AXIS S3008 Handleiding

Inhoud

AXIS S3008 recorder

Over uw apparaat

De AXIS S3008 Recorder is een compacte netwerkvideorecorder met een ingebouwde PoE-switch voor eenvoudige installatie. Het apparaat is voorzien van een harde schijf van bewakingskwaliteit. Het bevat ook een USB-poort voor het eenvoudig exporteren van videomateriaal. De recorder is verkrijgbaar in drie modellen: met een harde schijf van 2 TB, 4 TB of 8 TB.

Hoeveel camera's kan ik aansluiten op de recorder?
Er kunnen maximaal acht apparaten worden aangesloten op de PoE-switch van de recorder.

Hoeveel stroom kan de recorder leveren aan de camera's?
Dit zijn de beperkingen voor Power over Ethernet (PoE):

  • De recorder kan maximaal acht apparaten van PoE voorzien.
  • De totale hoeveelheid beschikbare stroom:
    • 2 TB en 4 TB: 65 W
    • 8 TB: 60 W
  • Elke netwerkpoort ondersteunt maximaal 15,4 W (PoE Class 3) op de PoE-poort (PSE) en 12,95 W aan de camerazijde (PD).
  • De switch verdeelt het PoE-vermogen op basis van de PoE-klasse van het aangesloten apparaat.

Browserondersteuning

Windows®

  • ChromeTM (aanbevolen)
  • Firefox®
  • Edge®

OS X®

  • ChromeTM (aanbevolen)
  • Safari®

Overige

  • ChromeTM
  • Firefox®

Als u meer informatie wilt over aanbevolen browsers, gaat u naar Axis OSbrowser support |Axis Communications.

Aan de slag

waarschuwing Opmerking
Tijdens de systeemconfiguratie is internettoegang vereist.

Als de installatie is voltooid:

  • Alle AXIS-apparaten in het systeem hebben de nieuwste firmware.
  • Alle apparaten hebben een wachtwoord.
  • Opnemen met de standaardinstellingen is actief.
  • U kunt toegang op afstand gebruiken.

Een My Axis-account registreren

Registreer een My Axis-account op axis.com/my-axis/login.

Om uw My Axis-account veiliger te maken, activeert u multi-factor authenticatie (MFA). MFA is een beveiligingssysteem dat een extra verificatielaag toevoegt om de identiteit van de gebruiker te waarborgen.

Om MFA te activeren:

  1. Ga naar axis.com/my-axis/login.
  2. Meld u aan met uw My Axis-gegevens.
  3. Ga naar en selecteer Account settings (Accountinstellingen).
  4. Klik op Security settings (Beveiligingsinstellingen)
  5. Klik op Handle your 2-factor authentication (Beheer uw 2-factor authenticatie).
  6. Voer uw My Axis-gegevens in.
  7. Kies een van de authenticatiemethoden Authenticator App (TOTP) of Email (E-mail) en volg de instructies op het scherm.

De hardware installeren

  1. Installeer uw camera-hardware.
  2. Sluit de recorder aan op uw netwerk via de LAN-poort.
  3. Sluit de camera's aan op de geïntegreerde PoE-switch van de recorder of een externe PoE-switch.
  4. Sluit de computer aan op hetzelfde netwerk als de recorder.
  5. Sluit de voeding aan op de recorder.
    belangrijke informatie
    U moet eerst het netsnoer op de recorder aansluiten en vervolgens het netsnoer op het stopcontact.
  6. Wacht een paar minuten totdat de recorder en camera's zijn opgestart voordat u verdergaat.

voorzichtig
Houd de recorder in een goed geventileerde omgeving en met voldoende lege ruimte rond de recorder om oververhitting te voorkomen.

De desktop-app installeren

  1. Ga naar axis.com/products/axis-camera-station-edge en klik op Download (Downloaden) om AXIS S3008 Recorder voor Windows te downloaden.
  2. Open het installatiebestand en volg de installatie-assistent.
  3. Meld u aan met uw My Axis account.

Een site maken

Een site is een enkel toegangspunt tot een bewakingsoplossing, bijvoorbeeld alle camera's in een winkel. U kunt meerdere sites bijhouden via één My Axis-account.

  1. Start de AXIS S3008 Recorder desktop-app.
  2. Meld u aan met uw My Axis account.
  3. Klik op Create new site (Nieuwe site maken) en geef de site een naam.
  4. Klik op Next (Volgende).
  5. Selecteer de apparaten die u aan uw site wilt toevoegen.
  6. Klik op Next (Volgende).
  7. Selecteer opslag.
  8. Klik op Next (Volgende).
  9. Op de pagina Ready to install page (Klaar om te installeren) zijn Offline mode (Offlinemodus) en Upgrade firmware (Firmware upgraden) standaard ingeschakeld. U kunt ze uitschakelen als u geen toegang wilt tot de offlinemodus of uw apparaten niet wilt upgraden naar de nieuwste firmwareversie.
  10. Klik op Install (Installeren) en wacht terwijl AXIS S3008 Recorder de apparaten configureert.

De configuratie kan enkele minuten duren.

De mobiele app installeren

Met de mobiele AXIS S3008 Recorder-app kunt u overal toegang krijgen tot uw apparaten en opnamen. U kunt ook meldingen ontvangen wanneer er gebeurtenissen plaatsvinden of wanneer iemand belt vanaf een intercom.

Voor Android

Klik op Download of scan de volgende QR Code®.
QR-code

Voor iOS

Klik op Download of scan de volgende QR-code.
QR-code

Open de mobiele AXIS S3008 Recorder-app en meld u aan met uw Axis-gegevens.

Als u geen My Axis-account hebt, kunt u naar axis.com/my-axis gaan om een nieuw account te registreren.

De webinterface

Om de webinterface van het apparaat te bereiken, typt u het IP-adres van het apparaat in een webbrowser.

Hoofdmenu weergeven of verbergen. Hoofdmenu weergeven of verbergen.
Toegang tot de release-opmerkingen. Toegang tot de release-opmerkingen.
Toegang tot de producthelp. Toegang tot de producthelp.
De taal wijzigen. De taal wijzigen.
Licht of donker thema instellen. Licht of donker thema instellen.
Het gebruikersmenu bevat: Het gebruikersmenu bevat:

  • Informatie over de gebruiker die is aangemeld.
  • Account wijzigen: Account wijzigen: Afmelden bij de huidige account en aanmelden bij een nieuwe account.
  • Afmelden: Afmelden: Afmelden bij de huidige account.

Het contextmenu bevat: Het contextmenu bevat:

  • Analytics-gegevens: Accepteer om niet-persoonlijke browsergegevens te delen.
  • Feedback: Deel feedback om ons te helpen uw gebruikerservaring te verbeteren.
  • Juridisch: Bekijk informatie over cookies en licenties.
  • Over: Bekijk apparaatinformatie, inclusief AXIS OS-versie en serienummer.
  • Legacy apparaatinterface: Wijzig de webinterface van het apparaat naar de legacy-versie.

Status

Apparaatinfo

Toont de apparaatinformatie, inclusief AXIS OS-versie en serienummer.

AXIS OS upgraden: Upgrade de software op uw apparaat. Leidt u naar de pagina Onderhoud waar u de upgrade kunt uitvoeren.

Tijdsynchronisatiestatus

Toont NTP-synchronisatiegegevens, inclusief of het apparaat is gesynchroniseerd met een NTP-server en de tijd die resteert tot de volgende synchronisatie.

NTP-instellingen: Bekijk en werk de NTP-instellingen bij. Leidt u naar de pagina Datum en tijd waar u de NTP-instellingen kunt wijzigen.

Beveiliging

Toont welk type toegang tot het apparaat actief is, welke versleutelingsprotocollen in gebruik zijn en of niet-ondertekende apps zijn toegestaan. Aanbevelingen voor de instellingen zijn gebaseerd op de AXIS OS Hardening Guide.

Hardening-handleiding: Link naar AXIS OS Hardening guide waar u meer kunt leren over cyberbeveiliging op Axis-apparaten en best practices.

Verbonden clients

Toont het aantal verbindingen en verbonden clients.

Details bekijken: Bekijk en werk de lijst met verbonden clients bij. De lijst toont IP-adres, protocol, poort, status en PID/proces van elke verbinding.

Lopende opnamen

Toont lopende opnamen en hun aangewezen opslagruimte.

Opnamen: Bekijk lopende en gefilterde opnamen en hun bron. Zie voor meer informatie
Toont de opslagruimte waar de opname is opgeslagen.

Apps

App toevoegen: Installeer een nieuwe app.
Meer apps zoeken: Zoek meer apps om te installeren. U wordt naar een overzichtspagina met Axis-apps geleid. Niet-ondertekende apps toestaan : Inschakelen om de installatie van niet-ondertekende apps toe te staan. Apps met rootbevoegdheden toestaan : Inschakelen om apps met rootbevoegdheden volledige toegang tot het apparaat te geven.
Beoordeel de beveiligingsupdates in AXIS OS en ACAP-apps.

waarschuwing Opmerking
De prestaties van het apparaat kunnen worden beïnvloed als u meerdere apps tegelijkertijd uitvoert.

Gebruik de schakelaar naast de app-naam om de app te starten of te stoppen.Openen: Toegang tot de instellingen van de app. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van de

applicatie. Sommige applicaties hebben geen instellingen.
Het contextmenu kan een of meer van de volgende opties bevatten:

  • Open-source licentie: Bekijk informatie over open-source licenties die in de app worden gebruikt.
  • App-logboek: Bekijk een logboek van de app-gebeurtenissen. Het logboek is handig wanneer u contact opneemt met de ondersteuning.
  • Licentie activeren met een sleutel: Als de app een licentie vereist, moet u deze activeren. Gebruik deze optie als uw apparaat geen internettoegang heeft.
    Als u geen licentiesleutel hebt, gaat u naar axis.com/products/analytics. U hebt een licentiecode en het serienummer van het Axis-product nodig om een licentiesleutel te genereren.
  • Licentie automatisch activeren: Als de app een licentie vereist, moet u deze activeren. Gebruik deze optie als uw apparaat internettoegang heeft. U hebt een licentiecode nodig om de licentie te activeren.
  • De licentie deactiveren: Deactiveer de licentie om deze te vervangen door een andere licentie, bijvoorbeeld wanneer u overschakelt van een proeflicentie naar een volledige licentie. Als u de licentie deactiveert, verwijdert u deze ook van het apparaat.
  • Instellingen: Configureer de parameters.
  • Verwijderen: Verwijder de app permanent van het apparaat. Als u de licentie niet eerst deactiveert, blijft deze actief.

Systeem

Tijd en locatie

Datum en tijd
De tijdnotatie is afhankelijk van de taalinstellingen van de webbrowser.

waarschuwing Opmerking
We raden u aan de datum en tijd van het apparaat te synchroniseren met een NTP-server.

Synchronisatie: Selecteer een optie voor de datum- en tijdsynchronisatie van het apparaat.

  • Automatische datum en tijd (handmatige NTS KE-servers): Synchroniseren met de beveiligde NTP-sleutelinstellingsservers die zijn verbonden met de DHCP-server.
    • Handmatige NTS KE-servers: Voer het IP-adres van een of twee NTP-servers in. Wanneer u twee NTP-servers gebruikt, synchroniseert en past het apparaat zijn tijd aan op basis van de input van beide.
    • Maximale NTP-pollingtijd: Selecteer de maximale hoeveelheid tijd die het apparaat moet wachten voordat het de NTP-server pollt om een bijgewerkte tijd te krijgen.
    • Minimale NTP-pollingtijd: Selecteer de minimale hoeveelheid tijd die het apparaat moet wachten voordat het de NTP-server pollt om een bijgewerkte tijd te krijgen.
  • Automatische datum en tijd (NTP-servers met DHCP): Synchroniseren met de NTP-servers die zijn verbonden met de DHCP-server. - Fallback NTP-servers: Voer het IP-adres van een of twee fallback-servers in.
    • Maximale NTP-pollingtijd: Selecteer de maximale hoeveelheid tijd die het apparaat moet wachten voordat het de NTP-server pollt om een bijgewerkte tijd te krijgen.
    • Minimale NTP-pollingtijd: Selecteer de minimale hoeveelheid tijd die het apparaat moet wachten voordat het de NTP-server pollt om een bijgewerkte tijd te krijgen.
  • Automatische datum en tijd (handmatige NTP-servers): Synchroniseren met NTP-servers naar keuze.
    • Handmatige NTP-servers: Voer het IP-adres van een of twee NTP-servers in. Wanneer u twee NTP-servers gebruikt, synchroniseert en past het apparaat zijn tijd aan op basis van de input van beide.
    • Maximale NTP-pollingtijd: Selecteer de maximale hoeveelheid tijd die het apparaat moet wachten voordat het de NTP-server pollt om een bijgewerkte tijd te krijgen.
    • Minimale NTP-pollingtijd: Selecteer de minimale hoeveelheid tijd die het apparaat moet wachten voordat het de NTP-server pollt om een bijgewerkte tijd te krijgen.
  • Aangepaste datum en tijd: Stel de datum en tijd handmatig in. Klik op Ophalen van systeem om de datum- en tijdinstellingen eenmaal van uw computer of mobiele apparaat op te halen.

Tijdzone: Selecteer welke tijdzone u wilt gebruiken. De tijd wordt automatisch aangepast aan zomertijd en standaardtijd.

  • DHCP: Neemt de tijdzone van de DHCP-server over. Het apparaat moet verbinding hebben met een DHCP-server voordat u deze optie kunt selecteren.
  • Handmatig: Selecteer een tijdzone in de vervolgkeuzelijst.

waarschuwing Opmerking
Het systeem gebruikt de datum- en tijdinstellingen in alle opnamen, logboeken en systeeminstellingen.

Apparaatlocatie
Voer in waar het apparaat zich bevindt. Uw videobeheersysteem kan deze informatie gebruiken om het apparaat op een kaart te plaatsen.

  • Breedtegraad: Positieve waarden liggen ten noorden van de evenaar.
  • Lengtegraad: Positieve waarden liggen ten oosten van de nulmeridiaan.
  • Richting: Voer de kompasrichting in waarin het apparaat is gericht. 0 is pal naar het noorden.
  • Label: Voer een beschrijvende naam voor het apparaat in.
  • Opslaan: Klik om uw apparaatlocatie op te slaan.

Netwerk

IPv4

IPv4 automatisch toewijzen: selecteer deze optie om de netwerkrouter automatisch een IP-adres aan het apparaat te laten toewijzen. We raden automatische IP (DHCP) aan voor de meeste netwerken. IP-adres: voer een uniek IP-adres voor het apparaat in. Statische IP-adressen kunnen willekeurig worden toegewezen binnen geïsoleerde netwerken, op voorwaarde dat elk adres uniek is. Om conflicten te voorkomen, raden we aan dat u contact opneemt met uw netwerkbeheerder voordat u een statisch IP-adres toewijst. Subnetmasker: voer het subnetmasker in om te bepalen welke adressen zich binnen het lokale netwerk bevinden. Elk adres buiten het lokale netwerk gaat via de router. Router: voer het IP-adres in van de standaardrouter (gateway) die wordt gebruikt om apparaten te verbinden die zijn aangesloten op verschillende netwerken en netwerksegmenten. Terugvallen op statisch IP-adres als DHCP niet beschikbaar is: selecteer deze optie als u een statisch IP-adres wilt toevoegen dat moet worden gebruikt als fallback als DHCP niet beschikbaar is en niet automatisch een IP-adres kan toewijzen.

waarschuwing Opmerking
Als DHCP niet beschikbaar is en het apparaat een statische adres-fallback gebruikt, wordt het statische adres geconfigureerd met een beperkte scope.

IPv6

IPv6 automatisch toewijzen: selecteer deze optie om IPv6 in te schakelen en de netwerkrouter automatisch een IP-adres aan het apparaat te laten toewijzen.

Hostnaam

Hostnaam automatisch toewijzen: selecteer deze optie om de netwerkrouter automatisch een hostnaam aan het apparaat te laten toewijzen. Hostnaam: voer de hostnaam handmatig in om te gebruiken als een alternatieve manier om toegang te krijgen tot het apparaat. Het serverrapport en het systeemlogboek gebruiken de hostnaam. Toegestane tekens zijn A–Z, a–z, 0–9 en -.

DNS-servers

DNS automatisch toewijzen: selecteer deze optie om de DHCP-server automatisch zoekdomeinen en DNS-serveradressen aan het apparaat te laten toewijzen. We raden automatische DNS (DHCP) aan voor de meeste netwerken. Zoekdomeinen: wanneer u een hostnaam gebruikt die niet volledig is gekwalificeerd, klikt u op Zoekdomein toevoegen (Zoekdomein toevoegen) en voert u een domein in waarin u naar de hostnaam zoekt die het apparaat gebruikt. DNS-servers: klik op DNS-server toevoegen (DNS-server toevoegen) en voer het IP-adres van de DNS-server in. Dit biedt de vertaling van hostnamen naar IP-adressen op uw netwerk.

Netwerkdetectieprotocollen

Bonjour®: schakel deze optie in om automatische detectie op het netwerk toe te staan. Bonjour-naam: voer een beschrijvende naam in die zichtbaar is op het netwerk. De standaardnaam is de apparaatnaam en het MAC-adres. UPnP®: schakel deze optie in om automatische detectie op het netwerk toe te staan. UPnP-naam: voer een beschrijvende naam in die zichtbaar is op het netwerk. De standaardnaam is de apparaatnaam en het MAC-adres. WS-Discovery: schakel deze optie in om automatische detectie op het netwerk toe te staan. LLDP en CDP: schakel deze optie in om automatische detectie op het netwerk toe te staan. Het uitschakelen van LLDP en CDP kan de PoE-onderhandeling over de stroomtoevoer beïnvloeden. Configureer de PoE-switch alleen voor hardwarematige PoE-onderhandeling over de stroomtoevoer om eventuele problemen met de PoE-onderhandeling over de stroomtoevoer op te lossen.

Globale proxy's

Http-proxy: geef een globale proxyhost of een IP-adres op volgens de toegestane indeling. Https-proxy: geef een globale proxyhost of een IP-adres op volgens de toegestane indeling. Toegestane indelingen voor http- en https-proxy's:

  • http(s)://host: port
  • http(s)://user@host: port
  • http(s)://user: pass@host: port

waarschuwing Opmerking
Start het apparaat opnieuw op om de globale proxy-instellingen toe te passen.

Geen proxy: gebruik Geen proxy (Geen proxy) om globale proxy's te omzeilen. Voer een van de opties in de lijst in of voer er meerdere in, gescheiden door een komma:

  • Leeg laten
  • Een IP-adres opgeven
  • Een IP-adres in CIDR-indeling opgeven
  • Een domeinnaam opgeven, bijvoorbeeld: www. <domeinnaam>. com
  • Alle subdomeinen in een specifiek domein opgeven, bijvoorbeeld .<domeinnaam>.com

One-click cloud connection

One-click cloud connection (O3C) biedt samen met een O3C-service eenvoudige en veilige internettoegang tot live en opgenomen video vanaf elke locatie. Zie axis.com/end-to-end-solutions/hosted-services voor meer informatie.

O3C toestaan:

  • One-click: Dit is de standaardinstelling. Houd de bedieningsknop op het apparaat ingedrukt om verbinding te maken met een O3C-service via internet. U moet het apparaat binnen 24 uur na het indrukken van de bedieningsknop registreren bij de O3C-service. Anders wordt de verbinding van het apparaat met de O3C-service verbroken. Zodra u het apparaat registreert, wordt Altijd (Always) ingeschakeld en blijft het apparaat verbonden met de O3C-service.
  • Always: Het apparaat probeert voortdurend verbinding te maken met een O3C-service via internet. Zodra u het apparaat registreert, blijft het verbonden met de O3C-service. Gebruik deze optie als de bedieningsknop op het apparaat buiten bereik is.
  • No: schakelt de O3C-service uit.

Proxy-instellingen: voer indien nodig de proxy-instellingen in om verbinding te maken met de proxyserver. Host: voer het adres van de proxyserver in. Poort (Port): voer het poortnummer in dat wordt gebruikt voor toegang. Login en Wachtwoord (Password): voer indien nodig de gebruikersnaam en het wachtwoord voor de proxyserver in.

Authenticatiemethode:

  • Basic: deze methode is het meest compatibele authenticatieschema voor HTTP. Het is minder veilig dan de Digest (Digest)-methode omdat het de gebruikersnaam en het wachtwoord ongecodeerd naar de server verzendt.
  • Digest: deze methode is veiliger omdat het wachtwoord altijd gecodeerd over het netwerk wordt verzonden.
  • Auto: met deze optie kan het apparaat de authenticatiemethode selecteren, afhankelijk van de ondersteunde methoden. Het geeft prioriteit aan de Digest (Digest)-methode boven de Basic (Basic)-methode.

Eigenaarauthenticatiesleutel (OAK): klik op Sleutel ophalen (Get key) om de eigenaarauthenticatiesleutel op te halen. Dit is alleen mogelijk als het apparaat zonder firewall of proxy met internet is verbonden.

Power over Ethernet

Toegewezen stroom: aantal watt (W) dat momenteel is toegewezen. Totaal PoE-verbruik: aantal watt (W) dat wordt verbruikt. PoE actief houden tijdens het opnieuw opstarten van de recorder: schakel deze optie in om stroom te leveren aan aangesloten apparaten tijdens het opnieuw opstarten van de recorder. Gebruikte ruimte: percentage van de gebruikte ruimte. Vrije ruimte: percentage van de ruimte die beschikbaar is voor opnames. Vrije ruimte: beschikbare schijfruimte weergegeven in megabytes (MB), gigabytes (GB) of terabytes (TB). Schijfstatus: huidige status van de schijf. Schijftemperatuur: huidige bedrijfstemperatuur. PoE: schakel PoE voor elke poort in of uit. Wanneer een apparaat is aangesloten, ziet u de volgende informatie:

  • Friendly name: De beschrijvende naam is ingesteld in Netwerkinstellingen (Network settings). De standaardnaam is een combinatie van het model en het media access control-adres (MAC-adres) van het aangesloten apparaat.
  • Power consumption: aantal watt (W) dat momenteel wordt verbruikt en toegewezen.

Beveiliging

Certificaten

Certificaten worden gebruikt om apparaten op een netwerk te authenticeren. Het apparaat ondersteunt twee soorten certificaten:

  • Client-/servercertificaten
    Een client-/servercertificaat valideert de identiteit van het apparaat en kan zelfondertekend zijn of uitgegeven door een certificeringsinstantie (CA). Een zelfondertekend certificaat biedt beperkte bescherming en kan worden gebruikt voordat een door een CA uitgegeven certificaat is verkregen.
  • CA-certificaten
    U kunt een CA-certificaat gebruiken om een peer-certificaat te authenticeren, bijvoorbeeld om de identiteit van een authenticatieserver te valideren wanneer het apparaat verbinding maakt met een netwerk dat is beschermd door IEEE 802.1X. Het apparaat heeft verschillende vooraf geïnstalleerde CA-certificaten.

De volgende formaten worden ondersteund:

  • Certificaatformaten: .PEM, .CER en .PFX
  • Formaten voor persoonlijke sleutels: PKCS#1 en PKCS#12

waarschuwing
Als u het apparaat terugzet naar de fabrieksinstellingen, worden alle certificaten verwijderd. Alle vooraf geïnstalleerde CA-certificaten worden opnieuw geïnstalleerd.

Certificaat toevoegen: Klik om een certificaat toe te voegen.

  • Meer: Toon meer velden om in te vullen of te selecteren.
  • Beveiligde sleutelopslag: Selecteer om Secure element of Trusted Platform Module 2.0 te gebruiken om de persoonlijke sleutel veilig op te slaan. Ga voor meer informatie over welke beveiligde sleutelopslag u moet selecteren naar help.axis.com/en-us/axis-os#cryptographic-support.
  • Sleuteltype: Selecteer de standaard of een ander versleutelingsalgoritme in de vervolgkeuzelijst om het certificaat te beschermen.

Het contextmenu bevat:

  • Certificaatinformatie: Bekijk de eigenschappen van een geïnstalleerd certificaat.
  • Certificaat verwijderen: Verwijder het certificaat.
  • Certificaatondertekeningsverzoek maken: Maak een certificaatondertekeningsverzoek om naar een registratie-instantie te sturen om een digitaal identiteitscertificaat aan te vragen.

Beveiligde sleutelopslag:

  • Secure element (CC EAL6+): Selecteer om een secure element te gebruiken voor de beveiligde sleutelopslag.
  • Trusted Platform Module 2.0 (CC EAL4+, FIPS 140-2 Level 2): Selecteer om TPM 2.0 te gebruiken voor de beveiligde sleutelopslag.

Netwerktoegangsbeheer en versleuteling

IEEE 802.1xIEEE 802.1x is een IEEE-standaard voor poortgebaseerd netwerktoegangsbeheer dat zorgt voor veilige authenticatie van bekabelde en draadloze netwerkapparaten. IEEE 802.1x is gebaseerd op EAP (Extensible Authentication Protocol). Om toegang te krijgen tot een netwerk dat is beveiligd door IEEE 802.1x, moeten netwerkapparaten zich authenticeren. De authenticatie wordt uitgevoerd door een authenticatieserver, doorgaans een RADIUS-server (bijvoorbeeld FreeRADIUS en Microsoft Internet Authentication Server). IEEE 802.1AE MACsecIEEE 802.1AE MACsec is een IEEE-standaard voor media access control (MAC)-beveiliging die verbindingsloze gegevensvertrouwelijkheid en integriteit definieert voor media access independent protocols. CertificatenWanneer geconfigureerd zonder een CA-certificaat, is de validatie van servercertificaten uitgeschakeld en probeert het apparaat zichzelf te authenticeren, ongeacht met welk netwerk het is verbonden. Bij gebruik van een certificaat authenticeren in de implementatie van Axis het apparaat en de authenticatieserver zichzelf met digitale certificaten met behulp van EAP-TLS (Extensible Authentication Protocol - Transport Layer Security). Om het apparaat toegang te geven tot een netwerk dat is beveiligd via certificaten, moet u een ondertekend clientcertificaat op het apparaat installeren. Authenticatiemethode: Selecteer een EAP-type dat wordt gebruikt voor authenticatie. Clientcertificaat: Selecteer een clientcertificaat om IEEE 802.1x te gebruiken. De authenticatieserver gebruikt het certificaat om de identiteit van de client te valideren. CA-certificaten: Selecteer CA-certificaten om de identiteit van de authenticatieserver te valideren. Wanneer er geen certificaat is geselecteerd, probeert het apparaat zichzelf te authenticeren, ongeacht met welk netwerk het is verbonden EAP-identiteit: Voer de gebruikersidentiteit in die is gekoppeld aan het clientcertificaat. EAPOL-versie: Selecteer de EAPOL-versie die in de netwerkswitch wordt gebruikt. IEEE 802.1x gebruiken: Selecteer deze optie om het IEEE 802.1x-protocol te gebruiken. Deze instellingen zijn alleen beschikbaar als u IEEE 802.1x PEAP-MSCHAPv2 gebruikt als de authenticatiemethode:

  • Wachtwoord: Voer het wachtwoord voor uw gebruikersidentiteit in.
  • Peap-versie: Selecteer de Peap-versie die in de netwerkswitch wordt gebruikt.
  • Label: Selecteer 1 om client EAP-versleuteling te gebruiken; selecteer 2 om client PEAP-versleuteling te gebruiken. Selecteer het label dat de netwerkswitch gebruikt bij gebruik van Peap-versie 1.

Deze instellingen zijn alleen beschikbaar als u IEEE 802.1ae MACsec (Static CAK/Pre-Shared Key) gebruikt als de authenticatiemethode:

  • Naam sleutel voor sleutelovereenkomstconnectiviteitsassociatie: Voer de naam van de connectiviteitsassociatie (CKN) in. Deze moet 2 tot 64 (deelbaar door 2) hexadecimale tekens lang zijn. De CKN moet handmatig worden geconfigureerd in de connectiviteitsassociatie en moet overeenkomen aan beide uiteinden van de koppeling om MACsec in eerste instantie in te schakelen.
  • Sleutel voor sleutelovereenkomstconnectiviteitsassociatie: Voer de sleutel van de connectiviteitsassociatie (CAK) in. Deze moet 32 of 64 hexadecimale tekens lang zijn. De CAK moet handmatig worden geconfigureerd in de connectiviteitsassociatie en moet overeenkomen aan beide uiteinden van de koppeling om MACsec in eerste instantie in te schakelen.

Firewall

Activeren: Schakel de firewall in.
Standaardbeleid: Selecteer de standaardstatus voor de firewall.

  • Toestaan: Staat alle verbindingen met het apparaat toe. Deze optie is standaard ingesteld.
  • Weigeren: Weigert alle verbindingen met het apparaat.

Om uitzonderingen te maken op het standaardbeleid, kunt u regels maken die verbindingen met het apparaat van specifieke adressen, protocollen en poorten toestaan of weigeren.

  • Adres: Voer een adres in IPv4/IPv6- of CIDR-indeling in dat u de toegang wilt toestaan of weigeren.
  • Protocol: Selecteer een protocol waarvoor u de toegang wilt toestaan of weigeren.
  • Poort: Voer een poortnummer in waarvoor u de toegang wilt toestaan of weigeren. U kunt een poortnummer tussen 1 en 65535 toevoegen.
  • Beleid: Selecteer het beleid van de regel.

: Klik om een andere regel te maken.
Regels toevoegen: Klik om de regels toe te voegen die u hebt gedefinieerd.

  • Tijd in seconden: Stel een tijdslimiet in voor het testen van de regels. De standaard tijdslimiet is ingesteld op 300 seconden. Om de regels direct te activeren, stelt u de tijd in op 0 seconden.
  • Regels bevestigen: Bevestig de regels en hun tijdslimiet. Als u een tijdslimiet van meer dan 1 seconde hebt ingesteld, zijn de regels gedurende deze tijd actief. Als u de tijd hebt ingesteld op 0, zijn de regels direct actief.

In behandeling zijnde regels: Een overzicht van de laatst geteste regels die u nog moet bevestigen.

waarschuwing Opmerking
De regels die een tijdslimiet hebben, worden weergegeven onder Actieve regels totdat de weergegeven timer afloopt, of totdat u ze bevestigt. Als u ze niet bevestigt, worden ze weergegeven onder In behandeling zijnde regels zodra de timer is afgelopen, en de firewall keert terug naar de eerder gedefinieerde instellingen. Als u ze bevestigt, vervangen ze de huidige actieve regels.

Regels bevestigen: Klik om de in behandeling zijnde regels te activeren. Actieve regels: Een overzicht van de regels die u momenteel op het apparaat uitvoert.

: Klik om een actieve regel te verwijderen.
: Klik om alle regels te verwijderen, zowel in behandeling zijnde als actieve.

Aangepast ondertekend AXIS OS-certificaat

Om testsoftware of andere aangepaste software van Axis op het apparaat te installeren, hebt u een aangepast ondertekend AXIS OS-certificaat nodig. Het certificaat verifieert dat de software is goedgekeurd door zowel de apparaateigenaar als Axis. De software kan alleen worden uitgevoerd op een specifiek apparaat dat wordt geïdentificeerd door het unieke serienummer en de chip-ID. Alleen Axis kan aangepaste ondertekende AXIS OS-certificaten maken, aangezien Axis de sleutel heeft om ze te ondertekenen.
Installeren: Klik om het certificaat te installeren. U moet het certificaat installeren voordat u de software installeert.

Het contextmenu bevat:

  • Certificaat verwijderen: Verwijder het certificaat.

Accounts

Add account: Klik om een nieuw account toe te voegen. U kunt maximaal 100 accounts toevoegen. Account: Voer een unieke accountnaam in. New password: Voer een wachtwoord in voor het account. Wachtwoorden moeten 1 tot 64 tekens lang zijn. Alleen afdrukbare ASCII-tekens (code 32 tot 126) zijn toegestaan in het wachtwoord, bijvoorbeeld letters, cijfers, interpunctie en sommige symbolen. Repeat password: Voer hetzelfde wachtwoord nogmaals in.
Privileges:

  • Administrator: Heeft volledige toegang tot alle instellingen. Beheerders kunnen ook andere accounts toevoegen, bijwerken en verwijderen.
  • Operator: Heeft toegang tot alle instellingen behalve:
    • Alle System instellingen.
  • Viewer: Heeft toegang tot:
    • Bekijk en maak snapshots van een videostream.
    • Bekijk en exporteer opnamen.
    • Pannen, kantelen en zoomen; met PTZ account toegang.

Het contextmenu bevat: Update account: Bewerk de account-eigenschappen.D elete account: Verwijder het account. U kunt het root-account niet verwijderen.

SSH-accounts

Add SSH account: Klik om een nieuw SSH-account toe te voegen.

  • Restrict root access: Schakel in om functionaliteit te beperken die root-toegang vereist.
  • Enable SSH: Schakel in om de SSH-service te gebruiken.

Account: Voer een unieke accountnaam in. New password: Voer een wachtwoord in voor het account. Wachtwoorden moeten 1 tot 64 tekens lang zijn. Alleen afdrukbare ASCII-tekens (code 32 tot 126) zijn toegestaan in het wachtwoord, bijvoorbeeld letters, cijfers, interpunctie en sommige symbolen. Repeat password: Voer hetzelfde wachtwoord nogmaals in. Comment: Voer een opmerking in (optioneel).

Het contextmenu bevat:Update SSH account: Bewerk de account-eigenschappen.Delete SSH account: Verwijder het account. U kunt het root-account niet verwijderen.

Virtuele host

Add virtual host: Klik om een nieuwe virtuele host toe te voegen. Enabled: Selecteer om deze virtuele host te gebruiken. Server name: Voer de naam van de server in. Gebruik alleen cijfers 0-9, letters A-Z en een streepje (-). Port: Voer de poort in waarmee de server is verbonden. Type: Selecteer het type

authenticatie dat u wilt gebruiken. Selecteer tussen Basic, Digest en Open ID.

Het contextmenu bevat:

  • Update: Update de virtuele host.
  • Delete: Verwijder de virtuele host.

Disabled: De server is uitgeschakeld.

OpenID-configuratie


Als u OpenID niet kunt gebruiken om in te loggen, gebruikt u de Digest- of Basic-inloggegevens die u hebt gebruikt toen u OpenID configureerde om in te loggen.

Client ID: Voer de OpenID-gebruikersnaam in. Outgoing Proxy: Voer het proxyadres in voor de OpenID-verbinding om een proxyserver te gebruiken. Admin claim: Voer een waarde in voor de beheerdersrol. Provider URL: Voer de weblink in voor de API-eindpuntauthenticatie. De indeling moet zijn https://[URL invoegen]/.well-known/openid-configuration Operator claim: Voer een waarde in voor de operatorrol. Require claim: Voer de gegevens in die in het token moeten staan. Viewer claim: Voer de waarde in voor de viewerrol. Remote user: Voer een waarde in om externe gebruikers te identificeren. Dit helpt om de huidige gebruiker weer te geven in de webinterface van het apparaat. Scopes: Optionele scopes die deel kunnen uitmaken van het token.Client secret: Voer het OpenID-wachtwoord in Save: Klik om de OpenID-waarden op te slaan. Enable OpenID: Schakel in om de huidige verbinding te verbreken en apparaatauthenticatie toe te staan vanaf de provider-URL.

Gebeurtenissen

Regels

Een regel definieert de voorwaarden die ervoor zorgen dat het product een actie uitvoert. De lijst toont alle momenteel geconfigureerde regels in het product.

waarschuwing Opmerking
U kunt maximaal 256 actieregels maken.

Een regel toevoegen: Een regel maken. Naam: Voer een naam in voor de regel. Wachten tussen acties: Voer de minimale tijd (uu:mm:ss) in die moet verstrijken tussen regelactiveringen. Dit is handig als de regel wordt geactiveerd door bijvoorbeeld dag-nachtmodusomstandigheden, om te voorkomen dat kleine lichtveranderingen tijdens zonsopgang en zonsondergang de regel herhaaldelijk activeren.Voorwaarde: Selecteer een voorwaarde in de lijst. Er moet aan een voorwaarde worden voldaan voordat het apparaat een actie kan uitvoeren. Als er meerdere voorwaarden zijn gedefinieerd, moet aan alle voorwaarden worden voldaan om de actie te activeren. Voor informatie over specifieke voorwaarden, zie Aan de slag met regels voor gebeurtenissen. Deze voorwaarde als trigger gebruiken: Selecteer deze optie om deze eerste voorwaarde alleen te laten functioneren als een starttrigger. Dit betekent dat zodra de regel is geactiveerd, deze actief blijft zolang aan alle andere voorwaarden is voldaan, ongeacht de status van de eerste voorwaarde. Als u deze optie niet selecteert, is de regel eenvoudigweg actief wanneer aan alle voorwaarden is voldaan. Deze voorwaarde omkeren: Selecteer deze optie als u wilt dat de voorwaarde het tegenovergestelde is van uw selectie.

Een voorwaarde toevoegen: Klik om een extra voorwaarde toe te voegen. Actie: Selecteer een actie in de lijst en voer de vereiste informatie in. Voor informatie over specifieke acties, zie Aan de slag met regels voor gebeurtenissen.

Ontvangers

U kunt uw apparaat zo instellen dat het ontvangers op de hoogte stelt van gebeurtenissen of bestanden verzendt.

waarschuwing Opmerking
Als u uw apparaat instelt om FTP of SFTP te gebruiken, wijzig of verwijder dan niet het unieke volgnummer dat aan de bestandsnamen wordt toegevoegd. Als u dat doet, kan er slechts één afbeelding per gebeurtenis worden verzonden.

De lijst toont alle ontvangers die momenteel in het product zijn geconfigureerd, samen met informatie over hun configuratie.

waarschuwing Opmerking
U kunt maximaal 20 ontvangers maken.

Een ontvanger toevoegen: Klik om een ontvanger toe te voegen. Naam: Voer een naam in voor de ontvanger. Type: Selecteer in de lijst:

  • FTP
    • Host: Voer het IP-adres of de hostnaam van de server in. Als u een hostnaam invoert, controleer dan of er een DNS-server is opgegeven onder Systeem > Netwerk > IPv4 en IPv6.
    • Poort: Voer het poortnummer in dat door de FTP-server wordt gebruikt. De standaardwaarde is 21.
    • Map: Voer het pad in naar de map waarin u bestanden wilt opslaan. Als deze map nog niet bestaat op de FTP-server, krijgt u een foutmelding bij het uploaden van bestanden.
    • Gebruikersnaam: Voer de gebruikersnaam in voor het inloggen.
    • Wachtwoord: Voer het wachtwoord in voor het inloggen.
    • Tijdelijke bestandsnaam gebruiken: Selecteer deze optie om bestanden te uploaden met tijdelijke, automatisch gegenereerde bestandsnamen. De bestanden worden hernoemd naar de gewenste namen wanneer het uploaden is voltooid. Als het uploaden wordt afgebroken/onderbroken, krijgt u geen beschadigde bestanden. U krijgt echter waarschijnlijk nog steeds de tijdelijke bestanden. Op deze manier weet u dat alle bestanden met de gewenste naam correct zijn.
    • Passieve FTP gebruiken: Onder normale omstandigheden vraagt het product eenvoudigweg aan de doel-FTP-server om de dataverbinding te openen. Het apparaat initieert actief zowel de FTP-controle- als dataverbindingen met de doelserver. Dit is normaal gesproken nodig als er een firewall is tussen het apparaat en de doel-FTP-server.
  • HTTP
    • URL: Voer het netwerkadres in naar de HTTP-server en het script dat het verzoek zal afhandelen. Bijvoorbeeld http://192.168.254.10/cgi-bin/notify.cgi.
    • Gebruikersnaam: Voer de gebruikersnaam in voor het inloggen.
    • Wachtwoord: Voer het wachtwoord in voor het inloggen.
    • Proxy: Schakel in en voer de vereiste informatie in als er een proxyserver moet worden gepasseerd om verbinding te maken met de HTTP-server.
  • HTTPS

    • URL: Voer het netwerkadres in naar de HTTPS-server en het script dat het verzoek zal afhandelen. Bijvoorbeeld https://192.168.254.10/cgi-bin/notify.cgi.
    • Servercertificaat valideren: Selecteer deze optie om het certificaat te valideren dat is gemaakt door de HTTPS-server.
    • Gebruikersnaam: Voer de gebruikersnaam in voor het inloggen.
    • Wachtwoord: Voer het wachtwoord in voor het inloggen.
    • Proxy: Schakel in en voer de vereiste informatie in als er een proxyserver moet worden gepasseerd om verbinding te maken met de HTTPS-server.
  • Netwerkopslag
    U kunt netwerkopslag zoals NAS (network-attached storage) toevoegen en deze gebruiken als een ontvanger om bestanden op te slaan. De bestanden worden opgeslagen in de Matroska-bestandsindeling (MKV).
    • Host: Voer het IP-adres of de hostnaam in voor de netwerkopslag.
    • Share: Voer de naam in van de share op de host.
    • Map: Voer het pad in naar de map waarin u bestanden wilt opslaan.
    • Gebruikersnaam: Voer de gebruikersnaam in voor het inloggen.
    • Wachtwoord: Voer het wachtwoord in voor het inloggen.
  • SFTP
    • Host: Voer het IP-adres of de hostnaam van de server in. Als u een hostnaam invoert, controleer dan of er een DNS-server is opgegeven onder Systeem > Netwerk > IPv4 en IPv6.
    • Poort: Voer het poortnummer in dat door de SFTP-server wordt gebruikt. De standaardwaarde is 22.
    • Map: Voer het pad in naar de map waarin u bestanden wilt opslaan. Als deze map nog niet bestaat op de SFTP-server, krijgt u een foutmelding bij het uploaden van bestanden.
    • Gebruikersnaam: Voer de gebruikersnaam in voor het inloggen.
    • Wachtwoord: Voer het wachtwoord in voor het inloggen.
    • Openbare SSH-hostsleuteltype (MD5): Voer de vingerafdruk in van de openbare sleutel van de externe host (een hexadecimale string van 32 cijfers). De SFTP-client ondersteunt SFTP-servers die SSH-2 gebruiken met RSA-, DSA-, ECDSA- en ED25519-hostsleuteltypen. RSA is de voorkeursmethode tijdens de onderhandeling, gevolgd door ECDSA, ED25519 en DSA. Zorg ervoor dat u de juiste MD5-hostsleutel invoert die wordt gebruikt door uw SFTP-server. Hoewel het Axis-apparaat zowel MD5- als SHA-256-hashsleutels ondersteunt, raden we aan om SHA-256 te gebruiken vanwege de sterkere beveiliging ten opzichte van MD5. Ga voor meer informatie over het configureren van een SFTP-server met een Axis-apparaat naar de AXIS OS Portal.
    • Openbare SSH-hostsleuteltype (SHA256): Voer de vingerafdruk in van de openbare sleutel van de externe host (een Base64-gecodeerde string van 43 cijfers). De SFTP-client ondersteunt SFTP-servers die SSH-2 gebruiken met RSA-, DSA-, ECDSA- en ED25519-hostsleuteltypen. RSA is de voorkeursmethode tijdens de onderhandeling, gevolgd door ECDSA, ED25519 en DSA. Zorg ervoor dat u de juiste MD5-hostsleutel invoert die wordt gebruikt door uw SFTP-server. Hoewel het Axis-apparaat zowel MD5- als SHA-256-hashsleutels ondersteunt, raden we aan om SHA-256 te gebruiken vanwege de sterkere beveiliging ten opzichte van MD5. Ga voor meer informatie over het configureren van een SFTP-server met een Axis-apparaat naar de AXIS OS Portal.
    • Tijdelijke bestandsnaam gebruiken: Selecteer deze optie om bestanden te uploaden met tijdelijke, automatisch gegenereerde bestandsnamen. De bestanden worden hernoemd naar de gewenste namen wanneer het uploaden is voltooid. Als het uploaden wordt afgebroken of onderbroken, krijgt u geen beschadigde bestanden. Op deze manier weet u dat alle bestanden met de gewenste naam correct zijn.
  • SIP of VMS :
    SIP: Selecteer deze optie om een SIP-oproep te plaatsen.
    VMS: Selecteer deze optie om een VMS-oproep te plaatsen.
    • Van SIP-account: Selecteer in de lijst.
    • Naar SIP-adres: Voer het SIP-adres in.
    • Testen: Klik om te testen of uw oproepinstellingen werken.
  • E-mail
    • E-mail verzenden naar: Voer het e-mailadres in om e-mails naar te verzenden. Om meerdere adressen in te voeren, gebruikt u komma's om ze te scheiden.
    • E-mail verzenden van: Voer het e-mailadres van de verzendende server in.
    • Gebruikersnaam: Voer de gebruikersnaam in voor de mailserver. Laat dit veld leeg als de mailserver geen authenticatie vereist.
    • Wachtwoord: Voer het wachtwoord in voor de mailserver. Laat dit veld leeg als de mailserver geen authenticatie vereist.
    • E-mailserver (SMTP): Voer de naam van de SMTP-server in, bijvoorbeeld smtp.gmail.com, smtp.mail.yahoo.com.
    • Poort: Voer het poortnummer in voor de SMTP-server, met behulp van waarden in het bereik 0-65535. De standaardwaarde is 587.
    • Encryptie: Om encryptie te gebruiken, selecteert u SSL of TLS.
    • Servercertificaat valideren: Als u encryptie gebruikt, selecteert u deze optie om de identiteit van het apparaat te valideren. Het certificaat kan zelfondertekend zijn of uitgegeven door een certificeringsinstantie (CA).
    • POP-authenticatie: Schakel in om de naam van de POP-server in te voeren, bijvoorbeeld pop.gmail.com.
      waarschuwing Opmerking
      Sommige e-mailproviders hebben beveiligingsfilters die voorkomen dat gebruikers grote hoeveelheden bijlagen ontvangen of bekijken, dat ze geplande e-mails ontvangen, enzovoort. Controleer het beveiligingsbeleid van de e-mailprovider om te voorkomen dat uw e-mailaccount wordt vergrendeld of dat u verwachte e-mails mist.
  • TCP
    • Host: Voer het IP-adres of de hostnaam van de server in. Als u een hostnaam invoert, controleer dan of er een DNS-server is opgegeven onder Systeem > Netwerk > IPv4 en IPv6.
    • Poort: Voer het poortnummer in dat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot de server.

Testen: Klik om de instelling te testen.
Het contextmenu bevat: Ontvanger weergeven: Klik om alle ontvangerdetails te bekijken. Ontvanger kopiëren: Klik om een ontvanger te kopiëren. Wanneer u kopieert, kunt u wijzigingen aanbrengen in de nieuwe ontvanger. Ontvanger verwijderen: Klik om de ontvanger permanent te verwijderen.

Schema's

Schema's en pulsen kunnen worden gebruikt als voorwaarden in regels. De lijst toont alle schema's en pulsen die momenteel in het product zijn geconfigureerd, samen met informatie over hun configuratie.
Schema toevoegen: Klik om een schema of puls te maken.

Handmatige triggers

U kunt de handmatige trigger gebruiken om handmatig een regel te activeren. De handmatige trigger kan bijvoorbeeld worden gebruikt om acties te valideren tijdens de installatie en configuratie van het product.

Opslag

Ingebouwde opslag

Harde schijf

  • Vrij: De hoeveelheid vrije schijfruimte.
  • Status: Als de schijf is aangekoppeld of niet.
  • Bestandssysteem: Het bestandssysteem dat door de schijf wordt gebruikt.
  • Versleuteld: Als de schijf is versleuteld of niet.
  • Temperatuur: De huidige temperatuur van de hardware.
  • Algemene gezondheidstest: Het resultaat na controle van de gezondheid van de schijf.

Hulpprogramma's

  • Controleren: Controleer het opslagapparaat op fouten en probeer deze automatisch te herstellen.
  • Repareren: Repareer het opslagapparaat. Actieve opnamen worden tijdens de reparatie gepauzeerd. Het repareren van een opslagapparaat kan leiden tot verlies van gegevens.
  • Formatteren: Wis alle opnamen en formatteer het opslagapparaat. Kies een bestandssysteem.
  • Versleutelen: Versleutel opgeslagen gegevens.
  • Ontsleutelen: Ontsleutel opgeslagen gegevens. Het systeem wist alle bestanden op het opslagapparaat.
  • Wachtwoord wijzigen: Wijzig het wachtwoord voor de schijfversleuteling. Het wijzigen van het wachtwoord onderbreekt lopende opnamen niet.
  • Hulpprogramma gebruiken: Klik om het geselecteerde hulpprogramma uit te voeren

Ontkoppelen : Klik hierop voordat u het apparaat loskoppelt van het systeem. Hierdoor worden alle lopende opnamen gestopt. Schrijfbeveiliging: Schakel deze optie in om het opslagapparaat te beschermen tegen overschrijven.
Automatisch formatteren : De schijf wordt automatisch geformatteerd met behulp van het ext4-bestandssysteem.

Logboeken

Rapporten en logboeken

Rapporten

  • Apparaatserverrapport bekijken: Bekijk informatie over de productstatus in een pop-upvenster. Het toegangslogboek is automatisch opgenomen in het serverrapport.
  • Apparaatserverrapport downloaden: Hiermee wordt een .zip-bestand gemaakt dat een compleet serverrapporttekstbestand in UTF–8-indeling bevat, evenals een momentopname van de huidige liveweergaveafbeelding. Voeg altijd het serverrapport.zip-bestand toe wanneer u contact opneemt met de ondersteuning.
  • Crashrapport downloaden: Download een archief met gedetailleerde informatie over de status van de server. Het crashrapport bevat informatie die zich in het serverrapport bevindt, evenals gedetailleerde debug-informatie. Dit rapport kan gevoelige informatie bevatten, zoals netwerktraceringen. Het kan enkele minuten duren om het rapport te genereren.

Logboeken

  • Systeemlogboek bekijken: Klik om informatie weer te geven over systeemgebeurtenissen, zoals het opstarten van het apparaat, waarschuwingen en kritieke berichten.
  • Toegangslogboek bekijken: Klik om alle mislukte pogingen weer te geven om toegang te krijgen tot het apparaat, bijvoorbeeld wanneer een onjuist aanmeldingswachtwoord wordt gebruikt.

Netwerktracering


Een netwerktraceringsbestand kan gevoelige informatie bevatten, bijvoorbeeld certificaten of wachtwoorden.

Een netwerktraceringsbestand kan u helpen bij het oplossen van problemen door de activiteit op het netwerk vast te leggen. Traceertijd: Selecteer de duur van de tracering in seconden of minuten en klik op Downloaden.

Extern systeemlogboek

Syslog is een standaard voor het loggen van berichten. Het maakt het mogelijk om de software die berichten genereert, het systeem dat ze opslaat en de software die ze rapporteert en analyseert, te scheiden. Elk bericht is gelabeld met een faciliteitscode, die het type software aangeeft dat het bericht genereert, en heeft een ernstniveau.

Server: Klik om een nieuwe server toe te voegen. Host: Voer de hostnaam of het IP-adres van de server in.Indeling: Selecteer welke syslog-berichtindeling u wilt gebruiken.

  • Axis
  • RFC 3164
  • RFC 5424

Protocol: Selecteer het te gebruiken protocol:

  • UDP (standaardpoort is 514)
  • TCP (standaardpoort is 601)
  • TLS (standaardpoort is 6514)

Poort: Bewerk het poortnummer om een andere poort te gebruiken. Ernst: Selecteer welke berichten moeten worden verzonden wanneer ze worden geactiveerd. CA-certificaatset: Bekijk de huidige instellingen of voeg een certificaat toe.

Onderhoud

Opnieuw opstarten: Start het apparaat opnieuw op. Dit heeft geen invloed op de huidige instellingen. Uitgevoerde applicaties worden automatisch opnieuw opgestart. Herstellen: Zet de meeste instellingen terug naar de fabrieksinstellingen. Daarna moet u het apparaat en de apps opnieuw configureren, alle apps opnieuw installeren die niet vooraf zijn geïnstalleerd en alle gebeurtenissen en voorinstellingen opnieuw maken. Belangrijk

De enige instellingen die na het herstellen worden opgeslagen, zijn:

  • Opstartprotocol (DHCP of statisch)
  • Statisch IP-adres
  • Standaardrouter
  • Subnetmasker
  • 802.1X-instellingen
  • O3C-instellingen
  • IP-adres van de DNS-server

Fabrieksinstellingen: Zet alle instellingen terug naar de fabrieksinstellingen. Daarna moet u het IP-adres opnieuw instellen om het apparaat toegankelijk te maken.

waarschuwing Opmerking
Alle Axis-apparaatsoftware is digitaal ondertekend om ervoor te zorgen dat u alleen geverifieerde software op uw apparaat installeert. Dit verhoogt verder het algehele minimumcyberbeveiligingsniveau van Axis-apparaten. Zie voor meer informatie het whitepaper "Axis Edge Vault" op axis.com.

AXIS OS upgrade: Upgrade naar een nieuwe AXIS OS-versie. Nieuwe releases kunnen verbeterde functionaliteit, bugfixes en volledig nieuwe functies bevatten. We raden u aan om altijd de nieuwste AXIS OS-release te gebruiken. Om de nieuwste release te downloaden, gaat u naar axis.com/support. Wanneer u een upgrade uitvoert, kunt u kiezen uit drie opties:

  • Standaardupgrade: Upgrade naar de nieuwe AXIS OS-versie.
  • Fabrieksinstellingen: Upgrade en zet alle instellingen terug naar de fabrieksinstellingen. Wanneer u deze optie kiest, kunt u na de upgrade niet meer terugkeren naar de vorige AXIS OS-versie.
  • Automatische rollback: Upgrade en bevestig de upgrade binnen de ingestelde tijd. Als u niet bevestigt, keert het apparaat terug naar de vorige AXIS OS-versie.

AXIS OS rollback: Keer terug naar de eerder geïnstalleerde AXIS OS-versie.

Uw apparaat configureren

Vermogen toewijzen

De recorder reserveert een bepaalde hoeveelheid vermogen voor elke poort. Het totale gereserveerde vermogen mag het totale vermogensbudget niet overschrijden. Een poort wordt niet ingeschakeld als de recorder probeert meer vermogen te reserveren dan beschikbaar is. Dit zorgt ervoor dat alle aangesloten apparaten van stroom worden voorzien.

PoE-voeding kan op de volgende manieren aan de aangesloten apparaten worden toegewezen:

  • PoE class (PoE-klasse) — Elke poort bepaalt automatisch de hoeveelheid vermogen die moet worden gereserveerd op basis van de PoE-klasse van het aangesloten apparaat.
  • LLDP — Elke poort bepaalt de hoeveelheid vermogen die moet worden gereserveerd door PoE-informatie uit te wisselen via het LLDP-protocol.

waarschuwing Opmerking
Vermogenstoewijzing met LLDP werkt alleen voor ondersteunde apparaten met firmware 9.80 of later, en voor AXIS S3008 Recorder met firmware 10.2 of later.

LLDP is altijd actief in AXIS S3008 Recorder, maar moet op het aangesloten apparaat worden geactiveerd. Als LLDP is uitgeschakeld of niet wordt ondersteund op het aangesloten apparaat, wordt in plaats daarvan de PoE-klasse-reservering gebruikt.

LLDP inschakelen op uw PoE-apparaat:

  1. Open de webpagina van het apparaat.
  2. Ga naar Settings (Instellingen) > System (Systeem) > Plain config (Eenvoudige configuratie) > Network (Netwerk).
  3. Selecteer onder LLDP POE het selectievakje LLDP Send Max PoE (LLDP Max. PoE verzenden).

Voorbeeld:
In dit voorbeeld heeft de AXIS S3008 Recorder een totaal vermogensbudget van 65 W.

Uw apparaat configureren - Vermogen toewijzen - Stap 1
PoE-klasse 2-apparaat. Vraagt 7 W vermogen aan, maar verbruikt daadwerkelijk 5 W vermogen.

Uw apparaat configureren - Vermogen toewijzen - Stap 2
PoE-klasse 3-apparaat. Vraagt 15,5 W vermogen aan, maar verbruikt daadwerkelijk 7,5 W vermogen.

Uw apparaat configureren - Vermogen toewijzen - Stap 3
Gereserveerd vermogen.

Uw apparaat configureren - Vermogen toewijzen - Stap 4
Daadwerkelijk stroomverbruik.

Vermogen toewijzen per PoE-klasse

Uw apparaat configureren - Vermogen toewijzen per PoE-klasse

  • Elke poort reserveert de hoeveelheid vermogen op basis van de PoE-klasse van het apparaat.
  • De recorder kan 2 PoE-klasse 3-apparaten en 4 PoE-klasse 2-apparaten van stroom voorzien.
  • Het totale gereserveerde vermogen is (2 x 15,5) + (4 x 7) = 59 W.
  • Het werkelijke stroomverbruik is (2 x 7,5) + (4 x 5) = 35 W.

Vermogen toewijzen per LLDP

waarschuwing Opmerking
De vermogenstoewijzing via LLDP zal te veel voorzien in het slechtste geval van een vermogensverlies dat via de netwerkkabel zal optreden.

PoE Class (PoE-klasse) 1 2 3
Max power camera (Maximaal cameravermogen) 3.84 6.49 12.95
Worst case power loss cable (Slechtste geval vermogensverlies kabel) 0.14 0.41 1.92
Power needed at recorder (Vermogen nodig bij recorder) 3.98 6.90 14.87
Max power for class (Maximaal vermogen voor klasse) 4.00 7.00 15.40
Power reserved at recorder (Vermogen gereserveerd bij recorder) 4 W 7 W 15.5 W

Uw apparaat configureren - Vermogen toewijzen per LLDP

  • Maximaal vermogen bepaald door het aangesloten apparaat.
  • Elke poort reserveert de hoeveelheid vermogen op basis van het maximale PoE-stroomverbruik van het apparaat.
  • De recorder kan maximaal 8 apparaten van stroom voorzien, als hun maximale vermogensvereisten binnen de limieten blijven.
  • Het totale vermogen dat door 8 PoE-klasse 3-apparaten met LLDP wordt gereserveerd, is (8 x 7,5) = 60 W.
  • Het daadwerkelijke vermogen dat door 8 PoE-klasse 3-apparaten met LLDP wordt verbruikt, is (8 x 7) = 56 W.
  • Op deze manier zorgt een strakkere PoE-budgettoewijzing voor meer aangesloten apparaten.

Productoverzicht

Productoverzicht

  1. USB-poort
  2. Status-led
  3. Aan/uit-knop
  4. Harde-schijf-led
  5. Alarmzoemer
  6. Harde schijf
  7. Aarding
  8. Bedieningsknop
  9. LAN-poort
  10. PoE-poort (8x)
  11. Stroominvoer

Aan/uit-knop

  • Om de recorder af te sluiten, houdt u de aan/uit-knop lang ingedrukt totdat de zoemer een kort geluid maakt.
  • Om de zoemer stil te zetten, drukt u kort op de aan/uit-knop.

Bedieningsknop

De bedieningsknop wordt gebruikt voor:

  • Het product terugzetten naar de fabrieksinstellingen.
  • Verbinding maken met een one-click cloud connection (O3C)-service via internet. Om verbinding te maken, houdt u de knop ongeveer 3 seconden ingedrukt totdat de status-led groen knippert.

Probleemoplossing

De status-led geeft u de volgende informatie:

Status LED (Status-led) Indicatie
Green (Groen) De recorder is ingeschakeld en de status is oké.
Orange (Oranje) De recorder start op of de firmware wordt geüpgraded. Wacht tot de led groen wordt.
Red (Rood) Dit kan betekenen dat het PoE-budget is overschreden. Als u zojuist een apparaat op de recorder hebt aangesloten, probeer het dan weer te verwijderen. Voor meer informatie over PoE-beperkingen.

De harde-schijf-led geeft u de volgende informatie:

Hard drive LED (Harde-schijf-led) Indicatie
Green (Groen) De led knippert groen wanneer gegevens naar de harde schijf worden geschreven.
Red (Rood) Er is een opnamestoornis opgetreden. Ga naar System > Storage (Systeem > Opslag) voor meer informatie.

De zoemer klinkt om deze reden:

  • Het PoE-budget is overschreden. Als u zojuist een apparaat op de recorder hebt aangesloten, probeer het dan weer te verwijderen. Voor meer informatie over PoE-beperkingen.

waarschuwing Opmerking
U kunt de zoemer stoppen door kort op de aan/uit-knop te drukken.

De recorder wordt afgesloten:

  • De recorder is ernstig oververhit.

Technische problemen, aanwijzingen en oplossingen

Issue (Probleem) Solution (Oplossing)
Mijn opnamen zijn niet beschikbaar. Ga naar.
Ik kan geen verbinding maken met mijn camera's. Ga naar.
Ik ontvang een foutmelding: "Geen contact". Ga naar.
Mijn sites verschijnen niet in mijn mobiele app. Zorg ervoor dat u versie 4 van de AXIS Companion mobiele app hebt.

Veelvoorkomende problemen oplossen

Voordat u uw apparaten opnieuw opstart, configureert of reset, raden we u aan een systeemrapport op te slaan.

  1. Controleer of uw camera's en recorder stroom hebben.
  2. Controleer of u verbinding hebt met internet.
  3. Controleer of het netwerk werkt.
  4. Controleer of de camera's zijn verbonden met hetzelfde netwerk als de computer, tenzij u op afstand bent.

Werkt het nog steeds niet?

  1. Zorg ervoor dat uw camera's, recorder en AXIS Companion desktop-app de nieuwste firmware- en software-updates hebben.
  2. Start de AXIS Companion desktop-app opnieuw op.
  3. Start uw camera's en recorder opnieuw op.

Werkt het nog steeds niet?

  1. Voer een harde reset uit op de camera's en de recorder om ze volledig terug te zetten naar de fabrieksinstellingen.
  2. Voeg de geresette camera's opnieuw toe aan uw site.

Werkt het nog steeds niet?

  1. Update uw grafische kaart met de nieuwste drivers.

Werkt het nog steeds niet?

  1. Sla een systeemrapport op en neem contact op met Axis technische ondersteuning.

Firmware upgraden

Nieuwe firmware-updates brengen u naar de nieuwste en verbeterde set functies, functies en beveiligingsverbeteringen.

  1. Ga naar de webinterface van het leaderapparaat.
  2. Ga naar Maintenance > Firmware upgrade (Onderhoud > Firmware-upgrade) en klik op Upgrade (Upgraden).
  3. Volg de instructies op het scherm.

Een recorder hard resetten


Verplaats de recorder voorzichtig terwijl deze is ingeschakeld. Plotselinge bewegingen of schokken kunnen de harde schijf beschadigen.

waarschuwing Opmerking

  • Een harde reset reset alle instellingen, inclusief het IP-adres.
  • Een harde reset verwijdert uw opnamen niet.
  1. Schakel de recorder uit: Houd de aan/uit-knop aan de voorkant van de recorder 4-5 seconden ingedrukt totdat u een pieptoon hoort.
  2. Wacht tot de recorder is uitgeschakeld en draai hem dan om om toegang te krijgen tot de bedieningsknop.
  3. Houd de bedieningsknop ingedrukt. Druk op de aan/uit-knop en laat deze los om de recorder te starten. Laat de bedieningsknop na 15-30 seconden los wanneer de led-indicator oranje knippert.
  4. Zet de recorder voorzichtig terug op zijn plaats.
  5. Het proces is voltooid wanneer de status-led-indicator groen wordt. Het product is teruggezet naar de fabrieksinstellingen. Als er geen DHCP-server beschikbaar is op het netwerk, is het standaard IP-adres 192.168.0.90
  6. Reset uw apparaten die op de recorder zijn aangesloten.
  7. Als uw harde schijf is versleuteld, moet deze handmatig worden gekoppeld nadat de recorder is gereset:
    1. Ga naar de webinterface van het apparaat.
    2. Ga naar System (Systeem) > Storage (Opslag) en klik op Mount (Koppelen).
    3. Voer het versleutelingswachtwoord in dat is gebruikt bij het versleutelen van de harde schijf.

Ik kan me niet aanmelden bij de webinterface van het product

Als u tijdens de configuratie een wachtwoord voor het product hebt ingesteld en dat product later aan een site toevoegt, kunt u zich niet langer met het door u ingestelde wachtwoord aanmelden bij de webinterface van het product. Dit komt doordat de AXIS Companion-software de wachtwoorden van alle apparaten op de site wijzigt.
Om u aan te melden bij een apparaat op uw site, typt u de gebruikersnaam root en uw sitewachtwoord.

Alle opnamen wissen

  1. Ga in de webinterface van het apparaat naar System (Systeem) > Storage (Opslag).
  2. Selecteer Format (Formatteren) en klik op Use tool (Hulpprogramma gebruiken).

waarschuwing Opmerking
Deze procedure wist alle opnamen van de harde schijf, maar de configuratie van de recorder en de site verandert niet.

Een systeemrapport opslaan

  1. Ga in AXIS S3008 Recorder naar >Save system report (Systeemrapport opslaan).
  2. Wanneer u een nieuwe case registreert bij Axis Helpdesk, voegt u het systeemrapport bij.

Meer hulp nodig?

  • AXIS Companion-gebruikershandleiding

Contact opnemen met ondersteuning

Als u meer hulp nodig hebt, gaat u naar axis.com/support.

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download AXIS S3008 Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave