Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Waarschuwingsinstellingen; Alarmgebeurtenis; Wi-Fi-Verbinding; Apparaat-Id En Extra Zenders Controleren - Tfa View Pro Gebruiksaanwijzing

Wlan draadloos
Inhoudsopgave

6.5 Waarschuwingsinstellingen

Houd de knop ALERTS drie seconden lang ingedrukt om de instelmodus voor waarschuwingen te openen.
OFF knippert en de eerste optie HI ALERT (bovengrens) van de windsnelheid wordt weergegeven. Als je deze
waarschuwing niet wilt instellen, druk dan nogmaals op de ALERTS knop om naar de volgende waarschuwing te
gaan.
Druk op de knop + of - om de waarschuwingsfunctie te activeren (ON) of deactiveren (OFF).
Druk op de knop ALERTS om de instellingen te bevestigen. De bijbehorende waarde knippert. Druk op de knop + of - om de respectieve
waarschuwingswaarde aan te passen.
Bevestig met de knop ALERTS en ga naar de volgende instelling.
De volgorde van de beschikbare waarschuwingsinstellingen in deze modus is als volgt:
HI ALERT windsnelheid
HI ALERT neerslag
HI & LO ALERT buitentemperatuur
HI & LO ALERT buitenluchtvochtigheid
HI & LO ALERT binnentemperatuur
HI & LO ALERT vochtigheid binnenshuis

Alarmgebeurtenis:

Bij een alarm knippert het bijbehorende symbool
Stop het alarmgeluid met een willekeurige knop.
Het waarschuwingssymbool blijft knipperen totdat de gemeten waarde binnen de alarmgrenzen valt.

6.6 Wi-Fi-verbinding

Druk in de normale modus eenmaal kort op de SET-knop om de Wi-Fi-status 3 seconden weer te geven.
CONNECTING WITH APP - het station probeert verbinding te maken met het reeds geregistreerde Wi-Fi-netwerk of bevindt zich in de Wi-Fi-
configuratiemodus.
WIFI NOT CONNECTED - het station is nog niet verbonden met het lokale Wi-Fi-netwerk of heeft momenteel geen contact met
het Wi-Fi-netwerk dat al is geregistreerd.
ALL OK CONNECTED - het station is actief verbonden met het Wi-Fi-netwerk.
Het Wi-Fi-symbool naast de tijd wordt permanent weergegeven als het station actief verbonden is met het Wi-Fi-netwerk.
Het Wi-Fi-pictogram naast de tijd knippert wanneer het station verbinding maakt met het reeds geregistreerde netwerk of in de
Wi-Fi-configuratiemodus staat.
Als er nog geen informatie voor het lokale Wi-Fi-netwerk is overgedragen of als deze opnieuw moet worden overgedragen (bijvoorbeeld
omdat de netwerknaam of het wachtwoord is gewijzigd), start dan een nieuwe configuratie via de app.
Als het station nog niet is verbonden met het lokale Wi-Fi-netwerk of met de app/account, voeg het station dan toe via apparaatbeheer (in
detail beschreven in punt 5.2).
Als het station al is geregistreerd in de app of het account en alleen de Wi-Fi-configuratie opnieuw moet worden uitgevoerd, selecteer dan
de optie "Wi-Fi verbinden" in het menu van de app.
Tijdens de Wi-Fi-configuratie vraagt de app je om de Wi-Fi-configuratiemodus op het station te activeren door de knoppen SET
en "+" tegelijkertijd ingedrukt te houden (gedurende 5 seconden).
Na een herstart probeert het station automatisch verbinding te maken met het bekende netwerk (Wi-Fi-symbool knippert). Als er na
15 minuten geen verbinding tot stand kon worden gebracht, verdwijnt het Wi-Fi-symbool.
6.7 Batterijweergaven
Zodra het batterijsymbool
batterijen van de betreffende zender vervangen.
Zodra het batterijsymbool

6.8 Apparaat-ID en extra zenders controleren

6.8.1 EXTRA SENSOR knop
Als u in de normale modus eenmaal kort op de knop EXTRA SENSOR drukt, toont het station de apparaat-ID van het basisstation en de
g e m e t e n waarden (binnentemperatuur en binnentemperatuurvochtigheid) die door dit apparaat naar de server/app worden
verzonden.
Als u nogmaals kort op de knop EXTRA SENSOR drukt, toont de zender de apparaat-ID WTH 123 en de gemeten waarden van de
buitentemperatuur en buitenvochtigheid van de gecombineerde zender die door dit apparaat naar de server/app worden verzonden.
Als je nogmaals kort op de knop EXTRA SENSOR drukt, toont het station de apparaat-ID van de gecombineerde sensor en de gemeten
waarde (windsnelheid & -richting) die door dit apparaat naar de server/app wordt verzonden.
Als u nogmaals kort op de knop EXTRA SENSOR drukt, toont het station de apparaat-ID van de regenmeter en de gemeten waarde
(regenhoeveelheid) die door dit apparaat naar de server/app wordt verzonden.
Als je nogmaals kort op de knop EXTRA SENSOR drukt en er geen EXTRA zenders in gebruik zijn, keer je terug naar de normale
modus. Als er EXTRA zenders zijn, kun je ook de SENSORknop gebruiken om hun meetwaarden en de bijbehorende apparaat-ID te
controleren.
Als u nogmaals kort op de knop "EXTRA SENSOR" drukt, gaat u naar de modus "AUTOSCROLL". Het display wisselt dan om de 5
seconden tussen de extra sensoren en de luchtdrukweergave in de normale modus.
Als je een bepaalde zender wilt verwijderen, selecteer je de zender en houd je de -knop 5 seconden ingedrukt.
Als u nogmaals kort op de knop EXTRA SENSOR drukt, keert u terug naar de normale modus.
Het apparaat verlaat de modus automatisch als er gedurende 5 seconden geen knop wordt ingedrukt.
en klinkt er 5 keer per minuut een alarmtoon.
op het scherm van een buitenzender (gecombineerde zender, regenmeter, extra zender) verschijnt, moet u de
op de tijddisplay verschijnt, is er geen back-upbatterij geplaatst of moet deze worden vervangen.
27
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

35.8003.01

Inhoudsopgave