remwerking, waardoor u de macht over
het stuur zou kunnen verliezen met een
ongeluk als gevolg.
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
Remlichtschakelaars
1
2
(a)
(b)
1. Remlichtschakelaar
2. Stelmoer remlichtschakelaar
Het remlicht, dat wordt geactiveerd door het
rempedaal en de remhendel, moet oplich-
ten nét voordat de remmen aangrijpen. Stel
de remlichtschakelaar achter indien nodig
als volgt af. De remlichtschakelaar voor
dient te worden afgesteld door een Yamaha
dealer.
Verdraai de stelmoer van de achterste rem-
lichtschakelaar en houd daarbij de remlicht-
schakelaar vast. Draai de stelmoer in de
richting (a) om het remlicht eerder te laten
branden. Draai de stelmoer in de richting (b)
om het remlicht later te laten branden.
6-23
DAU22273
Controleren van voor- en achter-
remblokken
De remblokken in de voor- en achterrem
moeten worden gecontroleerd op slijtage
volgens de intervalperioden voorgeschre-
ven in het periodieke smeer- en onder-
houdsschema.
Remblokken voorrem
1. Slijtage-indicatorgroef remblok
De remklauwen van de voorrem zijn voor-
zien van twee rembloksets.
Elk voorremblok heeft één of twee slijtage-
indicatorgroeven, zodat het remblok op slij-
tage kan worden gecontroleerd zonder de
rem te hoeven demonteren. Let op de slijta-
ge-indicatorgroeven om de remblokslijtage
te controleren. Wanneer een remblok zover
DAU22392
DAU43062
1
1
6