1.
Druk op de aan-uitknop om de printer uit
te schakelen en haal de stekker uit het
stopcontact.
2.
Open de scannerklep.
3.
Reinig de scannerglasplaat (1) en de stroken
voor documentinvoer (2, 3) met een zachte
doek of spons die is bevochtigd met een niet-
agressief reinigingsmiddel.
VOORZICHTIG:
schuurmiddelen, aceton, benzeen, ammonia,
ethylalcohol of tetrachloorkoolstof op enig deel
van de printer omdat deze de printer kunnen
beschadigen. Plaats geen vloeistof direct op de
glasplaat of achterplaat. Ze kunnen in de printer
lekken en deze beschadigen.
OPMERKING:
Als u last hebt van strepen op de
kopieën wanneer u de documentinvoer
gebruikt, maak dan de kleine glasstroken aan de
linkerkant van de scanner schoon (2, 3).
4.
Droog de scannerglasplaat en de witte plastic
onderdelen met een zeemleren spons of
cellulosespons om vlekken te voorkomen.
5.
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact en
druk op de aan-uitknop om de printer in te
schakelen.
250
Hoofdstuk 9 Problemen oplossen
Gebruik geen
3
2
1