Rijst
Volkorenrijst
Witte rijst
Arboriorijst
Quinoa
Peulvruchten
Zwarte bonen
Borlottibonen
Limabonen
(Butter beans)
Kikkererwten
Linzen
Kidneybonen
Sojabonen
Spliterwten
Wasbonen
10
Levensmiddelen ontdooien
De snelkookpan is ook ideaal om bevroren levensmiddelen snel te ontdooien met behoud van de vitamines en de
smaak. Vul de snelkookpan met de bevroren levensmiddelen, voeg vloeistof toe en begin met het snelkookproces,
zoals onder hoofdstuk 7 Gebruik is beschreven. Wanneer u bevroren levensmiddelen volledig gaar wilt laten worden,
verlengt u de in de gaartabel vermelde gaartijden
11
Tips en trucs
- Met de snelkookpan kunt u complete gerechten bereiden. Begin met het gaar laten worden van het levensmiddel dat
de langste gaarduur heeft. Zodra de resterende gaartijd van de gaarduur overeenkomt met de andere levensmiddelen,
laat u de druk af, zoals onder hoofdstuk 8 Varianten voor het aflaten van stoom, variant 4 is beschreven. Voeg de
andere levensmiddelen overeenkomstig hun gaarduur toe en vervolg het gaarproces voor de resterende duur.
- Bij het bereiden van soepen en eenpansgerechten adviseren wij om sterk schuimende ingrediënten eerst met
een geopend deksel gaar te laten worden, het schuim af te schuimen en pas dan onder druk verder gaar te laten
worden. Aan het einde van de gaarduur laat u de druk af, zoals onder hoofdstuk 8 Varianten voor het aflaten van
stoom, variant 1 is beschreven.
- Snijd voor gelijkmatige gaarresultaten alle ingrediënten met dezelfde gaarduur, indien mogelijk, in stukken die
dezelfde grootte hebben.
- Door het garen in de snelkookpan worden de smaak en het aroma van verse kruiden en specerijen evenals van
knoflook of uien krachtiger. Kruid eerst zuinig en, indien gewenst, later nog eens.
- Als vloeistof kunt u niet alleen water toevoegen, maar ook melk of room, tomatensaus, bouillon of kokosmelk.
- Wanneer het gaar geworden gerecht aan het einde van de gaartijd nog te veel vloeistof bevat, verwarm de
snelkookpan onder toezicht zonder deksel op het fornuis tot de vloeistof is verdampt.
Gaarstand 1
Gaarstand 2
20 Min
10 Min
6 Min
2 – 4 Min
Gaarstand 1
Gaarstand 2
6 Min
30 Min
40 Min
45 Min
8 Min
30 Min
35 Min
20 Min
30 Min
Graan, volkorenrijst evenals witte rijst incl. rijst met een
middellange en lange korrel, basmati- of jasmijnrijst dienen
kort voor het verstrijken van de gaartijd van het fornuis te
worden genomen. Wanneer de gaartijd is verstreken, dient
cfm. hoofdstuk 8 Varianten voor het aflaten van stoom,
variant 2 eerst langzaam en dan snel cfm. variant 3 te
worden uitgedampt.
Rijst met een korte korrel, zoals arboriorijst, dient na het
verstrijken van de gaarduur cfm. variant 4 te worden
uitgedampt om overkoken te vermijden.
Peulvruchten zijn zeer goed houdbaar, maar kunnen bij
langdurig bewaren uitdrogen. Daarom zijn de gegevens
in de tabel een grove richtwaarde, die variëren afhankelijk
van de vochtigheidsgraad.
Gedroogde bonen, erwten en linzen worden op een hoge
drukstand gaar gemaakt, kort voor het einde van de gaartijd
van het fornuis genomen en dan zo lang staan gelaten
totdat de druk volledig is verdwenen. Peulvruchten dienen
voor het garen te worden gewassen en zorgvuldig uit te
druppelen. Het is niet noodzakelijk om deze te weken.
Peulvruchten zwellen tijdens het koken enorm op. Daarom
mag de snelkookpan maximaal tot
te sterk schuimen tijdens het gaarproces te vermijden,
dient per halve kop peulvruchten 1 theelepel boter of
plantaardige olie te worden toegevoegd. Om te vermijden dat
peulvruchten hard worden, voegt u pas na het beëindigen
van het gaarproces zout toe.
.
1
⁄
worden gevuld. Om
3
69