Bediening in de auto-SIM-modus
De SIM-kaart en de contactpunten van de kaart kunnen
!
gemakkelijk door krassen of buigen worden beschadigd.
Wees daarom voorzichtig wanneer u de kaart vastpakt,
plaatst of verwijdert.
Schakel de carkit uit voordat u de SIM-kaart installeert.
Druk voorzichtig op het palletje op
de behuizing van de radio-unit (1)
om het klepje te openen en
omhoog te tillen (2).
Schuif de SIM-kaarthouder (3) in
de aangegeven richting om deze
te ontgrendelen.
Open de SIM-kaarthouder door
deze omhoog te tillen (4).
22
Plaats de SIM-kaart voorzichtig in
de houder (5). Zorg ervoor dat de
SIM-kaart juist is geplaatst en dat
de goudkleurige contactpunten
naar u toe zijn gericht.
Duw de SIM-kaarthouder weer op
zijn plaats. Klik de houder vast
door deze in de aangegeven
richting te schuiven. Sluit het
klepje van de radio-unit.
Toegangscodes voor de auto-SIM-kaart
PIN-code (4-8 cijfers):
De PIN-code (Personal Identification Number) beschermt de
auto-SIM-kaart tegen ongeoorloofd gebruik. De PIN-code
wordt gewoonlijk bij de SIM-kaart verstrekt.
Bij sommige serviceproviders kunt u ervoor kiezen dat u bij
het inschakelen geen PIN-code hoeft in te voeren.
PIN2-code (4-8 cijfers):
De PIN2-code wordt bij sommige auto-SIM-kaarten
verstrekt en is nodig om bepaalde functies te activeren.
De PUK-code en PUK2-code (8 cijfers):
De PUK-code (Personal Unblocking Key) is vereist voor het
wijzigen van een geblokkeerde PIN-code. De PUK2-code is
vereist voor het wijzigen van een geblokkeerde PIN2-code.
Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.