Voor uw veiligheid Gebruiksaanwijzing in acht nemen Elk gebruik van de gastransmitter veronderstelt de precieze kennis en het naleven van deze gebruiksaanwijzing. De gastransmitter mag alleen worden gebruikt zoals voorgeschreven. Onderhoud en reparaties Reparaties aan de gastransmitter en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door deskundigen worden verricht.
Gebruiksdoeleinde De infrarood-gastransmitter Dräger PIR 3000 is bestemd voor de stationaire, per- manente bewaking van de concentratie van koolwaterstofhoudende, brandbare gassen en dampen in de omgevingslucht. De gastransmitter is af fabriek geconfigureerd voor de gassen methaan, propaan en ethyn (ethyleen).
Ex-toelating De Ex-toelatingen zijn van toepassing voor het gebruik van het instrument in mengsels uit brandbare gassen of dampen en lucht onder atmosferische omstandigheden. De Ex-toelatingen zijn niet van toepassing voor het gebruik in een zuurstofverri- jkte omgeving. Als de behuizing onbevoegd wordt geopend, vervalt de EX-toelating. —...
Gastransmitter installeren De gastransmitter mag alleen door deskundigen (bijv. personeel van Dräger Saf- ety) worden geïnstalleerd onder inachtneming van de desbetreffende voorschriften. Installatie en inbedrijfstelling zijn beschreven in de "Dräger PIR 3000 installatie-ins- tructie" die bijgesloten is bij de gastransmitter. Montageplaats Het beschermende effect van de gastransmitter is afhankelijk van de gekozen montageplaats.
Het is aan te bevelen de meegeleverde bescherming tegen spatwater (1) en de kalibratie-adapter (2) te gebruiken om een verhoogd maat aan dichtheid tegen waterstralen en resistentie tegen vuil te bereiken. Het spatscherm wordt beveiligd door een op te schroeven bevestiging die gelijktij- dig als kalibratie-adapter dient.
Elektrische installatie AANWIJZING Indien aanwezig: Wordt de connector van de gastransmitter niet meer gebruikt, dan moet deze vóór de elektrische installatie worden verwijderd. Knip daartoe de leidingen met een passend gereedschap direct voor de verbindingsstekker door, isoleer ze en breng passende adereindhulzen aan. De gehele bedrading moet voldoen aan de eisen van de plaatselijke voorschriften inzake installatie van elektrische apparatuur op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (Ex-gebieden).
— De verbindingsleidingen tussen centraal apparaat en gastransmitter moeten een voldoende lage weerstand hebben, om een correcte voedingsspanning op de gastransmitter te waarborgen. De maximale weerstand per draad wordt bere- kend m.b.v. van de volgende formule 2,5 x U – 25 maximale weerstand per draad : spanning (in Volt) die door het centrale apparaat gevoed wordt (normaliter afhankelijk van de voorzieningsspanning van het cen-...
Inbedrijfstelling De infrarood-gastransmitter Dräger PIR 3000 is af fabriek geconfigureerd en is na de installatie onmiddellijk gereed voor gebruik. Ter voorkoming van foutieve alarmen dient de alarmgeving van het centrale ap- paraat te worden gedeactiveerd. De gastransmitter voert na inschakelen van de voedingsspanning automatisch een zelftest uit (10 seconden) en werkt dan automatisch met de af fabriek inge- stelde kalibratie (zie bladzijde 38) en gascategorie.
(zie bladzijde 47, onderhoud). Voor de functionele controle en kalibratie dient de infrarood-gastransmitter Dräger PIR 3000 te worden voorzien van nulgas en testgas. Hiertoe vindt de gastoevoer naar keuze plaats met — de kalibratie-adapter in combinatie met het spatscherm (zie pagina 5, inbe- grepen in de levering) of —...
Pagina 39
40 en 70 % van het meetbereik. De infrarood-gastransmitter Dräger PIR 3000 kan ook worden gebruikt om andere als de hierboven genoemde gassen te meten. Meer informatie vindt u op bladzijde 43 onder "Reservegaskalibratie".
Configuratie van de gastransmitter met behulp van de magneetpen Op de infrarood-gastransmitter Dräger PIR 3000 kunnen met behulp van een magneetpen (zie "Accessoires/reserveonderdelen" op bladzijde 54.) de volgende instellingen tot stand worden gebracht: — Automatische nulpuntafstelling. — Handmatige nulpuntkalibratie van het uitgangssignaal.
Handmatige nulpuntkalibratie van het uitgangssignaal Alarmgeving van het centrale apparaat deactiveren. 1 Gastransmitter via de kalibratie-adapter met stikstof, synthetische lucht of verse lucht begassen en wachten tot de meetwaarde stabiel is. 2 Magneetpen in het bereik plaatsen dat met het symbool " "...
Handmatige gevoeligheidskalibratie van het uitgangssignaal De gevoeligheidskalibratie van de gastransmitter is alleen mogelijk als voldaan is aan de volgende voorwaarden: — De laatste nulpuntkalibratie van het instrument werd gedurende de laatste uur uitgevoerd. — De kalibratiegasconcentratie is voldoende hoog om een weergave van min. ca.20 % LEL op het instrument tot stand te brengen.
De gastransmitter keert in dit geval terug naar de meetmodus zonder het te bevestigen kalibratiesignaal. Reservegaskalibratie De infrarood-gastransmitter Dräger PIR 3000 kan ook worden gebruikt om andere gassen en dampen te meten. De volgende tabel bevat informatie die hiervoor noo- dzakelijk is (zie ook "Kalibratie"...
Signaaloverdracht controleren, alarmgeving controleren en gascategorie weergeven De gastransmitter beschikt over de mogelijkheid ook zonder begassing met een testgas een uitgangssignaal van 80 % de meetbereikseindwaarde te genereren. Dit 80%-signaal kan worden gebruikt om — de signaaloverdracht aan het centrale apparaat te controleren, —...
— Dit signaal wordt gehouden voor 30 seconden. Daarna keert de gastransmitter terug naar de normale meetmodus. — Het display van het centrale apparaat is nu afgestemd op het uitgangssignaal van de gastransmitter. Alarmgeving van het centrale apparaat reactiveren. AANWIJZING De afstemming van het centrale apparaat op het transmittersignaal m.b.v.
Pagina 46
Magneetpen verwijderen. De gastransmitter wisselt naar een uitgangssignaal dat overeenstemt met de actueel ingestelde gascategorie (overeenkomstig de volgende tabel): Gascategorie Weergave [%LEL] Methaan Propaan 10.4 Ethyn (ethyleen) 13,6 Dit signaal wordt gehouden voor 30 seconden. Gedurende dit interval kunt u het volgende gas uit de tabel kiezen door de magneetpen op het bereik te plaatsen dat met het symbool "...
Onderhoud In regelmatige intervallen, die door de persoon dienen te worden bepaald die aansprakelijk is voor de gasa- larminstallatie, onder inachtneming van de plaatselijke omstandigheden: Visuele controle om beschadigingen en vervuiling te palen. Let vooral op een vri- je gastoevoer naar de gastransmitter. Als de gastoevoer naar de transmitter be- lemmerd is, b.v.
Storingen, oorzaak en oplossingen Storing Oorzaak Oplossing Geen uitgangssignaal Gastransmitter wordt niet voorzien van Controleer de stroomvoorziening en de stroom polariteit. Gastransmitter defect Gastransmitter door de service van Drä- ger Safety laten controleren. Transmitter-uitgangssignaal en het dis- Het centrale apparaat is niet afgestemd Stem het centrale apparaat af op de play van het centrale apparaat stemmen op de gastransmitter...
Technische gegevens Algemene informatie Functieprincipe gecompenseerde infrarood-absorptie Standaard meetbereik 0 tot 100 %LEL Standard gevoeligheid 0,16 mA/% LEL Standaard gascategorieën Methaan, propaan, ethyn (ethyleen) Uitgangssignaal 4 tot 20 mA Voorziening 10 tot 30 V DC 0,5 A Inschakelstroom (2 ms) 2 W Opgenomen vermogen Aansluitschroefdraad...
Meettechnische eigenschappen Digitale oplossing van de meetwaarden ±0,5 %LEL ±2 %LEL Reproduceerbaarheid ±5 %LEL Lineariteitsfout Temperatuurinvloed, –40 tot 65 ±3 %LEL Nulpunt Gevoeligheid (rel. verandering van het display bij 50 %LEL) ±0,06 % / Invloed van de vochtigheid, 0 tot 100 % RV bij 40 ...
Kruisgevoeligheden De gastransmitter meet de concentratie van een groot aantal koolwaterstoffen. Af fabriek zijn de kalibratieparameters opgesla- gen voor de gassen methaan, propaan en ethyn (ethyleen). Er kunnen bovendien ook koolwaterstoffen worden gemeten. In het volgende voorbeeld zijn typische indicatiewaarden voor enkele koolwaterstoffen aangegeven, indien de gastransmitter gekalibreerd is voor de betreffende gascategorie.
Opbouw en werkwijze De infrarood-gastransmitter Dräger PIR 3000 is een gastransmitter ter bepaling van de concentratie van gassen en dampen in de omgevingslucht. Het meetprin- cipe is gebaseerd op de concentratieafhankelijke absorptie van infraroodstraling in de te meten gassen. De te bewaken omgevingslucht diffundeert door een sinterelement in de drukvast gekapselde meetcuvette.
3/4" NPT, type IDS 0001 Dräger PIR 3000 compl. set d 68 11 180 aansluitschroefdraad 3/4" NPT, type ITR 0010 Dräger PIR 3000 compl. set d CCCF 68 12 505 aansluitschroefdraad 3/4" NPT, type ITR 0010 Dräger PIR 3000...