op geavanceerde eindgebruiker.

1 Ga naar [8.2]: Informatie > Storingsgeschiedenis.

U ziet een lijst met de meest recente storingen.

Symptoom: U hebt het te koud (warm) in uw woonkamer

Mogelijke oorzaak Correctieve maatregel
De gewenste kamertemperatuur is te laag (hoog).

Verhoog (verlaag) de gewenste kamertemperatuur. Zie "De gewenste kamertemperatuur wijzigen".

Als het probleem zich dagelijks herhaalt, voer dan een van de volgende handelingen uit:

  • Verhoog (verlaag) de vooraf ingestelde waarde voor de kamertemperatuur. Zie de gebruikershandleiding.
  • Pas het kamertemperatuurschema aan. Zie "Schemascherm: Voorbeeld".
De gewenste kamertemperatuur kan niet worden bereikt. Verhoog de gewenste aanvoertemperatuur in overeenstemming met het type warmteafgever. Zie "De gewenste aanvoertemperatuur wijzigen".
De weersafhankelijke curve is onjuist ingesteld. Pas de weersafhankelijke curve aan. Zie "Weersafhankelijke curve".

Symptoom: Het water bij de kraan is te koud

Mogelijke oorzaak Correctieve maatregel
U hebt geen sanitair warm water meer vanwege een ongebruikelijk hoog verbruik.

Als u onmiddellijk sanitair warm water nodig hebt, activeer dan de tank Krachtige werking. Dit verbruikt echter extra energie. Zie "Krachtige werking van het sanitair warm water gebruiken".

Als de problemen zich dagelijks herhalen, voer dan een van de volgende handelingen uit:

  • Pas het temperatuurschema van de opslagtank aan. Zie "Schemascherm: Voorbeeld".
De gewenste temperatuur van de opslagtank is te laag.

Symptoom: Uitval van de warmtepomp

Wanneer de warmtepomp niet meer werkt, kan de back-upverwarming of boiler als noodverwarming dienen. Deze neemt dan de warmtebelasting over, hetzij automatisch, hetzij door handmatige interactie.

  • Wanneer Noodgeval is ingesteld op Automatisch en er een storing in de warmtepomp optreedt, neemt de back-upverwarming of boiler automatisch de productie van sanitair warm water en de ruimteverwarming over.
  • Wanneer Noodgeval is ingesteld op Handmatig en er een storing in de warmtepomp optreedt, stopt de verwarming van sanitair warm water en de ruimteverwarming. Om dit handmatig via de gebruikersinterface te herstellen, gaat u naar het hoofdmenuscherm Storing en bevestigt u of de back-upverwarming de warmtebelasting kan overnemen of niet.
  • Als alternatief, wanneer Noodgeval is ingesteld op:
    • auto SH reduced/DHW on, is de ruimteverwarming verminderd, maar is sanitair warm water nog steeds beschikbaar.
    • auto SH reduced/DHW off, is de ruimteverwarming verminderd en is sanitair warm water NIET beschikbaar.
    • auto SH normal/DHW off, werkt de ruimteverwarming normaal, maar is sanitair warm water NIET beschikbaar.

Net als in de handmatige modus kan de unit de volledige belasting overnemen met de back-upverwarming of boiler als de gebruiker dit via het hoofdmenuscherm Storing activeert.

Wanneer de warmtepomp uitvalt, verschijnt of op de gebruikersinterface.

Mogelijke oorzaak Correctieve maatregel
De warmtepomp is beschadigd. Zie "Om de helptekst weer te geven in geval van een storing".


Wanneer de back-upverwarming de warmtebelasting overneemt, zal het elektriciteitsverbruik aanzienlijk hoger zijn.

Symptoom: Het systeem maakt gorgelende geluiden na de inbedrijfstelling

Mogelijke oorzaak Correctieve maatregel
Er zit lucht in het systeem. Ontlucht het systeem.(a)
Onjuiste hydraulische balans. Uit te voeren door de installateur:
  1. Voer een hydraulische balancering uit om ervoor te zorgen dat de stroming correct wordt verdeeld over de emitters.
  2. Als de hydraulische balancering niet voldoende is, wijzig dan de pompbeperkingsinstellingen ([9-0D] en [9-0E] indien van toepassing).
Diverse storingen. Controleer of of wordt weergegeven op het startscherm van de gebruikersinterface. Zie "Om de helptekst weer te geven in geval van een storing" voor meer informatie over de storing.

(a) We raden aan om de lucht te verwijderen met de luchtverwijderingsfunctie van de unit (uit te voeren door de installateur). Als u lucht uit de warmteafgevers of collectoren verwijdert, let dan op het volgende:



Lucht verwijderen uit warmteafgevers of collectoren.Controleer voordat u lucht uit de warmteafgevers of collectoren verwijdert of of wordt weergegeven op het startscherm van de gebruikersinterface.

  • Zo niet, dan kunt u onmiddellijk lucht verwijderen.
  • Zo ja, zorg er dan voor dat de ruimte waar u lucht wilt verwijderen voldoende geventileerd is. Reden: Er kan koelmiddel in het watercircuit lekken en vervolgens in de ruimte komen wanneer u lucht uit de warmteafgevers of collectoren verwijdert.

Woordenlijst

SWW = Sanitair warm water
Warm water dat in elk type gebouw wordt gebruikt voor huishoudelijke doeleinden.

AWT = Aanvoertemperatuur water
Watertemperatuur aan de wateruitlaat van de unit.

Installatie-instellingen: Tabellen die door de installateur moeten worden ingevuld

Configuratiewizard

Tabellen die door de installateur moeten worden ingevuld - Deel 1
Tabellen die door de installateur moeten worden ingevuld - Deel 2

Instellingenmenu

Instelling Invullen...
Hoofdzone
  • Ext. thermostaattype [2.A]
Extra zone (indien van toepassing)
  • Ext. thermostaattype [3.A]
Informatie
  • Dealerinformatie [8.3]

Veiligheidsinstructies voor de gebruiker

Neem altijd de volgende veiligheidsinstructies en voorschriften in acht.

Algemeen


Neem contact op met uw installateur als u NIET zeker weet hoe u het apparaat moet bedienen.


Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, mits ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilige gebruik van het apparaat en de gevaren ervan begrijpen.
Kinderen MOGEN NIET met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud MOGEN NIET door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.


Om elektrische schokken of brand te voorkomen:

  • Spoel het apparaat NIET af.
  • Bedien het apparaat NIET met natte handen.
  • Plaats GEEN objecten met water op het apparaat.

  • Plaats GEEN objecten of apparatuur bovenop het apparaat.
  • Ga NIET op het apparaat zitten, klimmen of staan.

Instructies voor een veilige bediening


LICHT ONTVLAMBAAR MATERIAAL
Het koelmiddel in dit apparaat is licht ontvlambaar.


Het apparaat moet zo worden opgeslagen dat mechanische schade wordt voorkomen en in een goed geventileerde ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een gasapparaat in werking of een elektrische kachel in werking).

  • Doorboor of verbrand GEEN onderdelen van de koelmiddelcyclus.
  • Gebruik GEEN reinigingsmiddelen of methoden om het ontdooiproces te versnellen, anders dan die worden aanbevolen door de fabrikant.
  • Wees ervan bewust dat het koelmiddel in het systeem geurloos is.

  • Het koelmiddel in het apparaat is licht ontvlambaar, maar lekt normaal gesproken NIET. Als het koelmiddel in de kamer lekt en in contact komt met vuur van een brander, een kachel of een fornuis, kan dit leiden tot brand of de vorming van een schadelijk gas.
  • Schakel alle brandbare verwarmingstoestellen uit, ventileer de ruimte en neem contact op met de dealer waar u het apparaat hebt gekocht.
  • Gebruik het apparaat NIET totdat een onderhoudsmonteur heeft bevestigd dat het onderdeel waar het koelmiddel uit is gelekt, is gerepareerd.


Warmteafgevers of collectoren ontluchten. Controleer voordat u warmteafgevers of collectoren ontlucht of of wordt weergegeven op het startscherm van de gebruikersinterface.

  • Als dat niet zo is, kunt u direct ontluchten.
  • Als dit wel het geval is, zorg er dan voor dat de ruimte waar u wilt ontluchten voldoende geventileerd is.
    Reden: Er kan koelmiddel in het watercircuit lekken en vervolgens in de kamer wanneer u de warmteafgevers of collectoren ontlucht.

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Daikin Altherma 3 H MT ECH2O Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave