Knop Fn (Function)
x
Hiermee kunt u 12 functies registreren en deze oproepen tijdens opnamen.
1 Druk op de knop Fn (Function).
2 Selecteer de gewenste functie door op de knop omhoog/omlaag/links/
rechts te drukken en druk vervolgens op de knop z (Enter).
3 Selecteer een instelling en volg hierbij de handleiding. Druk vervolgens op
de knop z (Enter).
Menu-items
x
(Camera Settings1)
Quality/Image Size
Quality
Image Size
Aspect Ratio
High ISO NR
Color Space
Shoot Mode/Drive
Shoot Mode
Drive Mode
Bracket Settings
/
Recall
/
Memory
AF
Focus Mode
Focus Area
z button Lock-on
AF
AF Area Auto Clear
Hiermee stelt u de beeldkwaliteit voor foto's in.
Hiermee selecteert u het formaat van foto's.
Hiermee selecteert u de beeldverhouding voor foto's.
Hiermee stelt u ruisonderdrukking in voor opnamen met hoge
gevoeligheid.
Hiermee wijzigt u het bereik van reproduceerbare kleuren.
Hiermee stelt u de opnamemodus in.
Hiermee stelt u de transportmodus in, bijvoorbeeld voor
continu-opnamen.
Hiermee stelt u de zelfontspanner in op
belichtingsverschuiving en witbalanscorrectie.
Hiermee kiest u een vooraf geregistreerde instelling als
[Shoot Mode] is ingesteld op [Memory recall].
Hiermee registreert u de gewenste modus of camera-
instellingen.
Hiermee selecteert u de scherpstellingsmethode.
Hiermee selecteert u het scherpstellingsgebied.
Hiermee stelt u de functie voor het volgen van een onderwerp
in wanneer op de knop z (Enter) in het opnamescherm is
gedrukt.
Hiermee stelt u in of het scherpstelgebied continu moet
worden weergegeven, of na het scherpstellen moet
verdwijnen.
NL
25