Bedieningselementen en functies
Projector
1
2
3
POWER
TEMP
4
5
6
7
1.
POWER (Power-lampje)
Brandt of knippert als de projector wordt
gebruikt. Zie
"Indicatoren" op pagina 64
voor details.
2.
MENU/EXIT
Schakelt het schermmenu (OSD) in. Keert
terug naar het vorige OSD-menu, afsluiten
en opslaan van menu-instellingen
Zie
"De menu's gebruiken" op pagina 26
voor details.
3.
Links/
Hiermee kunt u de schermafbeelding
verbergen. Zie
op pagina 42
voor details.
4.
POWER
Hiermee zet u de projector stand-by of
schakelt u deze in.
Zie
"De projector opstarten" op pagina 25
en
"De projector uitschakelen" op pagina 49
voor details.
5.
MODE/ENTER
Selecteer een beschikbare beeldmodus. Zie
"Een beeldmodus selecteren" op pagina 36
voor details.
Hiermee opent u het geselecteerde menu-
item in het schermmenu. Zie
gebruiken" op pagina 26
6.
BLANK
Used to hide the screen picture. See
beeld verbergen" op pagina 41
10
Inleiding
8
9
10
11
LAMP
12
13
14
"De FAQ-functie gebruiken"
"De menu's
voor details.
"Het
voor details.
7.
Keystone/pijltoetsen (
Hiermee corrigeert u handmatig de
vervormde beelden die door de
projectiehoek worden veroorzaakt. Zie
"Keystone corrigeren" op pagina 32
details.
8.
FOCUS/ZOOM Ring
Wordt gebruikt voor het aanpassen van
het geprojecteerde beeld. Zie
beeldformaat en de helderheid fijn
afstellen" op pagina 32
9.
TEMP (Waarschuwingslampje
temperatuur)
Licht rood op als de temperatuur van de
projector te hoog wordt. Zie
op pagina 64
voor details.
10.
Keystone/pijltoetsen (
Hiermee corrigeert u handmatig de
vervormde beelden die door de
projectiehoek worden veroorzaakt. Zie
"Keystone corrigeren" op pagina 32
details.
11.
LAMP (Waarschuwingslampje lamp)
Geeft de lampstatus aan. Brandt of
knippert als er een probleem is met de
lamp. Zie
"Indicatoren" op pagina 64
details.
12.
AUTO
Hiermee worden automatisch de beste
beeldtiminginstellingen bepaald voor het
weergegeven beeld. Zie
automatisch aanpassen" op pagina 31
voor details.
13.
Rechts/
Activeert de paneeltoetsblokkering. Zie
"Besturingstoetsen blokkeren" op pagina
42
voor details.
Als het schermmenu (OSD) is
geactiveerd, functioneren de toetsen #3,
#7, #10, en #13 als richtingspijlen om de
gewenste menuopties te selecteren en de
instellingen te wijzigen. Zie
gebruiken" op pagina 26
14.
SOURCE
Geeft de ingangselectiebalk weer. Zie
"Schakelen tussen ingangssignalen" op
pagina 30
voor details.
/
Omlaag)
voor
"Het
voor details.
"Indicatoren"
/ Omhoog)
voor
voor
"Het beeld
"De menu's
voor details.