Raamaandrijving F 1200+
7.3
Aansluiting
Elektrische aansluiting uitvoeren
Aansluiting aan de 24V-toevoerspanning overeenkomstig DIN VDE 0100-600 uitvoeren.
X
24V-systeem slechts aan één voeding met lage veiligheidsspanning SELV aansluiten.
X
Informatie in het bedradingsschema in acht nemen (zie hfdst. 18.1 „Bedradingsschema aandrijving").
X
Soort kabel, evenals leidinglengte en -diameter conform de technische informatie uitvoeren.
X
Bij meeraderige kabels moeten in principe adereindhulzen worden gebruikt.
X
Niet-gebruikte aders isoleren.
X
Gebruik een 2-polige zekering met vergrendelingsmogelijkheid als scheidingsinrichting aan de lijnzijde,
X
afhankelijk van de toegestane stoombelastbaarheid van de kabel.
A
+24V DC
(24V-toevoerspanning)
B
GND
(24V-toevoerspanning)
S
signaal (zonder bezetting)
L
LIN (communicatie)
7.3. 1
Aansluitleiding van de kabelovergang aansluiten
Kabel van de kabelovergang voorbereiden
Steeds 2 aders (2 kleuren) van de in totaal 6 aders van de kabelovergang aan beide uiteinden van de kabel
X
met een van de bijgevoegde twin-adereindhulzen bij elkaar nemen.
à Daarbij aan beide kabeluiteinden telkens dezelfde aderkleuren bij elkaar nemen.
Aansluitleiding aansluiten
De daardoor ontstane 3 dubbele aders van
X
de kabelovergang (1) aan de kabelklem (2)
op de ingangen A, B en L vastklemmen.
à De klem S blijft onbezet.
Schroef (1) van de afdekkap verwijderen.
X
Afdekkap (2) verwijderen.
X
Bus
groen
A
bruin
geel
B
rood
wit
L
blauw
Elektrische aansluiting
Stekker
s
a
groen
A
bruin
geel
B
rood
wit
L
blauw
9