Samenvatting van Inhoud voor Fronius PlasmaModule 10
Pagina 53
Voor de ingebruikname Algemeen Gebruik overeenkomstig de bedoeling Omgevingsfactoren Netaansluiting Generatormodus Digitale plasmagasregeling Installatie Algemeen Installatie Verbindingsleidingpakket op de TIG-stroombron aansluiten Plasmalasbrander aansluiten Beschermgas en plasmagas aansluiten PlasmaModule 10 en WIG-stroombron met robotbesturing verbinden Inbedrijfstelling Algemeen Inbedrijfstelling Aanwijzingen voor de werkzaamheid...
Pagina 54
Plasmalasstroom Het Setup-menu Algemeen Gas Setup Menu Setup Menu Setup niveau 2 (2nd) Correctiefactoren Signalen voor de robotmodus Algemeen Overzicht Signalen voor de robotmodus Signaalverloop Toepassingsvoorbeeld Belangrijke aanwijzingen voor robotmodus Storingsdiagnose en storingen opheffen Algemeen Weergegeven servicecodes Storingsdiagnose en storingen opheffen Verzorging, onderhoud en recycling Algemeen Bij elke ingebruikstelling...
Veiligheidsvoorschriften Verklaring veili- WAARSCHUWING! gheidsaanwijzin- Duidt op een onmiddellijk dreigend gevaar. ▶ Wanneer dit gevaar niet wordt vermeden, heeft dit de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. GEVAAR! Duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie. ▶ Wanneer deze situatie niet wordt vermeden, kan dit de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
Het gaat om uw eigen veiligheid! Gebruik overeen- Het apparaat is uitsluitend bestemd voor werkzaamheden overeenkomstig het bedoelde komstig de gebruik. bedoeling Het apparaat is uitsluitend voor de op het kenplaatje vermelde laswerkzaamheden bestemd. Ieder ander of afwijkend gebruik geldt als gebruik niet overeenkomstig de bedoeling. De fabrikant is niet aansprakelijk voor de hieruit voortvloeiende schade.
Verplichtingen Alle personen die met het apparaat moeten werken, verplichten zich vóór aanvang van van het personeel de werkzaamheden: de fundamentele voorschriften over arbeidsveiligheid en ongevallenpreventie na te leven deze bedieningshandleiding, met name het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften", te lezen, en door het zetten van hun handtekening te bevestigen dat zij deze hebben begrepen en zullen naleven.
Personen, vooral kinderen, tijdens het gebruik van het apparaat en tijdens het lassen van de werkplek weghouden. Bevinden zich echter nog personen in de omgeving, dan: wijst u deze op alle mogelijke gevaren (schade aan de ogen door het licht van de boog, letstel door vonken, schadelijke lasrook, geluidsbelasting, risico van schokken door net- of lasstroom, enz.) stelt u geschikte veiligheidsmiddelen ter beschikking of...
Als er niet wordt gelast, het ventiel van de beschermgasfles of de hoofdgaskraan sluiten. Gevaar door von- Vonken kunnen brand en explosies veroorzaken. Voer nooit laswerkzaamheden uit in de nabijheid van brandbare materialen. Brandbare materialen moeten ten minste 11 meter (36 ft. 1.07 in.) van de boog verwij- derd zijn of worden voorzien van een betrouwbare afdekking.
Het apparaat op een stroomnetwerk zonder randaarde of een stopcontact zonder ran- daardecontact aansluiten is alleen toegestaan als alle nationale bepalingen voor veilige scheiding worden nageleefd. Anders geldt dit als grof nalatig. De fabrikant is niet aansprakelijk voor hieruit voort- vloeiende schade.
EMV-maatregelen In uitzonderlijke gevallen kan er, ondanks het naleven van de emissiegrenswaarden, sprake zijn van beïnvloeding van het geëigende gebruiksgebied (bijvoorbeeld als zich op de installatielocatie gevoelige apparatuur bevindt of als de installatielocatie is gelegen in de nabijheid van radio- of televisieontvangers). In dit geval is de gebruiker verplicht adequate maatregelen te treffen om de storing op te heffen.
Pagina 62
Tijdens het gebruik Controleren of alle afdekkingen zijn gesloten en alle zijdelen correct zijn gemon- teerd. Alle afdekkingen en zijdelen gesloten houden. Het uitsteken van de lasdraad uit de lastoorts levert een hoog risico op letsel op (verwon- dingen aan handen, gezicht, ogen, enz.). Houd de lastoorts daarom altijd weg van het lichaam (apparaten met draadaanvoerunit) en gebruik een geschikte veiligheidsbril.
Eisen aan het Vooral bij ringleidingen kan verontreinigd beschermgas leiden tot schade aan de appara- beschermgas tuur en tot een vermindering van de laskwaliteit. Het beschermgas moet aan de volgende kwaliteitseisen voldoen: Deeltjesgrootte van vaste stoffen < 40 µm Druk-dauwpunt < -20 °C Max.
Veiligheidsmaa- Een omvallend apparaat kan resulteren in levensgevaar! Plaats het apparaat stabiel op tregelen op de een vlakke, vaste ondergrond. opstelplaats en Een hellingshoek van maximaal 10° is toelaatbaar. bij transport In brand- en explosiegevaarlijke ruimten gelden bijzondere voorschriften. Houd u aan de betreffende nationale en internationale bepalingen. Zorg er door middel van instructies en controles binnen het bedrijf voor dat de omgeving van de werkplek altijd schoon en overzichtelijk is.
Gebruikt u toch andere systeemcomponenten of een ander koelmiddel en ontstaat hier- door schade, dan is de fabrikant hiervoor niet aansprakelijk en vervalt elke aanspraak op garantie. Cooling Liquid FCL 10/20 is niet ontvlambaar. Koelmiddel op basis van ethanol is onder bepaalde omstandigheden ontvlambaar.
(zoals de rele- vante productnormen van de normenreeks EN 60 974). Fronius International GmbH verklaart dat het apparaat voldoet aan richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is online beschikbaar op: http:// www.fronius.com Apparaten die zijn voorzien van het CSA-testsymbool, voldoen aan de eisen van de rele- vante Canadese en Amerikaanse normen.
Pagina 67
Factory - PlasmaModule terugstellen tweede niveau van het Setup-menu Setup-menu niveau 2 (2nd) Controle doorstroming Correction - Gascorrectie Setting - landeninstelling (Standaard / USA) Ignition Time-Out - Tijdsduur tot veiligheidsuitschakeling na mislukte ontsteking. Arc (Lasboog) - Controle lasboog-insnoering Fronius International GmbH, www.fronius.com...
De volgende plasmala- sprocedures worden onderscheiden: Microplasmalassen (Soft)-plasmalassen Keyhole-plasmalassen Plasmasolderen Stroombronnen De PlasmaModule 10 kan met de volgende stroombronnen werken: voor plasmalas- MagicWave 2200 MagicWave 2500 / 3000 MagicWave 4000 / 5000 TransTig 800 / 2200 TransTig 2500 / 3000...
Het koelapparaat overeenkomstig de betreffende plasmalasbrander en de toepas- sing uitkiezen! OPMERKING! Bij het plasmalassen wordt afhankelijk van de toepassing de inschakelduur van de WIG-stroombron verminderd. Werkingsprincipe plasmalassen Drukverminderaar beschermgas TIG-stroombron Koelapparaat Digitale PlasmaModule 10 met digitale plasmagasregeling Drukverminderaar plasmagas...
Hogere lassnelheid Het onderdompelen van de wolfraamelektrode in het lasbad is niet mogelijk Langere levensduur van de brander (bij optimale branderkoeling) Toepassingsge- De digitale PlasmaModule 10 kan worden ingezet bij geautomatiseerde en handmatige bieden toepassingen, bijv.: in de automobiel- en toeleveringsindustrie...
Verbindingsleidingpakket PlasmaModule 10 - MagicWave / TransTig Luchtfilter Ontvanger PlasmaModule Stromingscontrole PlasmaModule (voor het inbouwen in de ontvanger PlasmaMo- dule) OPMERKING! Bij het gebruik van de PlasmaModule 10 op de ontvanger PlasmaModule is daar- naast de optie Stroomcontrole PlasmaModule noodzakelijk!
Bedieningselementen en aansluitingen Algemeen GEVAAR! Onjuiste bediening kan ernstig lichamelijk letsel en grote materiële schade veroor- zaken. Gebruik de beschreven functies pas nadat de volgende documenten volledig zijn gele- zen en begrepen: ▶ deze gebruiksaanwijzing ▶ alle gebruiksaanwijzingen van de systeemcomponenten, in het bijzonder de veili- gheidsvoorschriften...
Voorzijde appa- raat (16) (15) (14) (13) (12) (10) (11) Linker digitaal scherm Linker weergave eenheid afhankelijk van de landeninstelling in het menu Setup is CFH of l/min verlicht Rechter digitaal scherm Rechter weergave eenheid afhankelijk van de landeninstelling in het menu Setup is CFH of l/min verlicht Parameterweergave eenheid afhankelijk van welke parameter in het menu Setup is gekozen, is % of s verlicht LED pilotstroom...
LED Pilot arc on verlicht bij actief plasmaproces Toets Start/Stop om het plasmaproces handmatig te starten / beëindigen om het menu Setup te openen Toets Gascontrole om de plasmagasstroom te controleren om het menu Gascontrole te openen (10) Aansluiting Pilotstroom (-) / Plasmagas voor het aansluiten van de kabel Pilotstroom (-) / Plasmagas van de plasmala- sbrander (11)
Pagina 75
Aansluiting LocalNet gestandaardiseerde aansluitbus voor systeemuitbreidingen (bijv. Robotinterface ROB 3000 of ROB 4000) Aansluiting Plasmagas max. ingangsdruk 7 bar (101,49 psi) Netschakelaar Netkabel...
▶ alle gebruiksaanwijzingen van de systeemcomponenten, in het bijzonder de veili- gheidsvoorschriften Gebruik overeen- De digitale PlasmaModule 10 is uitsluitend bedoeld voor gebruik samen met een ove- komstig de reenkomstige WIG-stroombron en een geschikte plasmabrander (bijv. Fronius PTW bedoeling 1500).
De nettoevoer en de beveiliging daarvan moeten op geschikte wijze worden neergelegd. De technische gegevens op het kenplaatje zijn van kracht. Generatormodus De PlasmaModule 10 is geschikt voor generatoren, als het maximaal afgegeven schijn- baar vermogen van de generator minstens 1,5 kVA bedraagt. OPMERKING! De aangegeven generatorspanning mag in geen geval hoger of lager zijn dan het toegestane gebied van de netspanningstolerantie.
VOORZICHTIG! Gevaar op verwonding door vallende apparaten. Zorg ervoor dat de PlasmaModule 10 en de ontvanger PlasmaModule goed vast zitten. Afzonderlijke onderdelen van de plasmalasinrichting volgens het bedoelde gebruik opbouwen (zie ook sectie "Configuratievoorbeelden")
Verbindingsleidingpakket op de TIG-stroombron TransTig 4000 / 5000 en het koelapparaat FK 4000 R aanslui- Plasmalasbran- der aansluiten Plasmalasbrander op PlasmaModule 10 en op de ontvanger PlasmaModule aansluiten Beschermgas en OPMERKING! plasmagas aan- sluiten Bij de gasvoorziening van een plasmalasinrichting via gasflessen is een afzonder- lijke gasfles voor het plasmagas en een afzonderlijke gasfles voor het bescherm- gas noodzakelijk.
10-polig afstandsbedieningskanaal op aansluiting LocalNet aan de achterzijde van de PlasmaModule 10 en aan de robotinterface voor de PlasmaModule 10 aansluiten 10-polig afstandsbedieningskanaal op aansluiting LocalNet aan de achterzijde van de WIG-stroombron en aan de robotinterface voor de WIG-stroombron aansluiten...
PlasmaModule 10 op het net aansluiten en hoofdschakelaar in stand - I - schakelen BELANGRIJK! Voor een precieze gasregeling moet de PlasmaModule 10 een bepaalde bedrijfstemperatuur aangeven. Bij een omgevingstemperatuur onder 20 °C (68 °F) de PlasmaModule 10 ca. 10 - -15 minuten op nullast laten werken om deze bedrijfstemperatuur te bereiken. VOORZICHTIG! Risico op ernstige materiële schade aan de PlasmaModule 10 door een verkeerd...
Plasmalasstroom I (A) (1) (2) (3) t (s) Gas (l/min) t (s) I (A) (10) t (s) Gas (l/min) (10) t (s) Lasstroom Pilotstroom Beschermgas Plasmagas Voorstroom beschermgas DownSlope-stroom Startstroom Eindkraterstroom UpSlope-stroom Nastroom beschermgas Hoofdstroom Voorstroom plasmagas Grondstroom (10) Nastroom plasmagas...
Het Setup-menu Algemeen Het Setup-menu maakt het eenvoudig aanpassen mogelijk van de in het apparaat opge- slagen parameters van verschillende taken: In de Gas Setup worden de parameters voor plasmagasvoorziening ingesteld. In het Setup-menu vindt u parameters met onmiddellijke uitwerking op het plasma- proces.
Waarden van de parameters met instelwiel veranderen Druk op de toets Store om het menu Setup te verlaten Parameters voor het plasmaproces I pilot arc - stroom voor de pilotlichtboog Eenheid Instelbereik 3,0 - 30,0 Fabrieksinstelling Factory - PlasmaModule 10 opnieuw instellen...
Toets Store 2 sec. ingedrukt houden om de fabrieksinstelling te herstellen. Als op het display "PrG" wordt weergegeven, zijn de parameters van de PlasmaModule terug- gezet naar de fabrieksinstelling. BELANGRIJK! Bij het terugzetten van de PlasmaModule naar de fabrieksinstelling gaan de instellingen in het menu Setup verloren.
Pagina 86
Controle doorstroming Eenheid Instelbereik ON / OFF (AAN / UIT) Fabrieksinstelling ON (AAN) Stand "ON" (AAN) doorstromingscontrole blijft continu ingeschakeld Stand "OFF" (UIT) doorstromingscontrole blijft continu uitgeschakeld Correction - gascorrectie Eenheid Instelbereik AUT / 1,0 - 10,0 Fabrieksinstelling AUT (komt overeen met een correctiefactor van 1,76 en dus argon 100%) Meer correctiefactoren voor andere plasmagassen vindt u in de tabel Correctiefacto- ren.
Arc (lichtboog) - controle afgebroken lichtboog: Tijdsduur tot veiligheidsuitschakeling na het afbreken van de lichtboog Eenheid sec. Instelbereik 0,1 - 9,9 Fabrieksinstelling BELANGRIJK! Controle afgebroken lichtboog is een veiligheidsfunctie en kan niet worden gedeactiveerd. Correctiefactoren Plasmagas Samenstelling DIN EN Gas min. I1 100 % Ar 1,76 0,2 l...
Signalen voor de robotmodus Algemeen Voor de robotmodus van de PlasmaModule 10 is een robotinterface noodzakelijk. De aansturing van de PlasmaModule 10 kan plaatsvinden via de volgende interfaces: Robotinterface ROB 3000 Robotinterface ROB 4000 Veldbus Overzicht Signaal E / A...
Het signaal Lichtboog stabiel wordt geactiveerd zodra na ontsteking van de pilo- tlichtboog een stabiele pilotlichtboog bestaat. Stroombron gereed (power source ready) Het signaal Stroombron gereed blijft geactiveerd zolang de PlasmaModule 10 gereed voor lassen is. Werkelijke waarde lasstroom (welding current real value) Met het signaal Werkelijke waarde lasstroom wordt de Werkelijke waarde pla- smagas met een spanning van 0 - 10 V aan de analoge uitgang overgedragen.
(3) Lassen aan (welding start) (7) Voorstroomtijd plasmagas (4) Lasboog stabiel (arc stable) (8) Nastroomtijd plasmagas Toepassing- Voorbeeld van de koppeling van de robotinterface met de robotbesturing: svoorbeeld Robot PlasmaModul 10 DI Lassen aan (*) +24 V DO Lasboog stabiel (*) X2:4 X2:12 AI Richtwaarde hoofdstroom + (*)
Pagina 91
Kies op de stekker X14/1 welke spanning naar de digitale uitgangen van de robotinter- face wordt geschakeld: 24 V externe spanning van de digitale uitgangskaart van de robotbesturing of Voedingsspanning van stroombron (24 V secundair): een band tussen X14/1 en X14/7 aanbrengen...
Algemeen De digitale PlasmaModule 10 is voorzien van een intelligent veiligheidssysteem dat zon- der zekeringen werkt. Na het verhelpen van een mogelijke storing kan de PlasmaModule 10 weer correct gebruikt worden zonder dat er zekeringen vervangen hoeven te worden. GEVAAR! Een elektrische schok kan dodelijk zijn.
Pagina 93
Oorzaak: Functie Ignition time-out is actief: Binnen de in het Setup-menu ingestelde tijdsduur is geen geleiding tot stand gekomen. De veiligheidsuitschakeling van de PlasmaModule 10 heeft ingegrepen Remedie: Meermaals de toets Start/Stop indrukken; het werkstukoppervlak reinigen; eventueel in "Setup-menu: niveau 2" de tijdsduur tot de veiligheidsschake-...
Err | 70.3 Oorzaak: Kalibratiefout: ingangsdruk bij het drukregelingsventiel is te hoog of drukre- gelingsventiel is defect. Remedie: Ingangsdruk bij drukregelingsventiel naar hoogstens 7 bar (101.49 psi.) ver- lagen of drukregelingsventiel vervangen Err | 70.3 opheffen door het indruk- ken van de toets Store Err | 70.4 Oorzaak: Stelventiel defect...
Verzorging, onderhoud en recycling Algemeen De PlasmaModule 10 heeft onder normale bedrijfsomstandigheden slechts minimale ver- zorging en onderhoud nodig. Enkele punten verdienen echter aandacht, om de plasma- lasinstallatie jarenlang gebruiksklaar te houden. GEVAAR! Gevaar voor een elektrische schok. Een elektrische schok kan dodelijk zijn.
Gemiddelde verbruikswaarden bij het lassen Gemiddeld ver- Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij een draadtoevoersnelheid van 5 bruik van draade- m/min lektroden bij het Draadelek- Draadelek- Draadelek- MIG/MAG-lassen trode met een trode met een trode met een diameter van diameter van diameter van 1,0 mm 1,2 mm...
Technische gegevens Algemeen OPMERKING! Gebruik van een elektrische installatie met onvoldoende capaciteit kan ernstige materiële schade tot gevolg hebben. De nettoevoer en de beveiliging daarvan moeten op geschikte wijze worden neergelegd. De technische gegevens op het kenplaatje zijn van kracht. Technische gege- Netspanning 230 V...
Op de volgende internetpagina is een overzicht te vinden van de kritieke grondstoffen die fen, productiejaar dit apparaat bevat: van apparaat www.fronius.com/en/about-fronius/sustainability. Productiejaar van apparaat berekenen: Elk apparaat is van een serienummer voorzien Het serienummer bestaat uit acht cijfers, bijvoorbeeld 28020099...