Pagina 104
Inhoudsopgave Pagina Inleiding ................................105 Verklaring van symbolen ..........................106 Productomschrijving ............................106 Leveringsomvang ............................106 Benodigde accessoires ............................107 Veiligheidsaanwijzingen ...........................108 a) Algemeen ..............................108 b) Ingebruikname ............................109 c) Rijden van het voertuig ..........................109 Batterij- en accuvoorschriften .......................... 111 Accu’s laden ..............................113 a) Rijaccu voor het voertuig laden ......................... 113 b) Accu‘s in de zender laden .........................
Pagina 12. Reiniging en onderhoud ...........................132 a) Algemeen ..............................132 b) Voor of na elke rit ............................132 c) Wiel vervangen ............................133 13. Verwijderen ..............................134 a) Algemeen ..............................134 b) Batterijen en accu´s ...........................134 14. Verklaring van overeenstemming (DOC) ......................134 15. Verhelpen van storingen ..........................135 16.
Verklaring van symbolen Een uitroepteken in een driehoek wijst op speciale gevaren bij gebruik, ingebruikneming of bediening. Het „pijl“-symbool wijst op speciale tips en bedieningsvoorschriften. Productomschrijving Dit product is een vierwielaangedreven modelvoertuig, dat via de meegeleverde afstandsbediening draadloos radio- grafisch kan worden bestuurd. Het chassis is rijklaar gemonteerd.
Benodigde accessoires Om het voertuig te gebruiken zijn nog diverse accessoires nodig die niet zijn inbegrepen. Dit is absoluut vereist: • Accu‘s of batterijen voor de zender (voor type en benodigd aantal, zie gebruiksaanwijzing van de afstandsbedie- ning) • Rijaccu (voor type zie hoofdstuk „Technische gegevens“ op het einde van de gebruiksaanwijzing) •...
Veiligheidsaanwijzingen Bij beschadigingen veroorzaakt door het niet opvolgen van deze gebruiksaanwijzing vervalt ieder recht op garantie. Voor gevolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk! Voor materiële schade of persoonlijk letsel, veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet op- volgen van de veiligheidsaanwijzingen, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid! In zulke gevallen vervalt de garantie.
b) Ingebruikname De gebruiksaanwijzing voor de afstandsbediening werd afzonderlijk geleverd. Neem in elk geval de daar vermelde veiligheidsvoorschriften en alle verdere informatie in acht! • Gebruik uitsluitend een geschikte rijaccu voor het voertuig. Gebruik de verbrandingsmotor nooit via een adapter, ook niet om het model te testen.
Pagina 110
Bij het rijden in woonruimten kan het door de harde banden zowel bij het versnellen/remmen als bij het driften tot krassporen op de vloer. Rijd daarom nooit in woonruimten, maar uitsluitend buiten op een onge- voelige bodem (teer/beton). • Rijd niet door nat gras, water, modder of sneeuw en als het regent. Het modelvoertuig is noch waterdicht noch watervast.
Batterij- en accuvoorschriften Het gebruik van batterijen en accu´s is vandaag de dag weliswaar vanzelfsprekend, maar er bestaan toch tal van gevaren en problemen. Vooral bij LiPo en Li-ion accu´s met hun hoge energie-inhoud (in vergelijking met gewone NiMh-accu´s) moeten er diverse voorschriften in acht genomen worden aangezien er anders explosie- en brandgevaar bestaat.
Pagina 112
• Plaats het laadapparaat en de accu op een hittebestendig, onbrandbaar oppervlak. • Laadapparaat en accu´s worden warm tijdens het opladen. Houd daarom tussen laadapparaat en accu voldoende afstand. Leg de accu nooit op het laadapparaat. Dek het laadapparaat en de accu nooit af. U mag het laadapparaat en de accu niet aan hoge/lage temperaturen en direct zonlicht blootstellen.
Accu’s laden a) De rijaccu voor het voertuig laden • Met het voertuig wordt geen rijaccu meegeleverd, dit moet afzonderlijk worden aangekocht. Daarmee hebt u zelf de keuze of u voor het voertuig een goedkope beginnersaccu of een hoogwaardige profi-accu met een grote capaciteit wilt gaan gebruiken.
Ingebruikname a) Carrosserie verwijderen De carrosserie is met 4 clips op het voertuig bevestigd. Trek deze uit en neem de carrosserie voorzichtig naar boven b) Antennekabel van de ontvanger aanleggen Verwijder eerst de carrosserie. Verwijder daartoe de car- rosserieclips en trek de carrosserie naar boven af. Voer de antennekabel door het meegeleverde antennebu- isje (1) en steek het in de overeenkomstige houder (2) aan de bovenzijde van het voertuig.
e) De rijaccu in het voertuig plaatsen Let op! U mag de rijaccu nog niet met de rijregelaar verbinden. Neem eest de zender in gebruik, zie hoofdstuk 9. c) en d). Belangrijk! Dit voertuig is uitsluitend geschikt voor een LiPo-rijaccu met 2 cellen (nominale spanning 7,4 V) of een NiMH/NiCd-rijaccu met 6 cellen (nominale spanning 7,2 V).
g) Rijregelaar inschakelen Schakel de rijregelaar in door de schuifschakelaar (zie afbeelding in hoofdstuk 9. f) in de richting van de rijregelaar te bewegen („ON“). Wacht dan een paar seconden (gas-/remhendel op de zender in de neutrale stand laten, niet bewegen).
Pagina 117
Als de rijaccu leeg is, wacht u tenminste 5 - 10 minuten voor de volgende rit tot de motor en de rijregelaar voldoende zijn afgekoeld. Start pas daarna een nieuwe rit met een volle rijaccu. De afbeeldingen hieronder dienen enkel als illustratie van de functies. Deze moeten niet met het design van de meegeleverde zender overeenkomen.
Bijvoorbeeld verkleint de spanning aan de rijaccu bij volgas kortstondig zover dat de ontvanger niet meer de gewenste bedrijfsspanning ontvangt. Het voertuig versnelt hier wel, maar het stuurservo reageert niet juist. Beëindig dan onmid- dellijk de werking van het voertuig en gebruik een nieuwe, volledig opgeladen rijaccu. j) Rijden stopzetten Om het rijden te stoppen, gaat u als volgt te werk: •...
Rijregelaar programmeren a) Neutrale en volgasstand programmeren Als het voertuig in de neutrale stand van de gas-/remhendel niet rustig blijft staan, kunt u de trimming voor de rijfunctie op de zender corrigeren. Als de trimweg niet volstaat (of als de trimming reeds bijna aan het einde van de trimweg staat), kunt u de neutrale stand en volgasstanden voor vooruit/achteruit rijden opnieuw programmeren.
b) Speciale functies programmeren De rijregelaar is reeds af fabriek met de nuttigste voorinstellingen voorgeprogrammeerd. Als een LiPo-accu als rijaccu wordt gebruikt, controleert u in de basisinstelling van de rijregelaar of de onderspanningsbescherming geactiveerd is (normaal gezien 3,0 V/cel). Bij uitgeschakelde onderspannings- herkenning komt het anders tot een diepontlading van de LiPo-accu, wat deze vernietigt.
Pagina 121
Functie Groene LED Rode LED knippert..(+ pieptoon) knippert..1x kort 2x kort 3x kort 4x kort 1x lang 1x lang, 1x lang, 1x lang, 1x lang, (+ pieptoon) 1x kort 2x kort 3x kort 4x kort Rijfunctie 1x kort Vooruit/rem Vooruit/ Vooruit/ rem/ Achteruit Achteruit Motorrem 2x kort 100%...
Pagina 122
• Functie #4, groene LED knippert 4x kort: Startmodus bij het vertrek Afhankelijk van de instelling vindt het vertrek krachtig of minder krachtig plaats. Zorg dat bij de beide bovenste niveaus een hoogwaardige accu wordt gebruikt die de bij het optrekken benodigde hoge stroom kan leveren. Bo- vendien hebben deze beide niveaus door de hogere belasting van de aandrijving negatieve uitwerkingen op de levensduur (aandrijfpignon, hoofdtandwiel, differentieel, banden).
• Functie #10, groene LED knippert 2x lang: overtemperatuurbeveiliging De overtemperatuurbeveiliging van de rijregelaar wordt bij een door de fabrikant vast vooraf ingestelde temperatuur (ca. +95 °C) geactiveerd, wanneer deze temperatuur langer dan 5 seconden wordt gemeten. In dit geval wordt de motor uitgeschakeld en knippert de groene LED. Om veiligheidsredenen raden wij u aan de overtemperatuurbeveiliging altijd in te schakelen.
Instelmogelijkheden op het voertuig a) Wielvlucht instellen De wielvlucht kenmerkt de hoek van de wielen t.o.v. de verticale as. Negatieve wielvlucht Positieve wielvlucht (bovenzijde wielen wijst naar binnen) (bovenzijde wielen wijst naar buiten) De instelling van de wielen op de beide afbeeldingen boven is overdreven weergegeven, om het verschil tussen negatieve en positieve wielvlucht aan te geven.
Pagina 125
Wielvlucht aan de vooras instellen: Vlucht negatiever instellen: Bovenste kogelkopschroef (A) naar rechts in de richting van de wijzers van de klok draaien, onderste kogelkopschroef (B) naar links tegen de richting van de wijzers van de klok draaien. Vlucht positiever instellen: Bovenste kogelkopschroef (A) naar rechts tegen de richting van de wijzers van de klok draaien, onderste kogelkopschroef (B) naar rechts in de richting van de wijzers van de klok draaien.
Pagina 126
Let op: • Wijzig de instellingen alleen stap voor stap en controleer vervolgens of het veranderde rijgedrag aan uw verwachtingen voldoet. Noteer de aangebrachte wijzigingen zodat u ze makkelijk opnieuw ongedaan kunt maken. • Worden de kogelkopschroeven (A) en (B) in de dezelfde richting gedraaid worden (beide schroeven in de richting van de wijzers van de klok in plaats van tegen de wijzers van de klok in), dan verandert dit het voor-/naspoor en niet de wielvlucht! •...
Pagina 127
Wielvlucht aan de achteras instellen: Vlucht negeatiever instellen: Beide kogelkopschroeven (A) en (B) naar rechts in de richting van de wijzers van de klok draaien. Vlucht positiever instellen: Beide kogelkopschroeven (A) en (B) naar links tegen de richting van de wijzers van de klok draaien. De metalen tapeinden (C) mogen telkens niet worden verdraaid.
Let op: • Wijzig de instellingen alleen stap voor stap en controleer vervolgens of het veranderde rijgedrag aan uw verwachtingen voldoet. Noteer de aangebrachte wijzigingen zodat u ze makkelijk opnieuw ongedaan kunt maken. • Worden de kogelkopschroeven (A) en (B) in de tegengestelde richting gedraaid worden (een schroef naar links in de richting van de wijzers van de klok, de andere tegen de wijzers van de klok in), dan verandert dit het voor-/naspoor en niet de wielvlucht! •...
Pagina 129
Spoor aan de vooras instellen: Het instellen gebeurt door de spoorstang (D) te verdraaien. Doordat de spoorstang is voorzien van links/rechts schroef- draad, hoeft deze niet te worden gedemonteerd. Naargelang de draairichting wordt voor- of naspoor ingesteld. In de plaats van de spoorstang kunt u ook de kogelkopschroeven (A) en (B) verdraaien.
c) Schokdempers instellen Vooras Achteras Met behulp van een gekartelde knop (A) kan de instelling van de veervoorspanning worden veranderd. Professionele rijders kunnen de schokdempers aan de demperbruggen (B) en aan de onderste dwarsarm (C) in ver- schillende posities worden gemonteerd om het gedrag van de schokdempers bij het in-/uitveren aan te passen. Stel de schokdempers van een as altijd gelijk in (aan de linker en rechts kant van de voor- of achteras), aangezien anders een rijverzoek opnieuw als mislukt worden bestempeld.
d) Instellen van de servo-saver De besturing van het voertuig is uitgevoerd als fusee- besturing. De beweging van de stuurservo werkt via de servo-saver (B) naar de servostang (C). Deze beweegt via een hoek (D) de spoorstang (E) voor het rechter- en linkerwiel. De servosaver (B) bestaat uit twee tegen elkaar draaibare onderdelen die niet strak met elkaar zijn verbonden, maar via een schuin vlak tegen elkaar kunnen worden bewo-...
Reiniging en onderhoud a) Algemeen Voor het reinigen of het onderhoud moet de rijregelaar worden uitgeschakeld en moet de rijaccu volledig van de rijregelaar worden losgekoppeld. Indien u met het voertuig hebt gereden, laat u alle onderdelen (bijv. motor, rijregelaar enz.) eerst volledig afkoelen.
c) Wiel vervangen De banden zijn op de velg vastgemaakt opdat ze niet van de velg kunnen worden losgemaakt. Wanneer de banden zijn afgereden, moet daarom het gehele wiel worden vervangen. Let op dat de voorste banden een licht andere vorm hebben dan de achterste. De achterste banden hebben behalve een licht grotere diameter (zie hoofdstuk „Technische gegevens van het voertuig“...
Afvalverwijdering a) Algemeen Verwijder het onbruikbaar geworden product volgens de geldende wettelijke voorschriften. Verwijder de geplaatste batterijen/accu‘s en gooi deze afzonderlijk van het product weg. b) Batterijen en accu´s U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan! Batterijen/accu´s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool.
Verhelpen van storingen Het modelvoertuig werd volgens de nieuwste technische inzichten vervaardigd. Er kunnen desondanks problemen of storingen optreden. Omwille van deze reden willen wij u graag wijzen op enkele manieren om eventuele storingen op te lossen. Neem bovendien de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de afstandsbediening in acht. Het model reageert niet of niet correct •...
Pagina 136
Voertuig wordt langzamer of de stuurservo toont enkel nog geringe of helemaal geen reactie; de reikwijdte tussen de zender en het voertuig is enkel zeer kort • De rijaccu is zwak of leeg. De stroomvoorziening van de ontvanger en daarmee ook de stuurservo gebeurt via de BEC van de rijregelaar. Omwille daarvan voert een zwakke of lege rijaccu ertoe, dat de ontvanger niet meer goed werkt.
! Impressum Diese Bedienungsanleitung ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverfilmung, oder die Er- fassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers. Nachdruck, auch auszugsweise, verboten.