Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

De Snelheidswaarde Wijzigen; Eindtest En Inbedrijfstelling; Eindtest; Inbedrijfstelling - Nice Dpro924 Handleiding Voor Installatie En Gebruik

Inhoudsopgave
02.
Stel de DIP-switch
switch A-4 opnieuw in
op ON en bevestig met
de toets P1 gedurende
2 sec.
Op dit punt is het
noodzakelijk om de ope-
ningsreeks, pauzetijd en
sluitingstijd te herhalen.
LET OP! - Als de DIP-switch A-4 op OFF staat, wordt de pauzetijd
geannuleerd.

4.5.3 - De snelheidswaarde wijzigen

Het is mogelijk om de openingssnelheden te wijzigen, door het openen, sluiten
en vertragen te vertragen met het Oview-accessoire of met behulp van de
toetsen.
01.
Stel de DIP-switch 2-B in op ON
= de OK-led knippert snel en
oranje.
02.
Houd de toets P1 ingedrukt tot
het einde van stap 04
03.
Verzend een openings- of sluitingscommando met de toetsen
"OPENEN" of "SLUITEN", afhankelijk van de snelheid die u wilt wijzi-
gen = de deur begint te bewegen
5

EINDTEST EN INBEDRIJFSTELLING

De fasen van het testen en in werking stellen zijn de belangrijkste tijdens de realisering van de automatisering om maximale veiligheid te garanderen. De eindtest
kan ook worden gebruikt om de inrichtingen van de automatisering periodiek te controleren.
Deze fasen moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd en ervaren personeel, dat de benodigde tests moet uitvoeren om de veiligheidsmaatregelen te controle-
ren en dat tevens moet controleren of de wetten, normen en regels op dit gebied in acht worden genomen, in het bijzonder de eisen in de norm EN 12445, die de
testmethoden voor de controle van automatiseringen voor hekken en deuren bepaalt. De extra inrichtingen moeten aan een specifieke test worden onderworpen,
om zowel de werking als de interactie met de besturingseenheid te controleren. Raadpleeg hiervoor de instructiehandleidingen van de betreffende inrichtingen.

5.1 - Eindtest

De volgorde van bewerkingen die moet worden uitgevoerd voor testen, hieronder beschreven, verwijst naar een gebruikelijke installatie(fig. 2):
1 Controleer of alle informatie beschreven in het hoofdstuk "Aanbevelingen voor de installatie" nauwkeurig in acht is genomen.
2 Ontgrendel de motor. Controleer of de poort handmatig geopend en gesloten kan worden met een kracht die niet groter is dan 225N.
3 Blokkeer de motor.
4 Gebruik de besturingsinrichtingen (zender, bedieningsknop, sleutelschakelaar, etc.) om de tests uit te voeren voor het openen, sluiten en stoppen van de poort,
en te controleren of de beweging van de vleugels overeenkomt met de instelling. Er dienen verschillende tests te worden uitgevoerd om de beweging van de
poort te beoordelen en te controleren of er geen sprake is van montage- of afstellingsfouten of ongewenste wrijving.
5 Controleer één voor één of alle veiligheidsinrichtingen in de installatie goed werken (fotocellen, contactlijsten, enz.).
6 Als de gevaarlijke situaties, die zijn veroorzaakt door de beweging van de vleugels, zijn weggenomen door de beperking van de sluitkracht, moet er een kracht-
meting worden uitgevoerd, zoals bepaald door de norm EN 12445.

5.2 - Inbedrijfstelling

De installatie mag pas in werking worden gesteld nadat de besturingseenheid en de andere aanwezige inrichtingen volledig en met positief resultaat zijn getest
(paragraaf 5.1). Het is verboden om de installatie gedeeltelijk of onder "tijdelijke" omstandigheden te laten werken.
1 Het technisch dossier moet samengesteld en minstens 10 jaar bewaard worden en moet ten minste bestaan uit: complete tekening van de automatisering,
schema van de elektrische aansluitingen, risicoanalyse en de bijbehorende genomen maatregelen, conformiteitsverklaring van de fabrikant van alle gebruikte
inrichtingen (gebruik voor de besturingseenheid de bijgevoegde EG-verklaring van overeenstemming), exemplaar van de gebruikshandleiding en het onder-
houdsplan voor de automatisering.
2 Breng op de poort een identificatieplaatje aan met ten minste de volgende gegevens: het type automatisering, naam en adres van de producent (verantwoor-
delijke voor de inbedrijfstelling), serienummer, bouwjaar en CE-merk.
3 Bevestig op permanente wijze in de nabijheid van de poort een etiket of een plaatje met aanwijzingen voor het ontgrendelen en handmatig bewegen van de
poort.
4 Bevestig op permanente wijze een etiket of plaatje met deze afbeelding (minimale hoogte 60 mm) op de poort.
5 Stel de conformiteitsverklaring voor de automatisering op en geef hem aan de eigenaar van de automatisering.
6 Stel de handleiding "Aanwijzingen en aanbevelingen voor het gebruik van de automatisering" op en geef hem aan de eigenaar.
7 Stel een onderhoudsplan (met daarin de voorschriften voor het onderhoud van alle inrichtingen van de automatisering) op en geef hem aan de eigenaar van
de automatisering.
8 – Nederlands
2"
P1
A
ON
OFF
1
2
3
4
B
ON
OFF
1
2
3
P1
04.
• Om de snelheid te verhogen: druk meerdere keren op de toets
OPENEN = elke druk op de toets komt overeen met een toename
van 5%
Of
• Om de snelheid te verlagen: druk meerdere keren op de toets
SLUITEN = elke druk op de toets komt overeen met een afname van
5%
05.
Laat de toets P1 los.
Herhaal de procedure vanaf stap
02 om een nieuwe beweging uit
te voeren
06.
Stel de DIP-switch 2-B in op OFF
= de OK-led knippert regelmatig
en groen.
Opmerking
• Met de toets P1 ingedrukt:
- de OK-led signaleert de stand van de deur:
∙ OK-led groen: bij normale loop
∙ OK-led rood: bij vertraging
- de besturingseenheid sluit de amperometrische regeling uit.
• Aan het einde van de procedure moet de zelfleringsprocedure van
de krachten worden uitgevoerd door de besturingseenheid (5 complete
bewegingscycli: de deur stopt in de gesloten stand. Tijdens het bewegen
knippert de OK-afwisselend rood en groen).
• Met de DIP-switch 2-B is het mogelijk om de bewegingen uitsluitend te
regelen zoals beschreven in Tabel 9.
P1
B
ON
OFF
1
2
3
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave