9. Sluit het deksel van het Bedieningspaneel en draai deze dicht met de
schroeven.
10. Steek de stekker in het stopcontact (de Stroom-LED licht op).
11. Indien nodig verbind je het Bedieningspaneel met de telefoonlijn via de
bijgeleverde kabel. Je steekt de kleine RJ11 plug in het contact met
aanduiding LIJN op de onderste rand van het Bedieningspaneel.
12. Als de bijgeleverde kabel niet lang genoeg is om een geschikt telefoonpunt
te bereiken, kan je hem verlengen met een koppeling en verlengdraad (niet
bijgeleverd).
Opmerking: Als het sabotegealarm van het Paneel aangaat tijdens de
installatie, reset het alarm door de volgende code in te drukken op:
het toetsenbord van het Bedieningspaneel.
+V Uiteinde
Bovenste
(rode draad)
Montagegat
Klemmenstrook
Externe Jumper
Sabotage
P51
Reset Jumper
P1
RS232 Interface
Oortelefoon-gat
Gat stroom-
toevoer
NL
Binnenzicht van Bedieningspaneel
-V Uiteinde
(blauwe draad)
Bovenste
Montagegat
+V Uiteinde
(blauwe draad)
-V Uiteinde
(zwarte draad)
Lager Montagegat
-10-
Opmerkingen:
Druk op
om een 3,6s pauze in te voeren in de kiessequentie.
Druk op
om de cursor naar links te bewegen.
Druk op
om de cursor naar rechts te bewegen.
Druk op
om het karakter onder de cursor te verwijderen.
Druk op
en hou vast om het hele telefoonnummer te wissen.
Nadat je alle gewenste telefoonnummers hebt geprogrammeerd, druk op:
om terug te keren naar het bovenste niveau van het menu Instellen Tel. Toeg.
Contr..
BEDIENINGSINSTRUCTIES
Als je het huis verlaat, moet het systeem Ingeschakeld worden. Maar vooraleer
je dit doet, controleer of alle ramen dicht en op slot zijn, of alle beschermde
deuren dicht zijn en of de PIR-detectors niet gehinderd worden. Zorg ervoor dat
huisdieren verblijven in zones die niet beschermd zijn door de PIR-detectors.
Het systeem heeft drie inschakelmodi: Inschakelen, Selectief inschakelen 1 en
Selectief inschakelen 2. Door de modi Selectief inschakelen zijn de
geselecteerde zones in Uitgeschakelde status en zijn de andere zones van het
systeem Ingeschakeld.
Als het systeem Ingeschakeld is (in eender welke modus) verschijnt een paar
seconden de inschakelmodus en de status van de tel.toegangs controle op het
bedieningspaneel. Als het opgezet wordt, start het systeem Inschakel vertraging
en wordt er afgeteld op het scherm. Wanneer de Inschakel vertraging over is,
biept het Bedieningspaneel. De biep-snelheid verhoogt terwijl de vertraging
vermindert. Op het einde van de Inschakel vertraging worden alle actieve zones
ingeschakeld. Dan moet de gebruiker het huis verlaten hebben en de deur
gesloten hebben.
Als een detector op een actieve zone geactiveerd wordt terwijl het systeem
ingeschakeld staat, zal indien ingeschakeld het geprogrammeerde Uitschakel
vertraging voor die zone starten en begint het aftellen op het scherm. Het
Bedieningspaneel biept op het einde van de Uitschakel vertraging; de
biepsnelheid verhoogt terwijl de Vertraging vermindert. Als het systeem niet
uitgeschakeld wordt op het einde van de Uitschakel vertraging, gaat het alarm
af. Maar als de Uitschakel vertraging uitgeschakeld werd voor de geactiveerde
zone, gaat het alarm onmiddellijk af.
Op het einde van de geprogrammeerde duur van het alarm stoppen de sirene en
het Bedieningspaneel; het systeem zal zich automatisch weer inschakelen.
-55-
NL