196
Rijden en bediening
Als de actieve noodrem werkt, knip‐
pert m op de instrumentengroep.
Afhankelijk van de situatie kan de
auto automatisch iets of krachtig
afremmen.
Dit automatisch remmen vóór is
alleen mogelijk bij detectie van een
voorligger of voetganger vóór de
auto.
Frontaanrijdingswaarschuwing
3 193
Voetgangersbescherming vóór
3 197
Bij een snelheid lager dan 30 km/u
kan de actieve noodrem de auto
volledig tot stilstand brengen. Bij snel‐
heden hoger dan 30 km/u verlaagt de
actieve noodrem de snelheid. Het is
echter zaak dat u het rempedaal
bedient.
Het automatische noodstopsysteem
remt de auto mogelijk tot stilstand af
om een mogelijke botsing te helpen
voorkomen. Als de auto volledig tot
stilstand komt, blijft het systeem nog
zo'n 2 seconden automatisch
remmen.
● Automatische versnellingsbak:
Als de auto volledig tot stilstand
komt, het rempedaal ingetrapt
houden om te voorkomen dat de
auto weer wegrijdt.
● Handgeschakelde versnellings‐
bak: Als de auto volledig tot stil‐
stand komt, kan de motor
afslaan.
De werking van de functie is mogelijk
voelbaar door een lichte trilling in het
rempedaal.
9 Waarschuwing
Het automatisch noodstopsys‐
teem is een noodfunctie ter voor‐
bereiding op een botsing en is niet
ontworpen om botsingen te voor‐
komen. Vertrouw voor het afrem‐
men van de auto niet op het
systeem. Het automatische nood‐
stopsysteem remt niet buiten het
actieve snelheidsbereik en
reageert alleen op gedetecteerde
voertuigen en voetgangers.
Systeembeperkingen
In sommige gevallen kan de actieve
noodrem automatisch remmen in
situaties waarin dat onnodig lijkt te
zijn, bijvoorbeeld in parkeergarages,
als er verkeersborden in een bocht
staan of door auto's die zich in een
andere rijstrook bevinden. Dit behoort
bij de normale werking van het
systeem, de auto behoeft geen
onderhoud. Trap om automatisch
remmen te negeren het gaspedaal
stevig in als de situatie en de omge‐
ving dat toelaten.
In de volgende situaties zijn de pres‐
taties van de actieve noodrem
beperkt:
● Rijden op bochtige of heuvelach‐
tige wegen.
● Alle voertuigen detecteren, met
name voertuigen met een
aanhanger, trekkers, modderige
voertuigen, enz.
● Een voertuig detecteren wanneer
het zicht door weersomstandig‐
heden beperkt is, zoals bij mist,
regen of sneeuw.