Bediening
Bedieningselementen
13
14
15
SCS
30
29
28
27
Nr.
Aanduiding
13
Toets power
14
Indicatie luchtzuiverheid
Blauw licht: hoge luchtzuiverheid
Geel licht: middelmatige luchtzuiverheid
Rood licht: lage luchtzuiverheid
®
15
Indicatie SecoSan
Stick
16
Indicatie HEPA-filter
De LED brandt, als het HEPA-filter moet worden vervangen.
17
Indicatie waterreservoir
18
Indicatie bedrijfsmodus luchtbevochtiging
19
Keuzetoets bedrijfsmodus
20
Keuzetoets ventilatorsnelheid
21
Indicatie bedrijfsmodus luchtbevochtiging met HEPA-filter
22
Indicatie bedrijfsmodus luchtreiniging
23
Indicatie nachtmodus
24
Indicatie ventilator min
25
Indicatie luchtvochtigheid
airwasher zone = comfortzone tussen 40 % - 60 %.
De indicatie geeft de actuele ruimteluchtvochtigheid tot 60% aan,
ook al schakelt het apparaat uit bij 50%.
26
Indicatie ventilator med
27
Indicatie ventilator max
28
Indicatie automaat/permanent bedrijf
29
Indicatie plasmagenerator
30
Toets plasmagenerator
Apparaat inschakelen
ü De watertank is gevuld met vers drinkwater.
ü Het netsnoer is aangesloten op een voldoende afgezekerd
stopcontact.
1. Druk op de toets power (13).
ð Het apparaat wordt ingeschakeld.
5
16
17
18
19
26
25
24
23
22
21
20
Bedieningshandleiding – luchtwasser AW 20 S
Bedrijfsmodus instellen
Bedrijfsmodus
Beschrijving
Luchtbevochtiging De ruimtelucht wordt doorlopend bevochtigd.
Luchtbevochtiging
De ruimtelucht wordt doorlopend bevochtigd.
met HEPA-filter
Daarnaast wordt de lucht door het HEPA-filter
gereinigd.
Luchtreiniging
De ruimtelucht wordt gereinigd.
Ventilatorsnelheid instellen
De volgende tabel geeft een overzicht van de
ventilatorsnelheden:
Bedrijfsmodu
Beschrijving
s
Auto
Regeling van de ventilatorsnelheid in relatie
tot de ruimteluchtvochtigheid.
Bij het bereiken van 50% luchtvochtigheid
stopt het apparaat. Het werkt verder, zodra de
gemeten luchtvochtigheid onder 50% daalt.
Nachtmodus
Het apparaat werkt in de nachtmodus. De
LED-verlichting van het bedieningspaneel
wordt gedimd. De ventilator draait op het
laagste snelheidsniveau.
Bij het bereiken van 50% luchtvochtigheid
stopt het apparaat. Het werkt verder, zodra de
gemeten luchtvochtigheid onder 50% daalt.
Ventilator max De ventilator draait op het maximale
snelheidsniveau, onafhankelijk van de
ruimteluchtvochtigheid.
Ventilator med De ventilator draait op het middelmatige
snelheidsniveau, onafhankelijk van de
ruimteluchtvochtigheid.
Ventilator min De ventilator draait op het laagste
snelheidsniveau, onafhankelijk van de
ruimteluchtvochtigheid.
1. Druk op de keuzetoets voor de ventilatorsnelheid (14), tot
de gewenste ventilatorsnelheid is ingesteld.
ð De bijbehorende indicatie brandt.
Weergave
Weergave
NL