3.4.6 Veiligheidsinrichtingen in het geval van een hydraulisch defect
In het geval van een defect aan de hydraulische leiding die de hefcilinder van het platform voedt, is de
hydraulische installatie van het hefcircuit voorzien van de volgende veiligheidsinrichtingen (vgl. Punt
5.10.2 UNI EN280:2015):
• STUGGE LEIDING met passende afmetingen voor de aansluiting op het blok met
veiligheidsventielen
• Een elektrisch gestuurde vergrendelingsklep, rechtstreeks aangesloten op de cilinder, die
ongecontroleerde afdaling van de gondel vanaf elke hoogte voorkomt, waardoor gevaarlijke
situaties worden vermeden. Dit ventiel beschikt ook over de NOODBEDIENING die gebruikt moet
worden in noodsituaties.
DRUK
SENSOR
HIJSEN
66