FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
Tankbeluchtingsslang/overloop-
slang
3
1. Tankbeluchtingsslang/overloopslang
Alvorens de motorfiets te gebruiken:
G
Controleer de aansluiting van de tank-
beluchtingsslang/overloopslang.
G
Controleer
de
slang/overloopslang op scheuren of
beschadiging en vervang indien nodig.
G
Controleer of het uiteinde van de tank-
beluchtingsslang/overloopslang
verstopt is en reinig indien nodig.
DAU39450
Uitlaatkatalysatoren
Dit voertuig is uitgerust met uitlaatkatalysa-
toren in het uitlaatsysteem.
WAARSCHUWING
Het uitlaatsysteem is heet nadat de mo-
tor heeft gedraaid. Controleer of het uit-
laatsysteem
onderhoudswerkzaamheden uit te voe-
ren.
LET OP:
De
volgende
moeten worden genomen om brand of
andere schaderisico's te voorkomen.
G
Gebruik uitsluitend loodvrije benzi-
ne. Bij gebruik van loodhoudende
tankbeluchtings-
benzine zal onherstelbare schade
worden toegebracht aan de uitlaat-
katalysator.
G
Parkeer de machine nooit nabij
niet
brandgevaarlijke stoffen, zoals op
gras of op ander materiaal dat ge-
makkelijk vlamvat.
G
Laat de motor niet te lang aaneen
stationair draaien.
DAU13442
DWA10860
is
afgekoeld
alvorens
DCA10700
voorzorgsmaatregelen
3-18
Zadels
Bestuurderszadel
Verwijderen van het bestuurderszadel
Licht het bestuurderszadel op aan de ach-
terzijde zoals afgebeeld, verwijder de bou-
ten en neem het zadel los.
1. Bout
Aanbrengen van het bestuurderszadel
Steek het uitsteeksel aan de voorzijde van
het bestuurderszadel in de zadelbevesti-
ging zoals afgebeeld, plaats het zadel in de
oorspronkelijke positie en breng dan de
bouten aan.
DAU39031