7 . Q u i c k P r i n t - b e h e e r
Systeemvereisten
DOS-commandoregels gebruiken
7 - 2
De minimum systeemvereisten voor Quick Print zijn als volgt:
•
Besturingssysteem Windows XP Professional
•
733-MHz processor
•
Minimaal 256 MB RAM
•
200 MB vrije ruimte op de vaste schijf voor installatie van het
programma
•
Vrije ruimte op de vaste schijf voor gebruik van het programma
OPMERKING: De vereiste hoeveelheid vrije ruimte op de vaste
schijf is afhankelijk van de omvang van de opdrachten.
In dit hoofdstuk wordt informatie gegeven over het gebruik van
DOS-commandoregels om opdrachtverzending met Quick Print te
automatiseren.
U kunt een batch (een lijst DOS-commando's) schrijven en
uitvoeren om meerdere opdrachten in Quick Print af te drukken
zonder weergave van de gebruikersinterface of tussenkomst van
de gebruiker. In Quick Print worden de gespecificeerde bestanden
volgens het opgegeven aantal exemplaren op de opgegeven
printer afgedrukt, waarna Quick Print wordt afgesloten. Alle
overige opdrachtkaartkenmerken zijn standaardwaarden
(standaardwaarden kunnen willekeurige opdrachtkaartwaarden
in het RDO-document zijn).
Het initiërende programma activeert Quick Print via de volgende
commandoregel:
domgr "<padnaam/bestand>" /b "<printerwachtrij>"
<aantal afdrukken>
Als een ongeldige bestandsnaam is ingevoerd, wordt er een fout
weergegeven. U kunt de commandoregel opnieuw invoeren met
een geldige bestandsnaam. Als er een ongeldige printernaam is
ingevoerd, verschijnen er geen foutberichten, maar het venster
Printerinstellingen verschijnt waarin u een bestaande printer kunt
selecteren of de gewenste printer kunt toevoegen. In deze
gevallen is interactie van de gebruiker vereist.
Als een ongeldig aantal afdrukken is opgegeven, wordt via
Quick Print het gespecificeerde bestand afgedrukt met het aantal
afdrukken 1 (standaardwaarde) op de opgegeven printer, waarna
Quick Print wordt afgesloten.
F r e e F l o w S c a n n e r 6 6 5 E H a n d l e i d i n g v o o r d e s y s t e e m b e h e e r d e r