5. Meting starten:
-
De stabilisatietijd begint te lopen. Vervolgens start de meting
automatisch.
> Stabilisatietijd en meting vroegtijdig afsluiten: [Verder].
-
Na afloop van de meting worden de meetwaarden
weergegeven.
6.2.15.2. Controle goede werking
> Aansluitstekker van de slangaansluitset (0554 1203) op de
rookgasaansluiting steken en door licht draaien met de klok
mee vergrendelen (bajonetsluiting).
Meting uitvoeren:
✓ De drukaansluiting van het apparaat moet vrij zijn (drukloos,
niet gesloten).
1.
Controle goede werking
2. Parameter kiezen: [▲],
3. Parameters instellen c.q. waarden invoeren: [▲],
gedeeltelijk [◄],
4. [meten].
-
Druknulling.
5. Het systeem onder druk zetten.
6. Meting starten:
-
De stabilisatietijd begint te lopen. Vervolgens start de meting
automatisch.
> Stabilisatietijd en meting vroegtijdig afsluiten: [Verder].
te registreren in de meting. Meer gedetailleerde informatie
kan worden afgeleid uit de betreffende norm.
[
].
•
DVGW-TRGI 2008, werkblad G624 in acht nemen.
Druk absoluut
•
voor correcte meetwaarden zijn ingevoerd. Als deze
niet bekend is, is toepassing van de waarde 966 hPa
aan te bevelen (komt overeen met 1013 hPa barom.,
400 m boven NAP). Om de waarden in te voeren:
>
[
]
→
Metingen
[OK]
→
[Controle goede werking]
[Opties]
→
[Meetloc. bewerken]
[►]
→ [OK].
Er kunnen drie diameters en drie buislengtes worden
ingevoerd, waaruit drie deelvolumes worden berekend. Het
leidingvolume wordt berekend door de drie deelvolumes op
te tellen.
[
].
(parameters van de meetlocatie) moet
→
[OK]
→
Gasleidingcontroles
→ [OK].
[▼]
→
[Wijzigen]
6 Product gebruiken
→
→
[Adres/Loc.]
→
[▼]
en
69