Beveiliging
Non-Admin Setup
Changes (Non-
admin-
setupwijzigingen)
TPM Security (TPM-
beveiliging)
Allow Non-Admin Password Changes (Non-admin-
wachtwoordwijzigingen toestaan): deze optie is standaard
ingeschakeld.
Met deze optie kunt u bepalen of wijzigingen van de setupoptie
zijn toegestaan wanneer er een administratorwachtwoord is
ingesteld. Wanneer deze optie is uitgeschakeld, wordt de
setupoptie geblokkeerd door het administratorwachtwoord. Het
kan dan niet worden gewijzigd, tenzij de setup wordt
ontgrendeld. De setup wordt ontgrendeld wanneer er geen
administratorwachtwoord is ingesteld of wanneer het
administratorwachtwoord wordt ingevoerd. Wanneer deze optie
is ingeschakeld, kan de apparaatinstelling worden gewijzigd,
zelfs wanneer andere setupopties zijn vergrendeld met een
administratorwachtwoord.
Allow Wireless Switch Changes (Wijzigingen van de draadloze
schakelaar toestaan): deze optie is standaard uitgeschakeld.
Met deze optie kunt u bepalen of de Trusted Platform Module
(TPM) in het systeem is ingeschakeld en zichtbaar is voor het
besturingssysteem. Wanneer deze optie is uitgeschakeld, wordt
de TPM tijdens de POST niet ingeschakeld door het BIOS. De
TPM werkt niet en is niet zichtbaar voor het besturingssysteem.
Wanneer deze optie wel is ingeschakeld, dan wordt de TPM
tijdens de POST door het BIOS ingeschakeld, zodat deze kan
worden gebruikt door het besturingssysteem.
OPMERKING: Wanneer deze optie wordt uitgeschakeld,
worden er geen instellingen gewijzigd die u hebt ingesteld
voor de TPM, noch worden er informatie of toetsen die u hier
hebt opgeslagen, gewist of gewijzigd. De TPM wordt alleen
uitgeschakeld, zodat deze niet kan worden gebruikt.
Wanneer u deze optie weer inschakelt, werkt de TPM
precies zoals voordat deze werd uitgeschakeld.
Wanneer de TPM is ingeschakeld, kunt u bepalen of de TPM
wordt gedeactiveerd en uitgeschakeld of geactiveerd en
ingeschakeld. U kunt boveniden de eigendomsinformatie wissen
(indien van toepassing) in de TPM. Fysieke aanwezigheid is
impliciet wanneer u deze optie wijzigt. Wanneer "Deactivate"
(Deactiveren) is ingesteld, wordt de TPM gedeactiveerd en
uitgeschakeld. Er worden geen opdrachten uitgevoerd waarvoor
61