De cameramodule terugplaatsen
GEVAAR: Lees de veiligheidsinstructies die bij de computer werden geleverd
alvorens u werkzaamheden binnen de computer uitvoert en volg de stappen
in "Voordat u begint" op pagina 11. Volg de instructies in "Na het uitvoeren van
werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer" op pagina 13 nadat
u werkzaamheden aan de binnenkant van de computer hebt verricht. Raadpleeg
voor meer informatie over veiligheidsrichtlijnen onze website over de wet- en
regelgeving op dell.com/regulatory_compliance.
Procedure
1
Lijn de lipjes op de cameramodule uit met de sleuven in de cameraeenheid en klik
de cameramodule vast.
2
Sluit de camerakabel aan op de cameraeenheid en plaats de camera op het
montagekader van het beeldscherm.
3
Plaats de schroeven terug waarmee de cameraeenheid op het montagekader van
het beeldscherm is bevestigd.
Nazorgmaatregelen
1
Volg de instructies van stap 3 tot stap 17 in "Het beeldschermpaneel terugplaatsen"
op pagina 96.
2
Plaats de ventilator van de warmteafleider van de processor terug. Zie "De ventilator
van de warmteafleider van de processor terugplaatsen" op pagina 52.
3
Plaats het binnenframe terug. Zie "Het binnenframe terugplaatsen" op pagina 50.
4
Plaats de afdekplaat van het moederbord terug. Zie "De afdekplaat van het
moederbord terugplaatsen" op pagina 32.
5
Plaats het I/O-paneel terug. Zie "Het I/O-paneel terugplaatsen" op pagina 41.
6
Plaats de standaard terug. Zie "De computerstandaard terugplaatsen" op pagina 22.
7
Plaats het beschermkapje terug. Zie "Het beschermkapje terugplaatsen" op pagina 20.
8
Plaats de achterplaat terug. Zie "De achterplaat terugplaatsen" op pagina 18.
9
Volg de instructies in "Na het uitvoeren van werkzaamheden aan de binnenkant van
uw computer" op pagina 13.
100
|
De cameramodule terugplaatsen