725
Gebruiksaanwijzingen
Voorkom elektrische schokken of lichamelijk letsel als volgt:
• Pas nooit meer dan de op het ijkinstrument vermelde nominale spanning toe tussen de aansluitingen of
tussen een aansluiting en aarde (De maximale spanning voor alle aansluitingen is 30 V, 24 mA).
• Controleer vóór elk gebruik de werking van het ijkinstrument door een bekende spanning te meten.
• Volg alle bij de apparatuur behorende veiligheidsprocedures.
• Breng de probe nooit in contact met een spanningsbron als de meetkabels met de stroomaansluitingen
zijn verbonden.
• Gebruik het ijkinstrument niet als het beschadigd is. Voordat u het ijkinstrument gebruikt, moet u de
behuizing controleren. Controleer op barsten of ontbrekende kunststof. Besteed vooral aandacht aan de
isolatie rond de connectors.
• Selecteer de juiste functie en het juiste bereik voor de te verrichten meting.
• Zorg dat de klep van de batterij gesloten en vergrendeld is voordat u het ijkinstrument gebruikt.
• Verwijder de meetkabels van het ijkinstrument voordat u de klep van de batterij opent.
• Inspecteer de meetkabels op beschadigde isolatie of blootgesteld metaal. Controleer de continuïteit van
de meetkabels. Vervang beschadigde meetkabels voordat u het ijkinstrument gebruikt.
• Als u probes gebruikt, moet u uw vingers uit de buurt van de probecontacten houden. Houd uw vingers
achter de vingerbescherming op de probes.
• Sluit het aardsnoer aan voordat u de onder stroom staande meetkabel aansluit. Als u de meetkabels
losmaakt, moet u de onder stroom staande meetkabel eerst losmaken.
• Gebruik het ijkinstrument niet als het niet naar behoren werkt. Het is mogelijk dat de bescherming niet
meer intact is. Als u niet zeker bent, laat het ijkinstrument dan nakijken.
4
W Waarschuwing