3.
Druk op + of - totdat Loader op de onderste regel van het LCD-scherm staat. Druk op Enter om
de opdracht te selecteren.
4.
Druk op + of - totdat het gewenste SCSI-ID-nummer op het scherm staat. Druk op Enter. Op het
scherm verschijnt het bericht Cycle Power for New SCSI ID (Opnieuw opstarten voor
nieuw SCSI-ID-nummer).
5.
Schakel de autoloader uit en zet deze weer aan. Het geselecteerde SCSI-ID-nummer is nu van
kracht.
OPMERKING:
inschakelen en uw backupsoftware opnieuw configureren voordat u de autoloader kunt gebruiken.
Raadpleeg de hard- en softwarehandleidingen voor meer informatie.
Werkstanden van de autoloader
Overzicht
De werkstand is afhankelijk van uw configuratie: u kunt automatiseringssoftware voor het bedienen
van de cartridges in de autoloader, wanneer deze in de stand Random (Willekeurig) staat,
gebruiken of handmatig cartridges plaatsen en verwijderen met behulp van de knoppen op het
bedieningspaneel van de autoloader, wanneer deze in de stand Stacker (Stapelstand) of Sequential
(Sequentiële stand) staat. De autoloader herkent gewoonlijk automatisch de vereiste stand; u kunt
echter ook de standen wijzigen vanuit het menu Configuration (Configuratie).
OPMERKING:
apparaat offline zetten om opdrachten vanaf het bedieningspaneel te kunnen uitvoeren,
configuraties te wijzigen of het diagnoseprogramma uit te voeren.
•
Stand Automatic (Automatisch) (Ultrium 960 en Ultrium 448): De standaardinstelling is de stand
Automatic (Automatisch), waarmee de autoloader kan schakelen tussen de standen Random
(Willekeurig) en Sequential (Sequentieel) afhankelijk van de ontvangen SCSI-opdracht. Dit
betekent dat de autoloader in de stand Sequential (Sequentieel) staat todat deze bepaalde
SCSI-opdrachten herkent waardoor de stand Random (Willekeurig) wordt ingeschakeld. U kunt
de autoloader ook configureren voor de stand Sequential (Sequentieel) of Random
(Willekeurig). Als u dit doet, blijft de stand Sequential (Sequentieel) of Random (Willekeurig)
ingeschakeld totdat u opnieuw de stand Automatic (Automatisch) inschakelt in het menu
Configuration (Configuratie); zie pagina 42.
•
Alle overige modellen: De autoloader heeft geen afzonderlijke stand Automatic (Automatisch) en
werkt altijd in de stand Autodetect (Automatische detectie). In deze stand gaat de autoloader er
automatisch van uit dat u geen automatiseringssoftware voor het bedienen van de cartridges of
het regelen van de driveactiviteit gebruikt. Dit is de stand Sequential (Sequentieel). Als de
autoloader vaststelt dat de automatiseringssoftware de driveactiviteit regelt, wordt automatisch
overgeschakeld op de stand Random (Willekeurig).
Als u het SCSI-ID-nummer heeft gewijzigd, moet u ook de hostserver uit- en weer
Bij modellen van de 1/8 Ultrium 960 en Ultrium 448 Tape Autoloader moet u het
Ultrium 960, Ultrium 448, Ultrium 460, Ultrium 230, DLT VS80, SDLT 320
41