Voor veilig gebruik
Let op het volgende bij installatie en gebruik van de projector.
• Pas op voor condensatie.
Als de projector plotseling naar een warmere locatie wordt gebracht of de
kamertemperatuur plotseling toeneemt, kan de vochtigheid in de lucht
condenseren op de lens of spiegel ten koste van de geprojecteerde beelden.
Wacht in dit geval even en zorg ervoor dat het vocht is verdampt voordat u
de projector weer gaat gebruiken.
• Installeer de projector niet op een plaats met een hoge of lage temperatuur.
Als u dit toch doet kan dit storingen veroorzaken. Het temperatuurbereik
voor de gebruiks- en opslagomgeving is als volgt.
• Gebruiksomgeving: 0 °C tot 45 °C, 20% tot 85% RV
• Opslagtemperatuur: -20 °C tot 60 °C
• Wanneer u de projector op een hoogte van meer dan 2.300 m gebruikt:
Pas de installatie-instellingen voor de projector aan in het menu (P136).
• Laat bij het installeren van de projector ten minste 50 cm ruimte vrij tussen
de luchtin-/uitlaatroosters aan elke kant van de projector en de muren. Laat
een ruimte van ten minste 2 cm vanaf de onderkant van de projector vrij.
Aan de onderkant van de projector bevindt zich een luchtinlaatrooster. Als u
onvoldoende ruimte vrij houdt, kan zich hitte in de projector ontwikkelen
Voorzichtig
waardoor de projector beschadigd kan raken.
Ten minste
50 cm
• Plaats geen voorwerpen boven op de projector die door de hitte kunnen
vervormen of verkleuren.
• Installeer de projector niet nabij elektrische hoogspanningsleidingen of een
elektrische stroombron. Dit kan leiden tot storingen.
• Als u gedurende enige tijd hetzelfde beeld en vervolgens een ander beeld
projecteert, kan er een nabeeld achterblijven. Dit is inherent aan LCD-
panelen en wijst niet op een probleem. Bij normale projectie verdwijnt het
nabeeld na enige tijd.
Voorzichtig
Ten minste
50 cm
Ten minste
50 cm
20
Ten minste
50 cm
Ten minste
2 cm