nilan Comfort, CTS602 LIGHT Handleiding

Installatie
Instellingen
Ventilatie
Hoe de unit in te stellen.
Deze lijst is bedoeld voor de installateur om een overzicht te krijgen van welke instellingen te gebruiken in overleg met de gebruiker of de bouwer.
| Functie | Instellingen | |
| Frequentie van filtervervanging? | Dagen: | |
| Welk ventilatieniveau is ingesteld voor basisventilatie? | Stap: | |
| Is een lage ventilatiestroom gewenst bij een lage buitentemperatuur? | Ja/Nee | Stap: Bij °C: |
| Is een lage ventilatiestroom gewenst bij een lage luchtvochtigheid? | Ja/Nee | Stap: |
| Niveau lage luchtvochtigheid? | %: | |
| Is een hoge ventilatiestroom gewenst bij een hoge luchtvochtigheid? | Ja/Nee | Stap: |
| Maximale tijd voor werking bij hoge luchtvochtigheid? | Min: | |
| Gewenste instelling voor kamertemperatuur? | °C: | |
| Is er een afzuigkap aangesloten op het ventilatiesysteem? | Ja/Nee | Stap: |
Software
Bedieningspaneelfuncties
Items op het hoofdscherm
Het hoofdscherm van het HMI-paneel toont de informatie en instellingsopties die een gebruiker meestal nodig heeft.

- Toont de huidige kamertemperatuur in het huis, gemeten via de afvoerlucht.
- Toont het huidige ventilatorsnelheidsniveau.
- Toont de huidige luchtvochtigheid in de afvoerlucht.
- Toont het huidige CO2-niveau in de afvoerlucht (verschijnt niet als de sensor niet is geïnstalleerd).
- Toont het bedieningspictogram (zie hieronder)
- Toegang tot het instellingenmenu, waar verschillende opties zijn.
Bedieningspictogram
![]() | Gebruikersselectie Geeft aan dat de functie voor gebruikersselectie actief is. | ![]() | Weekprogramma Geeft aan dat de weekprogrammafunctie actief is. |
![]() | Stop Geeft aan dat de unit is uitgeschakeld. | ![]() | Alarm Wordt weergegeven tijdens alarmen of waarschuwingen. |
Instellingsopties hoofdscherm
De instellingsopties die in het dagelijks leven nodig zijn, kunnen allemaal op het hoofdscherm van het paneel worden ingesteld.

Als u op het huidige ventilatorsnelheidsniveau drukt, wordt het ingestelde ventilatorsnelheidsniveau weergegeven. U kunt het ventilatorsnelheidsniveau wijzigen met behulp van de pijlen omhoog en omlaag, gevolgd door het bevestigingspictogram (rechtsonder) of het annuleringspictogram (linksonder). Er kan een verschil zijn tussen het ingestelde ventilatorsnelheidsniveau en het werkelijke ventilatorsnelheidsniveau, omdat het regelsysteem het ingestelde niveau zal overrulen, bijvoorbeeld bij een hoge/lage luchtvochtigheid of tijdens de werking van de afzuigkap.

Als u op de huidige kamertemperatuur drukt, wordt de ingestelde kamertemperatuur weergegeven. U kunt de kamertemperatuur wijzigen met behulp van de pijlen omhoog en omlaag, gevolgd door het bevestigingspictogram (rechtsonder) of het annuleringspictogram (linksonder).
Waarschuwingen en alarmen

Als de ventilatie-unit defect is of een fout optreedt, is er een waarschuwing of een alarm. Het pictogram verschijnt in de rechterbovenhoek in de menubalk.

Als u op het symbool drukt, wordt een korte beschrijving van de waarschuwing of het alarm weergegeven. Zodra het probleem is opgelost, verandert de grote C- of W-letter in een kleine c- of w-letter. U vindt meer gedetailleerde beschrijvingen in het gedeelte "Alarmlijst" van dit document.

Wanneer het probleem is opgelost, kunt u de waarschuwing of het alarm resetten door op "Clear Alarm" (Alarm wissen) te drukken.
Overzicht instellingenmenu
Het instellingenmenu is zo opgebouwd dat het gemakkelijk te navigeren is.

U navigeert door het instellingenmenu door op de pijl eronder of erboven te drukken.
Als u een menu wilt openen, tikt u op de tekst voor dat menu en het wordt geopend.
Toegang voor installateurs
Instellingenmenu's bestaan uit 3 niveaus.
- Gebruikersniveau - Instellingen die de gebruiker kan openen en aanpassen.
- Serviceniveau - Instellingen die de installateur moet openen om de ventilatie-unit in te stellen in relatie tot de individuele installatie. Het vereist deskundige kennis om deze instellingen te selecteren. Als de instellingen niet correct zijn, werkt de ventilatie-unit mogelijk niet goed en verbruikt deze mogelijk meer energie dan nodig is. De unit kan zelfs beschadigd raken.
- Fabrieks niveau - Alleen Nilan heeft toegang.
Het servicemenu bevindt zich onderaan de gebruikersinstellingen. Tik meerdere keren op de pijl-omlaag om er te komen.
![]()
Een wachtwoord is vereist om toegang te krijgen tot het servicemenu. U kunt het wachtwoord instellen met behulp van de pijlen omhoog of omlaag, gevolgd door het bevestigingspictogram (rechtsonder).
![]()
Opstartinstellingen
Taal
De standaardtaal voor de ventilatie-unit is Deens. U kunt de teksten in het instellingenmenu wijzigen in andere talen.
> Language (DK - sprog)
| > Dansk | Beschrijving: | Selecteer de taal die u op het paneel wilt. |
Datum/tijd
Het is belangrijk om de datum en tijd correct in te stellen. Het maakt het gemakkelijker om potentiële fouten op te sporen wanneer een fout wordt gemeld. Bij het loggen van gegevens is het belangrijk om de geschiedenis te kunnen volgen. U stelt de tijd in het instellingenmenu in.
> Date/time
| > Year | Beschrijving: | Druk op "Year" (Jaar) op het paneel en selecteer het huidige jaar. |
| > Month | Beschrijving: | Druk op "Month" (Maand) op het paneel en selecteer de huidige maand. |
| > Day | Beschrijving: | Druk op "Day" (Dag) op het paneel en selecteer de huidige dag van de week. |
| > Hour | Beschrijving: | Druk op "Hour" (Uur) op het paneel en selecteer het huidige uur van de dag. |
| > Minute | Beschrijving: | Druk op "Minute" (Minuut) op het paneel en selecteer de huidige minuut. |
Ventilatie-instellingen
De unit inschakelen
Wanneer u de ventilatie-unit inschakelt, licht het bedieningspaneel op, maar alle functies zijn uitgeschakeld. Dit is om fouten te voorkomen wanneer u de unit inschakelt.
Wanneer de ventilatie-unit is uitgeschakeld, wordt dit pictogram in de rechterbovenhoek van het hoofdscherm van het bedieningspaneel weergegeven.
LET OP
Voordat u aan de elektrische installaties werkt, moet de stroomtoevoer worden losgekoppeld.
LET OP
Het is belangrijk dat de ventilatie-unit niet langdurig wordt uitgeschakeld, omdat dit problemen met condenswater in het kanaalsysteem kan veroorzaken.
U activeert de functies van de ventilatie-unit in het instellingenmenu onder het menu-item "Bediening".
> Unit aan/uit
| > Unit aan/uit | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Uit / Aan Uit De ventilatie-unit is uitgeschakeld wanneer deze wordt geleverd, om fouten te voorkomen tijdens de aansluiting. Hier schakelt u ook de ventilatie-unit uit wanneer filters moeten worden vervangen of een service-inspectie moet worden uitgevoerd. |
Ventilatieniveau
U kunt de unit instellen om te werken op 4 verschillende snelheidsniveaus.
> Ventilatieniveau
| > Ventilatieniveau | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 1 Gedeactiveerd: De ventilatie van de unit is gedeactiveerd. Niveau 1-4: Hier kiest u het basisventilatorsnelheidsniveau wanneer de unit niet gedwongen wordt om de werking te verhogen, b.v. hoog vochtigheidsniveau, laag vochtigheidsniveau, bypass, winter laag of gebruikersselectieprogramma. |
Alarm
U kunt waarschuwingen en alarmen aflezen onder het menu-item "Alarm". Hier kunt u ze ook resetten zodra het probleem is opgelost.
Als een alarm of een waarschuwing actief is, wordt het alarmpictogram in de rechterbovenhoek van het bedieningspaneel weergegeven.
> Alarm
| > Alarmnummer en naam | Beschrijving: | Wanneer u op het alarm drukt, wordt de volgende informatie weergegeven:
|
LET OP
Totdat het probleem is opgelost, blijft het alarm of de waarschuwing actief. Zodra het probleem is opgelost, verandert de grote C- of W-letter in een kleine c- of w-letter. Wanneer het probleem is opgelost, kunt u het alarm of de waarschuwing resetten door op "Alarm wissen" te drukken.
Gegevens weergeven
U kunt de huidige operationele gegevens voor de ventilatie-unit aflezen. Hierdoor kunt u controleren of de unit naar tevredenheid werkt en de oorzaak van mogelijke alarmen identificeren.
> Gegevens weergeven
| > Operationele status | Beschrijving: | Geeft weer in welke operationele instelling de ventilatie-unit draait. |
| > Bypass | Beschrijving: | Geeft weer of de bypass-klep open of gesloten is. |
| > T2 Toevoerlucht | Beschrijving: | Toont de toevoerluchttemperatuur. Als een naverwarmingselement is geïnstalleerd, wordt in plaats daarvan T7 weergegeven. |
| > T3 Afvoerlucht | Beschrijving: | Toont de kamertemperatuur als een gemiddelde van het hele huis. |
| > T4 Afvoerlucht | Beschrijving: | Toont de afvoerluchttemperatuur. |
| > T7 Toevoerlucht | Beschrijving: | Toont de toevoerluchttemperatuur. Als het naverwarmingselement niet is geselecteerd, verandert de toevoerlucht in T2. |
| > T8 Buitenlucht | Beschrijving: | Toont de buitentemperatuur voordat deze het voorverwarmingselement bereikt, indien geïnstalleerd. |
| > T9 Water naverwarming | Beschrijving: | Toont de temperatuur in het water naverwarmingselement (alleen indien geïnstalleerd). |
| > T10 Afvoerlucht | Beschrijving: | Toont de huidige kamertemperatuur gemeten in de afvoerlucht (alleen indien geïnstalleerd). |
| > Luchtvochtigheid | Beschrijving: | Toont de huidige luchtvochtigheid in het huis (alleen indien geïnstalleerd). |
| > CO2 niveau | Beschrijving: | Toont het huidige CO2-niveau in het huis (alleen indien geïnstalleerd). |
| > Toevoerluchtventilator | Beschrijving: | Toont het niveau waarop de toevoerluchtventilator werkt. |
| > Afvoerluchtventilator | Beschrijving: | Toont het niveau waarop de afvoerluchtventilator werkt. |
| > Unit informatie | Beschrijving: | Druk op voor meer informatie over de ventilatie-unit. |
| > Unit type | Beschrijving: | Toont welk type ventilatie-unit het is. |
| > Softwareversie | Beschrijving: | Toont de geïnstalleerde softwareversie. |
| > Paneelsoftware | Beschrijving: | Toont de geïnstalleerde softwareversie op het paneel. |
| > HMI-serienummer | Beschrijving: | Toont het serienummer van het HMI-paneel. |
Weekprogramma's
U kunt de ventilatie-unit programmeren om te werken volgens specifieke instellingen op vaste tijden gedurende de dag en week via een weekprogramma.

Op het hoofdscherm van het bedieningspaneel, in de rechterbovenhoek, wordt het pictogram Weekprogramma weergegeven wanneer het actief is.
> Weekprogramma
| > Selecteer programma | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Programma 1 / Programma 2 / Programma 3 Gedeactiveerd Met de bediening kunt u 3 programma's instellen voor verschillende situaties, bijv.:
|
| > Bewerk programma | Beschrijving: | Het geselecteerde weekprogramma is nu actief en kan worden bewerkt. |
| > Maandag | Instellingen: | Zodra u het programma hebt gekozen dat u wilt bewerken, selecteert u de dag van de week die u wilt bewerken, bijv. maandag, zoals hier wordt weergegeven. |
| > Functie 1 | Instellingen: | Hier selecteert u de functie die u wilt bewerken. |
| > Starttijd | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Uren en minuten 06:00 Stel de tijd in waarop het programma moet starten. Het programma wordt uitgevoerd met de ingestelde waarden tot de volgende wijziging in het weekprogramma. |
| > Ventilatieniveau | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 3 Selecteer hier het gewenste ventilatorsnelheidsniveau. |
| > Kamertemperatuur | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | 5 - 40°C 22°C Stel hier de gewenste kamertemperatuur in. |
| > Kopieer naar volgende dag | Beschrijving: | Zodra de waarden voor het maandagprogramma zijn ingesteld, is het mogelijk deze naar de volgende dag te kopiëren. |
| Dezelfde instellingen worden voor alle functies gemaakt. | ||
| > Reset programma | Beschrijving: | Hier reset u het geselecteerde programma door op het pictogram "Approve" (Goedkeuren) te drukken. |
Verwarmingselement
U hebt dit menu-item alleen als er een elektrisch naverwarmingselement of een waternaverwarmingselement is geïnstalleerd, en als dit is geactiveerd in "Service-instellingen".
LET OP
Een naverwarmingselement is niet standaard inbegrepen. U kunt het echter als extra accessoire bestellen, en het kan ook achteraf worden ingebouwd.
Als u de toevoertemperatuur wilt kunnen regelen, moet u een naverwarmingselement installeren. Hiermee kunt u de toevoertemperatuur regelen, ongeacht de buitentemperatuur. Het naverwarmingselement kan ook bijdragen aan de verwarming van de woning.
> Verwarmingselement
| > Activeren | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Uit / Aan Uit De gebruiker kan hier het naverwarmingselement in- en uitschakelen. |
Vochtigheidsregeling
Het primaire doel van ventilatie is het onttrekken van vocht uit het huis, zodat het het gebouw niet beschadigt, en het bereiken van een goed binnenklimaat.
Dit wordt gecorrigeerd door een geïntegreerd vochtigheidscontrolesysteem dat een goede, relatieve luchtvochtigheid handhaaft. Wanneer de gemiddelde luchtvochtigheid in het huis onder een ingesteld niveau daalt (standaard ingesteld op 30%), kan de ventilatie worden verminderd. Dit zal doorgaans slechts voor een korte periode zijn. Dit helpt om verdere vermindering van de luchtvochtigheid in het huis te voorkomen.
Het vochtigheidscontrolesysteem heeft ook een functie die een verhoogde ventilatie mogelijk maakt, mocht de luchtvochtigheid toenemen, bijvoorbeeld bij het nemen van een bad. Het risico op schimmelvorming in de badkamer wordt verminderd en de badkamerspiegel zal zelden beslaan.
Het vochtigheidscontrolesysteem volgt het gemiddelde luchtvochtigheidsniveau dat over de voorgaande 24 uur is gemeten. Op deze manier past het systeem zich automatisch aan de zomer- en winteromstandigheden aan.
> Vochtigheidsregeling
| > Vent.lage luchtvochtigheid | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 Niveau 1 Wanneer de huidige luchtvochtigheid onder het lage luchtvochtigheidsniveau daalt, schakelt de ventilatie-unit over naar het ingestelde ventilatieniveau. Het snelheidsniveau voor een laag luchtvochtigheidsniveau is alleen actief wanneer de unit in de wintermodus werkt, buitenlucht <12 graden. |
| > Laag luchtvochtigheidsniveau | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | 15 - 45 % 30 % Wanneer de huidige luchtvochtigheid onder deze waarde daalt, wordt het hierboven ingestelde ventilatieniveau geactiveerd. |
| > Vent.hoge luchtvochtigheid | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 3 Bij een hoge luchtvochtigheid, bijvoorbeeld bij het nemen van een bad, schakelt de unit over naar het ingestelde ventilatorsnelheidsniveau. De functie "Vent.hoge luchtvochtigheid" stopt wanneer de werkelijke luchtvochtigheid minder dan 3% boven de gemiddelde luchtvochtigheid daalt. |
| > Max. tijd hoge luchtvochtigheid | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / 1 - 180 min. 60 min. Als "Max. tijd hoge luchtvochtigheid" verloopt, stopt de werking van de hoge luchtvochtigheid. De huidige luchtvochtigheid die op het stoptijdstip is gemeten, wordt het nieuwe referentiepunt/gemiddelde. Het systeem gebruikt deze functie vaak in de zomer, wanneer de temperatuur buiten warm is en de luchtvochtigheid hoog is. |
CO2-regeling
Dit menu wordt alleen weergegeven als er een CO2-sensor is geïnstalleerd en de functie is gekozen onder Service-instellingen.
LET OP
Een CO2-sensor is geen standaardonderdeel van alle ventilatie-units, maar kan als accessoire worden aangeschaft.
Als het aantal mensen dat een gebouw gebruikt aanzienlijk varieert, kan het regelen van de ventilatie via het CO2-niveau in de afvoerlucht een goede oplossing zijn. Deze functie wordt vaak gebruikt in kantoren en scholen waar het gebruik gedurende de dag en gedurende de week sterk varieert.
> CO2-regeling
| > Vent.hoge CO2 | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 3 Hier stelt u het ventilatorsnelheidsniveau in waarop de unit moet werken bij een hoog CO2-niveau. |
| > Hoog CO2-niveau | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | 650 - 2500 ppm 800 ppm Hier stelt u het CO2-niveau in waarop de unit moet overschakelen naar een hoog ventilatorsnelheidsniveau. |
| > Normaal CO2-niveau | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | 400 - 750 ppm 600 ppm Hier stelt u het CO2-niveau in waarop de unit moet overschakelen naar een normaal ventilatorsnelheidsniveau. |
Luchtverversing
Een lage luchtvochtigheid in de woning kan worden voorkomen door de ventilatie bij lage buitentemperaturen te verminderen. Deze functie is bijvoorbeeld handig in landen met regelmatige temperaturen onder nul en op grote hoogten waar de buitenlucht erg droog is. > Luchtverversing
| > Niveau winter laag | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 Gedeactiveerd Hier geeft u aan op welk ventilatorsnelheidsniveau u de unit wilt laten werken bij lage buitentemperaturen. |
| > Temperatuur winter laag | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | -20 – 10°C 0°C Hier geeft u aan bij welke buitentemperatuur de functie "Winter laag" moet worden geactiveerd. |
Filteralarm
LET OP
Het is belangrijk om de filters regelmatig en indien nodig te vervangen. Vuile filters verminderen de efficiëntie van de ventilatie-unit en resulteren in een slechter binnenklimaat en een hoger energieverbruik.
Vanuit de fabriek is het filteralarm ingesteld om elke 90 dagen een filtervervanging te signaleren. U kunt de timer instellen op het niveau van vervuiling in het gebied waar de ventilatie-unit is geïnstalleerd.
Als iemand in het huishouden pollenallergieën heeft, wordt aanbevolen om een pollenfilter in de buitenluchtinlaat te installeren.
> Filteralarm
| > Dagen tot wijzigen | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / 30 / 90 / 180 / 360 90 dagen Het aantal dagen tussen filtervervangingen kan naar wens worden ingesteld. |
Temperatuurregeling
Als u geen naverwarmingselement hebt geïnstalleerd, gebruikt u de instellingen om de bypass-klep te regelen.
Het is noodzakelijk om een naverwarmingselement te installeren als u de toevoertemperatuur wilt regelen en deze wilt laten bijdragen aan de verwarming van de woning. Met een naverwarmingselement kunt u de toevoertemperatuur regelen, ongeacht de buitentemperatuur.
U kunt een extern elektrisch of waternaverwarmingselement in het toevoerluchtkanaal installeren.
LET OP
Tijdens perioden waarin verwarming in de woning niet nodig is, kan de toevoertemperatuur onder de minimumtemperatuur dalen.
> Temp. regeling
| > Min. toevoer zomer | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 5 - 16°C 14°C Hier stelt u de toevoerluchttemperatuur in die de ventilatie-unit minimaal moet kunnen leveren in de zomer, wanneer de unit in verwarmingsmodus staat. NB: Alleen mogelijk als er een naverwarmingselement is geïnstalleerd. |
| > Min. toevoer winter | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 14 - 22°C 16°C Hier stelt u de toevoerluchttemperatuur in die de ventilatie-unit minimaal moet kunnen leveren in de winter, wanneer de unit in verwarmingsmodus staat. NB: Alleen mogelijk als er een naverwarmingselement is geïnstalleerd. |
| > Max. toevoer zomer | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 16 - 25°C 22°C Hier stelt u de toevoerluchttemperatuur in die de ventilatie-unit maximaal moet kunnen leveren wanneer verwarming nodig is. NB: Deze optie wordt alleen weergegeven als er een naverwarmingselement is geïnstalleerd en geactiveerd. |
| > Max. toevoer winter | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 22 - 50°C 25°C Hier stelt u de toevoerluchttemperatuur in die de unit maximaal moet kunnen leveren in de winter. NB: Deze optie wordt alleen weergegeven als er een naverwarmingselement is geïnstalleerd en geactiveerd. |
| > Zomer/winter shift | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 5 - 30°C 12°C Hier stelt u de temperatuur in voor de omschakeling tussen zomer- en winterbedrijf.
|
Service-instellingen
Wachtwoord
Wachtwoord voor toegang tot service-instellingen: 02
Service-instellingen zijn bedoeld voor gekwalificeerde installateurs met kennis van de werking van de ventilatie-unit. Zij kunnen de juiste instellingen voor de ventilatie-unit identificeren.
Als een gebruiker deze instellingen wijzigt, zal de ventilatie-unit niet meer optimaal werken. Dit kan leiden tot een hoger energieverbruik en er kunnen fouten optreden die schade aan de ventilatie-unit veroorzaken.
Gebruikersprogramma 1 en 2
Indien het brandautomatiseringssysteem dat de bediening van de brandklep mogelijk maakt niet is geactiveerd, geeft het besturingssysteem toegang tot twee gebruikersselectieprogramma's:
- Gebruikersprogramma 1
- Gebruikersprogramma 2 (niet toegankelijk indien het brandautomatiseringssysteem is geactiveerd)
NB! Gebruikersprogramma 2 heeft een hogere prioriteit dan gebruikersprogramma 1.
Met een gebruikersprogramma kunt u speciale instellingen gebruiken die de standaard bedrijfsinstellingen in het hoofdmenu overschrijven. Het gebruikersprogramma wordt geactiveerd via een extern signaal.
Hieronder volgen voorbeelden van situaties waarin gebruikersprogrammafuncties worden gebruikt:
| Afzuigkap (gebruikersprogramma 2) | Als u ervoor kiest om de afzuigkap via de ventilatie-unit te laten werken, geeft de afzuigkap een potentiaalvrij signaal af aan de ventilatie-unit wanneer u deze inschakelt. Wanneer dit gebeurt, verhoogt de ventilatie-unit het luchtvolume tot het ingestelde niveau, zodat er voldoende lucht door de afzuigkap wordt aangezogen. |
| Open haard | Normaal gesproken is de ventilatie in evenwicht met een lichte onderdruk in de woning, zodat er geen vocht in de bouwdelen wordt gedrukt. Dit is echter een nadeel als u een vuurtje stookt in uw open haard/houtkachel, omdat de rook dan de woning binnendringt in plaats van via de schoorsteen te worden afgevoerd. Wanneer u een vuurtje stookt in de open haard/houtkachel, kunt u de gebruikersfunctie activeren met een potentiaalvrij contact dat zorgt voor een positieve druk in de woning. De rook wordt dan zoals bedoeld uit de schoorsteen afgevoerd. |
| Verlengde werking | Als de ventilatie-unit wordt gebruikt in een kantoor of een school waar de ventilatie buiten de openingstijden wordt verminderd, kan het nodig zijn om de ventilatie tijdelijk te verhogen als het gebouw 's avonds wordt gebruikt, bijvoorbeeld voor vergaderingen. In dat geval kunt u een potentiaalvrij contact laten activeren, waardoor de ventilatie bijvoorbeeld een uur lang toeneemt, voordat de werking weer stopt. |
| > Selecteer programma | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Geen / Verlengd / Toevoerlucht / Afvoerlucht / Ext. offset / Ventileren / Afzuigkap Verlengd Hier selecteert u het programma dat u wilt uitvoeren. | ||
| > Verlengd | Beschrijving: | Instellingen indien u Verlengd selecteert. | ||
| > Duur | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / 15 – 480 min. Gedeactiveerd De tijd loopt in intervallen van 15 minuten. Hier stelt u de gewenste duur van het programma in nadat het externe signaal is gestopt. | ||
| > Ventilatorsnelheid | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 4 Selecteer hier het gewenste ventilatorsnelheid. | ||
| > Kamertemperatuur | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 5 – 30°C 23°C Stel hier de gewenste kamertemperatuur in. | ||
| > Toevoerlucht | Beschrijving: | Instellingen indien u Toevoerlucht selecteert. | ||
Verwarmingselement
Hier wordt de regeling van het naverwarmingselement geactiveerd en ingesteld, indien geïnstalleerd. > Verwarmingselement
| > Verwarmingssoort | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Geen / Elektrische verwarming / Waterverwarming. Geen Hier geeft u aan wat voor soort naverwarmingselement is geïnstalleerd. |
| > Vertraging | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 0 - 60 min. 0 min. Dit toont het aantal minuten voordat het naverwarmingselement wordt vrijgegeven zodra verwarming nodig is. |
| > Regulering | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Periode / 0-10V / 0/5/10V 0-10V Hier wordt de reguleringsmodus ingesteld: 0/5/10V: 3 stapsregeling 0-10V: Traploze regeling Periode: Aan/Uit in 1 min. |
| > Duur | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / 15 – 480 min. Gedeactiveerd De tijd loopt in intervallen van 15 minuten. Hier stelt u de gewenste duur van het programma in nadat het externe signaal is gestopt. |
| > Ventilatorsnelheid | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 4 Hier stelt u de gewenste ventilatorsnelheid toevoerlucht in. |
| > Afvoerlucht | Beschrijving: | Instellingen indien u Afvoerlucht selecteert. |
| > Duur | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / 15 – 480 min. Gedeactiveerd De tijd loopt in intervallen van 15 minuten. Hier stelt u de gewenste duur van het programma in nadat het externe signaal is gestopt. |
| > Ventilatorsnelheid | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 4 Hier stelt u de gewenste ventilatorsnelheid afvoerlucht in. |
| > Ext. offset | Beschrijving: | Instellingen indien u Ext. offset selecteert. Er worden een nalooptijd en een offset van de externe kamertemperatuur ingesteld. |
| > Duur | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / 15 – 480 min. Gedeactiveerd De tijd loopt in intervallen van 15 minuten. Hier stelt u de gewenste duur van het programma in nadat het externe signaal is gestopt. |
| > Offset temp. reg. | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | -10 – 10°C 0°C Met deze instelling wordt de instelwaarde van de externe kamerverwarming verschoven. |
| > Ventileren | Beschrijving: | Instellingen indien u Ventileren selecteert. |
| > Duur | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / 15 - 480 min. Gedeactiveerd De tijd loopt in intervallen van 15 minuten. Hier stelt u de gewenste duur van het programma in nadat het externe signaal is gestopt. |
| > Ventilatorsnelheid | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 4 Selecteer hier het gewenste ventilatorsnelheid. |
| > Afzuigkap | Beschrijving: | Instellingen indien u Afzuigkap selecteert. Indien de brandregeling niet is geactiveerd, zal het activeren van deze functie een uitgangssignaal activeren voor het regelen van bijvoorbeeld een klep. |
| > Duur | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / 15 - 480 min. Gedeactiveerd De tijd loopt in intervallen van 15 minuten. Hier stelt u de gewenste duur van het programma in nadat het externe signaal is gestopt. |
| > Ventilatorsnelheid | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 4 Selecteer hier het gewenste ventilatorsnelheid. |
Luchtkwaliteit
Alle Nilan ventilatie-units voor woningen zijn standaard voorzien van een vochtigheidssensor. Het is mogelijk om een CO2-sensor aan te schaffen die in dit menu wordt geactiveerd.
> Luchtkwaliteit
| > Functie | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Vochtigheid + CO2 / Vochtigheid / Gedeactiveerd Hum+CO2 Hier kunt u kiezen uit uit / vochtigheidssensor en / of CO2-sensoren. |
Luchtverversing
Het is eenvoudig en snel om de luchtstromen in evenwicht te brengen met de Nilan CTS602-regeling. Alle ventilatorsnelheden kunnen traploos worden ingesteld tussen 20 en 100%, verschillend voor afvoerlucht en toevoerlucht.
> Luchtverversing
| > Balanceren | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Uit / Aan Uit |
| > Min. niveau toe. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Gedeactiveerd U kunt een minimum ventilatorsnelheid instellen voor toevoerlucht. |
| > Min. niveau afv. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Niveau 1 / Niveau 2 / Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 1 U kunt een minimum ventilatorsnelheid instellen voor afvoerlucht. |
| > Max. niveau afv. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Niveau 3 / Niveau 4 Niveau 4 U kunt een maximum ventilatorsnelheid instellen voor afvoerlucht. |
| > Niveau 1 - Toe. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 20 - 100 % 23 % Hier wordt de ventilatorsnelheid ingesteld voor stap 1 - toevoerlucht. |
| > Niveau 2 - Toe. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 20 - 100 % 40 % Hier wordt de ventilatorsnelheid ingesteld voor stap 2 - toevoerlucht. |
| > Niveau 3 - Toe. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 20 - 100 % 65 % Hier wordt de ventilatorsnelheid ingesteld voor stap 3 - toevoerlucht. |
| > Niveau 4 - Toe. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 20 - 100 % 100 % Hier wordt de ventilatorsnelheid ingesteld voor stap 4 - toevoerlucht. |
| > Niveau 1 - Afv. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 20 - 100 % 25 % Hier wordt de ventilatorsnelheid ingesteld voor stap 1 - afvoerlucht. |
| > Niveau 2 - Afv. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 20 - 100 % 45 % Hier wordt de ventilatorsnelheid ingesteld voor stap 2 - afvoerlucht. |
| > Niveau 3 - Afv. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 20 - 100 % 70 % Hier wordt de ventilatorsnelheid ingesteld voor stap 3 - afvoerlucht. |
| > Niveau 4 - Afv. lucht | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 20 - 100 % 100 % Hier wordt de ventilatorsnelheid ingesteld voor stap 4 - afvoerlucht. |
Nilan beveelt de volgende instellingen aan voor elke ventilatorsnelheid:
Niveau 1: "Vakantieventilatie" - wordt gebruikt wanneer u op vakantie bent, maar ook voor "Lage vochtigheid" en "Ventilatie bij lage buitentemperatuur".
Niveau 2: "Basisventilatie" - wordt gebruikt als standaardwerking.
Niveau 3: "Gastventilatie" - wordt gebruikt wanneer u gasten heeft, maar ook voor "Hoge vochtigheidsgraad".
Niveau 4: "Feestventilatie" - wordt gebruikt wanneer er veel mensen in de woning zijn, maar ook voor "Afzuigkapfunctie".
Ontijzeling
In alle ventilatie-units met een warmtewisselaar met een hoog rendement voor warmteterugwinning kan er tijdens perioden van zware vorst ijsvorming optreden in de warmtewisselaar. De ontijzelingsfunctie probeert de wisselaar te ontijzelen, zodat de normale werking kan worden voortgezet. U kunt ijsvorming in de warmtewisselaar voorkomen door een voorverwarmingselement voor vorstbescherming te installeren. Dit zorgt voor een continue werking zonder koude tocht of kou. Het wordt aanbevolen om een voorverwarmingselement voor vorstbescherming te installeren als u zich in een gebied met zeer strenge winters bevindt.
> Ontijzeling
| > Toe. lucht ontijzeling | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Geen / Gebruiker / Laag Geen Hier stelt u in wat de toevoerluchtventilator moet doen tijdens het ontijzelen. Geen: De toevoerluchtventilator wordt gestopt. Gebruiker: De toevoerluchtventilator draait in de normale werking. Laag: De toevoerluchtventilator draait op de laagste ventilatorsnelheid. |
| > Bypass bij ontijzeling | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Open / Gesloten Open Instelling of de bypassklep open of gesloten moet zijn tijdens het ontijzelen. |
| > Tijd tussen ontijzeling | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 15 – 720 min. 30 min. Het instellen van de minimale tijd tussen ontijzelingsprocessen in de warmtewisselaar. |
| > T4 start ontijzeling | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / 1 – 5°C 3°C Hier kunt u de temperatuur instellen waarop de ontijzelingsfunctie moet starten, gemeten bij T4. Instellen op uit als er een vorstbescherming voorverwarmingselement is geïnstalleerd. |
| > T4 stop ontijzeling | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 2 – 12°C 7°C Hier kunt u de temperatuur instellen waarop de ontijzelingsfunctie moet stoppen, gemeten bij T4. |
Temperatuurregeling
Lage ruimtetemperatuur
U kunt een minimale ruimtetemperatuur instellen waarbij de ventilatie-unit moet stoppen (Lage ruimtetemperatuur).
Dit is een handige veiligheidsfunctie, bijvoorbeeld als u niet thuis bent en de warmtetoevoer wordt onderbroken. In dat geval wordt de woning niet meer verwarmd en daalt de ruimtetemperatuur. Om te voorkomen dat de ventilatie-unit de woning nog verder afkoelt, kunt u instellen dat deze stopt bij een minimale ruimtetemperatuur.
Offset ext. verwarming
Als er een uitbreidings-PCB is geïnstalleerd, kan de ventilatie-unit een externe warmtetoevoer regelen door externe verwarming te blokkeren of vrij te geven.
Op deze manier werken de ventilatie-unit en de warmtetoevoer samen om de verwarming van de woning te regelen. Wanneer u geen verwarming van de woning nodig heeft, of de ventilatie-unit in koelmodus werkt, kunt u de externe warmtetoevoer blokkeren.
> Temp. regeling
| > Lage ruimtetemp. | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / 1 – 20°C Gedeactiveerd Hier kunt u instellen of de ventilatie-unit moet stoppen bij een lage ruimtetemperatuur en bij welke temperatuur. |
| > Offs. ext. verwarming | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | -5 – 5°C -1°C Hier kunt u de offsettemperatuur instellen waarbij de externe warmtetoevoer moet worden vrijgegeven of geblokkeerd. De temperatuurinstelling moet worden afgetrokken van of toegevoegd aan de regel-dode band van het instelpunt. |
Regeling toevoerlucht
LET OP
De parameters in Regeling toevoerlucht mogen alleen worden aangepast door personen met kennis van regeltechniek.
> Regeling toevoerlucht
| > Versterking PI regeling | Instellingen: Standaard instelling: | 0 - 30%/° 7%/° |
| > Integratietijd | Instellingen: Standaard instelling: | 0 - 600 sec 120 sec |
| > Neutrale zone | Instellingen: Standaard instelling: | 0.0 - 10.0°C 0.5°C |
| > Temperatuur ramp | Instellingen: Standaard instelling: | Gedeactiveerd / 0.01 - 1.00°C/s 0.10°C/s |
| > Capaciteit ramp | Instellingen: Standaard instelling: | Gedeactiveerd / 0.1 - 10.0%/s 0.5%/s |
Regeling ruimtetemperatuur
In dit menu-item is het mogelijk om de regeling van de ventilatie-units na het verwarmingselement aan te passen.
LET OP
De parameters in dit menu-item mogen alleen worden aangepast door personen met kennis van regeltechniek.
> Regeling ruimtetemp.
| > Type respons | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Traag / Normaal / Snel / Gebruiker Normaal Hier stelt u de snelheid in waarmee de verwarmingsregeling omhoog of omlaag moet worden aangepast. |
| > Versterking PI regeling | Instellingen: Standaard instelling: | 0.0 - 10.0 °/° 6.0 °/° |
| > Integratietijd | Instellingen: Standaard instelling: | 0 - 60 min. 6 min. |
| > Neutrale zone | Instellingen: Standaard instelling: | 0.2 - 10.0°C 2.0°C |
| > Neutrale zone | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 0.2 - 10.0°C 2.0°C Hier stelt u de offsettemperatuur in voor wanneer de verschuiving tussen bypass en naverwarming moet worden geactiveerd. |
| > Opslaan/herstellen inst. | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Fabriek / Backup / Herstellen Gedeactiveerd Fabriek: Herstelt de fabrieksinstellingen. Backup: Slaat de huidige instellingen op. Herstellen: Herstelt de huidige instellingen |
Herstarten
Hier kunt u de reactie van de ventilatie-unit op branddetectie en op tests via een extern brandautomatiseringssysteem instellen.
> Herstarten
| >Herstarten | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Brand Gedeactiveerd Hier kunt u de reactie van de ventilatie-unit instellen op activering van de brandtoegang. Uit: Gebruik bij het aansluiten van een brandthermostaat. Als er brand wordt gedetecteerd, moet de gebruiker het alarm bevestigen voordat de ventilatie-unit opnieuw kan worden gestart. Brand: Gebruik bij het aansluiten van een extern brandautomatiseringssysteem. Stop de unit als er brand wordt gedetecteerd. Wanneer het externe brandautomatiseringssysteem opnieuw verbinding maakt, wordt het alarm automatisch bevestigd en wordt de ventilatie-unit automatisch opnieuw gestart. |
Instellingen opslaan / herstellen
U kunt de fabrieksinstellingen herstellen. Met de functie kunt u ook de huidige instellingen opslaan en op een later tijdstip herstellen.
LET OP
Voordat u de fabrieksinstellingen of eerder opgeslagen instellingen herstelt, raden we u aan de ventilatorinstellingen te noteren om te voorkomen dat u de ventilatie-unit opnieuw moet balanceren.
> Opslaan/herstellen inst.
Handmatige test
In dit menu kunt u handmatig een aantal functies van de ventilatie-unit testen.
> Handmatige test
| > Handmatige test | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Gedeactiveerd / Ontijzelen / Toevoerlucht / Afvoer / Vent.+verwarming / Rotor wisselt Gedeactiveerd U kunt enkele functies van de ventilatie-unit controleren. |
| > Gedeactiveerd | Beschrijving: | Handmatige test is gedeactiveerd (normale bedrijfsmodus). |
| > Ontijzelen | Beschrijving: | De ontijzelingsfunctie start. |
| > Toevoerlucht | Beschrijving: | Alleen de toevoerventilator werkt. |
| > Afvoer | Beschrijving: | Alleen de afvoerventilator werkt. |
| > Vent.+verwarming | Beschrijving: | Testen van het naverwarmingselement, indien geïnstalleerd. Tijdens de test wordt een signaal van 50% naar het verwarmingselement gestuurd. |
| > Rotor wisselt | Beschrijving: | Handmatige test van de rotorwarmtewisselaar. |
Energiebesparingsfunctie
Er kan een energiebesparende functie worden geactiveerd die naverwarming voorkomt en de klep deactiveert.
> Energiebesparingsfunc.
| > Energiebesparingsfunc. | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Uit / Aan Uit Hier kunt u een energiebesparende functie activeren. |
Kleppenautomaat
Het geïntegreerde brandautomatiseringssysteem kan maximaal 2 brandkleppen aansturen. Installatie is eenvoudig uit te voeren met een Nilan Fire box.
De functie wordt vaak gebruikt in appartementencomplexen waar de ventilatie-unit is geïnstalleerd als onderdeel van een brandklepoplossing. Het heeft een brandklep aan de afvoerluchtzijde, maar het kan ook een brandklep aansturen aan de zijde met de buitenluchtaanzuiging. (Beide brandkleppen zijn in serie geschakeld op de brandautomatiseringssysteembox.)
LET OP
Af fabriek is het brandautomatiseringssysteem getest maar niet geactiveerd.
Houd er rekening mee dat als u het brandautomatiseringssysteem activeert, alleen Nilan-servicepersoneel het opnieuw kan deactiveren. Wanneer het brandautomatiseringssysteem is geactiveerd, kan de ventilatie-unit alleen werken als er brandkleppen en een brandthermostaat zijn aangesloten.
> Brandautomaat
LET OP
Wanneer het brandautomatiseringssysteem is geactiveerd, wordt de volgende waarschuwing weergegeven:
Het brandautomatiseringssysteem stopt de unit en wijzigt de configuratie. Het brandautomatiseringssysteem kan alleen worden gedeactiveerd door een Nilan-technicus. Wilt u het brandautomatiseringssysteem activeren? Ja/Nee Als het brandautomatiseringssysteem is geactiveerd, verschijnen de volgende menu-items.
| > Dag kleppentest | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Uit / Ma / Di / Wo / Do / Vr / Za / Zo Wo Hier stelt u de dag van de week in waarop de kleppentest om 10:00 wordt uitgevoerd. Kleppentest bestaat uit het volgende:
|
| > Status kleppentest | Beschrijving: | Geeft de status van de laatste kleppentest weer: Ok / Fout. |
| > Laatste kleppentest | Beschrijving: | Geeft de datum van de laatste kleppentest weer. |
Het brandautomatiseringssysteem is geprogrammeerd om naar de "brandmodus" te gaan en de brandkleppen te sluiten als de ventilatie-unit wordt uitgeschakeld of als er een stroomstoring is.
De ventilatie-unit gaat ook naar de "brandmodus", schakelt uit en sluit de brandkleppen als de verbinding met de brandthermostaat verloren gaat.
Modbus-adres
De regeling in Nilan-ventilatie-units heeft een open Modbus-communicatie, waardoor de ventilatie-unit kan worden geregeld met bijvoorbeeld een externe CTS-controller.
De CTS602-regeling communiceert Modbus RS485, en het complete Modbus-protocol is te vinden op de Nilan-website.
> Modbus-adres
| > Modbus adres | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 1-247 30 Het Modbus-adres voor de ventilatie-unit wordt hier ingevoerd. |
Dataloginterval
Gegevens kunnen worden vastgelegd met intervallen van 1-120 minuten.
- Er is gekozen om temperaturen in hele graden Celsius vast te leggen om de grootte van de logbestanden te minimaliseren.
- De status van digitale ingangen en uitgangen zijn gecombineerd in twee gezamenlijke logvariabelen, "Din" en "Dout".
- Alarmen worden altijd vastgelegd op het moment dat ze worden bekeken.
Let op! Alleen installateurs kunnen het logbestand downloaden, omdat een LMT-programma vereist is, dat kan worden gedownload op NilanNet.
> Dataloginterval
| > Dataloginterval | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 1-120 min. / Gedeactiveerd 10 Als "Gedeactiveerd" (De-activated) is geselecteerd, bevat de logging alleen gebeurtenissen en alarmen. |
Datalogging
Om gegevens vast te leggen, hebt u het XML-bestand "Devicelog.xml" nodig, een decoderingsspecificatie die vereist is voor het LMT PC-programma. Het bestand is te vinden op NilanNet onder het menu-item "After Sales/Software".
- Voer het bestand in de directory "..\Database" in onder het huidige LMT-project.
- U kunt het log vervolgens ophalen uit het besturingssysteem via het menu "Apparaat - Devicelog download".
- Het log wordt in LMT zowel in tabelvorm als in grafische vorm weergegeven.
- U kunt het logbestand exporteren naar Microsoft Excel-formaat.
LET OP
Alarmen worden nog steeds vastgelegd als "Datalogging" is uitgeschakeld.
Hoofdscherm
U kunt kiezen uit 2 verschillende afbeeldingen voor het hoofdscherm in het bedieningspaneel.
> Hoofdscherm
| > Hoofdscherm | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Normaal / Huis Huis Beide opties bieden toegang tot het instellen van de ventilatie-unit via het hoofdscherm. |

Paneel-instelling
Het is mogelijk om de achtergrondverlichting in het bedieningspaneel in te stellen en het te kalibreren als het uit focus raakt.
> Scherm inst.
| > Achtergrondverlichting (actief) | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 3 - 100 % 100 % Hier stelt u de achtergrondverlichting in wanneer in actieve functie. |
| > Achtergrondverlichting (inactief) | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | 0 - 100 % 2 % Hier stelt u de achtergrondverlichting in wanneer niet in actieve functie. |
| > Kalibreren | Instellingen: Standaard instelling: Beschrijving: | Uit / Aan Uit Als u "Aan" (On) selecteert, is het mogelijk om het scherm te kalibreren door op het punt te drukken terwijl het geleidelijk beweegt. Er verschijnt een punt waarop u elke keer dat het beweegt, moet drukken. |
RH-sensor
> RH-sensor
| > RH-sensor | Instellingen: Standaardinstelling: Beschrijving: | Lodam (vierkant) / SHT3x (rond) SHT3x (rond) (in de fabriek ingesteld) Hier kiest u het type vochtigheidssensor dat is gemonteerd. Standaard: Lodam (vierkant) |
Alarmlijst
CTS602 HMI / CTS602i HMI
Alarmlijst
De volgende lijst is van toepassing op ventilatie-units met CTS602 HMI, CTS602Light of CTS602i HMI-bediening. De gebeurtenissen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:
Waarschuwing
De werking gaat door, maar er heeft zich een incident voorgedaan waarmee rekening moet worden gehouden.
Alarm
De werking wordt gedeeltelijk of volledig stopgezet, omdat het een kritieke fout is die onmiddellijke aandacht vereist.
| ID | Type | Fouttekst | Weergavetekst / oorzaak | Probleemoplossing |
| 1 | | HARDWARE | Hardwarefout: Fout in de hardware van het besturingssysteem. | Noteer het alarm en reset het. Neem contact op met de service als het alarm niet verdwijnt. |
| 2 | | TIMEOUT | Alarm-time-out: Een waarschuwingsalarm is een kritiek alarm geworden. | Noteer het alarm en reset het. Neem contact op met de service als het alarm niet verdwijnt. |
| 3 | | FIRE | Brandalarm geactiveerd: De ventilatie-unit is gestopt omdat de brandthermostaat is geactiveerd. | Als er geen brand is, controleer dan de aansluiting op de brandthermostaat. Neem contact op met de service als alles in orde is. |
| 4 | | PRESSURE | Compress. Druk. laag/hoog: De hogedrukschakelaar in het koelcircuit is geactiveerd, mogelijk als gevolg van:
| Controleer op fouten en reset het alarm. Neem contact op met de service als u het alarm niet kunt resetten of als er vaak alarmen optreden. |
| 5 | | DOOR | Servicedeur is open: Inspectiedeur open. | Controleer of de deuren naar de ventilatorcompartimenten goed gesloten zijn. Controleer de deurschakelaars. (In grotere units is er één in elk ventilatorcompartiment.) |
| 6 | | DEFROST | Compres. ontdooitime-out De ontdooitijd is overschreden. De wisselaar of de warmtepomp is er niet in geslaagd om binnen de maximale tijd te ontdooien. Dit kan te wijten zijn aan het feit dat de unit wordt blootgesteld aan zeer lage buitentemperaturen. | Neem contact op met de service als het resetten van het alarm niet helpt. Registreer de huidige bedrijfstemperaturen via het menu Show data om het serviceproces te vergemakkelijken. |
| 7 | | FROST | Vorst in naverwarming: Units met een T9-sensor: Het waterverwarmingselement kon 20°C niet binnen 6 minuten bereiken. Units zonder T9-sensor: Vorstthermostaat in waterverwarmingselement geactiveerd. | Controleer op voldoende isolatie rond het waterverwarmingselement en de aansluitingen. Reset alarm. |
| 8 | | FROST_WARN | Vorst thermo. geactiveerd: Alleen op units met een T9-sensor: Vorstthermostaat in waterverwarmingselement geactiveerd. | Controleer op voldoende isolatie rond het waterverwarmingselement en de aansluitingen. Reset alarm. |
| 9 | | OVERTEMP | Oververhitting EK: Elektrische boiler oververhit (Tmax+10°C) | Controleer of de circulatiepomp werkt. Controleer of de circulatie van het centrale verwarmingssysteem niet wordt geblokkeerd door bijvoorbeeld een gesloten kogelkraan, of omdat alle actuatoren zijn gesloten op het regelingssysteem voor vloerverwarming. Controleer of er druk is in het centrale verwarmingssysteem - bij voorkeur 1-2 bar. |
| 10 | | OVERHEAT | Oververhitting EL-naverwarming: Het elektrische verwarmingselement is oververhit. Gebrek aan luchtstroom als gevolg van bijvoorbeeld verstopte filters, verstopte luchtinlaat of defecte toevoerventilator. | Zorg ervoor dat er lucht in de woning wordt geblazen. Zorg ervoor dat de filters schoon zijn. Controleer of de buitenluchtinlaten niet geblokkeerd zijn. Reset alarm. Neem contact op met de service als het bovenstaande het probleem niet oplost. |
| 11 | | AIRFLOW | Lage luchtstroom el-naverwarming: Gebrek aan luchtstroom in de toevoerlucht. | Zie alarmcode 10. |
| 12 | | THERMO | Motor thermische zekering: Thermische zekering van de ventilatormotor. | Controleer de voedingsspanning naar de ventilatoren. Controleer of de open/dicht-kleppen open staan. |
| 13 | | BOILING | Oververhitting boiler: De temperatuur voor de elektriciteitsaansluiting in de boiler is te hoog geweest. | De oververhittingszekering achter de onderste deur moet opnieuw worden ingeschakeld. Neem bij herhaalde alarmen contact op met de service. |
| 14 | | CONTROL_ SENSOR | Sensor ontbreekt: Geselecteerde regelsensor defect (SW 1.20+). | Als de toevoerluchtsensor is geselecteerd als de regelsensor – controleer sensor T2/T7. Als de afvoerluchtsensor is geselecteerd als de regelsensor – controleer sensor T3/T10. |
| 15 | | ROOM LOW | Kamertemperatuur te laag: Wanneer de kamertemperatuur lager is dan 10°C, stopt de unit om verdere afkoeling van de woning te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren tijdens een periode dat de woning onbewoond is en de verwarming uit staat. | Verwarm de woning en reset het alarm. |
| 16 | | SOFTWARE | Softwarefout: Fout in de software van de ventilatie-unit. | Neem contact op met de service. |
| 17 | | WATCHDOG | Watchdog-waarschuwing Fout in de software van de ventilatie-unit. | Neem contact op met de service. |
| 18 | | CONFIG_LOST | Database-inhoud gewijzigd: Delen van de programma-instelling zijn verloren gegaan. Dit kan te wijten zijn aan een langdurige stroomstoring of een blikseminslag. De unit blijft werken met standaardinstellingen. | Reset alarm. Neem contact op met de service als de unit niet naar tevredenheid/zoals voorheen werkt, omdat sommige subprogramma's mogelijk verloren zijn gegaan. (Subprogramma is alleen beschikbaar voor de service). |
| 19 | | filter | Luchtfilter vervangen: De filtermonitor is ingesteld op X aantal dagen voor controle/vervanging van het filter. | Reinig/vervang het filter. Reset alarm. |
| 20 | | LEGIO | Legionella-time-out: De legionellabehandeling is niet uitgevoerd binnen de tijdslimiet of het aantal pogingen. | Neem bij herhaalde alarmen contact op met de service. |
| 21 | | POWER | Controleer datum en tijd: Wordt weergegeven tijdens stroomstoringen. | Stel de datum en tijd in. Reset alarm. |
| 22 | | T AIR | Storing luchttemperatuur: De gewenste verwarming van de toevoerlucht is niet mogelijk. (Alleen van toepassing met naverwarmingselement) | Stel een lagere toevoerluchttemperatuur in. Reset alarm. |
| 23 | | T WATER | Storing warmwatertemperatuur: Verwarming van huishoudelijk warm water niet mogelijk. | Neem contact op met de service. |
| 24 | | T HEAT | Storing centrale verwarmingstemperatuur: Storing centrale verwarmingstemperatuur. | Neem contact op met de service. |
| 27-60 | | TxSHORT/ OPEN | Tx kortsluiting/onderbreking: Een van de temperatuursensoren heeft kortgesloten, is losgekoppeld of is defect. | Registreer welke sensor (Tx) defect is en neem contact op met de service. |
| 70 | | HTW ANODE | Warmwateranode vervangen: De warmwateranode is gescheurd of niet goed aangesloten. | Neem contact op met de service. |
| 71 | | DFR EXCH | Time-out ontdooien wisselaar: Maximale ontdooitijd overschreden voor tegenstroomwarmtewisselaar. Dit kan te wijten zijn aan het feit dat de unit wordt blootgesteld aan zeer lage temperaturen. | Reset alarm. Als het resetten van het alarm niet helpt, neem dan contact op met de service. Registreer de huidige bedrijfstemperaturen via het menu "SHOW DATA" om het serviceproces te vergemakkelijken. |
| 72 | | EVAP LOW | Lage verdampingstemperatuur: Abnormale verdampingstemperatuur (T6) is te wijten aan onvoldoende luchtstroom. | Vervang filters, controleer of de buitenluchtinlaat niet is gestopt. Neem in geval van een constante storing contact op met de service. |
| 73 | | HI PRESS | Hoge druk: De luchtstroom over de oppervlakken is te laag. Hogedrukschakelaar. De minimale compressorstoptijd is 6 minuten. | Zorg ervoor dat er lucht in de woning wordt geblazen. Zorg ervoor dat de filters schoon zijn. Controleer of de buitenluchtinlaat niet is geblokkeerd. Reset alarm. Neem contact op met de service als het bovenstaande het probleem niet oplost. |
| 74 | | LO PRESS | Lage druk: De luchtstroom over de oppervlakken in de koelmodus is te laag. Lagedrukschakelaar. De minimale compressorstoptijd is 6 minuten. | Zorg ervoor dat er lucht in de woning wordt geblazen. Zorg ervoor dat de filters schoon zijn. Controleer of de buitenluchtinlaat niet is geblokkeerd. Reset alarm. Neem contact op met de service als het bovenstaande het probleem niet oplost. |
| 91 | | OPTION | Uitbreidingsprintplaat ontbreekt: Uitbreidingsprintplaat ontbreekt. | Neem contact op met de service. |
| 92 | | PRESET | Backup-foutinstellingen: Fout bij het schrijven of lezen van installateurinstellingen. | Neem contact op met de service. |
| 95 | | SW_UPGRADE | SW-upgrade geweigerd: Software-update is geweigerd omdat nieuwere hardware niet wordt ondersteund door oudere softwareversies (SW 2.30+, HW met groene stip). | Controleer of u de update uitvoert met de juiste softwareversie. |
| 96 | | DAMPTEST | Fout in kleptest: Klep (open / gesloten) niet uitgevoerd. | Controleer de klepvoeding, de open/dicht-schakelaars en de looptijdconfiguratie. Neem contact op met de service als het niet helpt. |
| 97 | | FC | Compressor-alarm: De omvormer voor de compressor heeft zichzelf beschermd. De werking wordt voortgezet met de roterende wisselaar en naverwarming. Het alarm moet worden gereset voordat de compressor weer start (na 10 min). | Controleer de voedingsspanning naar de unit. Controleer de alarmcode voor de omvormer voor de compressor. Neem contact op met de service als u het alarm niet kunt resetten. |
| 98 | | T13T14 | T13 & T14 sensor alarm: VGU180EK en VENTEC: Systeemstop als gevolg van alarm op zowel T13 als T14. | Controleer de T13-retoursensor. Controleer de T14-toevoersensor. |
| 99 | | COMBI | Thermo-relais/FC-alarm: VPM3-unit: Gecombineerd thermisch relais- en FC-alarm. De minimale compressorstoptijd is 6 minuten. | Als u het alarm kunt resetten, is het een of beide ventilatoren die tijdelijk zijn gestopt vanwege hun geïntegreerde thermische zekering. Hiervoor kunnen verschillende redenen zijn, zoals een onvoldoende stroom, een gesloten klep of een te hoge temperatuur in de ventilator. Als u het alarm niet kunt resetten, is het mogelijk de compressorbeveiliging, die is losgekoppeld vanwege een foutstroom. Sluit de motorbeveiliging weer aan en reset het alarm. |
| 101 | | BRINEPRESS | Lage druk pekel: BAH-gerelateerd alarm: Drukschakelaaringang geactiveerd. | Vul de pekel in het pekelcircuit bij. Sluit het pekelcircuit af voor de BAH-oplossing. |
| 102 | | MANUAL | Handmatig: Het systeem staat in de handmatige modus. | Zet de unit terug in de automatische modus wanneer u klaar bent in de handmatige modus. Na een uur schakelt het besturingssysteem automatisch terug naar de automatische modus. |
| 103 | | DPT_COMM_ ERROR | DPT-communicatiefout: Voor units met DPT waar u volumestroom- of drukregeling hebt geselecteerd. | Controleer de DPT-drukbox, die in het besturingssysteem is gemonteerd. |
| 104 | | T18_HIGH_ TEMP | T18 (T35) Drukleiding: Wordt geactiveerd als de T18-temperatuur 115°C overschrijdt voor VPR of 125°C voor VPM3, respectievelijk. Het alarm wordt gedeactiveerd bij 5°C onder de alarmlimiet. | Voor herhaalde waarschuwingen: Controleer de T18-sensor. Controleer het oliepeil in de compressor. Controleer het volume van het koelmiddel. Controleer oververhitting op de thermostatische kleppen. |
| 105 | | SMOKE_DETECTOR | Rookmelder: NIL-139: Via een servicemenu kan DI8 worden geconfigureerd voor brandthermostaat of rookmelder, respectievelijk. Dit alarm wordt weergegeven in plaats van het FIRE-alarm. | Als er geen rook of brand in het gebouw is geweest: Controleer de rookmelder (geen Nilan-product). |
Tlf. +45 76 75 25 00
nilan@nilan.dk
www.nilan.dk
Referenties
Download handleiding
Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.
Download nilan Comfort, CTS602 LIGHT Handleiding





