Sluitertijd en diafragma wijzigen
Zolang de belichting vergrendeld is, kunt u de volgende instellingen wijzigen zonder
dat dit van invloed is op de gemeten belichtingswaarde:
Belichtingsstand
Geprogrammeerd automatisch
Sluitertijdvoorkeuze
Diafragmavoorkeuze
De nieuwe waarden worden in de zoeker en op het LCD-venster getoond. Houd er
rekening mee dat u de lichtmeetmethode niet kunt wijzigen als de belichting vergren-
deld is (wijzigingen in de lichtmeting worden van kracht wanneer de belichting wordt
ontgrendeld).
Meetgebied
Bij spotmeting wordt de belichting vergrendeld op de waarde die werd gemeten in een
cirkel van 3 mm in het midden van het geselecteerde scherpstelgebied. Bij centrumge-
richte meting wordt de belichting vergrendeld op de waarde die werd gemeten in een
cirkel van 8 mm in het midden van de zoeker.
c1—AE-vergrendeling (
Als u +Ontspanknop hebt geselecteerd bij AE-vergrendeling, dan wordt de belichting
vergrendeld wanneer u de ontspanknop half indrukt.
c2—AE-L/AF-L (
Afhankelijk van de gekozen optie vergrendelt AE-L/AF-L zowel scherpstelling en belichting
(standaardinstelling), alleen de scherpstelling, of alleen de belichting. Er zijn opties om de
belichting vergrendeld te houden tot u de AE-L/AF-L-knop voor de tweede keer indrukt, tot
u een foto maakt of tot de belichtingsmeters worden uitgeschakeld.
Sluitertijd en diafragma (fl exibel programma;
156)
156)
Instellingen
Sluitertijd
Diafragma
63)
71