Soms heeft een contactpersoon meerdere telefoonnummers, bijvoorbeeld, op het werk, thuis en mobiel.
Het telefoonnummer op het werk is het standaardnummer, dat gekozen wordt als u op de Spreektoets
drukt, maar ukunt het standaardnummer altijd veranderen.
Iemand met zijn naam opbellen:
1.
Druk in het Beginscherm op de programmeerbare toets Begin en selecteer Contactpersonen.
Selecteer
Contactpersonen
uit Beginlijst.
2.
Selecteren de persoon die u wilt bellen met de toetsen Op en Neer. Is de lijst lang, dan kunt u
beginnen met de eerste letters van zijn naam, waarna de Smartphone de namen toont die met die
letters beginnen.
3.
Druk op de Spreektoets
niet het standaardnummer kiezen, verander het dan met de toets Links/Rechts en druk daarna op de
Spreektoets
O P M E R K I N G
Hebt u een contactpersoon geselecteerd, druk op de Actietoets om de kaart met Contactpersonen te
openen en daaruit een nummer te selecteren.
Gedetailleerde informatie over de contactpersonen vindt u in paragraaf 6.1.
Opbellen met snelkeuze
Met snelkeuze kunt u snel opbellen zonder het hele nummer in te voeren.
Houd in het Beginscherm de cijfertoets ingedrukt die u voor de snelkeuze hebt toegekend. Zijn het twee
cijfers, druk dan eerst het eerste cijfer in en houd het tweede cijfer ingedrukt.
O P M E R K I N G
Gedetailleerde informatie over de snelkeuze vindt u in paragraaf 3.6.
om het standaardnummer van de contactpersoon te kiezen. Wilt u
.
Selecteer een naam uit
de lijst van
contactpersonen.
30