Bezorging en verwerking
Transport
De F2050 moet verticaal worden getransporteerd en opge-
slagen.
Voorzichtig!
Zorg ervoor dat de warmtepomp niet kan kantelen
tijdens transport.
Controleer of F2050 tijdens transport niet is beschadigd.
VAN DE STRAAT HEFFEN OM OP DE LOCATIE
OP TE STELLEN.
Als het oppervlak dit toestaat, is het het eenvoudigste om
een palletwagen te gebruiken om de warmtepomp naar de
opstelruimte te verplaatsen.
Als de warmtepomp over een zachte ondergrond moet
worden vervoerd, zoals een gazon, raden wij aan om een
kraanwagen te gebruiken die het product direct tot op de
denitieve locatie kan tillen. Als de warmtepomp met een
kraan geheven wordt, moet de verpakking goed intact zijn.
Als er geen kraanwagen kan worden gebruikt, kan de
warmtepomp worden verplaatst met een lange steekwagen.
De warmtepomp moet worden vastgepakt vanaf de zwaarste
kant en er zijn twee mensen voor nodig om hem op te tillen.
TIL HET PRODUCT VAN DE PALLET OP NAAR
DE DEFINITIEVE POSITIE
Verwijder de verpakking en de bevestigingsband naar de
pallet voor het tillen.
Plaats hijsbanden rond alle poten. Geadviseerd wordt om
het tillen van de pallet naar de basis met twee mensen te
doen.
AFDANKEN
Haal bij het afdanken de warmtepomp in de omgekeerde
volgorde uit elkaar. Til in dat geval niet op bij de pallet, maar
bij de bodemplaat!
Montage
•
Plaats de warmtepomp op een geschikte plek buitenshuis
om absoluut te voorkomen dat het koudemiddel bij lekkage
naar binnen kan lopen via ventilatieopeningen, deuren of
andere openingen. Ook moet er geen gevaar bestaan voor
letsel of schade op andere manieren.
NIBE F2050
•
Als de warmtepomp wordt geplaatst op een locatie waar
weglekkend koudemiddel zich zou kunnen ophopen, bij-
voorbeeld onder het grondniveau (in een verlaging of uit-
sparing), moet de installatie voldoen aan dezelfde eisen
als voor gasdetectie en de ventilatie van machinekamers.
Waar van toepassing moeten de eisen met betrekking tot
ontstekingsbronnen worden aangehouden.
•
Plaats de F2050 buiten op een stevige, vlakke ondergrond
die bestand is tegen het gewicht, bij voorkeur een beton-
nen ondergrond. Als er betonnen platen worden gebruikt,
moeten deze gelegd zijn op asfalt of grind.
•
De onderste rand van de verdamper mag niet lager liggen
dan de gemiddelde sneeuwdiepte ter plekke of minimaal
300 mm boven de grond. De basis moet minimaal 70 mm
groot zijn.
•
De F2050 mag niet worden geplaatst in de buurt van ge-
luidsgevoelige muren, bijv. naast een slaapkamer.
Zorg er ook voor dat de plaatsing geen overlast oplevert
•
voor de buren.
•
De F2050 mag niet zo worden geplaatst dat recirculatie
van de buitenlucht mogelijk is. Recirculatie zorgt voor
minder vermogen en een verslechterde eciëntie.
•
De verdamper moet worden afgeschermd tegen recht-
streekse wind / , aangezien dit een negatieve invloed op
de ontdooifunctie heeft. Plaats de F2050 tegen de verdam-
per op een plaats die is afgeschermd tegen de wind / .
•
Door ontdooiing kunnen grote hoeveelheden condens en
smeltwater worden geproduceerd. Condens moet via een
afvoer of iets vergelijkbaars worden weggevoerd (zie
hoofdstuk "Condenswater").
•
Wees bij de installatie voorzichtig, zodat u geen krassen
veroorzaakt op de warmtepomp.
Plaats de F2050 niet direct op het gazon of een andere niet-
stevige ondergrond.
Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerking
7