1. Verklaring van symbolen Symbool en verklaring Veilig voor uitvoeren van MRI- onderzoeken Een waarschuwing geeft aan dat de persoonlijke veiligheid Medisch apparaat WAARSCHUWING van de patiënt in gevaar kan zijn. Het negeren van een Volgens de Amerikaanse waarschuwing zou kunnen federale wetgeving mag dit ONLY leiden tot aanzienlijk letsel. hulpmiddel alleen in opdracht van een arts worden verkocht Een aandachtspunt (Let Dit kan ook van toepassing op) geeft aan dat een zijn in andere landen. voorzorgsmaatregel of LET OP onderhoudsprocedure Niet afvoeren met ongesor- moet worden opgevolgd teerd gemeentelijk afval. of uitgevoerd. Het negeren van een aandachtspunt kan Wisselspanning ONLY leiden tot gering letsel of apparatuurschade. Droog houden Aan/Uit (voeding) IP21 Beveiliging tegen voorwerpen van 12,5 mm of IP21...
2. Waarschuwingen, aandachtspunten en contra-indicaties Contra-indicaties • Dit apparaat moet worden gebruikt als een zuurstofaanvulling en is NIET BEDOELD als levensondersteunend of levensbehoudend hulpmiddel. Waarschuwingen • Het apparaat produceert geconcentreerd zuurstofgas dat de verbranding versnelt. GEBRUIK HET APPARAAT NIET WANNEER U ROOKT OF IN DE BUURT VAN OPEN VLAMMEN, LUCIFERS, AARDOLIE, OLIE, VET, OPLOSMIDDELEN, STRAALKACHELS, AEROSOLEN etc. Gebruik alleen lotions of zalven op waterbasis die geschikt zijn voor geconcentreerde zuurstof tijdens de zuurstofbehandeling. • Door geconcentreerde zuurstof kan een brand gemakkelijker ontstaan of zich verspreiden. Laat de neuscanule niet op stoffering of andere stoffen zoals beddengoed of persoonlijke kleding liggen als de zuurstofconcentrator is ingeschakeld, maar niet wordt gebruikt. Door de geconcentreerde zuurstof worden de materialen ontvlambaar. Schakel de zuurstofconcentrator uit als deze niet wordt gebruikt. • Gebruik de zuurstofconcentrator niet in de aanwezigheid van verontreinigende stoffen, rook of dampen, ontvlambare anesthetica, reinigingsmiddelen of andere chemische dampen. Daardoor kan de zuurstofconcentrator intern verontreinigd raken en wordt de werking aangetast. • Gebruik de zuurstofconcentrator niet als de stekker of het netsnoer beschadigd zijn om onbedoelde elektrische schokken te voorkomen. • Dompel de zuurstofconcentrator niet in vloeistoffen onder, stel hem niet bloot aan vloeistoffen en voorkom dat vloeistoffen op een andere manier de behuizing binnendringen; dit kan elektrische schokken en/of schade veroorzaken. Als de zuurstofconcentrator aan vloeistoffen is blootgesteld, moet hij worden uitgeschakeld en moet de stekker uit het stopcontact worden getrokken, voordat men probeert de gemorste vloeistof te verwijderen en het apparaat te drogen. • Bij gebruik van een geschikte luchtbevochtiger mag deze niet worden bijgevuld als hij op de zuurstofconcentrator is aangesloten. Verwijder de luchtbevochtiger van de zuurstofconcentrator voordat u deze bijvult om onbedoeld morsen op de concentrator en elektrische schokken te voorkomen.
• Gebruik alleen de kolommen die in deze handleiding worden aangegeven. Het gebruik van niet gespecificeerde kolommen kan een veiligheidsrisico veroorzaken en/of de werking van het apparaat aantasten; ook vervalt daardoor de garantie. • Om het gevaar van verstikking en wurging te vermijden, moet de slang altijd uit de buurt van kinderen en huisdieren worden gehouden. • Als u zich onwel begint te voelen of ongemak ondervindt tijdens het gebruik van de zuurstofconcentrator, moet u onmiddellijk uw arts raadplegen. Aandachtspunten • Krachtens de Amerikaanse federale wetgeving mag dit apparaat alleen worden verkocht of gehuurd door, of besteld door, een arts die is toegelaten in de staat waarin hij/zij werkt, of worden gebruikt of voorgeschreven voor gebruik; dit kan ook in andere landen van toepassing zijn. Onder bepaalde omstandigheden kan het gebruik van zuurstoftherapie zonder voorschrift gevaarlijk zijn. • Bij een stroomuitval of mechanische storing moet een alternatieve zuurstofbron beschikbaar zijn. Raadpleeg de leverancier van uw apparaat voor het aanbevolen reservesysteem. • Extra bewaking of aandacht kan nodig zijn bij patiënten die dit apparaat gebruiken en die geen alarmmeldingen kunnen horen of zien en eventueel ongemak niet kunnen uiten. Als de patiënt tekenen van ongemak vertoont, moet onmiddellijk een arts worden geraadpleegd. • Accessoires die niet zijn gespecificeerd voor gebruik in combinatie met de zuurstofconcentrator, kunnen de werking aantasten. Gebruik altijd accessoires volgens de instructies van de fabrikant. • De neuscanules moeten kunnen worden ingesteld op 5 liter per minuut om het juiste gebruik door de patiënt en de juiste zuurstoftoediening te garanderen. • Vervang de neuscanule regelmatig. Raadpleeg de leverancier van uw apparaat of zorgverlener om te bepalen hoe vaak de canule vervangen moet worden. • Het is raadzaam om de accessoireslang van de zuurstofconcentrator en canule te voorzien van een voorziening die brandverspreiding vermindert. •...
Om een veilige installatie en bediening van de Inogen At Home zuurstofconcentrator model GS-100 te garanderen, moet deze gehele handleiding worden gelezen en begrepen voordat het apparaat wordt gebruikt. De Inogen At Home zuurstofconcentrator heeft een verwachte gebruiksduur van 5 jaar, met uitzondering van de te onderhouden zeefbedkolommen die een verwachte gebruiksduur van 1 jaar hebben. 3. Indicaties voor gebruik De Inogen At Home zuurstofconcentrator wordt op voorschrift gebruikt door patiënten die aanvullende zuurstof nodig hebben. Het apparaat levert een hoog zuurstofgehalte en wordt gebruikt met een neuscanule die de zuurstof van de concentrator naar de patiënt voert. De Inogen At Home zuurstofconcentrator kan thuis of in een instelling worden gebruikt. 4. Gebruikersinterfaces, bedieningselementen en te onderhouden onderdelen Flowinstellingsindicator Blauw indicatielampje Flowregeling Aan/uit-toets Algemeen alarmlampje Gebruikersinterfaces Algemeen alarmlampje (alarm van lage, gemiddelde prioriteit) Een geel lampje duidt op een verandering van de bedrijfsstatus of een situatie die een reactie vereist. Een knipperend lampje heeft een hogere prioriteit dan een niet-knipperend lampje.
Gebruikersinterfaces Akoestische signalen Een akoestisch signaal (pieptoon) duidt op een verandering van de bedieningsstatus of een situatie die een reactie vereist (alarm). Zich sneller herhalende pieptonen duiden op situaties met een hogere prioriteit. Flowinstellingsindicator Een groen indicatielampje geeft de geselecteerde flowinstelling aan. Bedieningselementen AAN/UIT-toets Eenmaal indrukken om het apparaat “IN” te schakelen; indrukken en gedurende één seconde ingedrukt houden om het apparaat “UIT” te schakelen. Regeltoetsen voor de flowinstelling Gebruik de regeltoetsen + en - van de flowinstelling om een op de display weergegeven instelling te kiezen. Er zijn vijf instellingen, van 1 tot 5. Te onderhouden onderdelen Deeltjesfilter Het filter moet tijdens gebruik in het inlaateinde van de concentrator zijn aangebracht. Luchtinlaatfilter Het filter moet tijdens gebruik aan de bovenkant van de concentrator zijn aangebracht. Canulemondstukaansluiting Mondstukaansluiting De neuscanule wordt aangesloten op dit mondstuk voor de afgifte van zuurstof. Neuscanule Neuscanules moeten regelmatig worden vervangen; raadpleeg uw arts of de leverancier van uw apparaat of de instructies van de canulefabrikant.
5. Gebruiksaanwijzing Mondstukaansluiting 1. Zet de concentrator op een goed geventileerde plaats; de luchtinlaat en -uitlaat moeten goed toegankelijk zijn. Zorg dat de afstand tussen de concentrator en wanden, meubilair en gordijnen ten minste 15 cm is, om een goede luchtstroom naar het apparaat te garanderen. 2. Zorg dat het deeltjesfilter is aangebracht. 3. Zorg dat het inlaatfilter is aangebracht. 4. Volg de hieronder beschreven instructies A of B: A. A ls u geen luchtbevochtigerfles gebruikt, sluit u uw neuscaluleslang aan op het mondstuk. De mondstukaansluiting bevindt zich aan de bovenkant van de concentrator. Zie afbeelding 4A1 en 4A2. A ls u een luchtbevochtigerfles gebruikt, volgt u de instructies van de fabrikant. Plaats de luchtbevochtigerfles in de daarvoor bestemde houder. Zie afbeelding 4B1 en 4B2. 5. S teek het netsnoer in het contact aan de achterkant van de concentrator en steek het andere uiteinde in een stopcontact. Plaats de concentrator niet zodanig dat het netsnoer moeilijk toegankelijk is. Schakel de concentrator in door op de AAN/UIT-toets te drukken. Zie afbeelding 5. U hoort één korte pieptoon en alle indicatielampjes zullen enkele seconden gaan branden. 6. K ies met de of toetsen de voorgeschreven instelling. Er zijn vijf flowinstellingen, van 1 liter per minuut tot 5 liter per minuut. De huidige instelling wordt op de display aangegeven. Het groene lampje gaat branden...
6. Akoestische en visuele signalen Flowinstel- Blauw lingsindicator indicatielampje Geel indicatielampje De concentrator heeft één akoestisch signaal en drie visuele indicatielampjes (groen, geel en blauw). Meldingen De concentrator bewaakt tijdens gebruik verschillende parameters en beschikt over een intelligent alarmsysteem om een defect van de concentrator weer te geven. Er worden wiskundige algoritmen en tijdsvertragingen gebruikt om de mogelijkheid van een vals alarm te verkleinen, terwijl de juiste melding van een alarmtoestand nog steeds wordt gegarandeerd. Als meerdere alarmsituaties worden gedetecteerd, wordt het alarm met de hoogste prioriteit weergegeven Om te garanderen dat de akoestische signalen worden gehoord, moet de juiste positie van de gebruiker worden bepaald afhankelijk van het omgevingsgeluid. NB: Het niet reageren op de oorzaak van een alarmsituatie bij alarmsignalen met lage, gemiddelde en hoge prioriteit zal alleen leiden tot ongemak of omkeerbaar gering letsel en er is voldoende tijd voorzien om over te schakelen op een reservezuurstofbron. De volgende meldingen worden vergezeld van een akoestisch signaal en/of indicatielampje. Indicatielampje Status/actie/uitleg Huidige doorstroomsnelheid die wordt weergegeven bij Doorstroomsnelheid op een instelling van 1-5 liter per minuut LED-scherm Flowinstellingsindicator Flowinstellingsindicator brandt groen Blauw indicatielampje Binnen 30 dagen is de kolom aan onderhoud toe. Neem contact op met de leverancier van uw apparaat om onderhoud af te spreken.
Alarmmeldingen van lage prioriteit De volgende alarmmeldingen van lage prioriteit worden vergezeld van een dubbele pieptoon en een constant brandend geel lampje. Status Actie/uitleg Indicatielampje Weinig zuurstof De concentrator produceert zuurstof met een iets verlaagde concentratie. Neem contact op met de leverancier van uw apparaat om onderhoud af te spreken. Onderhoud De concentrator moet zo snel mogelijk worden noodzakelijk onderhouden. Neem contact op met de leverancier van uw apparaat om onderhoud af te spreken. Sensor defect Eén van de sensors van de concentrator is defect. Als de toestand aanhoudt, moet u contact opnemen met de leverancier van uw apparaat om onderhoud af te spreken. Flowinstellingsindicator Lage flow De concentrator produceert zuurstof met een iets knippert verlaagde concentratie. Als de toestand aanhoudt, moet u contact opnemen met de leverancier van uw apparaat om onderhoud af te spreken. Alarmmeldingen van gemiddelde prioriteit De volgende alarmmeldingen van gemiddelde prioriteit worden vergezeld van een drievoudige pieptoon, die om de 25 seconden wordt herhaald, en een knipperend geel lampje.
Alarmmeldingen van hoge prioriteit De volgende alarmmeldingen met hoge prioriteit worden vergezeld van een vijfvoudige pieptoon, die om de 10 seconden wordt herhaald en een geel knipperend lampje; de gebruiker moet direct reageren. Indicatielampje Status Actie/uitleg Er is rook in het apparaat vastgesteld en het Brandgevaar apparaat wordt uitgeschakeld. Laat de lucht in een rookvrije omgeving uit het apparaat ontsnappen en start het dan opnieuw. Als de toestand aanhoudt, schakelt u over op de reservezuurstofbron en neemt u contact op met de leverancier van uw apparaat. Systeem heet De temperatuur van de concentrator is te hoog om te worden gebruikt. Zorg ervoor dat de inlaat en de uitlaat voor lucht open zijn en dat de deeltjesfilters schoon zijn. Laat de concentrator 10 minuten afkoelen en start hem dan opnieuw. Als de toestand aanhoudt, schakelt u over op de reservezuurstofbron en neemt u contact op met de leverancier van uw apparaat. De temperatuur van de concentrator is te laag Systeem koud om te worden gebruikt. Laat de concentrator 10 minuten opwarmen in een ruimte op omgevingstemperatuur en start hem dan opnieuw. Als de toestand aanhoudt, schakelt u over op de reservezuurstofbron en neemt u contact op met de leverancier van uw apparaat. Systeemfout Als de toestand aanhoudt, schakelt u over op de reservezuurstofbron en neemt u contact op met de leverancier van uw apparaat. Stroomuitval van de concentrator tijdens gebruik. Alleen Stroomvoorzie- Probeer het netsnoer eruit te trekken en er weer...
7. Oplossen van storingen Neem contact op met uw thuiszorgverlener als u hulp nodig hebt met uw apparaat. Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen oplossing Elk probleem dat wordt Zie Hoofdstuk 4 Zie Hoofdstuk 4 vergezeld van informatie op het scherm van de concentrator, visuele en/of akoestische signalen De concentrator start niet Het netsnoer is niet Controleer of het als de AAN/UIT-toets wordt goed aangesloten netsnoer goed is ingedrukt aangesloten Defect Neem contact op met de leverancier van uw apparaat Geen zuurstof De concentrator staat Druk op de AAN/UIT- niet aan toets om de concentrator in te schakelen De canule is niet correct Controleer de canule en aangesloten of de slang is de aansluiting geknikt of verstopt De zuurstofslang of Inspecteer en vervang canule is defect...
Reinig het deeltjesfilter met een mild vloeibaar reinigingsmiddel en water; spoel het af in water en droog het voordat u het apparaat Deeltjesfilter weer gebruikt. Controleer of het filter helemaal droog is voordat u het weer in het apparaat terugplaatst. Luchtinlaatfilter Vervang het filter als het vuil is (indicatielampje brandt). Het luchtinlaatfilter mag door de leverancier van het apparaat of door de gebruiker worden vervangen. Uitlaatfilter Het uitlaatfilter is bedoeld om de gebruiker te beschermen tegen het inademen van kleine deeltjes in de geproduceerde gasstroom. Het apparaat is voorzien van een uitlaatfilter dat goed toegankelijk is aangebracht achter de verwijderbare Luchtinlaatfilter canulemondstukaansluiting. Inogen vereist dat dit filter wordt vervangen bij wisselen van patiënt. Het uitlaatfilter mag door de leverancier van het apparaat of door de gebruiker worden vervangen. Routinematig onderhoud De gebruiker hoeft geen speciaal onderhoud uit te voeren, met uitzondering van het wekelijks reinigen van het deeltjesfilter. Reserveonderdelen Neem contact op met uw thuiszorgverlener bij vragen over het apparaat. Gebruik alleen de volgende reserveonderdelen voor dit apparaat: • Inogen At Home deeltjesfilter (RP-400) • Inogen At Home uitlaatfilter-vervangingsset (RP-107) • Inogen At Home inlaatfilter (RP-401) • Inogen At Home kolommenpaar (RP-402) • Inogen Netsnoer (wisselspanning) Aanbevolen accessoires • Aansluitslang voor luchtbevochtiger (Salter Labs nr. S0-676) •...
Neem voor ondersteuning, indien nodig, bij het installeren, gebruiken, onderhouden, of om onverwachte werking of gebeurtenissen door te geven, contact op met de leverancier van uw apparaat of de fabrikant. Procedure voor het vervangen van kolommen Achter het deeltjesfilter van de concentrator bevinden zich twee kolommen (metalen buisjes). Deze twee kolommen worden verwijderd en vervangen wanneer onderhoud nodig is. Zorg dat u voldoende tijd hebt om al deze onderhoudsstappen zonder onderbreking uit te kunnen voeren. 1. Schakel de concentrator uit door op de AAN/UIT-toets te drukken. 2. Trek de stekker van de concentrator uit het stopcontact. 3. Leg de concentrator op de zijkant. 4. Druk de beide vergrendelknoppen aan de zijkanten van het apparaat in om het deksel aan de onderkant van de concentrator te verwijderen, waarna de twee kolommen toegankelijk worden. 5. Druk de vergrendelknop met uw duim of vinger in en trek de kolom uit de concentrator met behulp van de trekring die aan de onderkant van de kolomdop is bevestigd. 6. Verwijder de kolom helemaal uit de concentrator. 7. Herhaal stap 5-6 om de andere kolom te verwijderen. Installatie van de nieuwe kolommen (metalen buisjes): 8. Verwijder de bovenste en onderste stofdopjes van elke kolom. Bij elke kolom moeten in totaal twee stofdopjes worden verwijderd. Controleer of er geen stof of vuil op de plaats van de stofdopjes aanwezig is. 9. Steek de nieuwe kolom in de concentrator. Vermijd blootstelling van de kolom nadat de stofdopjes zijn verwijderd; steek de kolom zo snel mogelijk na het verwijderen van de stofdopjes in de concentrator om blootstelling aan de omgeving tot een minimum te beperken. 10. De veerbelaste vergrendelknop moet helemaal terugkeren naar de gesloten stand, wanneer de kolom er volledig is ingestoken. 11. Herhaal stap 9-10 om de andere kolom te installeren.
Bewaren Als het apparaat niet wordt gebruikt, moet het binnenshuis worden bewaard en beschermd tegen overmatig(e) vocht en temperaturen. Als het apparaat buiten de opslagspecificaties wordt bewaard, kan het apparaat beschadigd en defect raken. Afvoer van apparaat en accessoires Volg de plaatselijke overheidsrichtlijnen voor de afvoer en recycling van de concentrator en accessoires. 9. Specificaties, Inogen At Home, model GS-100 Afmetingen: L x B x H: 41,25 cm x 15 cm x 31 cm Gewicht: 8,2 kg Opwarmtijd: Minder dan 5 minuten Zuurstofconcentratie: 90 +6%/-3% bij alle instellingen Wisselspanning: 100-240 VAC, 275 W Max, 50-60 Hz Omgevingscondities: Temperatuur: 5 °C tot 40 °C Vochtigheid: 15 tot 95% niet-condenserend Hoogte: 0 tot 3048 m Omgevingscondities voor Temperatuur: -25 °C tot 70 °C transport & opslag: Vochtigheid: 0 tot 93% niet-condenserend Hoogte: n.v.t. Maximale uitlaatdruk: 135-280 kPa absoluut bij 20 °C...
Richtlijnen en verklaring van de fabrikant – Elektromagnetische immuniteit: De concentrator is bedoeld voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving. De gebruiker van de concentrator moet ervoor zorgen dat hij ook in een dergelijke omgeving wordt gebruikt. Immuniteitstest IEC 60601 Conformiteits- Elektromagnetische omgeving - testniveau niveau Richtlijnen Draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur mag niet dichter bij enig deel van het apparaat worden gebruikt, waaronder kabels, dan de aanbevolen scheidingsafstand berekend met behulp van de vergelijking die van toepassing is op de frequentie van de zender. Aanbevolen scheidingsafstand: d=1,2VP 150 kHz tot 80 MHz d=1,2VP 80 MHz tot 800 MHz d=2,3VP 800 MHz tot 2,5 GHz Waarbij P het maximale nominale uitgangsvermogen van de Geleide RF IEC 3 Vrms 3 Vrms zender in watt (W) is volgens de fabrikant van de zender, en d de 61000-4-6 150 kHz tot aanbevolen scheidingsafstand in meter (m). 80 MHz Uitgestraalde 3V/m De veldsterkte van vaste RF-zenders, zoals bepaald met een RFIEC 61000-4-3 3V/m...
Pagina 54
NB Bij 80 MHz en 800 MHz is het hogere frequentiebereik van toepassing. NB Deze richtlijnen zijn mogelijk niet in alle situaties van toepassing. Elektromagnetische golfvoortplanting wordt beïnvloed door absorptie en weerkaatsing van gebouwen, voorwerpen en mensen. NB is de wisselspanning van het elektriciteitsnet vóór toepassing van het testniveau. : Veldsterkten van vaste zenders, zoals basisstations voor radio (mobiele/draadloze) telefoons en mobiele radio’s, amateurradio, AM- en FM- radio- en televisie-uitzendingen, kunnen theoretisch gezien niet nauwkeurig worden voorspeld. Om de elektromagnetische omgeving voor vaste RF-zenders te beoordelen, dient een plaatselijk elektromagnetisch onderzoek te worden overwogen. Als de gemeten veldsterkte op de plaats waar de concentrator wordt gebruikt, hoger is dan het toepasselijke RF-conformiteitsniveau, moet middels observatie worden vastgesteld of de ontvanger normaal werkt. Indien er een abnormale werking wordt geobserveerd, kunnen extra maatregelen noodzakelijk zijn, zoals een heroriëntatie of verplaatsing van het apparaat. : Bij een frequentiebereik van 150 kHz tot 80 MHz, dienen de veldsterktes lager te liggen dan 3V/m. Aanbevolen scheidingsafstanden tussen draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur en dit apparaat: Deze concentrator is bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving, waarin uitgestraalde RF-storingen worden beheerst. De gebruiker van de concentrator kan elektromagnetische storing helpen voorkomen door een minimale afstand aan te houden tussen draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur (zenders) en deze concentrator, zoals hieronder aanbevolen, volgens het maximale uitgangsvermogen van de communicatieapparatuur. Nominaal maximaal Scheidingsafstand overeenkomstig de frequentie van de zender (M) uitgangsvermogen van de zender (W) 150 kHz tot 80 MHz 80 MHz tot 800 MHz...