F-Codegeheugenvak / Relay-Distributie
Nr.001
Relay-Distributie
Vaknaam
5
Subadres
Ontvanger
F-Codegeheugenvak / Relay-Distributie
Nr.001
Subadres / Pascode
Voer subadres/pascode in via de cijfertoetsen en druk op [OK].
000000 / 111111
6
• "U kunt de tekens " " en "#" niet gebruiken in een subadres.
• Als op de toets [Pascode] wordt gedrukt, verschijnt "/".
Als er een incorrecte invoer is gemaakt...
Druk op de toets [CLEAR] (
F-Codegeheugenvak / Relay-Distributie
Nr.001
Vaknaam
Relay-Distributie
7
Subadres
000000 / 111111
Ontvanger
F-Codegeheugenvak / Relay-Distributie
Selecteer adres.
AAA AAA
BBB BBB
CCC CCC
DDD DDD
EEE EEE
FFF FFF
Freq.
ABCD
EFGHI
8
• Volg onderstaande stappen voor het direct invoeren van het faxnummer van een eind-ontvangende machine met de
cijfertoetsen. Als echter
(beheerder), is directe invoer niet mogelijk.
(1) Druk op de toets [Directe Invoer].
(2) Voer het faxnummer in met behulp van de cijfertoetsen.
(3) Druk op de toets [OK].
• Als u de adressen die ingevoerd zijn wilt controleren, drukt u op de toets [Adresoverzicht] in het adreskeuzescherm. Druk
voor het wissen van een eind-ontvangende machine op de toets van de machine die u wilt wissen en druk daarna op de
toets [Opheffen]. Druk op de toets [OK] wanneer u gereed bent met het controleren van de eind-ontvangende machines.
Volgende
Verlaten
Volgende
Verlaten
Annuleren
OK
Pascode
(1)
(2)
) en voer de juiste cijfers in.
Volgende
Verlaten
OK
1/2
Directe Invoer
Adresoverzicht
0
JKLMN OPQRST
UVWXYZ
etc.
Adres sorteren
(1)
"Directe invoer
uitschakelen" (pagina 7-112) is ingeschakeld in de systeeminstellingen voor fax
Druk op de toets [Subadres].
Voer een subadres en wachtwoord in.
(1) Voer een subadres in.
Gebruik de cijfertoetsen voor het invoeren van een
subadres (maximaal 20 cijfers).
(2) Voer een wachtwoord in.
Druk op de toets [Pascode] en voer een wachtwoord in
(3)
met de cijfertoetsen (maximaal 20 cijfers).
Ga verder naar de volgende stap als u geen wachtwoord
hoeft op te slaan.
(3) Druk op [OK].
Druk op de toets [Ontvanger].
Bepaal de eind-ontvangende machines.
(1) Druk op de toetsen van de
eind-ontvangende machines.
De eind-ontvangende machines worden ingevoerd in de
volgorde van de toetsen die worden ingedrukt.
(2) Druk op [OK].
(2)
7-147
SYSTEEMINSTELLINGEN
Inhoudsopgave