Instrumentenpaneel
Snelheidsmeter (in kilometers of in mijlen*)
De oranje merktekens 1-2-3-4 geven het
maximale bereik van een versnelling aan indien
u zuinig wilt rijden.
Indien op een vlakke weg, bij normale belasting,
de wijzer van de snelheidsmeter bij één van
deze merktekens komt, schakelt u over naar de
volgende versnelling.
Voorbeeld: merkteken 2: schakel over naar de
3e versnelling.
2 Kilometer totaalteller
3 Kontrolelampje dimlicht*
4 Kontrolelampje koelvloeistoftemperatuur
Zodra dit lampje onder het rijden gaat branden
moet u stoppen, het peil van de koelvloeistof
kontroleren en de riemen kontroleren. Roep
zonodig de hulp in van een Renault dealer.
5 Kontrolelampje mistachterlicht*
6 Kontrolelampje richtingaanwijzers
7 Kontrolelampje achterruitverwarming*
8 Kontrolelampje grootlicht
9 Kontrolelampje alarmknipperlichten
10 Kontrolelampje laadstroom
Dit moet uitgaan zodra de motor draait; als het
onder het rijden gaat branden moet u het laad-
circuit laten kontroleren.
11 Kontrolelampje choke
12 Kontrolelampje voor het remsysteem en voor
de handrem
Als dit lampje blijft branden betekent het dat de
handrem niet geheel is teruggedrukt. Als het
onder het remmen gaat branden betekent dit
een daling van de hoeveelheid remvloeistof.
Het kan gevaarlijk zijn hiermee door te rijden;
vraag het advies van een Renault dealer. U kunt
het lampje kontroleren door het kontakt aan te
zetten en de handrem aan te trekken; het
lampje moet gaan branden. Een defekt lampje
moet zo snel mogelijk worden vervangen.
13 Kontrolelampje voor de oliedruk
Dit moet na het starten van de motor uitgaan.
Indien het tijdens het rijden gaat branden, moet
u de motor onmiddellijk afzetten en het
oliepeil kontroleren.
Indien het oliepeil normaal is, heeft deze sto-
ring een andere oorzaak.
Roep de hulp in van een Renault-dealer.
14 Benzinemeter
A - tank bijna leeg
B - tank halfvol
C - tank vol
*Afhankelijk van uitvoering of land
21