9.5
Verloop van de inbedrijfname
Om zo effectief mogelijk te werken met de ingebruiknametool DCA, wordt de volgende
werkprocedure (standaard-workflow) aanbevolen:
1. ETS-software starten (zie 'DCA starten' op pagina 38).
2. Nieuw project maken of bestaan project openen.
3. DCA starten.
4. Basisinstellingen voor het paneel configureren.
5. Navigatiestructuur maken (zie 'Navigatiestructuur maken' op pagina 57).
6. Bedieningspagina's configureren (bedieningselementen toevoegen en configureren).
7. Toepassingen en toepassingspagina configureren.
8. Bestaande communicatieobjecten bewerken.
9. Groepsadressen maken en het juiste datapunttype (DPT) van alle in Busch-SmartTouch
gebruikte groepsadressen toewijzen (bijvoorbeeld functie:1.001 Switch).
10. Project naar het paneel verzenden en in gebruik nemen.
9.6
Basisinstellingen voor het paneel configureren
De basisinstellingen voor het paneel kunnen vooraf worden vastgelegd:
1. In het bibliotheekdeel het tabblad 'Toepassingen' openen.
2. 'Systeeminstellingen' openen.
–
In het deel 'parameters' worden de basisinstellingen weergegeven en kunnen bewerkt
worden (zie 'Basisinstellingen (systeeminstellingen) van het paneel' op pagina 44).
–
Beschikbare communicatieobjecten voor bepaalde functies worden in het deel
'communicatieobjecten' weergegeven en kunnen worden gebruikt.
–
Groepsadressen kunnen in het deel 'groepsadressen' worden toegewezen.
Opmerking
Enkele basisinstellingen kunnen direct op het paneel worden aangepast.
Hiervoor moet in de systeeminstellingen de instelling 'systeeminstellingen voor
eindklanten vrijgegeven' op 'ja' ingesteld zijn.
Producthandboek 2CKA002273B9263
Inbedrijfname met DCA (vanaf ETS5)
®
7''
│43