3.5.4 Aansluiten van de analoge uitgangen
In de SC1000-controller bevindt zich een analoge uitgangskaart. De analoge uitgangskaart levert vier
4-20 mA (of 0-20 mA) analoge uitgangen. Het signaal op elke analoge uitgang vertegenwoordigt één
gemeten parameter. Raadpleeg
voor het bedienen van externe apparaten.
Raadpleeg de secties Uitbreidingskaarten en Uitgangskaartaansluitingen in de gebruikershandleiding
van de SC1000-controller voor het aansluiten van de analoge uitgangen. Breng de aansluitingen tot
stand met afgeschermde twisted-pair-kabels en sluit de afscherming aan op de afschermingsklem.
Zie Instelmenu uitgang van de Gebruikershandleiding van de SC1000-controller om de analoge
uitgangsschaal te wijzigen van 4-20 mA naar 0-20 mA of het meetbereik.
Opmerkingen:
• De analoge uitgangsklemmen zijn geschikt voor draden van maximaal 1,5 mm
• Verbind de kabelafscherming niet aan beide uiteinden van de kabel.
• Gebruik van een niet afgeschermde kabel kan zorgen voor storingen en verschil in meetwaarden.
• De analoge uitgangen zijn wel geïsoleerd van de overige elektronica, maar niet onderling.
• De analoge uitgangen hebben een eigen stroomvoorziening. Sluit niet aan op een belasting met
een spanning die onafhankelijk wordt toegepast.
Tabel 4 Bedradingsinformatie — Analoge uitgangen (standaard)
Klem
1
2
3
4
5
6
7
8
9
3.5.5 Het alarmrelais aansluiten
Potentieel gevaar van elektrische schok. De aansluitklemmen voor netvoeding en relais
worden alleen voor enkelvoudige draadaansluiting ontworpen. Gebruik niet meer dan één
draad in elke aansluitklem.
Potentieel brandgevaar. Schakel de gemeenschappelijke relaisaansluitingen of de
jumperdraad van de netvoedingsaansluiting binnen in het instrument niet in serie.
Brandgevaar. Relaisbelastingen moeten resistent zijn. Beperk de stroom naar het relais
altijd met een externe zekering of onderbreker. Volg de classificeringen voor relais op uit
het hoofdstuk Specificaties.
180 Nederlands
Tabel
4. Gebruik de analoge uitgangen voor analoge signalering of
Signaal
Uitgang 1+
Uitgang 1 -
Uitgang 2+
Uitgang 2 -
Uitgang 3 +
Uitgang 3 -
Uitgang 4 +
Uitgang 4 -
Afscherming (PE)
W A A R S C H U W I N G
W A A R S C H U W I N G
V O O R Z I C H T I G
Meting
PAH
(met
troebelheidscompensat
ie)
Troebelheid
pH
Geleidbaarheid
2
(15 AWG).
4–20 mA-bereik
0 tot 500 ppb
0 tot 400 FNU
2.5 tot 11 pH
0 tot 2.000.000 µS/cm