Beeldcorrectie
In dit gedeelte worden de instellingen besproken die u alleen via het Shooting-menu
kunt wijzigen (
161).
Contouren benadrukken: Image Sharpening
Wanneer u een foto maakt, bewerkt de camera het beeld automatisch om het onderscheid
tussen de lichte en donkere delen te benadrukken, zodat de foto scherper lijkt. Met de op-
ties in het menu Image sharpening kunt u regelen hoeveel het beeld wordt verscherpt.
Optie
Auto
(standaard)
Normal
Low
Medium low
Medium high
High
None
1
Markeer Im age sharpening in het Shooting-menu
(
168) en duw de multi-selector naar rechts.
2
Markeer de gewenste optie en duw de multi-selec-
tor naar rechts. Het Shooting-menu verschijnt nu.
De camera past verscherping automatisch aan aan het onderwerp en de
andere camera-instellingen. De hoeveelheid verscherping verschilt van
beeld tot beeld, zelfs bij onderwerpen van hetzelfde type; om meer dan
één foto met dezelfde beeldcorrectie te maken, dient u een andere instel-
ling te kiezen. Gebruik voor het beste resultaat een type G of D objectief.
De camera voert dezelfde standaard hoeveelheid verscherping uit
bij alle beelden.
De contouren in het beeld worden minder dan bij Normal benadrukt.
De contouren in het beeld worden enigszins minder dan bij Normal
benadrukt.
De contouren in het beeld worden enigszins meer dan bij Normal benadrukt.
De contouren in het beeld worden meer dan bij Normal benadrukt.
Het beeld wordt niet verscherpt.
Instellingen Shooting-menu
Beschrijving
SHOOTING MENU
White bal.
ISO
Image sharpening
Tone compensation
Color mode
Hue adjustment
Intvl timer shooting
Non-CPU lens data
SHOOTING MENU
Image sharpening
A
200
A
A
I
0°
OFF
OK
Auto
Normal
Low
Medium low
Medium high
High
None
65