Het beeld bevat
vreemde kleuren of is
zwart/wit.
Het beeld heeft
opeens een andere
vorm.
Het beeld is onscherp
of het OSD
schermmenu kan niet
worden veranderd.
Een gedeelte van het
beeld is vervormd of
heeft afwijkende
kleuren.
Blijft het beeld geheel zwart en
knippert de aan/uit indicator van de
monitor met tussenpozen van 1
seconde?
Aansluiten met de DVI-kabel?
Geeft de monitor maar 1 kleur
weer, alsof u door gekleurd glas
kijkt?
Ging er iets mis met de kleuren
toen u een bepaald programma
gebruikte of nadat een programma
een foutmelding gaf of was
vastgelopen?
Is de videokaart goed ingesteld?
Hebt u een andere videokaart of
een ander stuurprogramma in uw
computer geïnstalleerd?
Hebt u op de computer de resolutie
of frequentie van het beeldscherm
veranderd?
De vorm van het beeld kan ook worden beïnvloed door de frequentie van het
signaal van de videokaart. Pas de grootte en plaats van het beeld aan via het
OSD schermmenu.
Hebt u op de monitor de resolutie
of de frequentie veranderd?
Is de frequentie goed ingesteld
wanneer u in het menu de Display
Timing kijkt?
Hz overschrijdt, verschijnt het bericht
"Not Optimum Mode.
Recommended mode 1280 x 1024
60Hz" op het beeldscherm. Als het
scherm de 85 Hz overschrijdt, werkt
het scherm correct, maar verschijnt het
bericht "Not Optimum Mode.
Recommended mode 1280 x 1024
60Hz" een minuut op uw beeldscherm.
Stel a.u.b., tijdens deze periode van
een minuut, de aanbevolen modus in.
(Dit bericht verschijnt nog eens op het
beeldscherm, als het systeem is
opgestart.)
De monitor staat in een
energiebesparende stand.
Druk op een toets van het toetsenbord
of beweeg de muis om de monitor te
activeren zodat u weer beeld hebt.
Het kan zijn dat u een zwart beeld te
zien krijgt als u uw computer opstart,
voordat u de DVI-kabel heeft
aangesloten of tijdens het eruit en
daarna weer aansluiten van de DVI-
kabel op uw computer, terwijl deze nog
aanstond. Bepaalde videokaarten
kunnen namelijk geen videosignalen
uitzenden. Sluit de DVI-kabel aan op
uw computer en start uw computer
opnieuw op.
Kijk of de signaalkabel goed is
aangesloten.
Zorg dat de videokaart van de
computer goed op zijn plaats zit
(computer eerst uitschakelen!).
Start de computer opnieuw.
Kies de juiste instellingen voor de
videokaart met behulp van de
handleiding van de videokaart.
Pas de grootte en plaats van het beeld
aan via het OSD schermmenu.
Kies een andere resolutie en/of
frequentie voor de videokaart
(zie Voorkeurinstellingen).
Kies een andere resolutie en/of
frequentie voor de videokaart
(zie Voorkeurinstellingen).
Kies de juiste frequentie voor de
videokaart met behulp van de
handleiding van de videokaart en de
Voorkeurinstellingen.
(De maximale frequentie hangt af van