Filmmodi
In de stand
biedt de camcorder een aantal filmmodi met verschillende bedieningsmogelijkheden
voor de instellingen van de camcorder. Selecteer de filmmodus die het meest geschikt is voor uw
behoeften of creatieve visie, pas de instellingen die u wilt bedienen handmatig aan en laat de camcorder
voor de rest zorgen.
Filmmodi kunnen niet worden gebruikt wanneer infraroodopname is geactiveerd.
Bedieningsstanden:
1 Selecteer de filmmodusknop.
2 Selecteer de gewenste filmmodus en selecteer
vervolgens [X].
• De filmmodusknop geeft het pictogram van de
geselecteerde modus weer.
Beschikbare filmmodi
Voor meer informatie over filmmodi anders dan de speciale scènestanden raadpleegt
u Belichtingsinstelling (A 42).
Filmmodus
' (Programma AE)
‚ (Sluitertijdvoorkeur AE)
" (Diafragmavoorkeur AE)
n (Handmatige belichting)
Speciale scènestanden
De camcorder stelt automatisch de sluitertijd, het diafragma en de
versterking in.
U stelt handmatig de sluitertijd in, terwijl de camcorder automatisch
het diafragma en de versterking aanpast.
U stelt handmatig het diafragma en ND-filter in, terwijl de camcorder
automatisch de sluitertijd en versterking aanpast.
U stelt handmatig de sluitertijd, het diafragma en de versterking in,
zodat u de volledige controle over de belichting houdt.
Deze standen bieden vooraf ingestelde combinaties van instellingen
die zijn geoptimaliseerd voor specifieke situaties.
Filmmodusknop
Speciale scènestanden
Beschrijving
Filmmodi
39
A
43
43
43
42
40