Aansluitingen voor voeding, aarding en relais
Aansluitingen voor voedingskabel van iControl-console
Tab. 3‐2 Aansluitingen voor voedingskabel van hoofd- en hulpconsole
Draadkleur
Aansluiting
Zwart
L1 (stroom-
voerend)
Wit
L2 (neutraal)
Bruin
L1 (stroom-
voerend)
Blauw
L2 (neutraal)
Groen/Geel
Chassisaarding (hoofd- en hulpconsoles)
Grijs (2)
Externe blokkeerbeveiliging: 240 Vac, 1 fase, 6 mA (voor 120 Vac, raadpleeg
onderstaande instructies)
Geel (2)
Alarmcontacten: 120/230 Vac, 1-fase, 6 A max. Gesloten indien geen voeding naar
console of bij aanwezigheid van alarm. Open met voeding naar console bekrachtigd en
geen alarmen aanwezig.
Rood, Oranje
Transportbandkoppeling: 240 Vac, 1 fase, 6 mA (voor 120 Vac, raadpleeg onderstaande
instructies)
Draadkleur
Aansluiting
Blauw
L1
Bruin
L2
Groen/Geel
GND
E 2011 Nordson Corporation
De aardingsdraden voor de voedingskabel naar de console en de
verdeelkast moeten altijd worden aangesloten aan een rechtstreekse
aardeverbinding. De speciale platte gevlochten ESD-massakabels
meegeleverd met de iControl-consoles en de handbediende
pistoolbesturingen moeten worden gebruikt om deze zo mogelijk te
verbinden aan het chassis van de spuitcabine. Zie onder Aarding op pagina
3‐8 voor meer informatie.
PAS OP: Consoles en alle elektrisch geleidende apparatuur in de directe
omgeving van het spuitsysteem MOETEN rechtstreeks zijn geaard. Gebruik
de meegeleverde aardingskabels voor aarding van de consoles. Monteer de
verdeelkasten en bedieningspanelen op geaarde steunen of op het chassis
van de spuitcabine. Als deze waarschuwing wordt genegeerd, kan dat
leiden tot ernstig lichamelijk letsel bij medewerkers of tot brand of explosie.
In tabel 3‐2 staan de aansluitingen aangegeven voor consolevoeding,
chassisaarding, externe blokkeerbeveiliging, alarmcontacten en
transportbandkoppeling. Raadpleeg pagina 3‐12 voor de vereisten voor
voeding naar een optionele verdeelkast of bedieningspaneel.
Zie hoofdstuk 7 voor het systeemschema, de consolebedradingsschema's
en tekeningen van de verdeelkast en bedieningspaneel. Raadpleeg de
elektrische tekeningen bij uw eigen systeem voor alle overige aansluitingen
voor voeding en aarding.
Aansluitingen voor voedingskabel hoofdconsole (A)
100-240 Vac voeding naar SBC (alleen hoofdconsole) (ongeschakeld)
120-240 Vac netvoeding naar consolevoeding (hoofd‐ en hulpconsoles)
(geschakeld met motor cabineafzuigventilator)
Aansluitingen voor voedingskabel hulpconsole (B)
Functie
3‐5
Installatie
P/N 7179798A02