5.2.3
Buitenluchttemperatuur (BLT) blokkering
Dit alarm voorkomt dat het systeem start bij een te lage buitentemperatuur. Doel is het voorkomen van uitschakelingen
lage druk bij het opstarten. De limiet is afhankelijk van de regeling van de op het systeem geïnstalleerde ventilator.
Standaard is deze waarde ingesteld op 10°C.
Symptoom
Status systeem is BLT blokkering.
Alle circuits worden gestopt met een
normale uitschakelprocedure.
Het pictogram van de bel op het
display
van
de
beweegt.
String in de alarmlijst:
StartInhbtAmbTempLo
String in het logboek alarmen:
StartInhbtAmbTempLo
String in snapshot alarm
StartInhbtAmbTempLo
Reset
Lokale HMI
Netwerk
Auto
5.2.4
Fout Alarm van buitenluchttemperatuursensor
Dit alarm wordt telkens gegenereerd als de ingangsweerstand zich buiten een aanvaardbaar bereik bevindt.
Symptoom
Status systeem is Off.
Alle circuits worden gestopt met een
normale uitschakelprocedure.
Het pictogram van de bel op het
display van de regeleenheid beweegt.
String in de alarmlijst:
UnitOffAmbTempSen
String in het logboek alarmen:
UnitOffAmbTempSen
String in snapshot alarm
UnitOffAmbTempSen
Reset
Lokale HMI
Netwerk
Auto
D-EOMZC00309-19_02NL - 44/73
Oorzaak
De externe omgevingstemperatuur is
lager dan de waarde die ingesteld is in
de regeleenheid van het systeem.
regeleenheid
De
sensor
omgevingstemperatuur meet werkt
niet correct
Oorzaak
De sensor is defect.
Sensor is kortgesloten.
De sensor is niet goed aangesloten
(open).
Oplossing
Controleer de minimale waarde van
de externe omgevingstemperatuur
die in de regeleenheid van het
systeem ingesteld is.
Controleer
overeenstemming is met de werking
van de koelmachine dus de juiste
toepassing en het juiste gebruik van
de koelmachine controleren.
die
de
externe
Controleer of de OAT-sensor goed
werkt in overeenstemming met de
informatie over het bereik voor kOhm
(k)
temperatuurwaarden.
Opmerkingen
Wordt automatisch gewist met een
2,5°C van hysteresis.
Oplossing
Controleer de intacte staat van de
sensor.
Controleer of de sensoren goed
werken volgens de tabel en het
toegestane kOhm (k) bereik.
Controleer met een weerstandsmeter
of de sensor kortgesloten is.
Controleer dat er in de elektrische
contacten
aanwezig is.
Controleer
aansluitingen goed vast zitten.
Controleer of de bedrading van de
sensoren correct is, ook volgens het
schakelschema.
Opmerkingen
of
deze
waarde
in
in
verband
met
geen
vocht
of
water
of
de
elektrische