18. INSTELLINGEN
De op de dashcam beschikbare opties en instellingen staan hieronder beschreven.
1. S electeer de gekozen instelling met behulp van de toetsen omhoog en omlaag en druk ter bevestiging
op de OK-toets. RDC40: Raadpleeg de app-instellingen in deze gebruikershandleiding (zie blz. 12-19).
DATUM/TIJD
1. S tel de datum en tijd op de dashcam in met behulp van de toetsen omhoog en omlaag om de opties
te wijzigen.
2. Druk op MODE om te schakelen tussen Jaar, Maand en Dag (alleen RDC10: lang indrukken MODE).
3. Druk op de toets REC/OK-toets om de wijzigingen op te slaan.
4. Selecteer om dit te wijzigen Menu (instellen) > Datum/Tijd.
G-SENSOR
1. D e gevoeligheid van de G-sensor kan worden ingesteld. De G-sensor detecteert de krachten,
waardoor bij een aanrijding automatisch de opname van dat moment wordt beschermd.
2. De standaardinstelling voor gevoeligheid is Gemiddeld.
3. Selecteer om dit te wijzigen Menu (instellen) > G-sensor > Laag/Gemiddeld/Hoog.
APPARAATGELUIDEN
1. De standaardinstelling is AAN.
2. Selecteer om dit te wijzigen Menu (instellen) > Apparaatgeluiden > Aan/Uit.
TAAL
1. De standaardinstelling is English.
2. Selecteer om dit te wijzigen Menu (instellen) > Taal.
SD-KAART FORMATTEREN
1. Voor optimale prestaties raden we aan om uw kaart bij het eerste gebruik te formatteren.
2. Bij het formatteren wordt alle inhoud gewist, dus zorg ervoor dat u eerst uw foto's en video's
downloadt.
3. Selecteer voor het formatteren van uw kaart Menu (instellen) > SD-kaart formatteren > Nee/Ja
4. O m uw microSD-kaart in goede staat te houden, moet u deze regelmatig (iedere 2-4 weken) opnieuw
formatteren.
17