Home >
Software installeren
computer verbinden
De printer via Wi-Fi met een computer verbinden
Gerelateerde modellen: TD-2350D/TD-2350DF/TD-2350DSA
®
De volgende Wi-Fi
-verbindingsmethoden zijn beschikbaar:
>> Een Wi-Fi-router/toegangspunt gebruiken (infrastructuurmodus)
>> Een Wi-Fi-router/toegangspunt gebruiken (WirelessDirect)
>> WPS (Wi-Fi Protected Setup
Een Wi-Fi-router/toegangspunt gebruiken (infrastructuurmodus)
In de infrastructuurmodus kunt u een verbinding tussen een printer en een computer of mobiel apparaat tot stand
brengen via een Wi-Fi-router/toegangspunt.
Voor u begint
Configureer eerst de Wi-Fi-instellingen van de printer om te kunnen communiceren met de Wi-Fi-router/het
toegangspunt. Het configureren van de printer maakt de printer toegankelijk voor computers en mobiele
apparaten op het netwerk.
-
Voordat u de printer met het netwerk verbindt, moet u contact opnemen met uw systeembeheerder voor de
Wi-Fi-netwerkinstellingen.
-
Reset de Wi-Fi-instellingen van de printer als u de instellingen opnieuw wilt configureren of als de status van
de Wi-Fi-verbinding van de printer niet bekend is.
De Wi-Fi-instellingen van de printer resetten uu Gerelateerde onderwerpen: De printer resetten
-
Voor de optimale resultaten bij het dagelijks afdrukken moet u de printer zo dicht mogelijk bij de Wi-Fi-
router/het toegangspunt plaatsen, met zo min mogelijk obstakels. Grote objecten en muren tussen beide
apparaten en verstoringen door andere elektronische apparaten kunnen van invloed zijn op de snelheid van
de gegevensoverdracht.
1. Noteer de SSID (netwerknaam) en het wachtwoord (netwerksleutel) van uw Wi-Fi router/toegangspunt.
2. Druk op de printer op Menu en druk vervolgens op a of b om het volgende te selecteren:
a. Selecteer [WLAN]. Druk op OK.
b. Selecteer [WLAN (Aan/Uit)]. Druk op OK.
c. Selecteer [Aan]. Druk op OK.
3. Configureer de infrastructuurmodus-instellingen van de printer:
Druk op de printer op Menu en druk vervolgens op a of b om het volgende te selecteren:
a. Selecteer [WLAN]. Druk op OK.
b. Selecteer [Netwerkmodus]. Druk op OK.
c. Selecteer [Infrastructuurmodus]. Druk op OK.
d. Selecteer [WLAN]. Druk op OK.
e. Selecteer [Infr. handmatig instellen]. Druk op OK en volg de aanwijzingen op het scherm.
Als de verbinding tussen de printer en de Wi-Fi-router/het toegangspunt tot stand is gebracht, wordt het
pictogram
apparaten die verbonden zijn met hetzelfde netwerk als de printer hebben nu toegang tot de printer.
Een Wi-Fi-router/toegangspunt gebruiken (WirelessDirect)
Met WirelessDirect kunt u een verbinding tussen een printer en een computer of mobiel apparaat rechtstreeks tot
stand brengen, zonder een Wi‑Fi-router/toegangspunt. De printer fungeert dan als Wi-Fi-toegangspunt.
1. Bevestig de Wireless Direct-instellingen van de printer:
Druk op de printer op Menu en druk vervolgens op a of b om het volgende te selecteren:
>
De printer aansluiten op een computer
™
) gebruiken
(Wi‑Fi) op het LCD-scherm van de printer weergegeven. Computers en mobiele
> De printer via Wi-Fi met een
67