SNELHEIDSREGELAAR
1
Indien de verkeersomstandigheden
dit toelaten, bijvoorbeeld op een
snelweg waar het verkeer vlot door-
stroomt, kunt u de auto met een con-
stante snelheid laten rijden zonder
het gaspedaal aan te raken. U ge-
bruikt hiervoor de snelheidsrege-
laar.
Vanaf 30 km/uur kunt u de snelheid
traploos instellen.
2.14
2
3
Bedieningsknoppen
1 - Hoofdschakelaar Aan-Uit van de
snelheidsregelaar.
2 - Instellen van de gewenste snel-
heid.
3 - Onderbreken van de snelheids-
regelaar en terugroepen van de
ingestelde snelheid.
N.B.:
Houd uw voet niet op het koppe-
lingspedaal.
Controle- en waarschuwings-
lampjes
Dit groene controlelampje
licht op het instrumenten-
paneel op om aan te geven
dat de snelheidsregelaar in werking
is.
De gekozen snelheid wordt op het
instrumentenpaneel
aangegeven
door de boordcomputer 4.
4