U mag uitsluitend met het apparaat werken als alle veiligheidsvoorzieningen vol-
ledig operationeel zijn. Zijn de veiligheidsvoorzieningen niet volledig operationeel,
dan levert dit potentieel gevaar op voor:
-
-
Niet volledig operationele veiligheidsvoorzieningen moet u, voordat het apparaat
wordt ingeschakeld, door een geautoriseerd bedrijf laten herstellen.
Omzeil veiligheidsvoorzieningen nooit en stel ze nooit buiten werking.
De plaatsen waar de aanwijzingen met betrekking tot veiligheid en gevaren op het
apparaat zijn aangebracht, vindt u in het hoofdstuk 'Algemeen' in de bedienings-
handleiding van het apparaat.
Storingen die de veiligheid in gevaar kunnen brengen, dienen vóór het inschake-
len van het apparaat te worden verholpen.
Het gaat immers om uw veiligheid!
Omgevingscon-
Het gebruik of opslaan van het apparaat buiten het aangegeven bereik geldt niet
dities
als beoogd gebruik. De fabrikant is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende
schade.
Gekwalificeerd
De onderhoudsinformatie in deze bedieningshandleiding is uitsluitend bestemd
personeel
voor gekwalificeerde vakspecialisten. Een elektrische schok kan dodelijk zijn.
Voer geen andere handelingen uit dan de handelingen die in de documentatie zijn
beschreven. Dat geldt ook wanneer u voor dergelijke werkzaamheden bent ge-
kwalificeerd.
Alle kabels en leidingen moeten goed zijn bevestigd, onbeschadigd en geïsoleerd
zijn, en een voldoende dikke kern hebben. Loszittende verbindingen, door hitte
aangetaste of beschadigde kabels, evenals kabels en leidingen met een te dunne
kern moet u direct door een geautoriseerd bedrijf laten herstellen.
Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door een geautori-
seerd bedrijf worden uitgevoerd.
Bij niet-originele onderdelen is niet gewaarborgd dat deze voldoende robuust en
veilig zijn geconstrueerd en geproduceerd. Gebruik uitsluitend originele vervan-
gingsonderdelen (dit geldt ook voor genormeerde onderdelen).
Breng zonder toestemming van de fabrikant geen wijzigingen aan het apparaat
aan.
Onderdelen die niet in onberispelijke staat verkeren, dient u direct te vervangen.
EMV-maatrege-
In uitzonderlijke gevallen kan er, ondanks het naleven van de emissiegrenswaar-
len
den, sprake zijn van beïnvloeding van het geëigende gebruiksgebied (bijvoorbeeld
als zich op de installatielocatie storingsgevoelige apparatuur bevindt of als de in-
stallatielocatie is gelegen in de nabijheid van radio- of televisieontvangers). In dat
geval is de gebruiker verplicht maatregelen te treffen om de storing op te heffen.
8
het leven van de gebruiker of dat van derden;
het apparaat en andere bezittingen van de gebruiker.