Het circuit wordt uitgeschakeld met de
normale uitschakelprocedure.
Het pictogram van de bel op het
display van de regeleenheid beweegt.
String in de alarmlijst:
CxCmp1 OffSuctTempSen
String in het logboek alarmen:
± CxCmp1 OffSuctTempSen
String in snapshot alarm:
CxCmp1 OffSuctTempSen
Reset
Local HMI
Network
Auto
5.6
Versnelde stopzetting-alarmen circuit [Circuit Rapid Stop Alarms]
5.6.1 Fout VFD compressor [Compressor VFD fault]
Dit alarm geeft een abnormale situatie aan waardoor de inverter tot stoppen gedwongen wordt.
Symptoom
De status van het circuit is OFF.
De compressor neemt geen belasting
meer op, het circuit wordt onmiddellijk
gestopt.
Het pictogram van de bel op het
display van de regeleenheid beweegt.
String in de alarmlijst:
CxCmp1 OffVfdFault
String in het logboek alarmen:
± CxCmp1 OffVfdFault
String in snapshot alarm:
CxCmp1 OffVfdFault
Reset
Local HMI
Network
Auto
5.6.2 Overtemperatuur VFD compressor [Compressor VFD OverTemp]
Dit alarm geeft aan dat de temperatuur van de omvormer de veiligheidsgrens heeft overschreden en de omvormer gestopt
moet worden om schade aan de onderdelen te voorkomen. Dit alarm heeft voornamelijk betrekking op een overschrijding
van de bedrijfslimieten van de VFD.
Symptoom
De status van het circuit is OFF.
Het circuit wordt gestopt.
Het pictogram van de bel op het
display van de regeleenheid beweegt.
String in de alarmlijst:
CxCmp1 OffVfdOverTemp
String in het logboek alarmen:
± CxCmp1 OffVfdOverTemp
String in snapshot alarm:
CxCmp1 OffVfdOverTemp
Reset
Local HMI
Network
Auto
D-EOMAC01905-23_00NL- 56/68
De sensor is defect.
De sensor is niet goed aangesloten
(open).
Oorzaak
De inverter werkt in een onveilige
situatie en daarom moet de inverter
gestopt worden.
Oorzaak
Onvoldoende motorkoeling.
Controleer of de sensor goed werkt in
overeenstemming met de informatie
over het bereik voor kOhm (k) in
verband met temperatuurwaarden.
Controleer met een weerstandsmeter
of de sensor kortgesloten is.
Controleer of de sensor op de leiding
van het koelcircuit goed geïnstalleerd
is.
Controleer dat er in de elektrische
contacten van de sensor geen vocht
of water aanwezig is.
Controleer
of
de
aansluitingen goed vast zitten.
Controleer of de bedrading van de
sensoren correct is, ook volgens het
schakelschema.
Opmerkingen
Oplossing
Controleer het alarm-snapshot om de
alarmcode
voor
de
bepalen. Neem contact op met de
technische dienst om het probleem op
te lossen.
Opmerkingen
Oplossing
Controleer de koudemiddelvulling.
Controleer of het werkingsbereik van
het systeem gerespecteerd wordt.
Controleer
de
werking
magneetklep koeling.
Opmerkingen
elektrische
inverter
te
van
de