Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Het Is Mogelijk De Instelling - Daikin Modular L Smart Handleiding

Inhoudsopgave
Instellingen voor alle configuraties
Instelling 17(27)-4: Vooral de snelheid van de ventilator kiezen. De hoge of zeer hoge snelheid kiezen.
Instelling 19(29)-2 en instelling
19(29)-3: De herstellucht en de
lucht van buitenaf afwegen met
de graden van de ventilator
1-15, op basis van de krommen
van de luchtstroom en de
drukdaling van het systeem.

Het is mogelijk de instelling

19(29)-0-04 te activeren.
Waarschwuing: Indien deze NIET
is geactiveerd,
zal het signaal van filter schoon
NIET
gegeven worden op het correcte
moment.
Informatie over de instellingen 19(29)-0-04 en 19(29)-0-05
De configuratie wordt onderbroken, als de gebruikersinterface uitgezet wordt tijdens de activering van
de instellingen 19(29)-0-04 of 19(29)-0-05. Door de gebruikersinterface weer aan te doen, zal de functie
opnieuw geactiveerd worden
vanaf het begin. De voltooiing van de instelling 19(29)-0-04 vereist tussen de 1 en 6 minuten. Het is
mogelijk te controleren of de instelling met succes voltooid is, door na te gaan dat de veldinstelling
overgegaan is naar 0-01. De voltooiing van de instelling 19(29)-0-05 vereist tussen de 3 en 35 minuten.
Het is mogelijk te controleren of de instelling met succes voltooid is, door na te gaan dat de veldinstelling
overgegaan is naar 0-02. Deze instellingen kunnen ALLEEN geactiveerd worden met schone filters.
Ervoor zorgen dat de warmte in het buisje van de eenheden boven en beneden gebalanceerd is. De
functie start zodra deze geselecteerd is en met de gebruiikersinterface aan. De instelling 19(29)-0-04
KAN NIET geconfigureerd worden als de buitentemperatuur ≤-10°C is, waarde buiten de werkingsrange.
De instelling 19(29)-0-05 KAN NIET geconfigureerd worden als de buitentemperatuur ≤5°C is. In dit
geval wordt de fout 65-03 gevisualiseerd en stopt het apparaat De instelling in 19(29)-0-04 wijzigen. De
instelling KAN NIET geconfigureerd worden als er alarmen of fouten zijn. Als de hulpventilatoren gebruikt
worden, is het mogelijk ALLEEN de instelling 19(29)-0-03 te configureren. Het is mogelijk de instellingen
19(29)-0-04 en 19(29)-0-05 te configueren voor meervoudige apparaten met 1 gebruikersinterface.
44
Kiezen tussen 19(29)-0-04 of 19(29)-0-05
Het is mogelijk de instelling
19(29)-0-05 te activeren: het no-
minale punt wordt automatisch
bepaald op het nominale draag-
vermogen (zie het databook voor
de specifieke waarden).
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave